Het Ras De Aanschaf Voedsters Rammen Nestjes 2010 Te Koop Links Gevraagd Wist u dat? En dan dit Ziektes
Konijnen behoren tot de orde van hazen en
haasachtigen.
Verschillen tussen wilde konijnen en hazen zijn:
1.Hazen zijn veel groter: het volwassen gewicht van een haas is ongeveer 4,5 kg,
dat van een wild konijntje 2 kg.
2. De oren van een haas zijn langer.
3. De achterpoten van hazen zijn veel langer.
4. Een haas draagt 42 dagen, een konijn ongeveer 31 dagen.
5. Een haas werpt 2-4 jongen in een open leger. Het konijn 2 tot soms wel meer
dan 12 jongen die hulpeloos in een nest van wol geworpen worden.
6. Een haas heeft 48 chromosomen en het konijn 44.
Een "Belgische haas" is een konijnenras
dat qua uitwendige bouw en kleur goed op een haas gelijkt.
Er zijn meer dan 50 konijnenrassen.
De meeste konijnen in Nederland lopen in het wild
rond.
Verder worden konijnen als vleesproducenten
gefokt.
De konijnen die de dierenarts het meest tegenkomt
worden als gezelschapsdier gehouden.
Deze konijnen variëren van zeer groot (Vlaamse
Reus) tot zeer klein (Pooltje).
Naast de gewone beharing kennen we ook konijnen
met speciale beharing (Angora en Rex).
Levensfasen:
Konijnenjongen worden naakt en blind geboren.
De eerste 18 dagen leven ze van moedermelk. Vanaf
14-18 dagen beginnen ze met opname van vast voedsel.
Tussen 3 en 12 maanden (afhankelijk van het ras)
worden konijnen geslachtsrijp, waarbij de ram (het mannetje) een maand op de
voedster (het vrouwtje) achterloopt. De draagtijd van konijnen is 30/31 dagen.
Het konijn wordt gemiddeld 5 tot 6 jaar oud, maar dit kan wel tot 12 jaar
oplopen!
Huisvesting:
De grootte van de kooi is afhankelijk van het ras
en van het aantal dieren dat erin gehouden wordt. Minimale maten voor een, klein
konijn zijn 50x40x50 cm (LxBxH) en voor een groot konijn 120 x 60 x 60 cm. Het materiaal is
bij voorkeur glad gelakt hout bijv. met parketlak of bielzenzwart (hout is minder
goed schoon te houden, veel gebruikt wordt plastic, beton en gaas).
De kooi moet voldoende kunnen ventileren, vooral
om de ammoniakgeuren (uit de urine) laag te houden. Om deze reden, en om de
besmettingskans met parasieten te verminderen, moet de bodembedekking 2x per
week verschoond worden. De bedekkingslaag moet voldoende dik zijn om urine te
absorberen en beschadiging van de hakken te voorkomen. Kooien, eet en
drinkbakjes moeten gemaakt zijn uit niet-giftig materiaal en bestand zijn tegen
knagen. Meestal gebruikt men kooien die volledig of deels gemaakt zijn van
plastic met of zonder tralies. Houten kooien kunnen gebruikt worden, maar zijn
eerder moeilijk schoon te houden. De afmetingen van de kooien hangen af van het
te houden ras. Meestal worden konijnen gehouden op strooisel of stro. Een voldoende
dikke laag neemt goed de urine op.
Indien de dieren te lang gehouden worden op een
te klein oppervlak kunnen verveling, te veel eten (met overgewicht tot
gevolg), gebrek aan beweging of spijsverteringsproblemen optreden. Dit kan
tegengegaan worden door de dieren een grote kooi te geven (eventueel met
verschillende verdiepingen), te zorgen voor een kooigenoot of
speelgoed. Het konijn kan eventueel vrij rondlopen in huis, maar in dit geval
moeten wel de nodige voorzorgen worden genomen.
Eerst en vooral moet er voor gezorgd worden dat de
dieren niet aan elektrische leidingen kunnen knagen. Dit kan gebeuren door de
leidingen te omhullen met hard en stevig plastic of deze leidingen of
stopcontacten te verschuilen achter meubels zodat de dieren er niet bij kunnen.
Planten moeten uit de buurt van de dieren worden
gehouden. Let er ook op dat de dieren niet beginnen te knagen aan synthetische
stoffen zoals bijvoorbeeld tapijt omdat deze zaken het spijsverteringsstelsel
kunnen blokkeren. Dit kan u vermijden door het dier “natuurlijke materialen”
te geven om aan te knagen zoals hooi, hout of strooien matten
De meeste konijnen krijgen brokjes te eten. Hierin zit alles wat ze nodig hebben. Daarnaast is goed hooi erg belangrijk voor het konijn. Groenvoer mag (met mate!) altijd bijgevoerd worden. In principe mogen konijnen zoveel eten als ze willen (bij gemengd voer wel opletten dat ze alle bestanddelen in de goede hoeveelheid opeten). Dagelijkse voederopname (droge konijnenkorrel): 5% van het lichaamsgewicht. Drankopname: 10% van het lichaamsgewicht. Uitzondering: zogende voedsters nemen veel meer voeder en water op. De totale wateropname is afhankelijk van het aantal jongen en het tijdstip in de lactatie, en bedraagt gemakkelijk meer dan, 1 liter per dag.
Invloed van het ruwe celstof-gehalte:
Cellulose wordt praktisch niet verteerd maar is
noodzakelijk als ballast voor een goede darmwerking. Daarbij mag de vezel niet
te fijn gemalen zijn. Anderzijds zal de korrel gemakkelijk breken als de vezels
niet fijn gemalen zijn zodat hier een optimum moet nagestreefd worden. Bij te
laag ruwe celstofgehalte of te fijn gemalen vezels verhoogt het risico op
diarree als gevolg van de vertraagde darmpassage. Dit wordt zeer vaak
vastgesteld in de praktijk, alhoewel bij laboratoriumproeven aangetoond werd dat
extreem lage cellulose-gehalten geen sterfte gaven, wel groeivertraging. Ook kan
men de spijsverteringsstoornissen niet uitsluiten door een optimaal gehalte aan
ruwe celstof, alleen de frequentie verminderen.
Aflatoxicose.
Konijnen zijn zeer gevoelig aan
aflatoxines, even
gevoelig als eenden. Daarom worden bepaalde voedermiddelen best niet gebruikt
(aardnootschroot), andere zoals Luzerne en maïs kunnen er ook bevatten. Bij
experimenten is gebleken dat konijnen beschimmeld voer meestal weigeren.
Voeders verkrijgbaar in de kleinhandel die bestemd zijn voor hamsters en muizen
zijn niet geschikt voor konijnen. Caviavoeders kunnen wel gebruikt worden;
omgekeerd is konijnenvoeder niet geschikt voor cavia's omdat cavia's vitamine C
nodig hebben. (Ook caviavoeder dat enkele maanden oud is bevat niet meer
voldoende vitamine C). Als drank moet aan gespeende konijnen enkel water gegeven
worden, geen melk. Sommige konijnen drinken weinig of niets, vooral als ze veel
groenvoer krijgen. Toch moet altijd een bakje fris water ter beschikking gesteld
worden.
Caecotrofie.
Dit is iets specifieks voor konijnen. Wat is het: de inhoud van de dikke darm wordt in trosjes van kleine donkere keutels omhuld met wat slijm uitgepoept en weer opgegeten (recycling dus!). Door deze heropname voldoet het konijn voor 20% aan zijn eiwitbehoefte en voor 100% aan zijn behoefte aan Vitamine B en K.
Oppakken. Het is heel belangrijk dat konijnen rustig worden benaderd en opgepakt. Bij het oppakken moeten de achterpoten ondersteund worden. Dit is zo belangrijk omdat konijnen bij schrikken of spartelen, door hun zeer krachtige rugspieren, hun rug kunnen breken of kneuzen! U kunt het beste beginnen met de dieren te aaien over de kop. Vermijd uw handen aan te bieden aan het konijn zoals u zou doen bij een hond of kat omdat dit een aanval kan uitlokken. Een konijn dat nog niet handtam is kunt u oppakken bij het losse rugvel (nooit bij de oren !!) waarbij u de achterpoten ondersteunt. Om het dier enkele meters te verplaatsen, wordt het gewoon horizontaal op de tegen het lichaam gehouden onderarm geplaatst en tegen het lichaam gedrukt. De kop van het dier wordt hierbij tegen de elleboogplooi gehouden. Een handtam konijn kan opgetild worden door de rechterhand te plaatsen langs de rechterzijde van het dier, en vervolgens de rechterhand te plaatsen onder de borst van het dier. Dan kunt u met de linkerhand de achterhand ondersteunen wanneer u het dier gaat optillen. Denk eraan het dier altijd dicht tegen het lichaam te houden wat het diertje een veilig gevoel geeft.
Ziekten die
het konijn kunnen treffen:
Er zijn 2 virusziekten die vaker voorkomen en waar
ook voor gevaccineerd kan worden:
Myxomatose. Dit virus kan door stekende insecten worden
overgebracht. Soms blijven de verschijnselen beperkt tot wat gestuwde oogleden
en oren, waarbij evt. ook een abortus kan optreden. Bij het klassieke beeld
ontstaan er verdikkingen en pseudo-tumoren (de myxomen) op de kop. Dan zwelt de
kop in zijn geheel op. Ook de regio rond de anus en genitalien kan aangetast
raken. Vaak worden de processen geïnfecteerd door bacteriën. De ziekte heeft
een dodelijk verloop. Vaccinatie start op 3-4 maanden leeftijd en moet elke 6
maanden worden herhaald.
VHD
(Viral Hemorrhagic Disease). Het
virus komt veel voor bij wilde konijnen. Veelal kent deze ziekte een snel
verloop en sterven de konijnen zonder dat verschijnselen opvallen. Bij een
trager verloop zien we bloederige neusuitvloeiing en ademhalingsproblemen. Er is
geen behandeling mogelijk. Genezen dieren hebben een immuniteit gedurende 6
maanden. Vaccinatie geschiedt elke 6 maanden, dieren onder de 12 weken moeten na
3 weken herhaald gevaccineerd worden.
Parasieten.
In de darmen of galgangen komen nog wel eens
coccidion voor. Verschijnselen variëren van vermageren en/of diarree tot plotse
sterfte. De diagnose wordt gesteld door mest te onderzoeken op de o"cysten
(soort eieren). Behandeling geschiedt door het toedienen van Sulfa-preparaten.
Preventie: goede hygiëne, zorg dat het hok droog blijft. Soms wordt de lever
aangetast door migrerende larven van de hondenlintworm (Cysticercose). Dit komt
vooral voor als ze gevoerd worden met gras van plaatsen waar honden worden
uitgelaten. Er is geen behandeling mogelijk. Schurftmijt kan bij het konijn in
de huid en in de oren voorkomen. Verschijnselen: korsten, die gepaard gaan met
jeuk. In de oren vaak nattig. Behandelen kan door wassen of injecties met
Ivermectine, de oren worden meestal locaal met zalf behandeld. Ook de omgeving
moet goed gereinigd worden. Vlooien en luizen kunnen ook veel jeuk geven, ze
worden bestreden door de konijnen te wassen met Pulvex shampoo.
Besmettelijke snot.
Besmettelijke snot
(pasteurella multocida) komt
veel voor bij konijnen. Veel konijnen hebben deze bacterie bij zich zonder er
last van te hebben. Door stress of andere ziekten kan deze bacterie echter
ziekte geven. Verschijnselen variëren van snot (eerst waterig, later pussig met
korsten) uit de neus tot longontsteking. Ook kunnen er bij deze ziekte
voortplantingsstoornissen voorkomen. Behandeling. Als op tijd een behandeling
met antibiotica wordt ingesteld is het konijn goed te helpen. Helaas is de
ziekte vaak al snel te ver voortgeschreden en overlijdt het konijn aan de
longontsteking.
Door opname van teveel voedsel ineens kan de maag
overladen. Bij verveling of bij gebrek aan voldoende ruwvoer (hooi) kan het
(overmatig) opgelikte haar in de maag oprollen tot haarballen. Beide problemen
kunnen in lichte gevallen met laxeermiddelen opgelost worden.
In zwaardere gevallen is er vaak chirurgie nodig.
Diarree komt niet zo vaak voor bij individueel
gehouden konijnen. wel hebben ze nogal eens een wat plakkerige ontlasting.
Diverse bacteriën kunnen deze problemen veroorzaken.
Een korte kuur antibiotica, gecombineerd met het toevoegen van lactobacillen (Biogarde
bv), lost deze problemen vaak op.
Konijnen hebben tanden en kiezen die altijd
doorgroeien en op lengte blijven doordat ze tegen elkaar afslijten.
Regelmatig verloopt dit slijtingsproces niet geheel goed.
Meestal betreft het dan de snijtanden, doordat het konijn een 'centenbakkie'
heeft. De beste oplossing is het bijslijpen van deze lange tanden.
Aangezien dit meestal onder narcose moet gebeuren worden ze meestal geknipt.
Ook de kiezen kunnen niet goed op elkaar 'afgesteld' staan.
Hierdoor ontstaan haken aan de zijkanten.
Deze haken zorgen ervoor dat het konijn niet goed meer kan kauwen en geven
schade aan wangen en tong.
De behandeling hiervoor is alleen mogelijk onder narcose: de haken worden
bijgeslepen en vaak krijgt het konijn een korte kuur antibiotica voor de wondjes
mee.
Dit zijn helaas altijd tijdelijke oplossingen, de foute bouw is helaas niet te
corrigeren.
Huid.
De huid onder de oogleden kan nogal eens ontstoken
raken doordat de ogen tengevolge van tocht een waterige ontsteking oplopen.
Behandeling bestaat uit het zalven van ogen en huid.
Op diverse plekken (meest kop/keel en hakken) kunnen er abcessen in de huid
ontstaan.
Als deze niet gelijk goed geopend en opgeschoond worden zijn ze moeilijk te
genezen.
Naast het uitspoelen wordt het konijn met
antibiotica behandeld.
Dit is een aandoening die meestal door een
aantasting van het middenoor wordt veroorzaakt, bv vanuit een oorschurft
infectie.
Ook kan de oorzaak in de hersenen liggen.
De dieren kunnen hun hoofd niet meer in de normale positie houden, maar hebben
het gedraaid of in de nek liggen.
Oorzaak moet natuurlijk behandeld worden, maar lang niet altijd komt het hoofd
weer in de normale positie terug.
Of het dier hier goed mee verder kan leven hangt vooral van de mogelijkheid tot
voeropname af.
Dit wordt meestal veroorzaakt door een verdraaiing
van de wervelkolom (zie hanteren).
Lichte gevallen kunnen met een ondersteunende behandeling van corticosteroïden
en Vitamine B herstellen.
In ernstiger gevallen (geen verbetering in 48 uur) wordt euthanasie aangeraden.
Dit kan een erfelijke aandoening zijn bij witte
rassen met blauwe ogen.
Er is bij konijnen geen behandeling bekend.
Met deze dieren mag niet gefokt worden.
Nog enkele raadgevingen.
Denk eraan de dieren in een tochtvrije omgeving te
houden en plotse temperatuurschommelingen te vermijden.
Zorg er ook altijd voor dat de dieren dagelijks hooi en groenvoer krijgen.
Konijnen zijn heel gevoelig aan storingen van het spijsverteringstelsel en als
de dieren minder of niet meer willen eten moet hier direct de nodige aandacht
aan besteed worden.
Indien u merkt dat uw dier niet meer wil eten of drinken, vermagert,
ademhalingsproblemen of bewegingsstoornissen vertoont, zijn/haar vacht niet meer
in conditie is of indien u andere abnormale zaken opmerkt, kunt u beter bij uw
dierenarts langs gaan.
NOG ENKELE FYSIOLOGISCHE BIJZONDERHEDEN.
Temperatuur : 39°'C.
Polsslag : ± 300 per minuut.
Ademhalingsfrequentie : 32 - 60 per minuut.
Cyclus : de ovulatie wordt geïnduceerd door de paring
Drachtduur gemiddeld 31 á 32 dagen.
Worpgrootte 1 - 12 jongen afhankelijk van het ras. Kleine rassen hebben kleine
nesten.
Levensduur : 10 à 11 jaar
Waarschuwing:
let er op dat er nooit de volgende antibiotica wordt gegeven:
Amoxicillin, lincomycin of
clindamycin.
Deze
antibiotica wordt door een konijn niet verdragen, en kunnen het dier zieker
maken, of nog erger....
Niet
alle dierenartsen weten dit.
NOOIT
een konijntje meenemen dat jonger is dan 6 weken.
Een
goede fokker doet de konijntjes pas na 6 weken weg.
Op
de leeftijd van 6 weken is het darmstelsel van het konijntje pas zover, dat het
de moedermelk niet meer nodig heeft.
Vanaf
eind 8e week is het konijntje vatbaar voor de dodelijke ziekte VHS , laat je
konijntje eind 7e, begin 8e week inenten!
Beste
is 14 dagen later een inenting tegen Myxomatose te laten geven.
En
herhaal dit ieder jaar.
Baarmoederhalskanker
Bij oudere konijnen waar het
baarmoederslijmvlies
meerdere veranderingen heeft ondergaan vanwege
hormoonschommelingen, is er een risico op toename
van het aantal celdelingen en kan kanker ontstaan.
De vorm van kanker van de baarmoeder die het
meest voorkomt is het adenocarcinoom.
Wat zijn de verschijnselen?
* Bloed plassen
* Slijmerige uitvloeiing uit de vagina
* Sloom zijn
* Niet eten
* Benauwdheid/ versnelde ademhaling
* Verminderde vruchtbaarheid
* Kleine nestgrootte
Hoe
vaak komt het voor?
Meer dan 80% van alle niet-gecastreerde voedsters zal op een leeftijd van 4 jaar
of ouder uterus adenocarcinomen ontwikkelen.
Deze aandoening komt voor bij alle konijnenrassen.
Hoe wordt de diagnose gesteld?
Tijdens het consult zal de dierenarts uw konijn lichamelijk onderzoeken.
Met behulp van buikpalpatie kan een vergrote baarmoeder vastgesteld worden.
Bovendien wordt met het lichamelijk onderzoek de algehele gezondheidstoestand
van uw konijn bepaald.
Er zijn meerdere redenen voor een vergrote baarmoeder zoals dracht of baarmoederontsteking,
daarom wordt vervolgens een röntgenfoto van de buik en de borstkas gemaakt of
kan er geadviseerd worden een echo van de buik te laten maken.
Met behulp van bloedonderzoek kan de lever en nierfunctie bekeken worden.
Wat is de
behandeling?
Indien er geen uitzaaiingen in de longen zichtbaar zijn op de röntgenfoto en
het bloedonderzoek niet afwijkend is, wordt een sterilisatie uitgevoerd waarbij de
baarmoeder en eierstokken verwijderd worden.
Ook adviseren wij u om gedurende 2 jaar na de operatie iedere 3 maanden bij de
dierenarts op controle te komen om eventuele uitzaaiingen tijdig vast te
stellen.
Er is nog geen succesvolle chemotherapie voor deze tumor.
Indien uitzaaiingen zichtbaar zijn in de longen, bloedwaarden afwijkend zijn of
de lever er afwijkend uitziet met echo van de buik, is er helaas geen
behandeling mogelijk.
De behandeling zal er dan op gericht zijn om uw konijn zich zo goed mogelijk te
laten voelen.
Wat is de
prognose?
Vaak is het uterus carcinoom al uitgezaaid wanneer het konijn klachten zal
vertonen.
In eerste instantie groeit het
gezwel langzaam (en treden er geen verschijnselen op) maar na 1 tot 2
jaar zal de uitzaaiing snel verlopen naar de longen, lever en soms botten
en/of hersenen.
Hoe is baarmoederhalskanker te voorkomen?
Door uw konijn op een leeftijd van 6 tot 12 maanden te laten steriliseren, wordt
baarmoederhalskanker op latere leeftijd voorkomen.
Castratie en sterilisatie
Castratie ram
Rammen kunnen gemiddeld vanaf 3 maanden al vruchtbaar zijn en kunnen net
als katers sproeigedrag vertonen.
Het is aan te raden jonge konijnen vanaf 12 weken
gescheiden te houden. Om een ongewenst nestje en het territoriumgedrag te
voorkomen, kunnen rammen vanaf 4 tot 5 maanden gecastreerd
worden.
Let erop dat ze 2 tot 4 weken na de castratie nog
met succes een voedster kunnen dekken.
Houdt rammen en voedsters gedurende deze tijd dus nog steeds apart!
Castratie
voedster
Voedsters kunnen ook vanaf de leeftijd van 3
tot 4 maanden al vruchtbaar zijn.
En een voedster is ook direct na de bevalling weer vruchtbaar! Het is
verstandig om voedsters jong (liefst vóór de leeftijd van 1 jaar) te
castreren.
Een voedster heeft naarmate ze ouder wordt namelijk een grotere kans op baarmoederkanker
(uterus adenocarcinoom).
Door uw voedster te laten castreren, kunt u naast baarmoederkanker, ook
territoriumgedrag en schijnzwangerschap voorkomen.
Coccidiose.
Het
komt veel voor dat zich in het lichaam van een konijn coccidïen bevinden,
zonder dat het konijn ziek wordt. Als bij onderzoek van de keutels coccidïen
gevonden worden is het niet altijd gezegd dat dan een behandeling moet volgen.
Coccidïen
zijn microscopisch kleine, eencellige parasieten die het darmstelsel en de lever
van konijnen zowel als andere dieren aantasten. Coccidïen zijn de meest
voorkomende parasieten in het darmstelsel van een konijn en een veel voorkomende
oorzaak van ziekte van jonge konijnen.
De
symptomen van coccidiose treden meestal op tijdens of vlak na stress,
bijvoorbeeld door weersveranderingen, omgevingsveranderingen, een lange autorit,
een zeer vieze kooi of bij koorts. In het algemeen wordt het darmkanaal het
eerst aangetast, wat in milde gevallen resulteert in diarree. In ernstige
gevallen is de ontlasting waterig, met stukjes ontlasting en kan er zelfs bloed
in de ontlasting voorkomen. Het konijn droogt hierdoor snel uit, verliest
gewicht, wordt lusteloos en wil niet meer eten en/of drinken.
Alle
konijnen-coccidïen zijn leden van dezelfde familie, de Eimeria. Er zijn
12 soorten konijnen-coccidïen gesignaleerd in geïnfecteerde konijnen, maar
slechts een paar hiervan zijn belangrijk genoeg om een konijn ziek te maken.
Verder moet de weerstand van het konijn verminderd zijn, of er moeten twee of
meer verschillende coccidïen (die elkaars ziekmakende werking versterken)
aanwezig zijn om ziekte te veroorzaken.
Daarom is de precieze rol van de verschillende soorten coccidïen in het
veroorzaken van een ziekte niet helemaal bekend. Intussen hoeft bij de
aanwezigheid van slechts een paar coccidïe oöcysten (het stadium dat de coccidïen
zich in de uitwerpselen van het konijn genesteld hebben) bij een parasitair
onderzoek van de keutels niet perse de diagnose coccidiose gesteld te worden.
Eimeria
perforans, Eimeria magna, Eimeria media, Eimeria irresidua.
De
belangrijkste soorten darmcoccidïen zijn E. perforans, E. magna, E. media
en E. irresidua, hoewel de soort coccidïen waarmee het konijn besmet is
niet zo belangrijk is als de gezondheid van het konijn. Konijnen worden besmet
door het eten van keutels die de coccidïe
oöcysten
bevatten. Dit kan gebeuren als het konijn zijn voeten of zijn vacht schoonmaakt,
waar keutels van een ander, besmet konijn aan zitten. Hoewel konijnen hun
blindedarmkeutels eten wordt over het algemeen aangenomen dat daar geen
besmettelijke oöcysten in zitten. Klinische tekenen van darm-coccidiose variëren
sterk, afhankelijk van de leeftijd van het konijn, de betrokken organismen, de
mate van besmetting en de kans op ziek worden van het dier (beïnvloed door
leeftijd, stress, dieet etc.) De tekenen zijn vaker te zien bij jonge konijntjes
met hun onvolgroeide immuniteitssysteem. De symptomen kunnen zijn:
gewichtsverlies, met tussenpozen hevige diarree dat bloed of slijm kan bevatten,
en uiteindelijk uitdroging. Maar vooral bij volgroeide konijnen kunnen
regelmatige gasaanvallen of verstoppingen, terwijl de keutels niet afwijkend
zijn, ook in de richting van coccidiose wijzen. Dieren die lijden aan zware
diarree kunnen een ernstige aandoening aan de ingewanden krijgen, een blokkade
van de darmen doordat deze in elkaar kronkelen.
Sterven
aan coccidiose wordt meestal veroorzaakt door uitdroging en bijkomende bacteriële
infecties. Behandeling en preventie van darm-coccidiose is hetzelfde als voor
lever-coccidiose. Er zijn geen vaccinaties mogelijk tegen coccidiose.
Cyniclomyces
guttulatus, een gist die
gevonden kan worden in konijnenkeutels, wordt vaak bij een
uitwerpselen-onderzoek verward met coccidïën. Dit is een vergissing die
regelmatig gemaakt wordt door dierenartsen die niet erg bekend zijn met
konijnen. Deze gist maakt deel uit van de normale darmflora van konijnen. De
Nederlandse benaming is brillendoosgist.
Eimeria
stiedae
Slechts
één soort, Eimeria stiedae, die in de lever parasiteert, wordt buiten
het darmstelsel gevonden. Eimeria stiedae kan in elke grote groep
konijnen gevonden worden, van fokkerij tot opvangcentrum.
Er
kunnen lichte infecties zijn zonder symptomen, of er kan lichte of vertraagde
groei van de coccidïen zijn, maar de ziekte kan vooral bij jonge konijnen
fataal verlopen. Bij baby-konijntjes kan de leveraantasting zo snel gaan, dat ze
van het ene op het andere moment dood omvallen! Zwaar geïnfecteerde konijnen
vertonen tekenen die wijzen in de richting van storing van de leverfunctie en
blokkering van de galwegen. Deze konijnen stoppen met eten en verzwakken: op het
laatst van de ziekte hebben ze diarree of verstopping. Soms is de (onder)buik
vergroot en de huid kan een gelige kleur krijgen. Röntgenfoto's kunnen
uitwijzen dat de lever vergroot is en dat er veel vocht in de buik zit.
Bloedproeven zullen bevestigen dat de lever beschadigd is en dus zal de diagnose
lever-coccidiose gesteld kunnen worden.
De
bevestiging van de ziekte is gebaseerd op het vinden van oöcysten in
uitwerpselen- of galmonsters. Alle konijnen in een geïnfecteerde fokkerij of
huishouden moeten behandeld worden tot de ziekte uitgewoed is. De belangrijke
rol van deze medicijnen is de groei van de parasiet tegen te houden tot het
konijn weerstand opgebouwd heeft en de coccidiën weer onder controle heeft.
DE
BEHANDELING VAN COCCIDIOSE
Voor
de behandeling van coccidiose kunnen op sulfa gebaseerde medicijnen gekozen
worden, zoals bijvoorbeeld ESB3 of clazuril. Soms wordt tegelijkertijd
trimethoprim-sulfa ingezet. Dit laatste is vooral nuttig bij een zware
besmetting, als de coccidiën de darmwand zo ernstig beschadigen dat E. Coli
of een andere bacterie een ernstige bijkomende infectie kan veroorzaken. De
vroege delingsstadia van de parasiet in de darmwand kunnen niet door deze
middelen worden afgedood, alleen de laatste delingsstadia, die onder andere voor
voortplanting zorgen, en de oöcysten produceren. De genoemde medicijnen
kunnen de deling van de organismen tegenhouden maar niet de coccidiën doden.
Doordat de deling afgeremd wordt, kan het konijn weerstand tegen de coccidiën
ontwikkelen, en op deze manier zichzelf genezen.
ESB3 moet vaak als poeder in het drinkwater als kuur gegeven worden. Echter is
het twijfelachtig hoeveel medicijn dan werkelijk wordt ingenomen, zeker als een
konijn te ziek is om te drinken. Wanneer een konijn niet of nauwelijks drinkt is
het nodig om regelmatig over de dag het zieke dier met een spuitje wat van de
oplossing rechtstreeks in de mond te geven. Of van dit medicijn kan een
sulfadrankje met een smaakje worden gemaakt (dierenarts), wat ook direct met een
spuitje in de mond wordt ingegeven.
Het meest effectieve middel om coccidiose te behandelen is toltrazuril
(Toltrazuril drops®, Baycox®) Dit middel werkt op alle stadia van de
coccidiën cyclus, dus ook op de vroegste deling. Toltrazuril is verder ook het
meest effectieve middel bij levercoccidiose. Dit middel wordt direct in de mond
ingegeven. Het is af te raden om het door het drinkwater te doen, omdat het erg
vies is en het konijn niet zal willen drinken. Het is verstandig de kuur te
herhalen.
Hygiëne
is uiterst belangrijk. De oöcysten in keutels van 36-48 uur oud vormen sporen
die de omgeving besmetten. De kooi moet daarom dagelijks schoongemaakt worden,
en dagelijks wordt vers stro gegeven. De voer- en waterbakken en drinkflesjes
worden veelvuldig gereinigd. Keutels, ook in de leefomgeving, kunnen beter
direct verwijderd worden zodat geen (her)besmetting kan plaatsvinden.
Darmimmobiliteit,
een dodelijke kwaal
Wanneer
de normale, samentrekkende bewegingen (peristaltische bewegingen) van de darmen
niet of nauwelijks meer plaatsvinden wordt van darmimmobiliteit (‘ileus’)
gesproken.
Waardoor
wordt darmimmobiliteit veroorzaakt?
Er is een aantal redenen aan te geven waardoor de
darmen van een konijn niet meer samentrekken:
1
stress.
2 uitdroging.
3 pijn, veroorzaakt door bv. een infectie of andere ziekte.
4 verstopping van het darmkanaal.
5 onvoldoende ruwe vezels in het eten.
6
neurologische oorzaak
Wanneer darmimmobiliteit niet
behandeld wordt, kan het konijn op een pijnlijke manier sterven. Doordat de
darmen niet meer samentrekken kan voedsel of opgelikt haar vast komen te zitten
in het darmkanaal, waardoor dit verstopt raakt. Ook zal de dikke darm niet
geleegd worden. Hierdoor kunnen schadelijke bacteriën tot ontwikkeling komen
(bv. Clostridium bacteriën, die familie zijn van de tetanus en de botulisme
soorten), die bij grote aantallen gasvorming veroorzaken (zeer pijnlijk voor het
konijn), of giftige stoffen produceren die door de lever weer afgebroken moeten
worden. Dit vormt een dusdanig zware belasting voor de lever, dat in veel
gevallen de feitelijke doodsoorzaak van darm-immobiliteit het falen van de lever
is.
Symptomen van darmimmobiliteit
Geen of kleine keuteltjes (speldenknopjes), die
soms aan de haren blijven kleven. (Soms zijn de keuteltjes zeer klein, en
ingekapseld in helder of gelig slijm. In dat geval is er sprake van een acute
situatie, en moet direct de hulp van de dierenarts ingeroepen worden.) De darmen
maken ook geen normaal, zacht borrelend geluid. In plaats daarvan borrelt de
darm zeer hard (door het ontstaan van grote, pijnlijke gasbellen), of is de darm
doodstil. Het konijn is apathisch, wil niet eten, of zit in elkaar gedoken en
knarsetandt vanwege de pijn.
De
"haarbal-mythe".
Helaas
wordt nog te vaak bij een konijn dat darmimmobiliteit heeft, de diagnose
‘hij heeft een haarbal’ gesteld. In feite ontstaat een haarbal door
darmimmobiliteit, en niet andersom. Een dierenarts die weinig konijnen
behandelt, en niet weet hoe de buik van een konijn moet aanvoelen, stelt
vaak zo’n verkeerde diagnose, wanneer de buik ‘deegachtig’ aanvoelt.
Een ‘deegachtige’ buik bij een konijn is echter alleen een teken dat
er iets aan de hand is wanneer de dikke darm leeg is, en het konijn pijn
heeft wanneer de buik betast wordt. Net als bij de meeste planteneters
zijn de maag en de darmen van een normaal, gezond konijn nooit helemaal
leeg. Een konijn kan normaal eten tot vlak voordat darmimmobiliteit
ontstaat. Hierdoor kan de maag behoorlijk gevuld zijn wanneer de darmen
stoppen met bewegen. Deze voedselmassa maakt een deegachtige indruk bij
het betasten van de buik, maar heeft dus niets met haarballen te maken.
Een
haarbal bij een konijn bestaat voor het grootste deel uit voedsel,
bijeengehouden door haren en slijm, dit in tegenstelling tot de bekende
haarballen van katten. Tenzij deze haarbal kan indrogen tot een vaste,
harde bal, zullen toegediend vocht en enzymen deze haarbal kunnen afbreken
en oplossen. Het behandelen van een konijn voor haarballen heeft echter
geen zin wanneer geen aandacht geschonken wordt aan de darmimmobiliteit!
Als er
een vermoeden bestaat dat een konijn last heeft van darmimmobiliteit is het
noodzakelijk direct met het konijn naar de dierenarts te gaan. Deze zal de buik
van het konijn beluisteren en betasten. Daarnaast kan de dierenarts een röntgenfoto
maken van de buik om vast te stellen of de darmen normaal voedsel bevatten, of
dat er ergens een blokkade of een gasophoping aanwezig is. Wanneer de darm niet
volledig geblokkeerd is, kan de blokkade het beste met medicijnen behandeld
worden. Een gastro-enterotomy (het open snijden van de maag) kan wel toegepast
worden om een blokkade uit de maag te verwijderen, maar vaak overleeft het
konijn de operatie niet. En bij konijnen die de operatie zelf overleven treedt
vaak peritonitis (perforatie van de maagwand) of een andere complicatie op;
opereren moet dus gezien worden als de allerlaatste toevlucht.
Kan darmimmobiliteit succesvol behandeld worden?
Wanneer
de dierenarts vastgesteld heeft dat er een blokkade in het maagdarm kanaal
aanwezig is moet met behulp van vezels, vocht, pijnstiller, laxeermiddelen,
enzymen, darmstimulerende middelen en een antigasmiddel (Aeropax) geprobeerd
worden de blokkade op te heffen. Wanneer dat lukt kan de darmbeweging weer op
gang komen.Wanneer de dierenarts vastgesteld heeft dat er geen blokkade
in het maagdarm kanaal aanwezig is, is het moeilijker de darmbeweging weer op
gang te krijgen. Immers is de oorzaak van het stilvallen in dat geval onbekend.
Vooral bij oudere konijnen kan een neurologische stoornis uitval van de
darmbeweging veroorzaken.
Darmstimulerende middelen (Primperan en/of Cisaral drops), pijnstiller,
hoogvezelig dwangvoer (Recovery) en vocht kunnen ingezet worden. Vitamine B kan
gegeven worden om de eetlust te stimuleren en omdat deze vitamine niet meer via
de blindedarmkeutels opgenomen worden.
De lichaamstemperatuur moet steeds in de gaten gehouden worden, zodat het konijn
niet gaat onderkoelen. Antibioticum geven is af te raden tenzij een bacteriële
infectie oorzaak is van de darmimmobiliteit.
Vanwege de dreigende enterotoxemie (darmvergiftiging veroorzaakt door de
bacterie Clostridium spp) kan cholestyramine ingezet worden, en Aeropax
gegeven worden. Aeropax is een essentieel middel voor het bestrijden van
de pijnlijke darmgassen.
Wat kan ik zelf doen.
Buikmassage.
Een
van de effectiefste manieren om een lui darmstelsel aan de gang te krijgen is
met zachte buikmassage. Zet het konijn op een handdoek, op een stevige
ondergrond, zodanig dat het konijn er niet af kan springen en/of zichzelf
verwonden. Masseer, met de handen en vingertoppen zachtjes de buikstreek.
Masseer steeds dieper in de buik als het konijn dit toelaat, maar niet zo diep
dat het pijnlijk voor het konijn is. De interne organen van een konijn zijn zeer
gevoelig, en kunnen gemakkelijk gekneusd worden, waardoor de zaak alleen maar
erger wordt. Naast handmassage kan ook een elektrisch massage apparaat gebruikt
worden. Dit is meestal nog effectiever, en het is dus een goed idee om een
massage apparaat aan te schaffen met een groot, plat vlak, dat gedurende lange
tijd tegen de buik van het konijn gehouden kan worden. Druk het massage apparaat
stevig tegen de buik van het konijn, begin bij de onderbuik en werk langzaam
naar boven toe. Hoewel het konijn in eerste instantie alles een beetje vreemd
zal vinden, zal het vrij snel merken hoe aangenaam het is, en de massage als
prettig ervaren. Behalve de stimulans op de spieren, die de massage geeft,
lijken gasbellen ook verkleind te worden en vermindert de massage de koliek
(darmkramp). Pas de massage toe zo lang en zo vaak als het konijn het goed- en
prettig vindt.
Vocht.
Het
is belangrijk dat het konijn voldoende vocht opneemt zodat de darminhoud niet
uitdroogt en een harde massa kan worden die de darm niet meer kan passeren. Het
geven van water is natuurlijk prima, maar een elektrolytische drank (dierenarts,
of Orisel-apotheek), is nog beter. Geef in geen geval suikerhoudend vocht, omdat
hierdoor de schadelijke darmbacteriën zich sterk kunnen vermeerderen.Voedsel.
Het konijn moet steeds wat eten, als de oorzaak een verstopping is laag-vezelig
voedsel, bijv. Juvenile (van Harrison, dierenarts). Is de oorzaak geen
verstopping dan zeer hoogvezelig voedsel zoals Recovery (dierenarts). Omdat het
konijn zelf niet zal willen eten zal het gedwangvoerd moeten worden. Dit kan met
behulp van een injectiespuitje zonder naald (dierenarts). Voor Recovery is een
spuit met een wijde opening nodig. Duw de tuit van de spuit aan de zijkant van
de mond van het konijn, net achter de snijtanden, en spuit langzaam 1-2cc per
keer naar binnen. Let op dat het konijn zich niet verslikt. Het beste is wanneer
het konijn elk uur ca. 2 ml. per kg. lichaamsgewicht naar binnen krijgt.
Hooi.
Wanneer
het konijn geen enkele soort hooi wil eten, kan alfalfa misschien uitkomst
bieden. Hoewel alfalfa niet dagelijks gegeven mag worden (het bevat teveel proteïnen,
calorieën en calcium), moet het in dit geval maar een keer. Voer het konijn wat
alfalfa, al moet het sprietje voor sprietje, maar zorg dat het wat vezels
binnenkrijgt. De vezels helpen bij het transporteren van de darminhoud, en
stimuleren de darmwand-spieren zodat de peristaltische bewegingen verbeteren.
Verse, vochtige bladgroenten.
De darmen kunnen ook gestimuleerd worden door het konijn verse, vochtige
bladgroenten te geven. Als het konijn dat niet wil eten, probeer dan kruiden
zoals munt, basilicum, dille, koriander, peterselie, enz. Meestal zal een van
deze kruiden de eetlust van het konijn opwekken. Het is dus handig om een
gevarieerde voorraad kruiden bij de hand te hebben.
F.
Lacto-bacteriën.
Hoewel
lacto-bacteriën (lactobacillus acidophilus) normaal gesproken niet in
het darmstelsel van een konijn voorkomen, blijkt een dosis lacto-bacteriën het
konijn te helpen de crisis door te komen, totdat de darmen weer gaan bewegen.
Hoewel er geen verklaring voor is, werkt het wel. Gebruik in ieder geval een
lacto-bacterie product dat niet op zuivel gebaseerd is, en
zeker geen yoghurt. De suikers en koolhydraten die daarin
zitten stimuleren de groei van schadelijke bacteriën. Via dierenartsen is
Bene-Bac of Protexin verkrijgbaar.
Behandeling door de
dierenarts.
Darmstimulerende middelen
Een
medicijn dat de peristaltische bewegingen van de darmen opwekt, zoals Cisaral
drops (= Cisapride) of Primperid (=Metaclopramide), kan uitkomst
bieden. Dit mag echter alleen gegeven worden wanneer vastgesteld is dat er geen
blokkades in de darm aanwezig zijn, waardoor de darm onder spanning kan staan.
De genoemde medicijnen zijn beide veilig aan konijnen te geven en zeer
effectief. Verder is het middel cisapride, dat nauwelijks bijwerkingen heeft,
goed geschikt om langere tijd gegeven te worden. Het kan in sommige gevallen wel
twee weken duren voordat de darmen weer goed bewegen, dus geduld en een goede
verzorging van het konijn zijn essentieel. In ernstige
darm-immobiliteitsgevallen kunnen zowel Primperid als Cisaral drops gegeven
worden.
Ontgiftingsmiddel
De
stof Cholestryramine (Questran) kan gebruikt worden om negatief geladen,
niet in water oplosbare stoffen te binden, bijvoorbeeld giftige afvalstoffen van
Clostridium bacteriën. Het middel Questran wordt bij de mens gebruikt als
cholesterol verlagend medicijn, en is goed verkrijgbaar. Wanneer een konijn
slijmerige ontlasting heeft is de kans groot dat dit veroorzaakt wordt door een
explosieve toename van clostridium bacteriën, die uiterst giftige afvalstoffen
maken. Met Questran kunnen deze afvalstoffen gebonden worden en zonder schade
via de ontlasting verdwijnen. Het gebruik van het middel Questran moet met enige
zorg gedaan worden: geef het middel in een ruime verdunning met water via de
mond in. Juist omdat Questran zelf hygroscopisch is (water bindend) moet veel
extra water toegediend worden om te voorkomen dat de ingewanden van het konijn
uitdrogen. Verder is Questran ongevaarlijk; de darmbewegingen worden niet
verstoord, en het wordt niet door de darmen opgenomen. Het middel werkt dus
direct op de inhoud van de darmen in. Onderhuids vocht
Een onderhuids ingespoten Ringer-Lactaat oplossing zorgt er voor dat het
konijn niet uitdroogt, en het helpt tevens om de elektrolyten in balans te
houden. Het injecteren van Ringer-Lactaat oplossing, zelfs wanneer het konijn
niet uitgedroogd aanvoelt, helpt om vastzittende, ingedroogde voedseldelen in de
darmen zacht te maken, en zorgt dat het konijn zich wat beter voelt. Een konijn
met uitdrogingsverschijnselen voelt zich moe en ziek,
en heeft nauwelijks zin in eten of drinken. Daarom is het een goed idee om
Ringer-Lactaat oplossing preventief toe te dienen, tenzij het konijn zwakke
nieren of hartproblemen heeft.
Enzymen
Het
toedienen van extra spijsverteringsenzymen kan helpen om compacte, vastzittende
voedselbrokken of haarballen (die dus een symptoom zijn, en niet de oorzaak van
het probleem!) zacht en los te maken. Als proteïne oplossende enzymen kunnen
zowel plantaardig als dierlijke enzymen gebruikt worden. De stoffen Papaïne en
Bromeline, afkomstig van respectievelijk de papaja en ananas, helpen bij
het verteren en oplossen van slijmerige, vaste voedseldelen. Ze kunnen echter
keratine, hoofdbestanddeel van haren, niet verteren.
Vitaminen
Het
oraal of parenteraal toedienen van vitamine B-complex stimuleert de eetlust van
het konijn en vult de tekorten aan die zijn ontstaan.
Pijnbestrijding
Het
is van levensbelang de buikpijn die een konijn met darmimmobiliteit kan hebben,
te bestrijden.Verschillende pijnstillende middelen komen in aanmerking, zowel
NSAID's (zoals carprofen of meloxicam) als opiaten (zoals bijv. Temgesic).
Eventueel zou sulfasalazine ingezet kunnen worden, dit middel vermindert
buikpijn en heeft een gunstige werking op het darmslijmvlies.
De weg naar
het herstel.
Het is essentieel dat de verzorger van een konijn
met darm-immobiliteit uiterst geduldig is,
zodat de behandeling en de medicijnen hun werk kunnen doen. Konijnen zijn zeer
gevoelig voor stress, en moeten zo min mogelijk "nare" ervaringen
hebben. Het kan soms wel dagen duren voordat er weer uitwerpselen te voorschijn
komen, en soms wel weken voordat de darmen weer normaal bewegen. Er is zelfs een
geval bekend waarbij het konijn na 14 dagen nog geen keutels maakte, maar toch,
dankzij geduldige en consistente behandelingen (op de hiervoor beschreven
manieren) er bovenop kwam. Geduld en doorzettingsvermogen zijn dus dé
sleutelwoorden!Ga niet vaker naar de dierenarts met het konijn dan absoluut
noodzakelijk is. Hoe meer stress het konijn heeft, hoe langzamer het herstelt.
Geef, indien mogelijk, de medicijnen zo veel mogelijk thuis, waar het konijn
zich veilig voelt. Eigenlijk zou elke konijnenbezitter een stethoscoop in huis
moeten hebben, zodat de darmgeluiden in de gaten gehouden kunnen worden. Wanneer
de darmen weer een beetje geluid gaan maken is dit het teken dat het konijn aan
het herstellen is, zelfs zonder dat er keutels verschijnen. Door het toedienen
van de medicijnen, het geven van voorzichtige massage en liefdevolle aandacht
zal het konijn steeds verder verbeteren, en na enige tijd komen vanzelf de
keutels. De eerste keutels zullen hard en misvormd zijn, wat normaal is na een
periode van ziekte. Het kan ook gebeuren dat het konijn een paar keutels maakt,
dan een dag niets, en de volgende dag weer wat meer dan de eerste dag. Ook dit
is normaal, en geen reden tot paniek. De darmen schijnen een soort hortend en
stotend weer tot leven te komen in plaats van in één keer.
Antibiotica.
Sommige
dierenartsen zullen routinematig een konijn met darmimmobiliteit antibioticum
geven, om de wildgroei van Clostridium tegen te gaan (bijv. met metronidazol),
of om een secundaire bacterie geen kans te geven (bijv. met Baytril).
Hoewel preventieve maatregelen best vaak op hun plaats zijn, is toch enige
terughoudendheid met het geven van antibiotica gewenst. Er komen steeds meer
tegen bepaalde antibiotica resistente bacteriën, waardoor een behandeling
steeds moeilijker wordt. Pas wanneer het konijn symptomen heeft die wijzen op
een bacteriële infectie (waardoor misschien de darmen niet meer bewegen) moet
een antibioticum gebruikt worden, niet eerder.
De
oorzaak achterhalen.
Zodra
het konijn hersteld is van de darmimmobiliteit wordt het tijd de oorzaak van de
ziekte te achterhalen. Krijgt het konijn wel voldoende vezels? Krijgt het
misschien teveel lekkere
"snoepjes"? (Steeds meer "gezond snoep" voor konijnen
verschijnt op de markt. In werkelijkheid ondermijnt dit snoep de gezondheid ipv
dat het de gezondheid bevordert).
Heeft het konijn soms te grote kiezen, of "haakjes" aan de kiezen, of
een kaakontsteking? Is er sprake van een onderliggende infectie of andere ziekte
die zoveel stress veroorzaakt dat de darmen er mee gestopt zijn?- De
darmimmobiliteit kan een eerste aanwijzing zijn dat er iets anders loos is.
Wanneer het konijn weer hersteld is van de darmimmobiliteit, maar toch nog
‘ziekig’ is, is het tijd om eens een bloedonderzoek te doen of röntgenfoto’s
te laten maken, of op een andere manier een diagnose te (laten) stellen.
Wanneer
gedurende de herstelperiode van het konijn zijn temperatuur regelmatig gemeten
wordt, kan vastgesteld worden of het konijn homeostatisch stabiel is. Gebruik
overigens altijd een plastic thermometer, die kan namelijk niet afbreken, en
meet altijd de anale temperatuur. Deze ligt normaal tussen de 38.5 en de 39.5O
C. Een hogere temperatuur dan 39,5OC betekent (te) veel stress of een
infectie, en in het laatste geval moet natuurlijk direct de dierenarts
ingeschakeld worden. Eigenlijk is een temperatuur lager dan 38.OC
erger dan een beetje verhoging. Een abnormaal lage lichaamstemperatuur kan
duiden op een shock of een infectie die doorgebroken is naar de bloedbaan.
Wanneer de lichaamstemperatuur onder de 37,5OC ligt, is er sprake van
een extreem noodgeval! Pak dan het konijn in tussen met warm water gevulde
flessen of kruiken en ga zo snel mogelijk naar de dierenarts!
Voorkomen
is beter dan genezen.
Een
beter medicijn dan voorkomen bestaat er niet. Zorg ervoor dat het konijn altijd
voldoende (vers) hooi heeft, geef speciale konijnenbiks, die voor minstens
14-16% uit ruwvezels bestaat. Zorg er ook voor dat het konijn altijd vers,
schoon drinkwater heeft. Denk er aan dat een konijn meer drinkt uit een
waterbakje dan uit een drinkfles. Geef daarnaast het konijn dagelijks voldoende
groenvoer. En vergeet niet dat loslopen, rennen en spelen minstens net zo
belangrijk is. De beweging versterkt niet alleen de botten en spieren van het
konijn, maar stimuleert ook de darmwerking en de stoelgang als geheel.
Controleer tenslotte het konijn regelmatig op afwijkingen of veranderingen in
zijn/haar gedrag of eetpatroon. Dit is bij een binnenkonijn beter in de gaten te
houden dan bij een buitenkonijn! Als je het niet vertrouwt, schakel dan een
dierenarts in!
Darmslijmvliesontsteking
en darmvergiftiging veroorzaakt door antibiotica.
Oorspronkelijk artikel:
Antibiotic-induced Enteritis and Enterotoxemia
by Jeffrey R. Jenkins, DVM
Vertaling: Willem v.Koeveringe.
Waarom moet uw dierenarts opletten als hij ervoor kiest uw konijn te behandelen met antibiotica en welke antibiotica zijn niet aan te raden om bij konijnen te gebruiken?
Veel
antibiotica beschadigen de normale gezonde darmflora wat dan weer kan leiden tot
verstoring van de darmflora met darmslijmvliesontsteking als gevolg, of tot
darmvergiftiging en/of diarree, wat dodelijk kan zijn voor het konijn.
Ziekten
worden veroorzaakt wanneer een teveel aan pathogene (ziekmakende) bacteriën gif
produceren die de blindedarm en de maagpoort beschadigen, en/of andere
lichaamssystemen infecteren.
Clostridium
spiroforme, een
bacterie die normaal in kleine hoeveelheden in het achterste darmgedeelte van
het konijn leeft, is de meest voorkomende oorzaak van darmvergiftiging, deze
bacterie produceert een gif dat te vergelijken is met het gif dat botulisme en
voedselvergiftiging veroorzaakt. E.Coli en andere ziekmakende bacteriën
kunnen zich verder ook snel vermenigvuldigen en de oorzaak van ziekte zijn.
Niet
alle antibiotica geven problemen, alleen de antibiotica die de darmflora beïnvloeden.
Deze antibiotica doden de normale gezonde bacteriën in de blindedarm en in de
maagpoort. De meeste van deze gezonde bacteriën leven in een omgeving zonder
zuurstof.
De
kans op darmslijmvliesontsteking en darmvergiftiging door antibiotica is groter
wanneer het oraal (in de mond) wordt toegediend dan wanneer het wordt geïnjecteerd.
Een
koolhydraatrijk dieet (suikers, zetmeel, zoals graan en bloem maar ook
suikerrijk fruit zoals druiven en bananen) verhogen de kans op darminfectie. Dit
komt doordat koolhydraten de normale darmflora uit balans brengen en omdat de Clostridium
spiroforme bacteriën koolhydraten nodig hebben om hun gif te kunnen maken.
Een vezelrijk dieet (hooi), zal de kans op veranderingen in de darmflora door
antibiotica verkleinen omdat vezels de darmbeweging stimuleren.
Antibiotica
in de macroliden groep (o.a. clindamycin, erythromycin en lincomycin),
de penicilline familie (o.a. ampicilline en amoxicilline) maar ook
verschillende andere antibiotica kunnen bij konijnen darmslijmvliesontsteking
veroorzaken.
Minder waarschijnlijk maar wel mogelijk is het dat antibiotica van de cefalosporinen
groep voor problemen zorgen.
De
kans op problemen van met sulfa bereide medicijnen en met antibiotica uit de quinolonen
groep (bijv. Baytril) is te verwaarlozen.
Een
konijn heeft een darmslijmvliesontsteking bij één of meer van de volgende
symptomen:
- niet eten of drinken, onverschilligheid, met gasgevulde buik, buikpijn,
diarree (met of zonder bloed) en als er helemaal geen keutels zijn.
Darmslijmvliesontsteking
en darmvergiftiging worden behandeld door de darmbeweging te stimuleren, o.a
door eten en drinken onder dwang naar binnen te krijgen. Hierdoor wordt de groei
van pathogene (ziekteverwekkende) bacteriën geremd en het produceren van gif
verminderd, en wordt de groei van de normale darmflora gestimuleerd.
Het
voorkomen van uitdroging en dus het op peil houden van de normale vochtbalans is
uiterst belangrijk. Electrolytische oplossingen (zout-suikeroplossingen) worden
vaak onderhuids ingespoten of met een spuitje via de mond gegeven.
Darmwerking
bevorderende medicijnen (zoals in Nederland vaak Primperan of Presulsid) en een
vezelrijk dieet, desnoods via dwangvoeren, hebben meestal het beste resultaat.
Cholestyrine, een hars die zich aan het bacteriële gif hecht, heeft vaak goede
resultaten.
Antibiotica
hebben een beperkte waarde bij het behandelen van de ziekte en worden meestal
slechts als ondersteuning gebruikt.
Voorkomen
van darmvergiftiging
hangt af van een goede woonomgeving en het voorkomen van stress. Geef een dieet
met niet minder dan 16% vezels en hooi van een goede kwaliteit, terwijl
plotselinge veranderingen in het dieet voorkomen moeten worden.
Spenende
konijnen moeten vanaf 3 weken voedsel (inclusief hooi) gekregen hebben, vroeg of
geforceerd spenen (bij de moeder weghalen) moet voorkomen worden.
DIARREE
en andere problemen.
door Maryo van den Berg
Een
vorm van diarree is zachte, plakkerige of nattige keutels, al dan niet
afgewisseld met mooie droge keutels. Deze soort keutels zijn altijd verdacht en
kunnen het beste zo snel mogelijk naar de dierenarts gebracht worden voor
microscopisch onderzoek. Vaak is een parasiet veroorzaker van deze zachte en/of
nattige keutels. Als er sprake is van coccidiose moet altijd zo snel mogelijk
een geneesmiddel ingezet worden, omdat de toestand van een konijn anders binnen
een paar dagen dramatisch kan verslechteren.
Ook na een antibioticum kuur kunnen de keutels er afwijkend uitzien omdat
antibioticum de darmflora aantast. Een kuur met Probiotica kan helpen de
darmflora weer in evenwicht te brengen, Lactobacillus
acidophilus.
ZACHTE UITWERPSELEN
Zachte
blubberige keutels kunnen verschijnen wanneer een konijn bijv. een bepaalde
groenvoer niet verdraagt. Bijkomende klacht kan buikpijn zijn, veroorzaakt door
gas. Of het konijn is alleen wat minder enthousiast op eten. De remedie is het
konijn een dag op hooi zetten en een antigasmiddel toedienen. Zijn de volgende
dag de keutels nog niet in orde, dan is er meer aan de hand en moeten de keutels
door de dierenarts onderzocht worden.
Hooithee.
(Hooithee
is een tip van Arina Meinen, een bezoekster van deze site). Doe een flinke pluk
hooi in een emmer, en giet daar kokend water over. Laat dat een paar uur staan,
zeef het en vul de waterfles daar mee. Laat je konijn alleen hooi eten en
hooithee drinken. Na een paar uur verse hooithee maken. De klachten moeten de
volgende dag over zijn. Dit is uitsluitend een goede behandeling wanneer
vrijwel zeker is dat de kwaal door groenvoer veroorzaakt wordt.
Als de keutels de volgende dag nog zacht zijn is het heel verstandig om voor
alle zekerheid deze door de dierenarts microscopisch te laten onderzoeken, om
een parasiet of een bacterie uit te sluiten.
Erge diarree: noodsituatie!
Het
konijn wordt stil, eet niet of nauwelijks.
Er zijn geen keutels meer of zachte keutels, maar een dunne, bruine massa, die
meestal stinkt. Het konijn is aan de achterkant ook vuil. De oren zijn ijskoud.
Dit is serieus!!! Zorg dat je konijn drinkt.
Een konijn dat aan de diarree is en niet drinkt droogt onmiddellijk uit. Bel de
dierenarts, of ga naar hem/haar toe, doe dit zo snel mogelijk. Laat je niet
afschepen. Als je een onwillige dierenarts treft, bel een andere, net zolang tot
iemand wil helpen. Houd je konijn in de tussentijd warm, desnoods met kruiken,
ook tijdens het vervoer.
Het
is verstandig om voor noodgevallen altijd injectiespuitjes zonder naald in huis
te hebben.
Die kun je bij de dierenarts vragen. Als het konijn aan de diarree is, en het
drinkt niet zelf, moet je het spuitje vullen met water, en voorzichtig in de
mondhoek van het konijn leegspuiten. Pas op dat het dier zich niet verslikt. Een
konijn heeft heel weinig reserve, als het heel erg aan de diarree is, en het
drinkt niet, kan het binnen een paar uur sterven. Aan het water kun je een heel
klein beetje zout toevoegen. Dit water geven moet je steeds herhalen totdat je
bij de dierenarts bent. NB dit zijn aanwijzingen voor als het konijn echt
heel erg aan de diarree is, en misschien al een paar uur was voordat je het
merkte.
Diarree,
echt vloeibare poep, is slecht nieuws. Het kan een voedselkwestie zijn, bijv.
bedorven voer of een vergiftiging, het kan VHS zijn, maar ook Coccidiose.
Coccidiose is een ziekte die vooral bij jonge konijntjes voorkomt, en een
dodelijke afloop kan hebben. Snel ingrijpen is geboden, de dierenarts kan, na
vaststelling van de ziekte door middel van een microscopisch onderzoek van de
uitwerpselen, er een geneesmiddel voor geven.
Hele kleine keutels
Keutels
die steeds kleiner worden zijn een signaal dat de darmen niet genoeg bewegen.
Hier moet serieuze aandacht aan besteed worden, want dit is een ernstig signaal.
Het is een teken dat het voedsel niet goed doorgevoerd wordt door de darmen.
Als
de darmen niet goed werken zal de voedselmassa langzamer door het darmkanaal
gaan. Het konijn voelt zich vol, en zal minder gaan eten. De darmen gaan nog
minder bewegen en een vicieuze cirkel ontstaat. Op een gegeven moment stopt het
konijn met eten en drinken, omdat de bijna stilstaande voedselmassa een vol
gevoel geeft.
Als
er helemaal geen voedsel opgenomen wordt stoppen de darmen met bewegen. Het
lichaam heeft nog steeds water nodig en haalt dat nu uit de maag en uit de
bestanddelen van de keutels. Het voedsel wat nog in de maag zit droogt uit en
wordt een prop. Hoe langer een konijn niet eet, hoe meer hij uitdroogt en hoe
harder de prop in zijn maag wordt. De oude voedselmassa geeft ook gas, wat
pijnlijk is. Nog een reden voor het konijn om niet meer te eten.
Het
is belangrijk dat een konijn altijd goed hooi eet (vezels) en genoeg drinkt.
Genoeg beweging krijgt, zodat het lichaam optimaal blijft functioneren. Keutels
die steeds kleiner worden... dit kan eindigen met helemaal geen keutels meer. En
dan is het konijn al ver heen. Let dus altijd op de keutels!
Keutels die aan het achterwerk blijven plakken, of stinkende plakkeutels
Een
konijn maakt twee verschillende soorten keutels, gewone en blindedarmkeutels. De
gewone zijn hard en rond, de blindedarmkeutels zijn klein en donker, zitten vaak
op een trosje aan elkaar en ruiken heel sterk (worden ook wel 'nachtkeutels'
genoemd, maar dat is een verkeerde benaming). Deze keutels moeten eigenlijk
rechtstreeks uit de anus gegeten worden, en ze zitten boordevol eiwitten,
mineralen en bacteriën die een konijn nodig heeft om gezond te blijven.
te
zachte blindedarmkeutels
Wanneer te
veel voer gegeven wordt wat te veel koolhydraten bevat (dat is al gauw het geval
bij gemengd voer, maar ook bij brood en zeer zeker bij snoep!) raakt de
blindedarmflora verstoord. De blindedarmkeutels worden dan zo zacht dat een
konijn ze niet meer kan eten, en ze blijven aan het achterwerk plakken. Dat
wordt op een gegeven moment een hele massa waar ook de gewone keutels in blijven
plakken.
Wanneer een konijn selectief eet, dus alleen de lekkere dingen uit het voer eet,
komt het dier belangrijke voedingsstoffen te kort. De blindedarmflora raakt
verstoord omdat die lekkere dingen veel suiker bevatten. Het konijn eet bij
wijze van spreken alleen nog suiker. Erg ongezond dus.
Afgezien
van dat het heel vervelend is voor het konijn maar ook voor de eigenaar, omdat
die het dier steeds moet schoonmaken, is het ook schadelijk voor het konijn.
Blindedarmkeutels bevatten vitaminen die een konijn beslist nodig heeft, zoals
vitamine B en K, en verder ook nuttige bacteriën die nodig zijn om de darmflora
gezond te houden. Als het konijn dus de blindedarmkeutels niet kan eten komt het
belangrijke voedingsstoffen te kort, die het nodig heeft. Op den duur kan het
konijn dan allerlei kwalen krijgen en verandert het in een chronisch ziek dier.
Verder loopt het konijn in de zomer gevaar op madenziekte, myasis.
Het
eten van blindedarmkeutels is van levensbelang voor een konijn en het is dus
belangrijk dat het van de kwaal afkomt. Dit is alleen mogelijk met een gezond
dieet. Vaak is het al genoeg om minder hardvoer te geven, veel eigenaren geven
teveel hardvoer aan hun konijn.
Een
konijn dat teveel gemengd voer krijgt en geen honger heeft, eet alleen de
gekleurde dingen en laat de gezonde dingen liggen.
Een konijn vanaf 6-7 maanden heeft maar 20-25 gram
hardvoer per kg. lichaamsgewicht per etmaal nodig. Dat lijkt
weinig, maar is meer dan voldoende voor een konijn dat goed hooi eet. Het
hardvoer kan in twee maaltijden verdeeld worden en 's morgens en 's avonds
gegeven worden. Omdat het konijn honger krijgt zal het veel hooi gaan eten, en
ook de hele etensbak netjes leegeten. Hierdoor wordt de darmflora weer gezond en
verdwijnt de kwaal van de dunne blindedarmkeutel-rommel.
Wanneer
een konijn last heeft van deze kwaal, is het dus verstandig om geen snoep meer
te geven en het hardvoer drastisch te minderen. Het konijn gaat nu vanzelf veel
meer hooi eten en dat is goed. Natuurlijk is het belangrijk dat het konijn hooi kan
eten. Kan het konijn geen hooi eten dan is het voldoende om het hardvoer flink
te verminderen. Dus geen volle bak neerzetten waar het konijn zolang over kan
doen als het wil, en dan die bak steeds bijvullen. Hardvoer moet eerst
op zijn voordat nieuw gegeven wordt, en dan ook alles.
Dus niet alleen de lekkere dingen uit het voer en de bikskorrels laten liggen.
Verder ook absoluut geen snacks geven, in welke vorm dan ook.
Binnen een week moet de kwaal dan een stuk verbeterd zijn, of over zijn. Is dat
niet het geval, dan is het verstandig om het konijn een paar dagen op
uitsluitend hooi en water te zetten. Dit kan ook alweer alleen als het konijn
hooi kan eten. Vergeet niet dat konijnen slechte hooi-eters
worden als ze hun buik vol hebben met hardvoer! Verbetert de kwaal, dan kan heel
langzaam
weer met een klein beetje voer begonnen worden, en kun je elke dag een beetje
meer
geven. Wanneer de kwaal weer ontstaat dan betekent het dat het konijn teveel
voer krijgt en moet het weer iets minder hebben. Dit is dan de dagelijkse portie
die het konijn verdraagt.
*
Het is niet verstandig om voor deze kwaal antibioticum te geven, dat helpt niet.
- Voer je al verstandig en heeft je konijn toch te zachte blindedarmkeutels, dan
kan dit veroorzaakt worden door pinwormen (Passalurus ambiguus) die in
de blindedarm wonen. Hiervoor moet dan het antiwormmiddel Panacur gegeven worden
gedurende minimaal 14 dagen.
* De dosering Panacur is 20 mg. per kg. lichaamsgewicht per 24 uur, verdeeld
over tweemaal daags, dus elke 12 uur. .
* Panacur is het beste middel, een middel zoals Ivermectine of Iverquantel kan
deze worm niet bestrijden.
-- ACHTERHAND WASSEN
Leg
vóór het wassen altijd een of meer droge handdoeken klaar. Zet je konijn met
het achterste in een bak warm (niet heet, niet lauw, maar lekker warm) water.
Over het algemeen vindt een konijn dit niet eens zo erg. Even laten weken. De
aangekoekte keutels worden zacht door het warme water en kunnen gemakkelijk uit
de vacht worden gewreven. Desnoods kun je hiervoor huishoudhandschoenen
aantrekken. Pas altijd op dat je konijn geen onverwachte, ongecontroleerde
beweging met de achterhand kan maken. Het zal niet de eerste keer zijn dat een
heftige draaibeweging met de rug een verlamming van de achterpoten veroorzaakt.
Een rustig konijn laat zich goed wassen, maar bij een druk of angstig konijn kan
dit werkje beter met twee personen gedaan worden: de één houdt het konijn om
de borst en onder de achterhand vast en laat het in het water zitten, de ander
wrijft de keutels uit de vacht.
Droog je dier heel goed af, en zorg dat het warm blijft totdat de vacht tot op
de huid droog is.
Als het nodig is kun je de laatste restjes vervuiling voorzichtig met een
schaartje wegknippen, maar pas op de tere huid van je konijn niet te
beschadigen. --
Het
is belangrijk dat je konijn van zijn/haar kwaal afkomt, want vaak wassen is niet
goed, de vacht gaat vervilten en onder het vilt droogt het niet. Daar gaat het
dan smetten en de huid gaat kapot. Dus ga over op een gezond dieet voor je
konijn zodat het dier snel van de kwaal af is.
GAS
Je gaat naar je konijn en zet eten neer, maar je konijn gaat niet eten. Je geeft hem/haar om te testen wat lekkers, waar normaliter de kooi voor afgebroken wordt. Maar je konijn hoeft het niet. Blijft stilletjes zitten en als je het lekkers voor de neus houdt wordt de kop afgewend, of je konijn wendt zich helemaal van je af. Het kan ook dat je konijn slap of in een ongemakkelijke houding in kooi of hok ligt, en een doodzieke indruk maakt. Negen van de tien keer heeft je konijn gas. Niet behandeld gas kan extreme vormen aannemen, en tot de dood leiden. Een extreme vorm van gas is trommelzucht. Bij de eerste tekenen van gas moet actie ondernomen worden...
Een konijn heeft een zeer gevoelig, zeer uitgebalanceerd maagdarmstelsel. De meeste problemen in geval van een ziek konijn ontstaan in het maagdarmstelsel.
Een van de meest voorkomende problemen is gas. Het ene konijn is gevoeliger voor gas dan het andere, ongeacht de grootte of het ras. Gas wordt vaak veroorzaakt door het voer wat we geven, vooral door grote hoeveelheden kool. Kool geven wordt om deze reden afgeraden. Ook stress is een zeer belangrijke oorzaak van het niet goed functioneren van darmen. Een haak aan een kies geeft pijnstress, dit kan de darmwerking vertragen en gas veroorzaken. Coccidiose, wormen, enteritis etc. kunnen gas veroorzaken. Verder kan overtollig haar in het maagdarmstelsel een snelle voedseldoorvoer belemmeren waardoor gas kan ontstaan. Dit zijn slechts enkele voorbeelden uit de lange rij van mogelijke oorzaken.
Een konijn dat in erge mate aan gas lijdt, kan sterven als je er niets aan
doet....
Het gas veroorzaakt erg veel pijn, en daarom stopt het konijn met eten. Na
24 uur niet eten belandt het konijn in een zeer kritieke fase: darmimmobiliteit.
Dit betekent dat de darmen, vanwege het ontbreken van voedsel, stoppen met
bewegen. Dit proces is zeer moeilijk weer op gang te brengen. Als de
darmen te lang stilliggen, ontstaat leverbeschadiging. De overlevingskans
wordt hierdoor minimaal.
Een konijn kan niet boeren, gas kan er alleen via de onderkant uit. Vaak ontstaat gas voorin het darmstelsel, in de kronkeldarm. Het heeft dan een lange weg te gaan, voordat het via de meters lange opgevouwen darmen eindelijk bij de uitgang komt en het lichaam kan verlaten. Vaak lukt dat niet goed, en de urenlange pijn kan zoveel stress op de darmen geven dat de darmwerking helemaal stilvalt. Pijnstilling is daarom een belangrijk onderdeel van een gasbehandeling. Een andere probleemplek waar gas vaak ontstaat is de blindedarm.
Symptomen die het meest voorkomen
zijn:
- Harde borrelende geluiden in de buik van je konijn, of doodse
stilte. Normaal hoor je zachtjes borrelen als je aan de buik luistert.
- Je konijn wordt apathisch, wil met rust gelaten worden, zit vaak
met de ogen half gesloten.
- Stopt met eten (hoeft zelfs de lekkerste dingen niet).
- Je konijn ligt in een ongemakkelijke of ongebruikelijke houding
- gedeeltelijk op de zij om de pijn te verlichten (hoogstwaarschijnlijk
met het voorste gedeelte van het lichaam wat omhoog terwijl de achterpoten
relaxed lijken); of je konijn wil helemaal niet liggen maar geeft de
voorkeur om rechtop te zitten in een heel rechte houding.
- Vaak zal je konijn rusteloos zijn, steeds een andere plek zoeken
en met de achterpoten het stro wegtrappen, dat is vanwege de pijn.
- Wegrennen en zich verstoppen, als dat geen normaal gedrag is
- Snelle ademhaling of hijgen, is een teken van pijn.
- Knarsetanden, luid, alsof er kiezels worden doorgebeten, is een
teken van pijn.
- De buik zal heel hard aanvoelen, of extreem zacht.
- Als je je konijn optilt, is hij (vaak) slap.
- Geen keutels, of natte.
Om
voorbereid te zijn op gas is het belangrijk de
volgende zaken in huis te hebben:
- Aeropax. (Bij apotheek verkrijgbaar) Dit is een
mensen-antigasmiddel, maar werkt heel goed bij konijnen.(Er bestaan geen
voor konijnen ontwikkelde middelen die op gas inwerken.) Het middel heeft
geen invloed op de darmen, en het heeft geen invloed op verdere gegeven
medicatie, dus het kan zonder bezwaar aan een konijn gegeven worden. Het
werkzame bestanddeel is simethicon.
OF:
- Equate. Dit is ook een simethicon produkt, maar het heeft een
smaak die door de meeste konijnen makkelijker genomen worden, en het is
geconcentreerder, dus er hoeft maar weinig van gegeven te worden, simethicon
NB In België is Aeropax niet verkrijgbaar, en moet bij drogist of apotheek Sili-met-san gehaald worden. Dit is een antigasmiddel met simethicon, en bestaat uit poeder. De doseringen simethicon (even uitrekenen) en frequenties aanhouden zoals beschreven staat voor de andere middelen.
- Injectiespuitjes zonder naald, alle
maten. (Bij dierenarts of apotheek verkrijgbaar.)
- Antigasmiddel (Aeropax)
- Pijnstillend middel
- Laxeermiddel op basis van lactulose (dierenarts)
- Kruik
- Stethoscoop (optioneel, eventueel kan ook met een kokertje zoals
van toiletpapier geluisterd worden naar de darmgeluiden)
- Dwangvoer (zoals baby 1e wortelhapje, supermarkt)
- Elektrolytische oplossing
Gas...wat moet ik doen?
Als je vermoedt dat je konijn gas heeft:
- Een buitenkonijn moet direct naar binnen gehaald worden
en warmgehouden. Controleer de lichaamstemperatuur van je
konijn. Als die lager is dan 38o C (dat merk
je ook al snel aan koude oren, met zeer koude oorpunten), moet je je
konijn opwarmen voordat hij nog verder afkoelt en in een
shock raakt.
- Leg hem op een warmtematje, een warmwaterkruik, onder een warmtelamp, of
houd hem tegen je aan, met een deken om hem heen. Controleer regelmatig
anaal met een ingevette thermometer (voorzichtig!) om er zeker van te zijn
dat de temperatuur niet steeds lager wordt.
Als de oren warmer worden, is dat een teken dat de lichaamstemperatuur wat
oploopt. Het warm houden is verschrikkelijk belangrijk. In de kooi zal een
binnenkonijn het stro etc. wegtrappen, en op de koude, kale bodem gaan
liggen. Zorg ervoor dat het lichaam van je konijn warm blijft. Hier kan
een kruik of een warmtematje uitkomst bieden.
Wanneer je konijn koud wordt maar het dier wil niet bij de warmtebron
blijven, zet het dan in een kattenvervoersmand. Op de bodem een rubberen
kruik, gedeeltelijk gevuld met heet water en daar overheen een handdoek,
het konijn daar op. Indien nodig ook nog een deken over het konijn heen.
NB enkel een handdoek over het konijn leggen en geen andere warmtebron gebruiken geeft geen warmte genoeg aan een onderkoelend konijn.
AEROPAX (smaakt naar pepermunt)
- Geef je konijn van Aeropax het eerste uur 3x (dus om de 20 minuten) 1 hele tablet of 3x 2,5 ml emulsie, oraal (in de bek dus). Maak de tablet fijn in water en geef het met behulp van een spuitje. Als je konijn slecht blijft, moet je het elk uur 1 tablet of 2,5 ml. emulsie blijven geven, ook 's nachts, tot de toestand verbetert.
of:
EQUATE
- Geef je konijn het eerste uur 3x (dus om de 20 minuten) 0,6 ml Equate, oraal (in de bek dus). Na het eerste uur kun je verder elk uur 0,6 ml geven tot de toestand verbetert.
LAXEERMIDDEL
-
Wanneer je konijn hevig in de rui is, kan het nuttig zijn om ook een
dosering laxeermiddel (Laxatract of Tractonorm) te geven.
-
Doe buik
massage. Doe dit heel zacht en voorzichtig! Alleen met de
vingertoppen. Dit zal helpen de pijn en het ongemak te verlichten en zet
de darmen aan tot bewegen. Als je merkt dat je konijn het niet prettig
vindt, en rusteloos wordt, dan stoppen. Als je konijn doodstil blijft
zitten is dit een teken dat hij het prettig vindt. Je kunt ietsje steviger
gaan masseren, let op de reactie van je konijn. Het moeten lichte
bewegingen blijven, om geen organen te beschadigen. Massage is uiterst
belangrijk, hierdoor kun je de darmen tot bewegen aanzetten. Hoor je
tijdens massage of na het geven van het antigas-middel harde borrelende
geluiden, dan is dat een teken dat er beweging in het gas komt.
- Probeer van tijd tot tijd of je konijn wil eten. Vanwege de pijn zal je
konijn weinig interesse hebben. Als je konijn voedsel aanneemt, weet je
dat het beter met hem gaat. Wat peterselie wordt vaak het eerst
genomen door een konijn dat buikpijn gehad heeft.
- Geef je konijn tussendoor steeds wat water, gebruik daar een spuitje
voor. Spuit niet hard in zijn bekje maar doe het voorzichtig. Misschien
krijg je maar 1 ml. water per keer naar binnen. Belangrijk is dat je
konijn blijft drinken. Beste is elk half uur tot een uur een paar ml.
water naar binnen zien te krijgen.
- Als het al enige uren geleden is dat je konijn gegeten heeft, is het
zinvol elk uur een paar ml. dwangvoer te geven. Dit kan wortelhapje
zijn of gemalen biks (= geperste staafjes) met wat water tot een papje
geroerd. Dwangvoer wordt met een spuitje in de bek gegeven.
- Zorg ervoor dat er voldoende hooi is. Als je konijn weer wil gaan eten,
moet er veel vers hooi zijn. Zorg voor vers water.
WANNEER
ER GEEN SCHOT IN ZIT
Wanneer
je konijn na een paar uur niet wat verbetert (zich bijv. gaat wassen), of
het verslechtert zelfs, dus wordt slapper, dan heeft het een pijnstillend
middel (liefst per injectie) en een darmstimulerend middel (Primperan
ofwel Metocloraldrops of desnoods Cisaraldrops) nodig. Als je dit niet in
huis hebt en/of je hebt geen ervaring met deze middelen dan is het nodig
dat je zo snel mogelijk een konijnkundige dierenarts bezoekt. Er moet voorkomen
worden dat het gas extreme vormen aan gaat nemen (trommelzucht), want dit
verloopt vrijwel altijd fataal.
De meeste dierenartsen gebruiken helaas geen antigasmiddel zoals Aeropax
of Equate, dit moet dan thuis gewoon doorgegeven worden, naast de
medicatie die de dierenarts verstrekt.
- Misschien is het nodig dat het dier een infuus krijgt, of dat er een
rontgenfoto gemaakt wordt om te zien waar het gas zich precies bevindt.
- Vervoer je konijn
uiterst warm en neem een deken mee zodat het dier niet op de koude
behandeltafel hoeft te liggen, warmte is van levensbelang.
B
Laat de dierenarts onder geen beding Buscopan toedienen. Buscopan verslapt
de darmwerking, waardoor ze nog minder gaan bewegen en het gas niet weg
kan. Dit kan rampzalige gevolgen hebben.
GAS
IN DE MAAG
Gas
in de maag is (nog) ernstiger dan een gasophoping in de darmen. Wanneer
het gas zich namelijk in de maag bevindt, is het niet of nauwelijks
mogelijk om voedsel of medicatie toe te dienen, omdat de maag al overvuld
is. Primperid/Primperan en pijnstiller dienen dan per injectie toegediend
te worden en dit is zeker iets wat onmiddellijk gedaan moet worden. De
maag, die normaal gesproken vrij plat is, loopt van links naar rechts,
vlak onder de borstkas. Bij veel gas in de maag kan de maag buiten de
ribben uitpuilen, deze bult is zeer duidelijk te voelen en kan enorme
proporties aannemen.
Maagmassage
Een konijn kan niet boeren, daarom moet gas wat zich in de maag bevindt
via de maagpoort, door de darm naar de anus, het lichaam verlaten. Dit is
niet eenvoudig. Door massage kan geprobeerd worden het gas via de
maagpoort richting darm te duwen. De maag wordt van linksonder naar
rechtsboven gemasseerd. De beweging mag niet te zacht zijn, maar ook
absoluut niet te stevig om de tere maag niet te beschadigen. Voor de
massage zet je je konijn met de rug naar je toe op schoot, leg je handen
om de borst. De opening van de maag naar de darmen zit rechtsboven op de
rug van het konijn.
Als je de vingers van de rechterhand op de maag legt
en je rechterduim bovenop de rug, dan kun je met je vingers masseren en
voel je (hopelijk) de luchtbellen onder je duim door naar de darmen gaan.
Als het gas weg kan zal de druk op de maag afnemen. Je zult de maag steeds
moeten blijven masseren opdat het gas niet weer de maag zal vullen.
Tussendoor heeft het dier rustpauzes nodig. De reactie van je konijn op de
massage is zeer belangrijk. Als de massage helpt, zal het dier wat gaan
ontspannen. Een warmtebron onder of tegen de buik kan helpen het gas af te
voeren en geeft verlichting van pijn. Wanneer er iets ruimte in de maag
is, kunnen Primperan of Cisaraldrops en pijnstiller wel oraal toegediend
worden.
Gas
in de maag is zeer moeilijk weg te krijgen en er is kans dat de massage
geen effect heeft. De dierenarts kan proberen door middel van een sonde
het gas in de maag via de mond te laten ontsnappen. Verschillende
dierenartsen hebben deze techniek met succes toegepast maar het lukt
helaas niet altijd
Giftige plant rukt op in schraal
grasland.

Hooi
uit natuurgebieden, bermen en schrale weilanden bevat steeds vaker het
Jakobskruid, een plant die dodelijk giftig is voor, koeien, paarden, varkens en
konijnen.
Doordat
het kruid door droging hun bittere smaak verliezen en de geur er af gaat
herkennen de dieren dit niet meer en eten het toch als het tussen hun hooi zit.
Het is dus zaak dat wij hier op letten.
Stengels in het hooi die men niet vertrouwd kan men beter verwijderen.
Jakobskruid op de wei kan men beter verwijderen, gebruik wel handschoenen want
het is voor mensen ook giftig, het dringt namelijk door de huid naar binnen.
Doe dit ook voor dat hij in bloei komt om verdere verspreiding te voor komen.
Een van de belangrijkste en
misschien zelfs het belangrijkste onderdeel van de voeding van konijnen is fris
en geurig hooi.
Nu de verstedelijking oprukt
en de boeren zoveel kuilgras maken is daar soms niet zo gemakkelijk aan te komen
en het kan nogal prijzig zijn.
Toch is het verstandig om
hierop niet te bezuinigen .
Desnoods kan een deel van het
krachtvoer vervangen worden door oud brood of iets dergelijks, maar hooi is in
ieder geval een noodzaak.
Dieren die geregeld goed hooi
krijgen hebben zelden last van darmkwalen.
Dat hooi moet niet stoffig of
schimmelig zijn.
Hooi dat afkomstig is van
bermen langs autowegen bevat veel stof en mogelijk een te hoog loodgehalte en
dergelijke.
Dijk en weidehooi dat droog
is geoogst ruikt zeer geurig en zal dan ook door de dieren graag gegeten worden.
Konijnen kan men ook
luzerne-hooi of erwtenstro geven, waaraan natuurlijk dezelfde eisen worden
gesteld.
Het hoge eiwitgehalte schijnt
echter ongunstig op de vruchtbaarheid van de voedsters te werken, zodat het in
het fokseizoen beter niet, of zeer beperkt gegeven kan worden.
Als het te krijgen is zou
zelfs het eiwitarme graszaadhooi in die tijd aan te bevelen zijn.
Brandnetels is een uitstekend
voer.
Brandnetelhooi dat jezelf
kunt oogsten door bossen brandnetels in de wind te hangen is ook zeer eiwitrijk
en kan een deel van het krachtvoer vervangen.
Het is ook aan te raden om
aan de dieren te geven als ze van een tentoonstelling thuiskomen, samen met wat
lauw water.
Dit voorkomt veel
narigheid,omdat de dieren vaak vermoeit en gestrest zijn geraak, van de opgedane
ervaring.
Het hooi kan beter niet
direct na het binnenhalen worden gevoerd, maar pas na een week of zes na het
oogsten.
Het moet een beetje " belegen" zijn.
Erg oud hooi dat meerdere
jaren ligt opgeslagen is ook niet aan te bevelen.
Ten eerste is daarvan de
voedingswaarde dan aanmerkelijk gedaald en de geur is eraf.
De dieren zullen het niet
graag meer eten en bovendien is schimmelvorming, vooral als het wat vochtig lag
opgeslagen, mogelijk en geeft kans op darm en long-aandoeningen bij de dieren.
Gebruik dus ogen en neus als
je hooi koopt.
In de dierenspeciaalzaken is prima verpakt hooi te koop.
Een van de belangrijkste en
misschien zelfs het belangrijkste onderdeel van de voeding van konijnen is fris
en geurig hooi.
Nu de verstedelijking oprukt
en de boeren zoveel kuilgras maken is daar soms niet zo gemakkelijk aan te komen
en het kan nogal prijzig zijn.
Toch is het verstandig om
hierop niet te bezuinigen .
Desnoods kan een deel van het
krachtvoer vervangen worden door oud brood of iets dergelijks, maar hooi is in
ieder geval een noodzaak.
Dieren die geregeld goed hooi
krijgen hebben zelden last van darmkwalen.
Dat hooi moet niet stoffig of
schimmelig zijn.
Hooi dat afkomstig is van
bermen langs autowegen bevat veel stof en mogelijk een te hoog loodgehalte en
dergelijke.
Dijk en weidehooi dat droog
is geoogst ruikt zeer geurig en zal dan ook door de dieren graag gegeten worden.
Konijnen kan men ook
luzerne-hooi of erwtenstro geven, waaraan natuurlijk dezelfde eisen worden
gesteld.
Het hoge eiwitgehalte schijnt
echter ongunstig op de vruchtbaarheid van de voedsters te werken, zodat het in
het fokseizoen beter niet, of zeer beperkt gegeven kan worden.
Als het te krijgen is zou
zelfs het eiwitarme graszaadhooi in die tijd aan te bevelen zijn.
Brandnetels is een uitstekend
voer.
Brandnetelhooi dat jezelf
kunt oogsten door bossen brandnetels in de wind te hangen is ook zeer eiwitrijk
en kan een deel van het krachtvoer vervangen.
Het is ook aan te raden om
aan de dieren te geven als ze van een tentoonstelling thuiskomen, samen met wat
lauw water.
Dit voorkomt veel
narigheid,omdat de dieren vaak vermoeit en gestrest zijn geraak, van de opgedane
ervaring.
Het hooi kan beter niet
direct na het binnenhalen worden gevoerd, maar pas na een week of zes na het
oogsten.
Het moet een beetje " belegen" zijn.
Erg oud hooi dat meerdere
jaren ligt opgeslagen is ook niet aan te bevelen.
Ten eerste is daarvan de
voedingswaarde dan aanmerkelijk gedaald en de geur is eraf.
De dieren zullen het niet
graag meer eten en bovendien is schimmelvorming, vooral als het wat vochtig lag
opgeslagen, mogelijk en geeft kans op darm en long-aandoeningen bij de dieren.
Gebruik dus ogen en neus als
je hooi koopt.
In de dierenspeciaalzaken is
prima verpakt hooi te koop.
Het
wilde konijn is een kruideneter. Niet alle (on)kruiden zijn echter geschikt
konijnenvoer. Het wilde konijn vertrouwt op z'n instinct om goede en slechte
planten (kruid en onkruid) uit elkaar te houden. Het instinct van het tamme
konijn is veel minder ontwikkeld dan z'n wilde soortgenoot en het is daarom
handig om van de volgende vuistregels uit te gaan:
Bij
gebrek aan (on)kruid kun je een konijn natuurlijk ook allerlei groente (afval)
geven:
|
Nederlandse
naam |
Konijnenvoer? |
Opmerkingen |
|
Aardappels |
beperkt
geschikt |
alleen
gekookt (zoutloos), en dan mengen met ander (groen)voer |
|
Aardappelplant |
giftig |
. |
|
Braam |
beperkt
geschikt |
werkt
verstoppend, alleen de jonge scheuten |
|
Bloemkool |
ongeschikt |
bevat
teveel oxaalzuur |
|
Bolgewassen
(alle) |
giftig |
bolgewassen
in principe NIET voeren |
|
Alle
sierplanten |
giftig |
sierplanten
in principe NIET voeren |
|
Liguster |
giftig |
. |
|
Aardpeer
of Topinamboer |
ongeschikt |
de
knol werkt verstoppend |
|
Andijvie |
geschikt |
. |
|
Boerenkool |
geschikt |
. |
|
Gerst |
beperkt
geschikt |
. |
|
Knolselderij |
beperkt
geschikt |
. |
|
Konijnenkool |
geschikt |
. |
|
Koolraap |
geschikt |
. |
|
Koolrabi |
geschikt |
. |
|
Lijnzaad |
beperkt
geschikt |
goed
voor de pels, teveel geeft diarree |
|
Maïs |
beperkt
geschikt |
vervettend |
|
Mergkool |
. |
geschikt |
|
Pepermunt |
geschikt
als aanvulling |
. |
|
Peterselie |
geschikt |
. |
|
Rabarberblad |
ongeschikt |
bevat
teveel oxaalzuur |
|
Rode
kool |
ongeschikt |
bevat
teveel oxaalzuur |
|
Selderij |
beperkt
geschikt |
let
op de bijwerkingen |
|
Spruitjes |
beperkt
geschikt |
. |
|
Suikerbieten |
beperkt
geschikt |
verstoppend,
hoge voederwaarde |
|
Suikerbietenloof |
ongeschikt |
bevat
teveel oxaalzuur |
|
Tarwe |
beperkt
geschikt |
vervettend |
|
Thijm |
. |
. |
|
Tomatenblad |
giftig |
. |
|
Voederbiet |
. |
. |
|
Voederbietenloof |
ongeschikt |
bevat
teveel oxaalzuur |
|
Witlof |
beperkt
geschikt |
. |
|
Witte
kool |
ongeschikt |
bevat
teveel oxaalzuur |
|
Wortel
(peen) |
. |
commentaar
overbodig |
|
Zonnebloemplant |
beperkt
geschikt |
. |
|
Zonnepitten |
beperkt
geschikt |
goed
voor de pels |
Het eten van de zachte keutels
De
fysiologie van de spijsvertering is bij konijnen zeer bijzonder in vergelijking
met andere huisdieren, door het verschijnsel van caecotrofie.
In het opvallend grote caecum van konijnen gebeurt
een proces dat plus minus vergelijkbaar is met de vertering in de voormagen van
herkauwers, namelijk de omzetting van plantaardig eiwit in hoogwaardig
bacterieel eiwit en de vertering van ruwvezel.
In het begin van het colon gebeurt dan een
differentiatie in twee soorten keuteltjes : de "harde keuteltjes", die
rijk zijn aan onverteerde ruwvezel en gewoon uitgescheiden worden en de
"zachte keuteltjes" of caecotrofen die rijker zijn aan water en
microorganismen.
Deze caecotrofen worden uitgescheiden in pakketjes
van 2 - 3 cm lang en rechtstreeks aan de anus opgenomen.
Bij het geslachte konijn kan men ze terugvinden in
het fundusgedeelte van de maag.
Ad libidum gevoederde konijnen vertonen een
duidelijk 24 uur - ritme in hun voedingsgewoonten.
De voederopname situeert zich vooral 's avonds, 's
nachts en 's morgens vroeg.
De uitscheiding van harde keuteltjes valt daarmee
samen. De caecotrofie vindt plaats overdag (tussen 9 h en 17 h). Anderzijds is
ook de concentratie van vluchtige vetzuren in het serum zeer hoog, net zoals bij
de herkauwers.
De absorptie grijpt hoofdzakelijk plaats in het
caecum en in mindere mate in het colon, echter niet in de maag (waar nochtans de
caecotrofen een tijdje verblijven).
Het caecotrofie-proces functioneert onder invloed
van de bijnierhormonen.
Algemeen wordt aangenomen dat stress-situaties de vorming van
caecotrofen verhinderen en dus een ongunstige invloed hebben op de
spijsvertering.
Het
gebit.
Net
als andere dieren kunnen ook konijnen last hebben van speciale aandoeningen
of ziektes.
Vaak zijn deze aandoeningen of ziektes goed te behandelen, soms worden ze te
laat ontdekt omdat je als eigenaar niet weet waar je precies op moet letten.
In dit artikel komen gebitsproblemen en twee virusziektes die bij konijnen
voorkomen, aan bod.
Hoe herken je deze aandoeningen en wat kun je er aan (laten) doen?
Gebitsproblemen
Om te beginnen komen bij konijnen regelmatig gebitsproblemen voor.
De tanden van konijnen groeien ongeveer 16 centimeter per jaar.
Normaal gesproken slijten ze ook 16 centimeter per jaar, dus dan is er geen
enkel probleem.
Maar soms gaat het fout.
De hoofdoorzaak van het doorgroeien van de tanden is erfelijk.
Is de stand van het gebit niet correct (deze stand is erfelijk bepaald) dan
heeft het konijn een probleem.
Een andere oorzaak kan een valpartij zijn, waarbij de kaak verkeerd komt te
staan en een verkeerde slijtage van het gebit ontstaat.
Maar ook het geven van onjuiste voeding kan ervoor zorgen dat tanden en kiezen
doorgroeien.
Wat
is een gezond gebit?
Belangrijk om te weten is natuurlijk hoe een gezond gebit bij een konijn eruit
ziet.
In zowel de bovenkaak als de onderkaak zitten twee enigszins gebogen snijtanden.
In de bovenkaak achter de twee gegroefde snijtanden zitten nog twee kleinere
snijtanden, ook wel de stifttanden genoemd.
Bij een gezond gebit staan de bovenste voortanden net over de ondertanden heen
en staan dus de
ondertanden tegen de stifttanden aan.
Achter de snijtanden bevindt zich een grote ruimte zonder gebitselementen (bij
andere dieren bevinden zich hier de hoektanden), achter deze ruimte zitten de
kiezen.
Ook de kiezen van konijnen groeien hun leven lang door, maar slijten ook weer
netjes af
als het goed is.
Tijdens het eten maken de kiezen een malende beweging en gaan wel 150 keer per
minuut over
elkaar heen.
Het gevolg hiervan is dat de kiezen afslijten maar ook de snijtanden langs
elkaar heengaan en beitelvormig afslijten.
Wat
is een verkeerd gebit?
Is de stand van het gebit niet goed, dan kunnen de tanden doorgroeien, we noemen
dit verschijnsel olifantstanden.
Bij olifantstanden groeien de ondertanden naar buiten, in richting van de neus,
de boventanden groeien met een bocht de bek weer in, de stifttanden gaan
dezelfde weg.
Het gevolg is dat het dier wondjes krijgt in de bek, aan de lippen en de tong.
Ook komt het voor dat de onder en boventanden precies op elkaar staan, dit wordt
door fokkers
vaak een klemgebit genoemd.
In de praktijk blijkt dat dieren met een klemgebit hier weinig last van hebben,
de snijtanden slijten recht af, de stifttanden worden vaak wel iets langer dan
normaal maar veroorzaken geen problemen.
Dit probleem kan bij alle konijnen voorkomen, maar in de praktijk blijkt dat
meestal de dwergkonijnen en de hangoorkonijnen hier last van hebben.
Dat is logisch omdat deze dieren gefokt worden met vrij platte koppen, dus de
bovenkaak wordt ook korter.
Ook de kiezen kunnen te ver doorgroeien, dat komt gelukkig veel minder vaak
voor.
Omdat de kiezen ver achter in de bek liggen kan de eigenaar dit moeilijk
constateren en is een bezoek aan de dierenarts noodzakelijk.

Hoe
herken je een dier met olifantstanden?
Dieren met een afwijkend gebit kunnen vaak slecht eten, het gevolg is dat ze
vermageren en jonge
dieren groeien slecht.
Ook gaan ze vaak uit de bek stinken, er blijft hooi en haar om de tanden
gewikkeld zitten en soms zitten ze te kwijlen.
Uiteindelijk steken de ondertanden duidelijk zichtbaar uit de bek.
Wat
kun je er aan doen?
Groeien de tanden van konijnen door, dan moeten ze regelmatig geknipt worden.
Gezien de snelheid waarmee ze doorgroeien, moet dit ongeveer een keer per maand
gebeuren.
Het knippen van de tanden moet vakkundig gebeuren, dus een bezoek aan de
dierenarts is in veel gevallen noodzakelijk.
Omdat dit een probleem is dat maandelijks terugkeert, zijn er ook mensen die
zelf de tanden elke
maand knippen.
De dierenarts kan uitleggen hoe dat precies moet.
Een andere definitieve oplossing is het laten verwijderen van de tanden.
Uiteraard moet dat altijd door een dierenarts gebeuren.
Een konijn zonder tanden kan zonder problemen brokjes eten.
Wortels, brood, hooi etc. moeten wel in kleine stukjes worden gegeven omdat het
dier er geen stukjes meer vanaf kan bijten.
Kun
je deze problemen voorkomen?
Als je een konijn gaat aanschaffen, controleer dan het gebit van het dier goed.
Ook bij dieren die zes weken oud zijn, zijn eventuele problemen al zichtbaar.
Zorg dat het dier goed konijnenvoer, voldoende hooi en stro krijgt.
In konijnenvoer, hooi en stro zitten veel ruwvezels.
Het konijn moet dan goed kauwen, tijdens het kauwen gaan de tanden en kiezen
langs elkaar en slijten hierdoor keurig af.
En zorg er uiteraard voor dat het dier nooit valt!
Het geven van een knaagsteen is geen oplossing voor doorgroeiende tanden.
Soms staat er op de verpakking vermeld dat het geven van een knaagsteen voorkomt
dat de tanden doorgroeien, maar helaas is dat zelden of nooit het geval.
Virusziekten bij konijnen
In Nederland komen twee konijnenziektes veel voor, zowel onder de wilde
als onder de tamme konijnen.
Een heel bekende konijnenziekte is myxomatose, een andere veel minder bekende,
maar zeker zo’n gevaarlijke ziekte, is VHS/VHD.
Het virus dat myxomatose veroorzaakt wordt overgebracht door stekende insecten
zoals muggen, maar ook vlooien en teken kunnen deze ziekte overbrengen.
Het virus kan prima overwinteren in de konijnenvlo.
Maar ook contact tussen besmette dieren en gezonde dieren is een risico.
De verschijnselen van myxomatose zijn niet altijd hetzelfde.
Meestal begint het met ontstoken ogen en komt er etterige uitvloeiing uit de
ogen en de neus.
Vervolgens ontstaan er uitgebreide ontstekingen op de kop.
Op de wangen, neus, kaken, oogleden en ooraanzet treden forse zwellingen op, de
kop van het
konijn gaat op een leeuwenkop lijken.
Maar ook de anus en de geslachtsdelen kunnen opzwellen en onderhuids kunnen
ontstekingen ontstaan.
Helaas is het niet mogelijk om besmette dieren te behandelen.
Het sterftepercentage onder besmette dieren is hoog.
Een heel klein percentage van de zieke dieren herstelt.
Myxomatose kan voorkomen worden door de overbrengers van deze ziekte, dus de
stekende
insecten, teken en vlooien, te bestrijden.
Maar dat is bij hobbymatig gehouden konijnen niet altijd haalbaar.
Een eigenaar kan immers niet voorkomen dat zijn konijn buiten in de ren met deze
dieren in contact komt.
De enige manier om te voorkomen dat de dieren myxomatose krijgen is ze twee keer
per jaar te
laten inenten bij de dierenarts.
Ingeënte dieren kunnen nog wel myxomatose krijgen, maar de kans is uitermate
klein.

VHS/VHD
Het virus dat de ziekte VHS/VHD veroorzaakt kwam in het begin van de jaren
negentig vanuit China naar Europa.
VHS staat voor viraal heamorragisch syndroom en is een agressief virus.
Het wordt evenals myxomatose overgebracht door stekende insecten, maar ook
ratten en muizen worden genoemd als verspreiders.
Het grote probleem van VHS is dat als je het ontdekt het dier vaak al dood is.
Vandaag is er nog niets aan de hand, morgen ligt het dier dood in zijn hok.
Vlak voordat hij sterft begint hij vaak te krijsen, draait rondjes en maakt
ongecontroleerde fietsbewegingen en ligt vervolgens dood in het hok, soms komt
er bloed uit de neus.
Bij de meeste sterfgevallen onder konijnen is de eigenaar er niet bij.
De eigenaar vindt het konijn dood in het hok en vervolgens wordt het dier
bijvoorbeeld begraven, dat is dan het einde van het verhaal.
Slechts een zeer klein percentage van de gestorven dieren komt voor sectie bij
de dierenarts.
Behandeling is niet mogelijk, dus ook hier geldt weer: laat het konijn inenten!
Inenten is het enige middel dat kan voorkomen dat het dier vroegtijdig sterft
aan VHS.
Ook hier geldt, net als bij myxomatose, dat inenten geen garantie van 100
procent geeft, maar de kans op sterfte door VHS wordt uitermate klein.
Wanneer
kun je je konijn laten inenten?
De meeste dierenartsen hebben enkele keren per jaar een ochtend of middag waarop
je tegen een
speciaal tarief je konijn kunt laten inenten tegen myxomatose en VHS.
Dit wordt gedaan omdat entstof voor konijnen per tien doses in een flesje zit.
Is het flesje eenmaal aangebroken, dan moet de vloeistof binnen enkele uren
gebruikt worden want het kan niet bewaard worden.
Neem dus contact op met de dierenartsenpraktijk om te weten te komen wanneer je
je konijn kunt laten inenten.
Bron:
overdieren.nl
Zogen
is voor een dier een hele aanslag op het lichaam ze moet heel wat eten voor de
melk af gift.
De voedsel opnamen of wat nodig is voor de voedster is normaal een getal van 10
tijdens de dracht is dit getal 15 en tijdens de zoog periode is dit 40.
Geef je de voedster bv. normaal 100 gram voer dan zal dit met name in de tweede
helft van de dracht al 150 gram moeten zijn, en tijdens het zogen moet men dit
na de bevalling langzaam opvoeren naar 400 gram of nog meer.
De voedster mag namelijk niet vermageren en moet op gewicht blijven anders komt
haar eigen leven in gevaar.
Iedereen
ken wel de verhalen dat de voedster ineens overlijdt tijdens de bevalling of na
een week of later na de bevalling.
Meestal worden de dierenlusteloos, dof en gaan klagen.
Nu kan het heel goed mogelijk zijn dat de voedster een gebrek aan calcium of
bloedsuikers had en dit is op een heel simpellen manier op te lossen.
Een noodgreep is een theelepeltje pindakaas, een uur later weer een theelepeltje
pindakaas en dan 1/4 cm van een schoolkrijtje op lossen in water en dit met een
spuitje in de mondhoeken naar binnen spuiten.
Dan moet binnen een uur de koorts gezakt zijn.
Nu mogen zogende voedster best wel een beetje verhoging hebben maar als ze uit
hun doen zijn kan je dit gerust proberen.
Mocht dit niet helpen kan je natuurlijk beter een dokter raadplegen, hij heeft
hier immers voor geleerd.
Ook
kan men dit al eerder gaan regelen door de voedster een paar dagen voor de
bevalling al een beetje Soja babymelk (Nutrilon Soja) te geven en hier dan een
beetje van een schoolkrijtje en wat druivensuiker te geven, de suiker en calcium
hoeven niet iedere dag maar de sojamelk wel.
Een voedster die hier behoefte aan heeft zal het graag drinken.
Je begint met 15 ml en je kan dit naar behoefte opvoeren, de jongen mogen er
gerust ook mee van eten je kan ze hier ook mee verder opvoeden.
De voedster help je zo ook met de bevalling want door een gebrek aan calcium kan
ze in de bevalling blijven.
Een gebrek aan bloedsuiker is ook gevaarlijk en dit regel je door de pindakaas
truc of druivensuiker aan de melk toe te voegen, zomaar een beetje.
Het mag zelfs roosvice, jam of iets dergelijks zijn. Ook mag je extra vitamine C
toevoegen hier heeft ze ook behoefte aan.
Dit werkt ook bij zieken konijnen, of bij twijfel als het dier niet eet en je
weet nog niet wat er aan de hand is.
Ik zelf heb deze trucjes van een konijnen dierenarts en het bevalt mij goed,
eindelijk krijgen mij voedsters hun jongen groot.
Zogende
voedsters met teveel stuwing.
Het
komt voor, vooral bij jongen voedsters met hun eerste nest en bij overmatig
voeren tijdens de dracht, dat zijn een te veel aan melkstuwing hebben en hier
door niet meer hun jongen laten drinken.
Dit is meestal rond de tweede of derde dag na de bevalling. Ze geven plots hun
jongen geen eten meer.
Nu doet z`n stuwing best wel zeer dus z`n moederdier geeft geen melk meer.
Nu moeten de melkklieren toch geleegd worden omdat dit anders ontstekingen kan
veroorzaken.
Men moet dus z`n dier onder dwang laten zogen, dit komt ook bij schapen vaak
voor.
Nu gaat het niet zo simpel om een konijn te dwingen, maar is het mij toch gelukt
om dit te doen.
Omdat ik geen legkastjes heb, heb ik maar een vervoerskist genomen en hier de
moeder en haar jongen in gedaan, de moeder wat lekkers mee gegeven en de kist
voor een minuut of 10 dicht gelaten, en ja hoor de jongen hebben gegeten en de
moeder is van haar melk af.
Nu controleer ik iedere morgen en avond of de jongen wel gegeten hebben en zo
niet dan gaan ze weer met moeder in de kist.
Dit moet je wel even vol houden totdat de jongen dit zelf wel kunnen regelen met
een dag of twaalf.
Ook
zijn er allerlei andere oorzaken dat de moeder haar jongen niet meer voert, bv
door speen beschadiging kunnen ontstekingen ontstaan en dit kan weer
abcesvorming geven en hier word het dier dood ziek van.
Dit noemen ze Mastitis maar hier hebben gelukkig de grote fok bedrijven meer
last van.
Zij doen preventief bij voedsters die hun eerste worp hebben dwang matig de
moeder bij hun jongen in hun nestkastjes opsluiten, zodat zij er zeker van zijn
dat de melklijsten geleegd worden ook controleren zij de voedster 3-5 dagen na
het werpen op te veel melk stuwing en nemen dan hun maatregels.
Indien er te veel melkstuwing aanwezig is, melkklieren te warm aan voelen, of de
voedster koortsig aanvoelt, dient ogenblikkelijk te worden ingegrepen.
Het is dan het beste een dierenarts te raad plegen, vragen kost niks.
Nu
heb ik iets merkwaardigs mee gemaakt bij mijn andere voedster die slaapt normaal
nog al dicht bij haar nest.
Voeden haar jongen zich zelf zijn ze nog maar drie dagen oud zie ik ze zelf naar
hun nest terug kruipen.
Het was buiten -6 à -8 dus ik schrok me dood, deze krijgen dus dezelfde
behandeling als ik s`avonds bij ze kom en ze hebben nog niet gegeten dan help
ik ze wel even, nu hoeft deze moeder niet in een kist want die blijft wel zitten
als je een paar jongen onder haar stopt en je voert haar gelijk wat.
Ik ga altijd even verder met voeren van mijn andere dieren en als de kleintje
klaar zijn zit de moeder er naast en liggen zij te pitten of proberen ze naar
hun nest te komen, hier help ik dan wel even bij.
Kan ik met een gerust hart slapen ondanks de kou.
De
heilzame werking van Baby Sojamelk
Wist
u, dat u een konijn dat niet eet, binnen 12 uur in een kritieke toestand
belandt.
Het is dan van belang om dwangmatig te voeren.
Dit kan u doen met Sojamelk babyvoeding (bv. Nutrilon Soja) in een
injectiespuitje (zonder naald) 5 maal per dag.
Als het konijn 5ml per dag binnen krijgt kan dit al het leven redden.
De hoeveelheid het is ook afhankelijk van de leeftijd en de grote van het
konijn.
Na 24 uur niet eten verkeerd het konijn al in een levensbedreigende situatie
treedt er al een leverbeschadiging op.
Met Sojamelk kun je het konijn weer aan het eten krijgen, het is niet schadelijk
voor hun darmflora.
Het is in poedervorm te koop bij de Drogisterij en wel 2 jaar houdbaar.
Ook sommige dierenartsen verkopen het in kleine hoeveelheden zij hebben hier ook
nog extra vitamine aan toegevoegd.
Ook kan het uw voedster helpen in de dagen voor en na de bevalling.
Je kunt hier mee voorkomen dat ze kraamkoorts of moerziekte krijgen.
Voor een voedster met een groot nest is het ook een goede ondersteuning in haar
voeding.
Het
recept voor een dragende en zogende voedster:
Gewoon in een schaaltje de eerste keer misschien onder dwang na het geproefd te
hebben vinden ze het vaak lekker.
Ook kan je het in een kleinflesje doen, zelf gebruik ik de flesjes voor
kleineknaagers.
Bij erg grote nesten mogen de jongen er ook van meedrinken.
De voedsters krijgen na de bevalling de nutrilon naar behoefte, als ze 8 of 10
jongen hebben geef ik het wel 2 tot 3 keer perdag de eerste 3 weken.
Dan bouw ik het af, later verdun ik het steeds meer. De hoeveelheid krijt
krijgen ze maar 1 keer perdag evt. verdeeld over de porties.
Krijt vinden ze nl. niet zo lekker.
Recept:
30ml melk per keer
1 theelepeltje druivensuiker (dit is voor energie)
¼ cm van een wit schoolkrijtje (Calcium).
Calcium is heel belangrijk in de dagen voor de bevalling en enkele dagen na de
bevalling.
Met dit recept vang je de schommeling van de suiker- en calciumspiegel op in het
bloed.
Als de voedster na de bevalling languit in het hok ligt, en een vermoeide indruk
geeft of erg klaagt, heeft ze vaak een gebrek aan suiker in het bloed.
Sommige voedsters geven zich helemaal aan hun jongen en vallen dan erg af, dit
is niet gezond voor de voedster en met de sojamelk vang je dit makkelijk op.
Je
kunt ook andere dingen gebruiken voor de energie zoals;
1 theelepeltje pindakaas (hebben ze gelijk proteïne binnen) aardbeienjam,
stroop, roos vice, enz.
Gewone koemelk mag een konijn niet, hiervan gaan ze aan de diarree omdat een
konijn niet tegen lactose kan.
Je kunt ook alleen het schoolkrijtje gebruiken rond de bevalling.
Je kan dit met een aardappelmesje van het krijtje afschrapen en oplossen in een
beetje water en dit dan met een injectiespuitje toedienen.
Brandnetel in gedroogde vorm bevat ook veel calcium en andere mineralen, maar
met het krijtje heb je een directe werking.
Als een konijn over tijd is (over de draagtijd ) met de bevalling is dit vaak
een gebrek aan calcium.
Zelf
heb ik dit al vier jaar uit geprobeerd en het werkt goed.
Mijn voedster met 8 jongen was 400gram afgevallen ik heb haar toen meer melk
geven en binnen drie dagen was ze op gewicht.
De jongen mogen hier ook van meedrinken, ze kunnen het goed verdragen. Het werd
bij mij een heel gevecht om de melk, zo gek zijn ze er op.
Ook hebben mijn voedsters geen kraamkoorts meer gehad.
Ik
zeg niet dat u dit ook moet doen, maar bij mij is dit uit nood ontstaan en het
bevalt goed. Als je maar twee voedster hebt en er gaat er een ineens dood, zit
je mooi.
Voor sommige rassen kost het toch veel moeite om aan nieuwe fokdieren te komen.
Het kan ook voorkomen, dat je mooiste dier terug komt van een tentoonstelling en
dan niet wilt eten, geef hem dan alleen een beetje Nutrilon knappen ze al gauw
op.
Dat is dan toch zonde van het dier om het gewoon maar dood te laten gaan. Ze
sterven dan aan een pijnlijke dood.
Werkt dit alles niet, is het zaak om actie te ondernemen mogelijk is er dan iets
anders aan de hand.
Luchtwegproblemen
Hoe worden luchtwegproblemen
overgebracht?
Luchtwegproblemen
kunnen worden veroorzaakt door:
* Bacteriën
Problemen van de luchtwegen worden bij het konijn vaak
veroorzaakt door bacteriën zoals Pasteurella multocida,
Bordetella bronchoseptica, Staphylococcen spp, Pseudo-
monas spp. en soms andere soorten bacteriën.
* Virus
Myxomatose kan acute longontsteking met bloedingen
veroorzaken.
Een ander virus dat longontsteking kan veroorzaken is het
Herpesvirus
Allergie
Konijnen kunnen allergisch zijn voor huisstofmijit.
Om deze reden is het verstandig als
bodembedekking geen stro of hooi te gebruiken.
* Irriterende stoffen
Ammoniakgeur door urine in het hok, sigarettenrook en geur van
houtkrullen kunnen de luchtwegen irriteren.
* Gezwel in de longen
Er bestaan gezwellen die alleen in de longen voorkomen maar ook die bij
bijvoorbeeld uterus adenocarcinomen kunnen uitzaaiingen naar de longen.
* Hartproblemen
Ten gevolge van een hartaandoening kan vocht in de longen ophouden en kan
een konijn ademhalingsproblemen krijgen.
Wat
zijn de symptomen van luchtwegproblemen?
* Snotteren
* Neusuitvloeiing
* Vieze voorpootjes
* Ooguitvloeiing
* Hoorbare ademhaling
* Sloom zijn
* Versnelde ademhaling
* Gewichtsverlies
* Niet eten
Hoe
wordt de diagnose bij uw konijn gesteld?
Tijdens het consult zal de dierenarts uw konijn
algeheel lichamelijk onderzoeken en uitgebreid naar de longen luisteren.
Indien er een vermoeden is van luchtwegproblemen,
wordt er een röntgenfoto van de borstkas en longen gemaakt.
De
behandeling van luchtwegproblemen bij uw konijn
De behandeling is afhankelijk van de oorzaak van de luchtwegproblemen. Zowel
virale als bacteriële luchtwegaandoeningen zullen met antibiotica behandeld
worden.
Bij verdenking op een allergie
wordt een andere bodembedekking geadviseerd.
Irriterende stoffen dienen uit
huis verwijderd te worden.
Prognose
De prognose is afhankelijk van de ernst van de aandoening.
U kunt de prognose van uw konijn bespreken met de dierenarts.
Mijt
en ander ongeregeld
Konijnen behandelen met Ivomec
Konijnen worden vaak geplaagd door ongedierte, zoals verschillende soorten
mijten op de huid en in oren.
Wormbesmetting en vlooien besmetting komt ook voor, maar in dit artikel
behandelen we de mijten ( is wel gelijk een ontworming).
Bij een uitbraak, moet je zeker overgaan tot behandeling.
Hier moet je wel secuur en volgens plan te werk
gaan anders werkt het niet.
Wanneer:
Preventief behandelen werkt uitstekend zeker als
je meerdere konijnen bezit.
- Ruim 1 maand voordat het tentoonstellingsseizoen begint.
- Voor aanvang van het fokseizoen:december/januari.
- Voorjaar:april/mei
Je mag om de 7 á 10 dagen herhalen, 2 á 3 keer indien nodig nog langer.
Een kuur is bv. iedere maandag 3 keer achter elkaar, dat is dus 3 keer in 14
dagen.
Dit is om de 7 dagen op deze manier heb je alle soorten mijten te pakken.
Het ene eitje van de mijt heeft nl. een cyclus van 7 dagen de ander van 10
dagen.
Afhankelijk van de soort mijt of luis.
Wie:
Alle dieren mogen in principe geënt worden vanaf hun geboorte.
Hoe:
Doormiddel van druppels in de nek of onderhuidse injectie.
Per injectie werkt het beste.
Als men dit gaat doen is het beste de dieren eerst te wegen, de hokken uit te
mesten om herbesmetting te voor komen.
Weeg eerst al je konijnen en schrijf hun gewichten op.
Controleer gelijk hun oren op vuil en reinig dit dan evt. met een oorreiniger of
olijfolie.
Bij irritatie kan men een beetje oorzalf
gebruiken.
De vuile korsten die uit het oor komen kunnen
mijten bevatten, vandaar gelijk de hokken reinigen.
En
probeer netjes te werken.
Myxomatose
door
Maryo van den Berg
Waar
Myxomatose vandaan komt
Oorspronkelijk
werd Myxomatose vanuit Brazilië (waar het voor het eerst omstreeks 1930 werd
ontdekt) naar Australië geïmporteerd. De bedoeling was de enorme
konijnenpopulatie onder controle te krijgen. In Brazilië werden de (wilde)
Cotton Tail konijnen in lichte mate besmet, ze kregen slechts kleine bulten die
ze zelf maakten als afweer tegen de ziekte. In Australië verliep de ziekte
echter rampzalig en roeide bijna alle konijnen uit.
De
ziekteverwekker
Myxomatose bij konijnen wordt veroorzaakt door een virus. Dit virus is een soort
pokkenvirus, dat graag in de huid van een konijn groeit. Zoals bij alle virussen
is het organisme zeer klein en kan alleen met behulp van een microscoop gezien
worden.
Myxomatose
herkennen
Myxomatose
in beginstadium
De eerste tekenen van Myxomatose zijn dikke, vochtige zwellingen om het
hoofd en de snuit. Gezwollen oogleden (slaperige ogen) zijn een klassiek teken,
samen met gezwollen lippen, kleine zwellingen aan de binnenkant van het oor en
dikke zwellingen rond de anus en geslachtsorganen. Binnen één of twee dagen
kunnen deze zwellingen zo erg geworden zijn dat ze blindheid veroorzaken en er
misvorming ontstaat bij de snuit, mond, oren en neus.
Welke
haasachtigen Myxomatose kunnen krijgen
Het
Europese konijn, waar onze wilde tamme konijnen van afstammen, is zeer vatbaar
voor de ziekte. Hazen zijn niet vatbaar voor deze ziekte.
Vatbare
rassen
Alle
soorten rassen zijn vatbaar, inclusief de wilde konijnen in ons land. Ook de
"huis"konijnen en tentoonstellingskonijnen, inclusief dwergkonijnen,
hangoorkonijnen etc. Er bestaat wel een kleine kans dat het ene ras vatbaarder
is dan het andere.
De
ziekteverspreiding
Myxomatose
wordt door bloedzuigende insecten verspreid. Het meest belangrijke insect dat de
ziekte verspreidt is de konijnenvlo, die regelmatig bij wilde konijnen wordt
gevonden. Het Myxomatose virus kan vele maanden in het bloed van vlooien in
leven blijven. Waarschijnlijk wordt de ziekte van jaar tot jaar overgedragen
omdat de vlooien in konijnenholen overwinteren. Bij tamme konijnen wordt deze
vlo niet zo vaak gevonden maar in de meeste Europese landen draagt de mug in
belangrijke mate bij tot de verspreiding van de ziekte.
Als
de mug of vlo het konijn bijt, komt, terwijl het insect bloed zuigt, een klein
beetje levend virus in de huid van het konijn. Binnen een paar dagen zit het
virus in een plaatselijke lymfeklier en verplaatst zich via het bloed naar
andere plekken in het lichaam. Het virus vermenigvuldigt zich meestal in de huid
rondom de ogen, de neus, de snuit, de zachte huid in de oren en ook in de huid
rond de anus en de geslachtsorganen.
Myxomatose
wordt in Nederland niet verspreid door contact van het ene konijn met het
andere. De ziekte wordt echt door een stekend insect overgebracht.
De
incubatietijd van Myxomatose
De
incubatietijd verschilt enigszins dier tot dier maar varieert van minimaal vijf
dagen tot maximaal veertien dagen (incubatietijd is de tijd vanaf dat het virus
binnendringt tot de eerste keer dat er tekenen van de ziekte worden gezien).
Meestal
snelle dood
Het
tijdstip van overlijden varieert ook. Sommige dieren kunnen weken of maanden na
de infectie nog in leven zijn, maar over het algemeen is de infectie in een
vatbaar konijn hevig en treedt de dood binnen 12 uur in..
Het
ziekteverloop

In
korte tijd worden besmette konijnen blind vanwege de zwelling rond de ogen, en
dit maakt eten en drinken vaak moeilijk. Toch zijn er soms wilde konijnen te
zien, die Myxomatose hebben en rustig gras lopen te eten. Natuurlijk zijn veel
konijnen in dit
stadium een makkelijke prooi voor vossen en andere roofdieren. Andere konijnen
kunnen makkelijk gewond raken, of doodgereden worden op wegen, maar de meest
voorkomende doodsoorzaak is een latere longinfectie die meestal 8 dagen na het
begin van de ziekte optreedt. Bij tamme konijnen verloopt de ziekte meestal
langzamer en komt de dood niet zo snel omdat de eigenaar het konijn zoveel
mogelijk verzorging geeft.
Niet
alle besmette konijnen sterven
Genezing in de natuur is zeldzaam (misschien 5 - 10% van de wilde konijnen
herstelt uiteindelijk van Myxomatose), genezen konijnen zijn een leven lang
immuun, en produceren zelfs een immuun nageslacht. Herstel van tamme konijnen is
in sommige gevallen gerapporteerd, dankzij uitstekende verzorging met
dwangvoeren, warmte, antibioticum. Helaas behoren deze gevallen tot een
uitzondering.
Hoe kan de ziekte
bedwongen worden?
De ziekte kan op twee manieren bedwongen worden:
1.
Controleren op parasieten.
Controleren
op vlooien is belangrijk en dit kan inhouden dat niet alleen wilde konijnen bij
huiskonijnen uit de buurt gehouden moeten worden, maar dat er ook
vlooienbestrijdingsmiddelen gebruikt moeten worden.
Waarschuwing!
Gebruik nooit FRONTLINE bij een konijn... Er zijn konijnen ziek geworden en/of overleden
na gebruik van Frontline. De fabrikant waarschuwt artsen dit middel niet bij
konijnen te gebruiken. Deze waarschuwing wordt helaas niet overal gehoord..
ADVANTAGE
Er zijn goede berichten over het gebruik van Advantage bij konijnen. De dosering
moet dan aangepast worden. Voor een konijn kan een pipetje voor jonge katjes
gebruikt worden. Voor hele kleine dwergjes niet het hele pipetje gebruiken, voor
hele jonge konijntjes helemaal niet. Het moet het op een plaats aangebracht
worden waar een konijn zich niet kan likken .... Als er meerdere konijnen zijn
is het beter ze gedurende 12 uur te scheiden, zodat ze elkaar's vacht niet
kunnen likken en het middel naar de huid kan zakken.
STRONGHOLD
Stronghold
wordt goed door konijnen verdragen, en wordt bij deze dieren steeds vaker
toegepast ingeval van huidmijt, vachtmijt, luis en vlooien. Een pipetje voor
kittens is geschikt, de behandeling moet na 30 dagen herhaald worden en evt.
weer na 30 dagen nog eens. Samenwonende konijnen mogen elkaar gedurende minstens
6 uur niet kunnen aflikken wegens gezondheidsbezwaren.
In
veel dierenzaken en natuurvoedingswinkels worden "natuurlijke"
vlooienpoeders verkocht. Deze bevatten over het algemeen mint, eucalyptus of
andere kruiden. Ga er niet vanuit dat deze producten veilig zijn omdat ze
natuurlijk zijn, of in een natuurvoedingswinkel zijn gekocht. Al deze producten
bevatten toch chemicaliën, en kunnen een dodelijk effect hebben op zoogdieren.
Sommige van deze kruiden kunnen misschien veilig door mensen gegeten worden,
maar kunnen een konijn doden...
Ook
andere huisdieren moeten behandeld worden tegen vlooien, en de omgeving moet
vlo-vrij gehouden worden. Bij het behandelen van kamers moeten konijnen daar 24
uur buiten gehouden worden.
2.
Vaccinatie
In
Nederland worden de konijnen tegen Myxomatose ingeënt met Lyomyxovax. De
fabrikant van Lyomyxovax is Merial. Merial adviseert konijnen vanaf 1 maand oud
te vaccineren. Het beste kan dit in april/mei, voordat de stekende insecten
verschijnen. Geadviseerd wordt ook de dieren in juli of augustus een
herhalingsenting te laten geven. Bij dwergkonijnen adviseert Merial met de
enting te wachten tot de leeftijd van 3 maanden. Vooral na de eerste enting
kan een reactie optreden in de vorm van een bult op de entingsplek. Meestal
verdwijnt de bult vanzelf, maar er moet altijd op gelet worden en in geval van
twijfel moet de dierenarts hier even naar kijken. Bij het injecteren met niet
steriele (= eerder gebruikte) injectienaalden kunnen namelijk abcessen ontstaan.
Gegarandeerde
beschermingsduur
De
vaccinatie wordt door de fabrikant 2 tot 4 maanden gegarandeerd. Na de eerste
vaccinatie zou binnen niet al te lange tijd de tweede vaccinatie gegeven moeten
worden. Verder is het over het algemeen voldoende de konijnen 2x per jaar te
laten vaccineren, namelijk in april/mei en in de nazomer. Konijnen bouwen door
de regelmatige entingen zelf ook weerstand op.
Niet
vaccineren als...!
Zwangere
vrouwtjes en konijnen met snot, of andere gezondheidsproblemen, mogen niet
gevaccineerd worden. Kort voor of na een operatie (ook castratie) mag niet
gevaccineerd worden. Een konijn moet in goede conditie zijn voor deze enting.
Toch nog ziek
Na de entingen is het nog mogelijk dat een konijn
een lichte vorm van myxomatose krijgt. Meestal is het dan slechts een lokale
vorm, en over het algemeen overleeft het konijn dit, in tegenstelling tot een
niet geënt konijn. Belangrijk is dan om te zorgen dat het konijn blijft eten
(desnoods dwangvoeren) en het is nodig om een breedspectrum antibioticum te
geven om secundaire bacteriële infecties te voorkomen. Het konijn moet
uiterst warm gehouden worden, een buitenkonijn moet binnenshuis verzorgd worden.
Het myxomavirus is actiever bij lage temperaturen, hoe hoger de
omgevingstemperatuur is hoe minder kans het virus heeft om te groeien.
MYXOMATOSE
BEHANDELING
door Maryo van den Berg
Inleiding
Myxomatose wordt steeds vaker gesignaleerd bij tamme konijnen en zelfs bij tamme
konijnen die regelmatig ingeënt worden.
Afhankelijk van de agressiviteit van de stam waarmee een konijn in aanraking is
gekomen heeft een door myx aangetast konijn een goede kans om de ziekte te
overwinnen. De verzorging moet dan optimaal zijn en het dier moet de benodigde
medicatie krijgen. Een snelle start van de behandeling van een van myx verdacht
konijn is belangrijk.
Opgemerkt moet worden dat de traditionele bulten niet altijd worden
gesignaleerd, dit is alweer afhankelijk van de virusstam waarmee het dier in
aanraking is gekomen. Het ontbreken van bulten kan verwarring oproepen bij het
stellen van de diagnose.
Een paar kenmerken van de ziekte die regelmatig worden gezien zijn: verdikte
oorranden, slaperige, dikke of dichtzittende ogen of ogen waar pus uitkomt en
een moeilijke ademhaling. De symptomen doen aan pasteurella denken, maar dikke
oor- en oogranden wijzen toch naar myx. De vorm die op pasteurella lijkt
verloopt helaas vaker fataal dan de vorm waarin bulten verschijnen.
AANWIJZINGEN
VOOR BEHANDELING
Warmte
= noodzaak
Om mee te beginnen gedraagt het myxoma virus zich agressiever naarmate de
omgevingstemperatuur lager is. Hoe warmer het konijn is, hoe langzamer de ziekte
verloopt, en hoe groter de kans is dat het dier er goed doorheen komt. De regel
dat een konijn beter in de frisse buitenlucht kan verblijven gaat hier niet op.
Het virus vindt dat ook heerlijk en zal zich sterk vermeerderen. Een myxkonijn
moet daarom binnenshuis gehaald worden en goed warm gehouden worden, evt. met
kruik als het dier niet lekker warm voelt.
Medicatie
De
meeste konijnen krijgen na een dag of tien longontsteking en dat is uiteindelijk
de doodsoorzaak. Antibioticum is daarom dringend nodig om longontsteking te
voorkomen. Een goede keuze is een breedspectrum antibioticum zoals Baytril (of
Enrofloxoral drops), en bij myxomatose is het belangrijk de hoogste dosering aan
te houden.
* De hoogste dosering van Baytril is 0,4 ml. Enrofloxoral per kg.
lichaamsgewicht tweemaal daags.
* De hoogste dosering van Enrofloxoral drops is 0,5 ml. per kg. lichaamsgewicht
tweemaal daags.
-
Metacam is dringend nodig als ontstekingsremmer. De ontstekingsactiviteiten zijn
by Myxomatose hevig en die moeten afgeremd worden.
* Dosering van Metacam(hond) is 0,065 ml. per kg. lichaamsgewicht per 12 uur
* Dosering van Metacam(kat) is 3x de dosering van Metacam(hond) per 12 uur
-
De ogen kunnen worden verzorgd met een antibiotische oogzalf.
- Het is aan te raden om enkele malen een vitamine B-complex injectie te laten
geven.
- Om de weerstand te verhogen kunnen dagelijks 8 druppels Echinacea D6 in het
drinkwater gedaan worden. Telkens een slok nemen geeft telkens een prikkel, het
water hoeft niet dagelijks helemaal op. Elke dag wordt wel het water ververst.
* Mocht het konijn niet meer willen drinken dan kunnen de druppels op een klein
stukje brood gegeven worden, de dosering is in dat geval 3x daags 5 druppels.
Wanneer het brood eerst even blijft liggen kan de alcohol verdampen. Of de 5
druppels kunnen met een spuitje met wat water 3x daags ingegeven worden.
Vocht is
belangrijk
Wanneer het konijn slecht of niet meer drinkt, door
benauwdheid of een andere reden, dan is het aan te raden hem zoveel mogelijk,
door middel van een spuitje, van een elektrolytische oplossing te laten drinken,
zodat hij niet uitdroogt. Konijnen die ziek zijn willen deze vloeistof over het
algemeen graag nemen. Een konijn mag er dan ook zoveel van drinken als het wil.
- Elektrolytische oplossing is bij de dierenarts te verkrijgen als O.R. ACE Oral
rehydration salts, of als Feline Rehydration Support van Waltham
- Bij de apotheek is de oplossing te verkrijgen onder de merknaam Orisel (geen
ander merk!)
Dwangvoeren
Omdat
de ziekte veel energie kost is het aan te raden om eiwitrijker voedsel te geven.
Vooral Convalescence support is heel goed om op krachten te blijven en kan extra
bijgevoerd worden.
- Wanneer het konijn niet meer zelf eet moet Convalescence gemengd worden met
hoogvezelig dwangvoer zoals Recovery of Critical care. Dwangvoeren van een
konijn dat tegenwerkt gaat het makkelijkst met een 1 ml. spuitje.
Het is wat meer werk maar het geeft goede resultaten met de minste stress voor
zowel konijn als eigenaar.
- Een konijn dat zelf niet of nauwelijks eet heeft minimaal 50-80 ml. dwangvoer
per etmaal nodig, verdeeld over diverse voerbeurten.
- Voor het dwangvoeren van vezelvoer kan bijna het hele tuutje van een spuitje
worden gesneden, zodat een wijder gat ontstaat, zonder dat het zwarte dopje er
uitschiet.

Onderhuids
vocht
Gaat het konijn wat achteruit dan is het aan te
raden om door de dierenarts een onderhuids infuus te laten geven. Dus geen
onderhuids vocht met een gewone injectienaald want dat is pijnlijk. Een infuus
dat druppelsgewijs vocht onder de huid brengt geeft een konijn daarentegen
nauwelijks last of pijn, het duurt alleen wat langer. Vocht is van groot belang:
door vochtgebrek gaat de conditie snel achteruit, gaan de organen slecht werken
en neemt de eetlust af. Met extra vocht pept een konijn gelijk weer op.
Overgenomen van het internet
en voor u vertaalt.
Verginia Richardson MA VetMB, MRCVS
De bacterie Pasteurella
multocida is de meest voorkomende bacterie bij konijnen die de zo gevreesde
snot veroorzaakt, en is verantwoordelijk voor de meest herkenbaar infecties van
het ademhaling systeem.
Echter kan pasteurella ook de
veroorzaker zijn van huid abcessen, ontsteking van het vruchtbaarheidsorgaan en
middenoorontsteking (en andere narigheden).
De ziekte heeft grote gevolgen voor het konijn, ze komen er niet meer van af.
De gewone snot word echter
niet bij inheemse konijnen van onder de 12 weken oud gezien, schuldig hier aan
zijn de antistoffen die zijn mee krijgen van het moederdier de eerste acht
weken, en dat de neus van jonge dieren nog niet voldoende ontwikkeld is voor de
bacterie.
Het gelijktijdig aanwezig zijn van Bordetella bronchiseptica bacterie (familie
van de Pasteurella) vergemakkelijkt de Pasteurella in zijn ontwikkeling.
Pasteurellosis
Niet alle konijnen die
Pasteurella bij zich dragen worden ziek.
Sommige vernietigen spontaan
zelf de infectie en andere worden weer chronische dragers van de bacterie.
Gezonde konijnen gehuisvest
met geïnfecteerde konijnen worden mogelijk niet ziek als hun conditie en
weerstand optimaal is.
Pasteurellosis is een ziekte
dat veel voorkomt bij intensieve huisvesting en minder bij een huiskonijn.
Diagnose
De eerste verschijnselen doen
zich voor als onschuldige verkoudheid in de vorm van niezen en een waterige
neusuitvloeiing.
Al spoedig veranderd de
neusuitvloeiing in een witachtige substantie en krijgt het dier koorts en vaak
stopt het met eten.
De nies buien worden
frequenter en hoor baar snuiven.
Door verstopping van de
luchtwegen kan het dier in ademnood verkeren en binnen 2 - 8 dagen tot de dood
kan leiden.
Echter in de meeste gevallen
verloopt het ziekte beeld slepend en vermageren de dieren.
In een verder gevorderd stadium kunnen ook de ogen aangetast worden, ze krijgen
waterige ogen en later ook etterige ogen.
Het wil echter niet zeggen dat ieder konijn met iets natte neus ook snot heeft
maar men moet wel op gaan letten.
Overdracht
De meest voorkomende
besmetting is door direct contact, en bij inademing van de bacterie.
De bacterie van verscheidende
dagen overleven in water.
Ook kan het verspreid worden
door de drinkflessen.
Een
konijn kan de bacterie wel twee meter ver weg niezen en een ander konijn kan
deze dan weer inademen.
De bacterie komt binnen via
de neus of via open wonden.
De infectie verspreid zich
dan naar naburig weefsel.
De infectie rijst van de neus
naar het middenoor via de buis van Eustatius.
Zeldzaam kan de bacterie
overgebracht worden door paring of baring.
Behandeling
Het is niet mogelijk om
geïnfecteerde konijnen te genese, maar het kan mogelijk zijn om geïnfecteerde
konijnen te stabiliseren met antibiotica zodat ze verder met een chronische
ziekte kunnen leven.
Antibiotica is frequent nodig
voor een lange periode.
Een kweek laten maken is dan
echter noodzakelijk voor de keuzen van de juiste antibiotica.
Pasteurella is meestal gevoelig voor tetracycline, gentamycin enz. (is meer iets
voor de arts).
De neus spoelen met een zout oplossing is erg belangrijk om de luchtwegen open
te houden.
Ook kan men het konijn oog en
neusdruppels geven.
Verder is een goed dieet van groot belang.
Een goed dieet is vers hooi
en groen kan het dier beschermen tegen her infecties. Extra vitamine C kan ook
helpen met het herstel.
Ook moet het konijn op een
constante temperatuur van 16 graden gehouden worden.
Ook de huisvesting moet fris
en zo stofvrij mogelijk zijn met een vochtigheidsgraad van tussen de 50 en 70%.
Voorkomen.
Goede huisvesting is
belangrijk evenals een goed dieet van vers -water, - hooi, -groen, -brok, zo
bevorderd je de weerstand van het konijn.
In een groep waar Pasteurella
voorkomt is het nodig om jongen vroeg bij de moeder weg te halen met 4-5 weken
voordat ze besmet kunnen worden.
Echter spenen op deze
leeftijd kan stress veroorzaken voor de jongen en dan kunnen ze als nog ziek
worden.
Als je later speent kan er
antibiotica gegeven worden zolang als ze gezoogd worden door het drinkwater.
Hokken moeten het minimaal twee meter van elkaar staan omdat een konijn zo ver
niest.
Er is ook al een vaccinatie
op de markt dat mogelijk helpt om snot onder controle te krijgen maar het kan
het niet genezen.
Pastacidin bevat gedoden
bacteriën van de Pasteurella en kan per injectie gegeven worden en moet na 2 -3
weken herhaalt worden.
Voedsters kunnen behandeld
worden net voor dat zij moeten bevallen zodat zij antistoffen aan hun jongen mee
kunnen geven voor de eerste acht weken.
Jongen konijnen kan men hun
eerste injectie geven na het spenen.
Rammen kunnen we iedere 6
maanden een inenting geven.
Vaccinatie is goed om de
immuniteit van het konijn te verhogen en geeft het konijn mogelijk een betere
weerstand tegen andere infecties.
Er zijn ook al homeopathische
middel in de handel dat mogelijk helpt bij snot.
Hier in Nederland is het te bestellen onder de naam super-propolis.
Oorzaken
De
meest voorkomende oorzaken voor een scheve kopstand bij een konijn zijn:
Middenoorontsteking
De bacterie die meestal een rol speelt bij een middenoorontsteking is
Pasteurella multocida.
De scheve kopstand wordt veroorzaakt omdat het
evenwichtsorgaan wordt aangetast. De scheve kopstand wordt niet door pijn
veroorzaakt.
Encephalitozoön cuniculi
E. Cuniculi is een ééncellige parasiet die bij het konijn
voorkomt en neurologische verschijnselen, zoals een scheve kopstand,
toevallen en gedragsveranderingen, veroorzaakt.
Konijnen kunnen deze parasiet bij zich dragen
zonder klachten te hebben.
Konijnen zullen elkaar onderling besmetten via
urine in de leefomgeving.
De parasiet kan gedurende 1 maand in de buitenwereld
overleven.
Het komt vaak voor, dat
voedsters zich gewillig laten dekken, maar dat ondanks dat, de paring geen
resultaat oplevert.
Vaak denkt men, dat de
voedster te vet is.
Maar dat ook magere voedsters
niet altijd succesvol gedekt worden en dat vette voedsters toch ook wel
vruchtbaar blijken te zijn, wijst erop, dat de oorzaak ergens anders ligt.
Nu blijkt dat niet de vetheid
van de voedster maar in vele gevallen gebrek aan o.a vruchtbaarheidsvitamine de
oorzaak is, dat een dekking geen resultaat heeft.
Dit vitamine komt veel voor
in jong groen en hierover kan men vroeg in het voorjaar in het algemeen niet
beschikken.
Men gebruikt wel
tarwekiemolie, de tarwekiem is zeer rijk aan het vruchtbaarheidsvitamine.
Men geeft maar een druppel per dag en begint 14 dagen voor de paring.
Zoals men weet kan men een
konijn op elk willekeurig tijdstip laten dekken.
Voor het loslaten van de
rijpe eieren van de eierstok is een bepaalde geslachtelijke prikkeling nodig.
Wanneer na zo’n
geslachtelijke prikkeling om de een of ander redenen de eieren niet bevrucht
werden, dan kan het gebeuren dat de organen van de voedster zich gedurende een
bepaalde periode gedragen, alsof de bevruchting wel heeft plaats gehad.
In zo’n geval spreekt men
dan vanschijndrachtig.
Wanneer bij een normale
zwangerschap de embryo’s en de baarmoeder de moederkoek vormen, houdt een
ander hormoon hiervan de gele lichaampjes actief. Zodoende blijven de gele
lichaampjes gedurende de gehele periode actief.
Als er nu geen embryo’s
zijn, dan zijn er ook geen hormonen van de moederkoek om de activiteiten van de
gele lichaampjes gaande te houden, bij gevolg staken ze hun functie en sterven
af.
Zijn de gele lichaampjes wel actief, dan kunnen er geen eieren geproduceerd
worden en de voedster kan dus niet drachtig worden.
Behalve de taak om de
baarmoeder op de ontvangst van de embryo’s voor te bereiden, hebben de gele
lichaampjes nog een andere functie, nl. de bevordering van de groei van de
melkklieren van de voedster en het in werking stellen van haar moederlijke
instincten, zoals nestbouw.
Bij Pseudo zwangerschap
ontwikkelen de tepels dan ook en aan het einde van de periode gaat de voedster
een nest bouwen. Dat gebeurt gewoonlijk na 15 a 16 dagen en gedurende deze tijd
is het ook bij herhaalde dekking niet mogelijk om de voedster drachtig te
krijgen.
De fok wordt zo in de war
gestuurd en vertraagd, vooral wanneer men de voedster opnieuw bij de ram brengt.
Pseudo-zwangerschap schijnt tamelijk veel voor te komen, men spreekt ook wel van
25%.
Wat is de beste tijd om de paring te herhalen?
Sommige fokkers herhalen een
paring een week na de eerste paring. Bij schijndrachtigheid heeft zo’n dekking
geen enkele zin. Er zijn geen eieren die de eierstok kunnen verlaten. Een
schijnbevruchting duurt ruim 14 dagen, de 18e dag na de eerste dekking is het
meest geschikt om de paring te herhalen.
Maakt de voedster rond deze
tijd een nest en plukt ze haar, dan kan ze direct weer bij de ram.
Vertrouwd men de eerste
dekking niet,dan moet met overdekken binnen 4 tot 6 uur na de eerste dekking.
Heeft een dekking geen
resultaat, breng de voedster bij de ram 18 dagen na de eerste paring.
Vruchtbaarheid!
Het is bekend hoe belangrijk
een gunstige omgeving voor de verhoging van de vruchtbaarheid is.
Onder een gunstige
woonomgeving wordt niet enkel verstaan een voldoende voedering, maar alle
hiermede in verband staande factoren moeten optimaal zijn.
Ook bij een juiste en voldoende voeding en een goede conditie van de dieren zal
hun organisme met inbegrip van de geslachtsklieren dan normaal functioneren als
ook voldoende beweging en licht aanwezig is.
Licht, lucht en ruimte zijn
de drie voornaamste factoren voor een gezond leven.
Het licht regelt de fosfor eb
calcium-stofwisseling, bevordert de oxidatie-processen en versnelt de eiwit en
koolhydraat-stofwisseling in het organisme.
Het licht beïnvloed de
activiteit van het zenuwstelsel, de groei en ontwikkeling van het organisme
evenals de samenstelling van het bloed en de bloeddruk.
Onder inwerking van
ultraviolette stralen vormen zich in het organisme vitamines bijv. uit
ergosteren het vitamine D.
In de bedrijfsmatige veeteelt
zoals o.a pluimveehouderij en varkensfokkerij hebben alle dieren een minimum dag
lengte en dit varieert meestal tussen de 15 en 20 uur licht per dag.
Bij konijnen is dit 17 uur licht per dag.
Dit hoeft niet het gehele
jaar maar een paar weken voor dat het dekseizoen begint.
Het licht is voor de voedster
van belang om de eierstok te activeren en bij de ram het bevorderen van de
spermavorming.
Voor een goede vruchtbaarheid
is nodig, een goede voeding, normale beweging en gunstig licht.
Zij vormen de basis voor een normaal functioneren van de geslachtsklieren, voor
een geregelde groei en een succesvolle bevruchting.
Steentjes in de urinewegen (urolithiasis)
Oorzaken van urolithiasis
Factoren die meespelen in ontwikkelen van
urineweg stenen zijn;
1. Voeding
Te calciumrijke voeding.
Likstenen en alfafahooi
bevatten zeer veel calcium en kunnen voor stenen in de urinewegen zorgen.
Alle calcium die konijnen via
hun voeding opnemen, wordt voor een zeer groot deel via de nieren in de urine
uitgescheiden.
2. Infectie
Bij een blaasontsteking verandert de samenstelling van de urine en kunnen
steentjes gevormd worden.
Bacteriën die voor blaasontsteking bij het konijn kunnen zorgen zijn
Pseudomonas spp. en E. Coli.
3. Overgewicht
Konijnen met overgewicht hebben meer risico op ontwikkelen van uroloithiasis.
Verschijnselen
* Bloed bij de urine
* Troebele urine
* Veel en vaak kleine plasjes
* Pijn bij het plassen
* Persen bij het plassen
* Niet eten
* Niet kunnen plassen
* Sloom zijn
* Gewichtsverlies
* Vieze natte achterhand
* Incontinent
* Veel drinken
* Veel plassen
Diagnose
Bij een verdenking van blaas- of nierproblemen wordt urineonderzoek uitgevoerd.
Met behulp van een
blaaspunctie wordt urine direct uit de blaas verzameld en op kweek gezet om te
controleren of bacteriën een rol spelen. Ook zal bloedonderzoek uitgevoerd
worden om de nierfunctie te controleren.
De stenen bij het
konijn bestaan altijd uit calciumoxalaat.
Calciumoxalaat is zichtbaar op
een röntgenfoto.
Met behulp an een röntgenfoto
kan een steentje zichtbaar gemaakt worden en bovendien kan dan ook de plaats van
de steen bepaald worden.
Een
steen zich kan namelijk in de nieren of in de blaas bevinden maar ook in de
plasbuis of in de buisjes die van de nieren naar de blaas lopen.
Behandeling
De steen dient operatief verwijderd te worden.
Daarnaast zal uw konijn
behandeld worden met pijnstilling, antibiotica en onderhuidse vochttoediening.
Ook is het belangrijk dat
uw konijn wordt bijgevoerd om het
maagdarmkanaal te stimuleren.
Indien
de gehele blaas is gevuld met 'sludge urine' (zanderige urine door
zeer veel kleine calciumdeeltjes) hoeft er niet geopereerd te worden, maar zal
uw konijn onderhuids vocht toegediend krijgen gedurende enkele dagen en zal 4x
per dag de blaas met de hand geledigd worden om alle sludge urine te
verwijderen.
Aanvullend
dient het dieet gewijzigd te worden en adviseren wij u uw konijn slechts hooi,
gras en groente te geven als hoofd dieet en geen biks te voeren.
Ook
is het verstandig geen likstenen en vitamine supplementen te geven.
Konijnen
met overgewicht dienen een strikt dieet te krijgen om ze te laten afvallen.
Prognose
De prognose is afhankelijk van de plaats van de steen. Indien de steen zich in
de nieren bevindt, is de prognose gererveerd.
Steentjes kunnen zonder
problemen uit de blaas of de plasbuis verwijderd worden.
Preventie van urolithiasis
Urolithiasis kan voor een groot deel voorkomen worden doet uitgebalanceerd
voedsel te geven (zie ook voeding konijn).
Bovendien adviseren wij u geen
likstenen of vitamine supplementen aan uw
konijn te geven, aangezien hierdoor problemen met de calcium
stofwisseling ontstaan
Teken
bij het konijn
Bij konijnen mag geen
antivlooien-middel dat ook teken
doodt gebruikt worden omdat dit voor konijnen te giftig is.
Indien uw konijn een teek heeft, dient deze zo spoedig
mogelijk verwijderd te worden.
Bij het verwijderen is het van belang dat u er op let of de kop
en pootjes van de teek goed meekomen.
Wanneer de teek kapot gaat en de kop en/of poten achterblijven is er een kans op
ontsteking van de huid.
Neemt u in dit geval direct contact op met uw dierenarts.
Wij adviseren u de O'Tom tekenhaak te gebruiken;
Toevallen
De meest voorkomende oorzaken voor toevallen bij
het konijn zijn
Pasteurella multocida
Deze
bacterie komt veel bij konijnen voor en kan hersenvliesontsteking, maar ook een
scheve kopstand of ongecoördineerd lopen veroorzaken.
Encephalitozoön cuniculi
E.
Cuniculi is een ééncellige parasiet die bij het konijn voorkomt en
neurologische verschijnselen, zoals een scheve kopstand, toevallen en
gedragsveranderingen, veroorzaakt.
Konijnen kunnen deze parasiet bij zich dragen
zonder klachten te hebben. Konijnen zullen elkaar onderling besmetten
via urine in de leefomgeving.
De parasiet kan gedurende 1 maand in
de buitenwereld overleven.
Herseninfarct
Indien
de andere oorzaken voor toevallen zijn uitgesloten, kan een herseninfarct de
oorzaak zijn van de toevallen.
Verschijnselen
* Afwijkend gedrag
* Toevallen
* Rondjes lopen
Ook de verschijnselen van de scheve kopstand kunnen optreden.
Uw
konijn mee op reis

Op
reis: wetgeving
Er zijn nog geen afspraken binnen de EU gemaakt
zoals bij honden, katten en fretten. In veel gevallen
is het voldoende om in bezit te zijn van een Europees
dierenpaspoort met hierin een door de dierenarts
ondertekende gezondheidsverklaring. Voor spe-
cifieke informatie kunt u het beste informeren bij
de ambassade van het land van bestemming.
Oorzaken
De meest voorkomende oorzaak van plotselinge
verlamming van de achterpoten is een fractuur of luxatie van de ruggewervels.
Dit kan gebeuren bij vechten indien uw konijn met meerdere konijnen samen
gehuisvest is of bij het optillen van uw konijn zonder de achterhand te
ondersteunen. Bij oudere konijnen kan een hernia in de rug ontstaan.
Verschijnselen
* niet gebruiken van de achterpoten
* geen gevoel in de achterpoten
* incontinentie van urine
* incontinentie van ontlasting
* niet keutelen
* niet plassen
* niet eten
Spoed
Indien uw konijn deze verschijnselen vertoont,
adviseren wij u direct contact op te nemen uw dierenarts!
Diagnose
De diagnose wordt gesteld bij het lichamelijk en neurologisch onderzoek in
combinatie met een röntgenfoto van de rug
Behandeling
De behandeling zal bestaan uit het toedienen van prednisolon om beschadiging van
de zenuwen proberen te voorkomen.
Indien
een konijn enkele uren tot dagen later wordt aangeboden, is er slecht een
behandeling mogelijk waarmee wij zullen trachten uw konijn een zo goed mogelijk
leven te geven.
Aangezien
er problemen kunnen ontstaan ten gevolge van het niet kunnen plassen, is er een
kans dat de dierenarts euthanasie zal adviseren.
Prognose
De prognose is afhankelijk van de ernst van de verlamming, de aanwezigheid
van pijnlijkheid en of uw konijn zelf kan plassen.
De
dierenarts zal met u de prognose van uw konijn bespreken.
VHD
Viraal
Hemorragisch syndroom
Deze
konijnenziekte houd elk jaar weer aardig huis.
Bescherm uw dieren.
Vanaf een leeftijd van 8 weken kunnen ze geënt worden.
Symptomen:
De tijd tussen besmetting en de eerste symptomen is 1 -3 dagen.
VHD gaat gepaard met
hoge koorts, benauwdheid, bloedingen en zenuwstoornissen. Konijnen
overlijden aan bloedingen in het maagdarmkanaal. De ziekte hoeft niet met
bloedingen te verlopen,
soms overlijdt het konijn zonder eerst verschijnselen te tonen.
Het
komt voor in drie verschillende vormen:
-zeer
snel verloop: plotselinge dood.
-snel
verlopende vorm: depressie, stoppen met eten, benauwd, koorts (40-41,5 graden)
incoördinatie, soms schreeuwen en tandenknarsen.
Vaak ziet men in het laatste stadium een schuimige bloederige neusuitvloeiing
gevolgd door de dood.
-milde
vorm: deze vorm is zeldzaam. Herstel en levenslange immuniteit.
Het sterfte getal kan op lopen tot 100% maar in de meeste gevallen verliest
VHS,
de geschiedenis
(Marguerite
Wegner,
VHS
toen en nu, de geschiedenis van VHS op aarde.....
VHS
staat voor Viral Hemorrhagic Syndroom.
Tot 2000 zijn er elk jaar in Nederland kleine uitbarstingen geweest van het virus. Omdat veel mensen hun konijn preventief laten enten is het virus redelijk onder controle te houden.
Wormen bij het konijn
Verzorging
van uw konijn
Gebit
van het konijn
Het gebit van uw konijn is
aangepast aan het eten van plantaardig materiaal. Hierbij ligt het accent op de
maalfunctie van de kiezen. Een konijn in de vrije natuur eet voornamelijk
bladachtige plantendelen, knoppen, takken, schors en zaden. De hoofdvoeding van
een konijn als huisdier bestaat voornamelijk uit een volledig voer in
korrelvorm, groenvoer, hard brood, hooi en water. Harde bestanddelen in het voer
zijn van essentieel belang om groei en slijtage van de gebitselementen in
evenwicht te houden. Het
gebit van het konijn bestaat uit 4 snijtanden, 2 stifttanden (kleine snijtandjes
achter de snijtanden van de bovenkaak) en 20 kiezen. De melktanden van
het konijn wisselen in een periode vlak voor de geboorte tot 3-5 weken na de
geboorte.
Bronvermeldingen:
Wij hebben teksten gebruikt van:
Maryo van
den berg
www.konijnen.nl
en
Dierenkliniek Wilhelmina Utrecht