Het Ras  De Aanschaf   Voedsters   Rammen   Nestjes 2010    Te Koop   Links    Gevraagd    Wist u dat?   En dan dit   Ziektes

Konijnen en hun levensloop

Orde:

Konijnen behoren tot de orde van hazen en haasachtigen.
Verschillen tussen wilde konijnen en hazen zijn:


1.Hazen zijn veel groter: het volwassen gewicht van een haas is ongeveer 4,5 kg, dat van een wild konijntje 2 kg.
2. De oren van een haas zijn langer.
3. De achterpoten van hazen zijn veel langer.
4. Een haas draagt 42 dagen, een konijn ongeveer 31 dagen.
5. Een haas werpt 2-4 jongen in een open leger. Het konijn 2 tot soms wel meer dan 12 jongen die hulpeloos in een nest van wol geworpen worden.
6. Een haas heeft 48 chromosomen en het konijn 44. 

Een "Belgische haas" is een konijnenras dat qua uitwendige bouw en kleur goed op een haas gelijkt.
Er zijn meer dan 50 konijnenrassen.

De meeste konijnen in Nederland lopen in het wild rond.  
Verder worden konijnen als vleesproducenten gefokt.  
De konijnen die de dierenarts het meest tegenkomt worden als gezelschapsdier gehouden.  
Deze konijnen variëren van zeer groot (Vlaamse Reus) tot zeer klein (Pooltje).  
Naast de gewone beharing kennen we ook konijnen met speciale beharing (Angora en Rex).

Levensfasen:

Konijnenjongen worden naakt en blind geboren.  
De eerste 18 dagen leven ze van moedermelk. Vanaf 14-18 dagen beginnen ze met opname van vast voedsel.  
Tussen 3 en 12 maanden (afhankelijk van het ras) worden konijnen geslachtsrijp, waarbij de ram (het mannetje) een maand op de voedster (het vrouwtje) achterloopt. De draagtijd van konijnen is 30/31 dagen. Het konijn wordt gemiddeld 5 tot 6 jaar oud, maar dit kan wel tot 12 jaar oplopen!

Huisvesting:

De grootte van de kooi is afhankelijk van het ras en van het aantal dieren dat erin gehouden wordt. Minimale maten voor een, klein konijn zijn 50x40x50 cm (LxBxH) en voor een groot konijn 120 x 60 x 60 cm. Het materiaal is bij voorkeur glad gelakt hout bijv. met parketlak of bielzenzwart (hout is minder goed schoon te houden, veel gebruikt wordt plastic, beton en gaas).

De kooi moet voldoende kunnen ventileren, vooral om de ammoniakgeuren (uit de urine) laag te houden. Om deze reden, en om de besmettingskans met parasieten te verminderen, moet de bodembedekking 2x per week verschoond worden. De bedekkingslaag moet voldoende dik zijn om urine te absorberen en beschadiging van de hakken te voorkomen. Kooien, eet en drinkbakjes moeten gemaakt zijn uit niet-giftig materiaal en bestand zijn tegen knagen. Meestal gebruikt men kooien die volledig of deels gemaakt zijn van plastic met of zonder tralies. Houten kooien kunnen gebruikt worden, maar zijn eerder moeilijk schoon te houden. De afmetingen van de kooien hangen af van het te houden ras. Meestal worden konijnen gehouden op strooisel of stro. Een voldoende dikke laag neemt goed de urine op.

Indien de dieren te lang gehouden worden op een te klein oppervlak kunnen verveling, te veel eten (met overgewicht tot gevolg), gebrek aan beweging of spijsverteringsproblemen optreden. Dit kan tegengegaan worden door de dieren een grote kooi te geven (eventueel met verschillende verdiepingen), te zorgen voor een kooigenoot of speelgoed. Het konijn kan eventueel vrij rondlopen in huis, maar in dit geval moeten wel de nodige voorzorgen worden genomen.

Eerst en vooral moet er voor gezorgd worden dat de dieren niet aan elektrische leidingen kunnen knagen. Dit kan gebeuren door de leidingen te omhullen met hard en stevig plastic of deze leidingen of stopcontacten te verschuilen achter meubels zodat de dieren er niet bij kunnen.

Planten moeten uit de buurt van de dieren worden gehouden. Let er ook op dat de dieren niet beginnen te knagen aan synthetische stoffen zoals bijvoorbeeld tapijt omdat deze zaken het spijsverteringsstelsel kunnen blokkeren. Dit kan u vermijden door het dier “natuurlijke materialen” te geven om aan te knagen zoals hooi, hout of strooien matten

Voeding:

De meeste konijnen krijgen brokjes te eten. Hierin zit alles wat ze nodig hebben. Daarnaast is goed hooi erg belangrijk voor het konijn. Groenvoer mag (met mate!) altijd bijgevoerd worden. In principe mogen konijnen zoveel eten als ze willen (bij gemengd voer wel opletten dat ze alle bestanddelen in de goede hoeveelheid opeten). Dagelijkse voederopname (droge konijnenkorrel): 5% van het lichaamsgewicht. Drankopname: 10% van het lichaamsgewicht. Uitzondering: zogende voedsters nemen veel meer voeder en water op. De totale wateropname is afhankelijk van het aantal jongen en het tijdstip in de lactatie, en bedraagt gemakkelijk meer dan, 1 liter per dag.

Invloed van het ruwe celstof-gehalte:

Cellulose wordt praktisch niet verteerd maar is noodzakelijk als ballast voor een goede darmwerking. Daarbij mag de vezel niet te fijn gemalen zijn. Anderzijds zal de korrel gemakkelijk breken als de vezels niet fijn gemalen zijn zodat hier een optimum moet nagestreefd worden. Bij te laag ruwe celstofgehalte of te fijn gemalen vezels verhoogt het risico op diarree als gevolg van de vertraagde darmpassage. Dit wordt zeer vaak vastgesteld in de praktijk, alhoewel bij laboratoriumproeven aangetoond werd dat extreem lage cellulose-gehalten geen sterfte gaven, wel groeivertraging. Ook kan men de spijsverteringsstoornissen niet uitsluiten door een optimaal gehalte aan ruwe celstof, alleen de frequentie verminderen.

Aflatoxicose.

Konijnen zijn zeer gevoelig aan aflatoxines, even gevoelig als eenden. Daarom worden bepaalde voedermiddelen best niet gebruikt (aardnootschroot), andere zoals Luzerne en maïs kunnen er ook bevatten. Bij experimenten is gebleken dat konijnen beschimmeld voer meestal weigeren. Voeders verkrijgbaar in de kleinhandel die bestemd zijn voor hamsters en muizen zijn niet geschikt voor konijnen. Caviavoeders kunnen wel gebruikt worden; omgekeerd is konijnenvoeder niet geschikt voor cavia's omdat cavia's vitamine C nodig hebben. (Ook caviavoeder dat enkele maanden oud is bevat niet meer voldoende vitamine C). Als drank moet aan gespeende konijnen enkel water gegeven worden, geen melk. Sommige konijnen drinken weinig of niets, vooral als ze veel groenvoer krijgen. Toch moet altijd een bakje fris water ter beschikking gesteld worden. 

Caecotrofie.

Dit is iets specifieks voor konijnen. Wat is het: de inhoud van de dikke darm wordt in trosjes van kleine donkere keutels omhuld met wat slijm uitgepoept en weer opgegeten (recycling dus!). Door deze heropname voldoet het konijn voor 20% aan zijn eiwitbehoefte en voor 100% aan zijn behoefte aan Vitamine B en K. 

Oppakken. Het is heel belangrijk dat konijnen rustig worden benaderd en opgepakt. Bij het oppakken moeten de achterpoten ondersteund worden. Dit is zo belangrijk omdat konijnen bij schrikken of spartelen, door hun zeer krachtige rugspieren, hun rug kunnen breken of kneuzen! U kunt het beste beginnen met de dieren te aaien over de kop. Vermijd uw handen aan te bieden aan het konijn zoals u zou doen bij een hond of kat omdat dit een aanval kan uitlokken. Een konijn dat nog niet handtam is kunt u oppakken bij het losse rugvel (nooit bij de oren !!) waarbij u de achterpoten ondersteunt. Om het dier enkele meters te verplaatsen, wordt het gewoon horizontaal op de tegen het lichaam gehouden onderarm geplaatst en tegen het lichaam gedrukt. De kop van het dier wordt hierbij tegen de elleboogplooi gehouden. Een handtam konijn kan opgetild worden door de rechterhand te plaatsen langs de rechterzijde van het dier, en vervolgens de rechterhand te plaatsen onder de borst van het dier. Dan kunt u met de linkerhand de achterhand ondersteunen wanneer u het dier gaat optillen. Denk eraan het dier altijd dicht tegen het lichaam te houden wat het diertje een veilig gevoel geeft.

Ziekten die het konijn kunnen treffen:

Er zijn 2 virusziekten die vaker voorkomen en waar ook voor gevaccineerd kan worden:

Myxomatose. Dit virus kan door stekende insecten worden overgebracht. Soms blijven de verschijnselen beperkt tot wat gestuwde oogleden en oren, waarbij evt. ook een abortus kan optreden. Bij het klassieke beeld ontstaan er verdikkingen en pseudo-tumoren (de myxomen) op de kop. Dan zwelt de kop in zijn geheel op. Ook de regio rond de anus en genitalien kan aangetast raken. Vaak worden de processen geïnfecteerd door bacteriën. De ziekte heeft een dodelijk verloop. Vaccinatie start op 3-4 maanden leeftijd en moet elke 6 maanden worden herhaald.

VHD (Viral Hemorrhagic Disease). Het virus komt veel voor bij wilde konijnen. Veelal kent deze ziekte een snel verloop en sterven de konijnen zonder dat verschijnselen opvallen. Bij een trager verloop zien we bloederige neusuitvloeiing en ademhalingsproblemen. Er is geen behandeling mogelijk. Genezen dieren hebben een immuniteit gedurende 6 maanden. Vaccinatie geschiedt elke 6 maanden, dieren onder de 12 weken moeten na 3 weken herhaald gevaccineerd worden.

Parasieten.

In de darmen of galgangen komen nog wel eens coccidion voor. Verschijnselen variëren van vermageren en/of diarree tot plotse sterfte. De diagnose wordt gesteld door mest te onderzoeken op de o"cysten (soort eieren). Behandeling geschiedt door het toedienen van Sulfa-preparaten. Preventie: goede hygiëne, zorg dat het hok droog blijft. Soms wordt de lever aangetast door migrerende larven van de hondenlintworm (Cysticercose). Dit komt vooral voor als ze gevoerd worden met gras van plaatsen waar honden worden uitgelaten. Er is geen behandeling mogelijk. Schurftmijt kan bij het konijn in de huid en in de oren voorkomen. Verschijnselen: korsten, die gepaard gaan met jeuk. In de oren vaak nattig. Behandelen kan door wassen of injecties met Ivermectine, de oren worden meestal locaal met zalf behandeld. Ook de omgeving moet goed gereinigd worden. Vlooien en luizen kunnen ook veel jeuk geven, ze worden bestreden door de konijnen te wassen met Pulvex shampoo.

Besmettelijke snot.

Besmettelijke snot (pasteurella multocida) komt veel voor bij konijnen. Veel konijnen hebben deze bacterie bij zich zonder er last van te hebben. Door stress of andere ziekten kan deze bacterie echter ziekte geven. Verschijnselen variëren van snot (eerst waterig, later pussig met korsten) uit de neus tot longontsteking. Ook kunnen er bij deze ziekte voortplantingsstoornissen voorkomen. Behandeling. Als op tijd een behandeling met antibiotica wordt ingesteld is het konijn goed te helpen. Helaas is de ziekte vaak al snel te ver voortgeschreden en overlijdt het konijn aan de longontsteking.

Maagoverlading/haarballen.

Door opname van teveel voedsel ineens kan de maag overladen. Bij verveling of bij gebrek aan voldoende ruwvoer (hooi) kan het (overmatig) opgelikte haar in de maag oprollen tot haarballen. Beide problemen kunnen in lichte gevallen met laxeermiddelen opgelost worden.
In zwaardere gevallen is er vaak chirurgie nodig.

Diarree.

Diarree komt niet zo vaak voor bij individueel gehouden konijnen. wel hebben ze nogal eens een wat plakkerige ontlasting.
Diverse bacteriën kunnen deze problemen veroorzaken.
Een korte kuur antibiotica, gecombineerd met het toevoegen van lactobacillen (Biogarde bv), lost deze problemen vaak op.

Doorgroeiende tanden en/of kiezen.

Konijnen hebben tanden en kiezen die altijd doorgroeien en op lengte blijven doordat ze tegen elkaar afslijten.
Regelmatig verloopt dit slijtingsproces niet geheel goed.
Meestal betreft het dan de snijtanden, doordat het konijn een 'centenbakkie' heeft. De beste oplossing is het bijslijpen van deze lange tanden.
Aangezien dit meestal onder narcose moet gebeuren worden ze meestal geknipt.
Ook de kiezen kunnen niet goed op elkaar 'afgesteld' staan.
Hierdoor ontstaan haken aan de zijkanten.
Deze haken zorgen ervoor dat het konijn niet goed meer kan kauwen en geven schade aan wangen en tong.
De behandeling hiervoor is alleen mogelijk onder narcose: de haken worden bijgeslepen en vaak krijgt het konijn een korte kuur antibiotica voor de wondjes mee.
Dit zijn helaas altijd tijdelijke oplossingen, de foute bouw is helaas niet te corrigeren.

Huid.

De huid onder de oogleden kan nogal eens ontstoken raken doordat de ogen tengevolge van tocht een waterige ontsteking oplopen.
Behandeling bestaat uit het zalven van ogen en huid.
Op diverse plekken (meest kop/keel en hakken) kunnen er abcessen in de huid ontstaan.
Als deze niet gelijk goed geopend en opgeschoond worden zijn ze moeilijk te genezen.  
Naast het uitspoelen wordt het konijn met antibiotica behandeld.

Draainek.

Dit is een aandoening die meestal door een aantasting van het middenoor wordt veroorzaakt, bv vanuit een oorschurft infectie.
Ook kan de oorzaak in de hersenen liggen.
De dieren kunnen hun hoofd niet meer in de normale positie houden, maar hebben het gedraaid of in de nek liggen.
Oorzaak moet natuurlijk behandeld worden, maar lang niet altijd komt het hoofd weer in de normale positie terug.
Of het dier hier goed mee verder kan leven hangt vooral van de mogelijkheid tot voeropname af.

Verlamde achterhand.

Dit wordt meestal veroorzaakt door een verdraaiing van de wervelkolom (zie hanteren).
Lichte gevallen kunnen met een ondersteunende behandeling van corticosteroïden en Vitamine B herstellen.
In ernstiger gevallen (geen verbetering in 48 uur) wordt euthanasie aangeraden.

Epilepsie.

Dit kan een erfelijke aandoening zijn bij witte rassen met blauwe ogen.
Er is bij konijnen geen behandeling bekend.
Met deze dieren mag niet gefokt worden.

Nog enkele raadgevingen.

Denk eraan de dieren in een tochtvrije omgeving te houden en plotse temperatuurschommelingen te vermijden.
Zorg er ook altijd voor dat de dieren dagelijks hooi en groenvoer krijgen.
Konijnen zijn heel gevoelig aan storingen van het spijsverteringstelsel en als de dieren minder of niet meer willen eten moet hier direct de nodige aandacht aan besteed worden.
Indien u merkt dat uw dier niet meer wil eten of drinken, vermagert, ademhalingsproblemen of bewegingsstoornissen vertoont, zijn/haar vacht niet meer in conditie is of indien u andere abnormale zaken opmerkt, kunt u beter bij uw dierenarts langs gaan.

 

NOG ENKELE FYSIOLOGISCHE BIJZONDERHEDEN.

Temperatuur : 39°'C.
Polsslag : ± 300 per minuut.
Ademhalingsfrequentie : 32 - 60 per minuut.
Cyclus : de ovulatie wordt geïnduceerd door de paring
Drachtduur gemiddeld 31 á 32 dagen.
Worpgrootte 1 - 12 jongen afhankelijk van het ras. Kleine rassen hebben kleine nesten.
Levensduur : 10 à 11 jaar

 

Antibiotica !!

Waarschuwing: let er op dat er nooit de volgende antibiotica wordt gegeven:

Amoxicillin, lincomycin of clindamycin.

Deze antibiotica wordt door een konijn niet verdragen, en kunnen het dier zieker maken, of nog erger....

Niet alle dierenartsen weten dit.

NOOIT een konijntje meenemen dat jonger is dan 6 weken.

Een goede fokker doet de konijntjes pas na 6 weken weg.

Op de leeftijd van 6 weken is het darmstelsel van het konijntje pas zover, dat het de moedermelk niet meer nodig heeft.

Vanaf eind 8e week is het konijntje vatbaar voor de dodelijke ziekte VHS , laat je konijntje eind 7e, begin 8e week inenten!

Beste is 14 dagen later een inenting tegen Myxomatose te laten geven.

En herhaal dit ieder jaar.

 

Baarmoederhalskanker

 Wat is baarmoederhalskanker?
Bij oudere konijnen waar het baarmoederslijmvlies
meerdere veranderingen heeft ondergaan vanwege
hormoonschommelingen, is er een risico op toename
van het aantal celdelingen en kan kanker ontstaan.
De vorm van kanker van de baarmoeder die het
meest voorkomt is het adenocarcinoom.

Wat zijn de verschijnselen?
* Bloed plassen
* Slijmerige uitvloeiing uit de vagina
* Sloom zijn
* Niet eten
* Benauwdheid/ versnelde ademhaling
* Verminderde vruchtbaarheid
* Kleine nestgrootte

   

Hoe vaak komt het voor?
Meer dan 80% van alle niet-gecastreerde voedsters zal op een leeftijd van 4 jaar of ouder uterus adenocarcinomen ontwikkelen. 
Deze aandoening komt voor bij alle konijnenrassen.

Hoe wordt de diagnose gesteld?
Tijdens het consult zal de dierenarts uw konijn lichamelijk onderzoeken.
Met behulp van buikpalpatie kan een vergrote baarmoeder vastgesteld worden.
Bovendien wordt met het lichamelijk onderzoek de algehele gezondheidstoestand van uw konijn bepaald.
Er zijn meerdere redenen voor een vergrote baarmoeder zoals dracht of baarmoederontsteking, daarom wordt vervolgens een röntgenfoto van de buik en de borstkas gemaakt of kan er geadviseerd worden een echo van de buik te laten maken.
Met behulp van bloedonderzoek kan de lever en nierfunctie bekeken worden.

Wat is de behandeling?
Indien er geen uitzaaiingen in de longen zichtbaar zijn op de röntgenfoto en het bloedonderzoek niet afwijkend is, wordt een sterilisatie uitgevoerd waarbij de baarmoeder en eierstokken verwijderd worden.
Ook adviseren wij u om gedurende 2 jaar na de operatie iedere 3 maanden bij de dierenarts op controle te komen om eventuele uitzaaiingen tijdig vast te stellen.
Er is nog geen succesvolle chemotherapie voor deze tumor.
Indien uitzaaiingen zichtbaar zijn in de longen, bloedwaarden afwijkend zijn of de lever er afwijkend uitziet met echo van de buik, is er helaas geen behandeling mogelijk.
De behandeling zal er dan op gericht zijn om uw konijn zich zo goed mogelijk te laten voelen.

Wat is de prognose?
Vaak is het uterus carcinoom al uitgezaaid wanneer het konijn klachten zal vertonen.

In eerste instantie groeit het gezwel langzaam (en treden er geen verschijnselen op) maar na 1 tot 2 jaar zal de uitzaaiing snel verlopen naar de longen, lever en soms botten en/of hersenen.

Hoe is baarmoederhalskanker te voorkomen?
Door uw konijn op een leeftijd van 6 tot 12 maanden te laten steriliseren, wordt baarmoederhalskanker op latere leeftijd voorkomen. 

 

Castratie en sterilisatie

Castratie ram
Rammen kunnen gemiddeld vanaf 3 maanden al vruchtbaar zijn en kunnen net als katers sproeigedrag vertonen.

Het is aan te raden jonge konijnen vanaf 12 weken gescheiden te houden. Om een ongewenst nestje en het territoriumgedrag te voorkomen, kunnen rammen vanaf 4 tot 5 maanden gecastreerd worden.

Let erop dat ze 2 tot 4 weken na de castratie nog met succes een voedster kunnen dekken.

Houdt rammen en voedsters gedurende deze tijd dus nog steeds apart!

 

Castratie voedster
Voedsters kunnen ook vanaf de leeftijd van 3 tot 4 maanden al vruchtbaar zijn.
En een voedster is ook direct na de bevalling weer vruchtbaar! Het is
verstandig om voedsters jong (liefst vóór de leeftijd van 1 jaar) te castreren.
Een voedster heeft naarmate ze ouder wordt namelijk een grotere kans op baarmoederkanker (uterus adenocarcinoom).
Door uw voedster te laten castreren, kunt u naast baarmoederkanker, ook
territoriumgedrag en schijnzwangerschap voorkomen.

   

Coccidiose.

Het komt veel voor dat zich in het lichaam van een konijn coccidïen bevinden, zonder dat het konijn ziek wordt. Als bij onderzoek van de keutels coccidïen gevonden worden is het niet altijd gezegd dat dan een behandeling moet volgen.

Coccidïen zijn microscopisch kleine, eencellige parasieten die het darmstelsel en de lever van konijnen zowel als andere dieren aantasten. Coccidïen zijn de meest voorkomende parasieten in het darmstelsel van een konijn en een veel voorkomende oorzaak van ziekte van jonge konijnen.

De symptomen van coccidiose treden meestal op tijdens of vlak na stress, bijvoorbeeld door weersveranderingen, omgevingsveranderingen, een lange autorit, een zeer vieze kooi of bij koorts. In het algemeen wordt het darmkanaal het eerst aangetast, wat in milde gevallen resulteert in diarree. In ernstige gevallen is de ontlasting waterig, met stukjes ontlasting en kan er zelfs bloed in de ontlasting voorkomen. Het konijn droogt hierdoor snel uit, verliest gewicht, wordt lusteloos en wil niet meer eten en/of drinken.

Alle konijnen-coccidïen zijn leden van dezelfde familie, de Eimeria. Er zijn 12 soorten konijnen-coccidïen gesignaleerd in geïnfecteerde konijnen, maar slechts een paar hiervan zijn belangrijk genoeg om een konijn ziek te maken. Verder moet de weerstand van het konijn verminderd zijn, of er moeten twee of meer verschillende coccidïen (die elkaars ziekmakende werking versterken) aanwezig zijn om ziekte te veroorzaken.
Daarom is de precieze rol van de verschillende soorten coccidïen in het veroorzaken van een ziekte niet helemaal bekend. Intussen hoeft bij de aanwezigheid van slechts een paar coccidïe oöcysten (het stadium dat de coccidïen zich in de uitwerpselen van het konijn genesteld hebben) bij een parasitair onderzoek van de keutels niet perse de diagnose coccidiose gesteld te worden.

Eimeria perforans, Eimeria magna, Eimeria media, Eimeria irresidua.

De belangrijkste soorten darmcoccidïen zijn E. perforans, E. magna, E. media en E. irresidua, hoewel de soort coccidïen waarmee het konijn besmet is niet zo belangrijk is als de gezondheid van het konijn. Konijnen worden besmet door het eten van keutels die de coccidïe oöcysten bevatten. Dit kan gebeuren als het konijn zijn voeten of zijn vacht schoonmaakt, waar keutels van een ander, besmet konijn aan zitten. Hoewel konijnen hun blindedarmkeutels eten wordt over het algemeen aangenomen dat daar geen besmettelijke oöcysten in zitten. Klinische tekenen van darm-coccidiose variëren sterk, afhankelijk van de leeftijd van het konijn, de betrokken organismen, de mate van besmetting en de kans op ziek worden van het dier (beïnvloed door leeftijd, stress, dieet etc.) De tekenen zijn vaker te zien bij jonge konijntjes met hun onvolgroeide immuniteitssysteem. De symptomen kunnen zijn: gewichtsverlies, met tussenpozen hevige diarree dat bloed of slijm kan bevatten, en uiteindelijk uitdroging. Maar vooral bij volgroeide konijnen kunnen regelmatige gasaanvallen of verstoppingen, terwijl de keutels niet afwijkend zijn, ook in de richting van coccidiose wijzen. Dieren die lijden aan zware diarree kunnen een ernstige aandoening aan de ingewanden krijgen, een blokkade van de darmen doordat deze in elkaar kronkelen.

Sterven aan coccidiose wordt meestal veroorzaakt door uitdroging en bijkomende bacteriële infecties. Behandeling en preventie van darm-coccidiose is hetzelfde als voor lever-coccidiose. Er zijn geen vaccinaties mogelijk tegen coccidiose.

 Cyniclomyces guttulatus, een gist die gevonden kan worden in konijnenkeutels, wordt vaak bij een uitwerpselen-onderzoek verward met coccidïën. Dit is een vergissing die regelmatig gemaakt wordt door dierenartsen die niet erg bekend zijn met konijnen. Deze gist maakt deel uit van de normale darmflora van konijnen. De Nederlandse benaming is brillendoosgist.

Eimeria stiedae

Slechts één soort, Eimeria stiedae, die in de lever parasiteert, wordt buiten het darmstelsel gevonden. Eimeria stiedae kan in elke grote groep konijnen gevonden worden, van fokkerij tot opvangcentrum.

Er kunnen lichte infecties zijn zonder symptomen, of er kan lichte of vertraagde groei van de coccidïen zijn, maar de ziekte kan vooral bij jonge konijnen fataal verlopen. Bij baby-konijntjes kan de leveraantasting zo snel gaan, dat ze van het ene op het andere moment dood omvallen! Zwaar geïnfecteerde konijnen vertonen tekenen die wijzen in de richting van storing van de leverfunctie en blokkering van de galwegen. Deze konijnen stoppen met eten en verzwakken: op het laatst van de ziekte hebben ze diarree of verstopping. Soms is de (onder)buik vergroot en de huid kan een gelige kleur krijgen. Röntgenfoto's kunnen uitwijzen dat de lever vergroot is en dat er veel vocht in de buik zit. Bloedproeven zullen bevestigen dat de lever beschadigd is en dus zal de diagnose lever-coccidiose gesteld kunnen worden.

De bevestiging van de ziekte is gebaseerd op het vinden van oöcysten in uitwerpselen- of galmonsters. Alle konijnen in een geïnfecteerde fokkerij of huishouden moeten behandeld worden tot de ziekte uitgewoed is. De belangrijke rol van deze medicijnen is de groei van de parasiet tegen te houden tot het konijn weerstand opgebouwd heeft en de coccidiën weer onder controle heeft.

DE BEHANDELING VAN COCCIDIOSE

Voor de behandeling van coccidiose kunnen op sulfa gebaseerde medicijnen gekozen worden, zoals bijvoorbeeld ESB3 of clazuril. Soms wordt tegelijkertijd trimethoprim-sulfa ingezet. Dit laatste is vooral nuttig bij een zware besmetting, als de coccidiën de darmwand zo ernstig beschadigen dat E. Coli of een andere bacterie een ernstige bijkomende infectie kan veroorzaken. De vroege delingsstadia van de parasiet in de darmwand kunnen niet door deze middelen worden afgedood, alleen de laatste delingsstadia, die onder andere voor voortplanting zorgen, en de oöcysten produceren.  De genoemde medicijnen kunnen de deling van de organismen tegenhouden maar niet de coccidiën doden. Doordat de deling afgeremd wordt, kan het konijn weerstand tegen de coccidiën ontwikkelen, en op deze manier zichzelf genezen.
ESB3 moet vaak als poeder in het drinkwater als kuur gegeven worden. Echter is het twijfelachtig hoeveel medicijn dan werkelijk wordt ingenomen, zeker als een konijn te ziek is om te drinken. Wanneer een konijn niet of nauwelijks drinkt is het nodig om regelmatig over de dag het zieke dier met een spuitje wat van de oplossing rechtstreeks in de mond te geven. Of van dit medicijn kan een sulfadrankje met een smaakje worden gemaakt (dierenarts), wat ook direct met een spuitje in de mond wordt ingegeven.
Het meest effectieve middel om coccidiose te behandelen is toltrazuril (Toltrazuril drops®, Baycox®)  Dit middel werkt op alle stadia van de coccidiën cyclus, dus ook op de vroegste deling. Toltrazuril is verder ook het meest effectieve middel bij levercoccidiose. Dit middel wordt direct in de mond ingegeven. Het is af te raden om het door het drinkwater te doen, omdat het erg vies is en het konijn niet zal willen drinken. Het is verstandig de kuur te herhalen.

Hygiëne is uiterst belangrijk. De oöcysten in keutels van 36-48 uur oud vormen sporen die de omgeving besmetten. De kooi moet daarom dagelijks schoongemaakt worden, en dagelijks wordt vers stro gegeven. De voer- en waterbakken en drinkflesjes worden veelvuldig gereinigd. Keutels, ook in de leefomgeving, kunnen beter direct verwijderd worden zodat geen (her)besmetting kan plaatsvinden.

 

Darmimmobiliteit, een dodelijke kwaal

Wanneer de normale, samentrekkende bewegingen (peristaltische bewegingen) van de darmen niet of nauwelijks meer plaatsvinden wordt van darmimmobiliteit (‘ileus’) gesproken.

Waardoor wordt darmimmobiliteit veroorzaakt?
Er is een aantal redenen aan te geven waardoor de darmen van een konijn niet meer samentrekken:

1 stress.
2 uitdroging.
3 pijn, veroorzaakt door bv. een infectie of andere ziekte.
4 verstopping van het darmkanaal.
5 onvoldoende ruwe vezels in het eten.

6 neurologische oorzaak

Wanneer darmimmobiliteit niet behandeld wordt, kan het konijn op een pijnlijke manier sterven. Doordat de darmen niet meer samentrekken kan voedsel of opgelikt haar vast komen te zitten in het darmkanaal, waardoor dit verstopt raakt. Ook zal de dikke darm niet geleegd worden. Hierdoor kunnen schadelijke bacteriën tot ontwikkeling komen (bv. Clostridium bacteriën, die familie zijn van de tetanus en de botulisme soorten), die bij grote aantallen gasvorming veroorzaken (zeer pijnlijk voor het konijn), of giftige stoffen produceren die door de lever weer afgebroken moeten worden. Dit vormt een dusdanig zware belasting voor de lever, dat in veel gevallen de feitelijke doodsoorzaak van darm-immobiliteit het falen van de lever is.

Symptomen van darmimmobiliteit
Geen of kleine keuteltjes (speldenknopjes), die soms aan de haren blijven kleven. (Soms zijn de keuteltjes zeer klein, en ingekapseld in helder of gelig slijm. In dat geval is er sprake van een acute situatie, en moet direct de hulp van de dierenarts ingeroepen worden.) De darmen maken ook geen normaal, zacht borrelend geluid. In plaats daarvan borrelt de darm zeer hard (door het ontstaan van grote, pijnlijke gasbellen), of is de darm doodstil. Het konijn is apathisch, wil niet eten, of zit in elkaar gedoken en knarsetandt vanwege de pijn.

 

 

De "haarbal-mythe".
Helaas wordt nog te vaak bij een konijn dat darmimmobiliteit heeft, de diagnose ‘hij heeft een haarbal’ gesteld. In feite ontstaat een haarbal door darmimmobiliteit, en niet andersom. Een dierenarts die weinig konijnen behandelt, en niet weet hoe de buik van een konijn moet aanvoelen, stelt vaak zo’n verkeerde diagnose, wanneer de buik ‘deegachtig’ aanvoelt. Een ‘deegachtige’ buik bij een konijn is echter alleen een teken dat er iets aan de hand is wanneer de dikke darm leeg is, en het konijn pijn heeft wanneer de buik betast wordt. Net als bij de meeste planteneters zijn de maag en de darmen van een normaal, gezond konijn nooit helemaal leeg. Een konijn kan normaal eten tot vlak voordat darmimmobiliteit ontstaat. Hierdoor kan de maag behoorlijk gevuld zijn wanneer de darmen stoppen met bewegen. Deze voedselmassa maakt een deegachtige indruk bij het betasten van de buik, maar heeft dus niets met haarballen te maken.

Een haarbal bij een konijn bestaat voor het grootste deel uit voedsel, bijeengehouden door haren en slijm, dit in tegenstelling tot de bekende haarballen van katten. Tenzij deze haarbal kan indrogen tot een vaste, harde bal, zullen toegediend vocht en enzymen deze haarbal kunnen afbreken en oplossen. Het behandelen van een konijn voor haarballen heeft echter geen zin wanneer geen aandacht geschonken wordt aan de darmimmobiliteit!  

Als er een vermoeden bestaat dat een konijn last heeft van darmimmobiliteit is het noodzakelijk direct met het konijn naar de dierenarts te gaan. Deze zal de buik van het konijn beluisteren en betasten. Daarnaast kan de dierenarts een röntgenfoto maken van de buik om vast te stellen of de darmen normaal voedsel bevatten, of dat er ergens een blokkade of een gasophoping aanwezig is. Wanneer de darm niet volledig geblokkeerd is, kan de blokkade het beste met medicijnen behandeld worden. Een gastro-enterotomy (het open snijden van de maag) kan wel toegepast worden om een blokkade uit de maag te verwijderen, maar vaak overleeft het konijn de operatie niet. En bij konijnen die de operatie zelf overleven treedt vaak peritonitis (perforatie van de maagwand) of een andere complicatie op; opereren moet dus gezien worden als de allerlaatste toevlucht.

 

Kan darmimmobiliteit succesvol behandeld worden?
Wanneer de dierenarts vastgesteld heeft dat er een blokkade in het maagdarm kanaal aanwezig is moet met behulp van vezels, vocht, pijnstiller, laxeermiddelen, enzymen, darmstimulerende middelen en een antigasmiddel (Aeropax) geprobeerd worden de blokkade op te heffen. Wanneer dat lukt kan de darmbeweging weer op gang komen.Wanneer de dierenarts vastgesteld heeft dat er geen blokkade in het maagdarm kanaal aanwezig is, is het moeilijker de darmbeweging weer op gang te krijgen. Immers is de oorzaak van het stilvallen in dat geval onbekend. Vooral bij oudere konijnen kan een neurologische stoornis uitval van de darmbeweging veroorzaken.
Darmstimulerende middelen (Primperan en/of Cisaral drops), pijnstiller, hoogvezelig dwangvoer (Recovery) en vocht kunnen ingezet worden. Vitamine B kan gegeven worden om de eetlust te stimuleren en omdat deze vitamine niet meer via de blindedarmkeutels opgenomen worden.
De lichaamstemperatuur moet steeds in de gaten gehouden worden, zodat het konijn niet gaat onderkoelen. Antibioticum geven is af te raden tenzij een bacteriële infectie oorzaak is van de darmimmobiliteit.
Vanwege de dreigende enterotoxemie (darmvergiftiging veroorzaakt door de bacterie Clostridium spp) kan cholestyramine ingezet worden, en Aeropax gegeven worden. Aeropax is een essentieel middel voor het bestrijden van de pijnlijke darmgassen.

 

Wat kan ik zelf doen.

Buikmassage.
Een van de effectiefste manieren om een lui darmstelsel aan de gang te krijgen is met zachte buikmassage. Zet het konijn op een handdoek, op een stevige ondergrond, zodanig dat het konijn er niet af kan springen en/of zichzelf verwonden. Masseer, met de handen en vingertoppen zachtjes de buikstreek. Masseer steeds dieper in de buik als het konijn dit toelaat, maar niet zo diep dat het pijnlijk voor het konijn is. De interne organen van een konijn zijn zeer gevoelig, en kunnen gemakkelijk gekneusd worden, waardoor de zaak alleen maar erger wordt. Naast handmassage kan ook een elektrisch massage apparaat gebruikt worden. Dit is meestal nog effectiever, en het is dus een goed idee om een massage apparaat aan te schaffen met een groot, plat vlak, dat gedurende lange tijd tegen de buik van het konijn gehouden kan worden. Druk het massage apparaat stevig tegen de buik van het konijn, begin bij de onderbuik en werk langzaam naar boven toe. Hoewel het konijn in eerste instantie alles een beetje vreemd zal vinden, zal het vrij snel merken hoe aangenaam het is, en de massage als prettig ervaren. Behalve de stimulans op de spieren, die de massage geeft, lijken gasbellen ook verkleind te worden en vermindert de massage de koliek (darmkramp). Pas de massage toe zo lang en zo vaak als het konijn het goed- en prettig vindt.

 

Vocht.
Het is belangrijk dat het konijn voldoende vocht opneemt zodat de darminhoud niet uitdroogt en een harde massa kan worden die de darm niet meer kan passeren. Het geven van water is natuurlijk prima, maar een elektrolytische drank (dierenarts, of Orisel-apotheek), is nog beter. Geef in geen geval suikerhoudend vocht, omdat hierdoor de schadelijke darmbacteriën zich sterk kunnen vermeerderen.Voedsel.
Het konijn moet steeds wat eten, als de oorzaak een verstopping is laag-vezelig voedsel, bijv. Juvenile (van Harrison, dierenarts). Is de oorzaak geen verstopping dan zeer hoogvezelig voedsel zoals Recovery (dierenarts). Omdat het konijn zelf niet zal willen eten zal het gedwangvoerd moeten worden. Dit kan met behulp van een injectiespuitje zonder naald (dierenarts). Voor Recovery is een spuit met een wijde opening nodig. Duw de tuit van de spuit aan de zijkant van de mond van het konijn, net achter de snijtanden, en spuit langzaam 1-2cc per keer naar binnen. Let op dat het konijn zich niet verslikt. Het beste is wanneer het konijn elk uur ca. 2 ml. per kg. lichaamsgewicht naar binnen krijgt.

 

Hooi.
Wanneer het konijn geen enkele soort hooi wil eten, kan alfalfa misschien uitkomst bieden. Hoewel alfalfa niet dagelijks gegeven mag worden (het bevat teveel proteïnen, calorieën en calcium), moet het in dit geval maar een keer. Voer het konijn wat alfalfa, al moet het sprietje voor sprietje, maar zorg dat het wat vezels binnenkrijgt. De vezels helpen bij het transporteren van de darminhoud, en stimuleren de darmwand-spieren zodat de peristaltische bewegingen verbeteren.

Verse, vochtige bladgroenten. De darmen kunnen ook gestimuleerd worden door het konijn verse, vochtige bladgroenten te geven. Als het konijn dat niet wil eten, probeer dan kruiden zoals munt, basilicum, dille, koriander, peterselie, enz. Meestal zal een van deze kruiden de eetlust van het konijn opwekken. Het is dus handig om een gevarieerde voorraad kruiden bij de hand te hebben.

F. Lacto-bacteriën.

Hoewel lacto-bacteriën (lactobacillus acidophilus) normaal gesproken niet in het darmstelsel van een konijn voorkomen, blijkt een dosis lacto-bacteriën het konijn te helpen de crisis door te komen, totdat de darmen weer gaan bewegen. Hoewel er geen verklaring voor is, werkt het wel. Gebruik in ieder geval een lacto-bacterie product dat niet op zuivel gebaseerd is, en zeker geen yoghurt. De suikers en koolhydraten die daarin zitten stimuleren de groei van schadelijke bacteriën. Via dierenartsen is Bene-Bac of Protexin verkrijgbaar.

 

Behandeling door de dierenarts.

Darmstimulerende middelen
Een medicijn dat de peristaltische bewegingen van de darmen opwekt, zoals Cisaral drops (= Cisapride) of Primperid (=Metaclopramide), kan uitkomst bieden. Dit mag echter alleen gegeven worden wanneer vastgesteld is dat er geen blokkades in de darm aanwezig zijn, waardoor de darm onder spanning kan staan. De genoemde medicijnen zijn beide veilig aan konijnen te geven en zeer effectief. Verder is het middel cisapride, dat nauwelijks bijwerkingen heeft, goed geschikt om langere tijd gegeven te worden. Het kan in sommige gevallen wel twee weken duren voordat de darmen weer goed bewegen, dus geduld en een goede verzorging van het konijn zijn essentieel. In ernstige darm-immobiliteitsgevallen kunnen zowel Primperid als Cisaral drops gegeven worden.

Ontgiftingsmiddel
De stof Cholestryramine (Questran) kan gebruikt worden om negatief geladen, niet in water oplosbare stoffen te binden, bijvoorbeeld giftige afvalstoffen van Clostridium bacteriën. Het middel Questran wordt bij de mens gebruikt als cholesterol verlagend medicijn, en is goed verkrijgbaar. Wanneer een konijn slijmerige ontlasting heeft is de kans groot dat dit veroorzaakt wordt door een explosieve toename van clostridium bacteriën, die uiterst giftige afvalstoffen maken. Met Questran kunnen deze afvalstoffen gebonden worden en zonder schade via de ontlasting verdwijnen. Het gebruik van het middel Questran moet met enige zorg gedaan worden: geef het middel in een ruime verdunning met water via de mond in. Juist omdat Questran zelf hygroscopisch is (water bindend) moet veel extra water toegediend worden om te voorkomen dat de ingewanden van het konijn uitdrogen. Verder is Questran ongevaarlijk; de darmbewegingen worden niet verstoord, en het wordt niet door de darmen opgenomen. Het middel werkt dus direct op de inhoud van de darmen in. Onderhuids vocht
Een onderhuids ingespoten Ringer-Lactaat oplossing zorgt er voor dat het konijn niet uitdroogt, en het helpt tevens om de elektrolyten in balans te houden. Het injecteren van Ringer-Lactaat oplossing, zelfs wanneer het konijn niet uitgedroogd aanvoelt, helpt om vastzittende, ingedroogde voedseldelen in de darmen zacht te maken, en zorgt dat het konijn zich wat beter voelt. Een konijn met uitdrogingsverschijnselen voelt zich moe en
ziek, en heeft nauwelijks zin in eten of drinken. Daarom is het een goed idee om Ringer-Lactaat oplossing preventief toe te dienen, tenzij het konijn zwakke nieren of hartproblemen heeft.

Enzymen
Het toedienen van extra spijsverteringsenzymen kan helpen om compacte, vastzittende voedselbrokken of haarballen (die dus een symptoom zijn, en niet de oorzaak van het probleem!) zacht en los te maken. Als proteïne oplossende enzymen kunnen zowel plantaardig als dierlijke enzymen gebruikt worden. De stoffen Papaïne en Bromeline, afkomstig van respectievelijk de papaja en ananas, helpen bij het verteren en oplossen van slijmerige, vaste voedseldelen. Ze kunnen echter keratine, hoofdbestanddeel van haren, niet verteren.

Vitaminen
Het oraal of parenteraal toedienen van vitamine B-complex stimuleert de eetlust van het konijn en vult de tekorten aan die zijn ontstaan.

Pijnbestrijding
Het is van levensbelang de buikpijn die een konijn met darmimmobiliteit kan hebben, te bestrijden.Verschillende pijnstillende middelen komen in aanmerking, zowel NSAID's (zoals carprofen of meloxicam) als opiaten (zoals bijv. Temgesic). Eventueel zou sulfasalazine ingezet kunnen worden, dit middel vermindert buikpijn en heeft een gunstige werking op het darmslijmvlies.

De weg naar het herstel.
Het is essentieel dat de verzorger van een konijn met darm-immobiliteit uiterst geduldig
is, zodat de behandeling en de medicijnen hun werk kunnen doen. Konijnen zijn zeer gevoelig voor stress, en moeten zo min mogelijk "nare" ervaringen hebben. Het kan soms wel dagen duren voordat er weer uitwerpselen te voorschijn komen, en soms wel weken voordat de darmen weer normaal bewegen. Er is zelfs een geval bekend waarbij het konijn na 14 dagen nog geen keutels maakte, maar toch, dankzij geduldige en consistente behandelingen (op de hiervoor beschreven manieren) er bovenop kwam. Geduld en doorzettingsvermogen zijn dus dé sleutelwoorden!Ga niet vaker naar de dierenarts met het konijn dan absoluut noodzakelijk is. Hoe meer stress het konijn heeft, hoe langzamer het herstelt. Geef, indien mogelijk, de medicijnen zo veel mogelijk thuis, waar het konijn zich veilig voelt. Eigenlijk zou elke konijnenbezitter een stethoscoop in huis moeten hebben, zodat de darmgeluiden in de gaten gehouden kunnen worden. Wanneer de darmen weer een beetje geluid gaan maken is dit het teken dat het konijn aan het herstellen is, zelfs zonder dat er keutels verschijnen. Door het toedienen van de medicijnen, het geven van voorzichtige massage en liefdevolle aandacht zal het konijn steeds verder verbeteren, en na enige tijd komen vanzelf de keutels. De eerste keutels zullen hard en misvormd zijn, wat normaal is na een periode van ziekte. Het kan ook gebeuren dat het konijn een paar keutels maakt, dan een dag niets, en de volgende dag weer wat meer dan de eerste dag. Ook dit is normaal, en geen reden tot paniek. De darmen schijnen een soort hortend en stotend weer tot leven te komen in plaats van in één keer.

 

Antibiotica.
Sommige dierenartsen zullen routinematig een konijn met darmimmobiliteit antibioticum geven, om de wildgroei van Clostridium tegen te gaan (bijv. met metronidazol), of om een secundaire bacterie geen kans te geven (bijv. met Baytril). Hoewel preventieve maatregelen best vaak op hun plaats zijn, is toch enige terughoudendheid met het geven van antibiotica gewenst. Er komen steeds meer tegen bepaalde antibiotica resistente bacteriën, waardoor een behandeling steeds moeilijker wordt. Pas wanneer het konijn symptomen heeft die wijzen op een bacteriële infectie (waardoor misschien de darmen niet meer bewegen) moet een antibioticum gebruikt worden, niet eerder.

 

De oorzaak achterhalen.
Zodra het konijn hersteld is van de darmimmobiliteit wordt het tijd de oorzaak van de ziekte te achterhalen. Krijgt het konijn wel voldoende vezels? Krijgt het misschien teveel lekkere "snoepjes"? (Steeds meer "gezond snoep" voor konijnen verschijnt op de markt. In werkelijkheid ondermijnt dit snoep de gezondheid ipv dat het de gezondheid bevordert).
Heeft het konijn soms te grote kiezen, of "haakjes" aan de kiezen, of een kaakontsteking? Is er sprake van een onderliggende infectie of andere ziekte die zoveel stress veroorzaakt dat de darmen er mee gestopt zijn?- De darmimmobiliteit kan een eerste aanwijzing zijn dat er iets anders loos is. Wanneer het konijn weer hersteld is van de darmimmobiliteit, maar toch nog ‘ziekig’ is, is het tijd om eens een bloedonderzoek te doen of röntgenfoto’s te laten maken, of op een andere manier een diagnose te (laten) stellen.

Wanneer gedurende de herstelperiode van het konijn zijn temperatuur regelmatig gemeten wordt, kan vastgesteld worden of het konijn homeostatisch stabiel is. Gebruik overigens altijd een plastic thermometer, die kan namelijk niet afbreken, en meet altijd de anale temperatuur. Deze ligt normaal tussen de 38.5 en de 39.5O C. Een hogere temperatuur dan 39,5OC betekent (te) veel stress of een infectie, en in het laatste geval moet natuurlijk direct de dierenarts ingeschakeld worden. Eigenlijk is een temperatuur lager dan 38.OC erger dan een beetje verhoging. Een abnormaal lage lichaamstemperatuur kan duiden op een shock of een infectie die doorgebroken is naar de bloedbaan. Wanneer de lichaamstemperatuur onder de 37,5OC ligt, is er sprake van een extreem noodgeval! Pak dan het konijn in tussen met warm water gevulde flessen of kruiken en ga zo snel mogelijk naar de dierenarts!

 

Voorkomen is beter dan genezen.

Een beter medicijn dan voorkomen bestaat er niet. Zorg ervoor dat het konijn altijd voldoende (vers) hooi heeft, geef speciale konijnenbiks, die voor minstens 14-16% uit ruwvezels bestaat. Zorg er ook voor dat het konijn altijd vers, schoon drinkwater heeft. Denk er aan dat een konijn meer drinkt uit een waterbakje dan uit een drinkfles. Geef daarnaast het konijn dagelijks voldoende groenvoer. En vergeet niet dat loslopen, rennen en spelen minstens net zo belangrijk is. De beweging versterkt niet alleen de botten en spieren van het konijn, maar stimuleert ook de darmwerking en de stoelgang als geheel. Controleer tenslotte het konijn regelmatig op afwijkingen of veranderingen in zijn/haar gedrag of eetpatroon. Dit is bij een binnenkonijn beter in de gaten te houden dan bij een buitenkonijn! Als je het niet vertrouwt, schakel dan een dierenarts in!

 

Darmslijmvliesontsteking en darmvergiftiging veroorzaakt door antibiotica.

 

Oorspronkelijk artikel:
Antibiotic-induced Enteritis and Enterotoxemia
by Jeffrey R. Jenkins, DVM

Vertaling: Willem v.Koeveringe.

 

Waarom moet uw dierenarts opletten als hij ervoor kiest uw konijn te behandelen met antibiotica en welke antibiotica zijn niet aan te raden om bij konijnen te gebruiken?

Veel antibiotica beschadigen de normale gezonde darmflora wat dan weer kan leiden tot verstoring van de darmflora met darmslijmvliesontsteking als gevolg, of tot darmvergiftiging en/of diarree, wat dodelijk kan zijn voor het konijn.

Ziekten worden veroorzaakt wanneer een teveel aan pathogene (ziekmakende) bacteriën gif produceren die de blindedarm en de maagpoort beschadigen, en/of andere lichaamssystemen infecteren.

Clostridium spiroforme, een bacterie die normaal in kleine hoeveelheden in het achterste darmgedeelte van het konijn leeft, is de meest voorkomende oorzaak van darmvergiftiging, deze bacterie produceert een gif dat te vergelijken is met het gif dat botulisme en voedselvergiftiging veroorzaakt. E.Coli en andere ziekmakende bacteriën kunnen zich verder ook snel vermenigvuldigen en de oorzaak van ziekte zijn.

Niet alle antibiotica geven problemen, alleen de antibiotica die de darmflora beïnvloeden. Deze antibiotica doden de normale gezonde bacteriën in de blindedarm en in de maagpoort. De meeste van deze gezonde bacteriën leven in een omgeving zonder zuurstof.

De kans op darmslijmvliesontsteking en darmvergiftiging door antibiotica is groter wanneer het oraal (in de mond) wordt toegediend dan wanneer het wordt geïnjecteerd.

Een koolhydraatrijk dieet (suikers, zetmeel, zoals graan en bloem maar ook suikerrijk fruit zoals druiven en bananen) verhogen de kans op darminfectie. Dit komt doordat koolhydraten de normale darmflora uit balans brengen en omdat de Clostridium spiroforme bacteriën koolhydraten nodig hebben om hun gif te kunnen maken.
Een vezelrijk dieet (hooi), zal de kans op veranderingen in de darmflora door antibiotica verkleinen omdat vezels de darmbeweging stimuleren.

Antibiotica in de macroliden groep (o.a. clindamycin, erythromycin en lincomycin), de penicilline familie (o.a. ampicilline en amoxicilline) maar ook verschillende andere antibiotica kunnen bij konijnen darmslijmvliesontsteking veroorzaken.
Minder waarschijnlijk maar wel mogelijk is het dat antibiotica van de cefalosporinen groep voor problemen zorgen.

De kans op problemen van met sulfa bereide medicijnen en met antibiotica uit de quinolonen groep (bijv. Baytril) is te verwaarlozen.

Een konijn heeft een darmslijmvliesontsteking bij één of meer van de volgende symptomen:
- niet eten of drinken, onverschilligheid, met gasgevulde buik, buikpijn, diarree (met of zonder bloed) en als er helemaal geen keutels zijn.

Darmslijmvliesontsteking en darmvergiftiging worden behandeld door de darmbeweging te stimuleren, o.a door eten en drinken onder dwang naar binnen te krijgen. Hierdoor wordt de groei van pathogene (ziekteverwekkende) bacteriën geremd en het produceren van gif verminderd, en wordt de groei van de normale darmflora gestimuleerd.

Het voorkomen van uitdroging en dus het op peil houden van de normale vochtbalans is uiterst belangrijk. Electrolytische oplossingen (zout-suikeroplossingen) worden vaak onderhuids ingespoten of met een spuitje via de mond gegeven.

Darmwerking bevorderende medicijnen (zoals in Nederland vaak Primperan of Presulsid) en een vezelrijk dieet, desnoods via dwangvoeren, hebben meestal het beste resultaat.
Cholestyrine, een hars die zich aan het bacteriële gif hecht, heeft vaak goede resultaten.

Antibiotica hebben een beperkte waarde bij het behandelen van de ziekte en worden meestal slechts als ondersteuning gebruikt.

Voorkomen van darmvergiftiging hangt af van een goede woonomgeving en het voorkomen van stress. Geef een dieet met niet minder dan 16% vezels en hooi van een goede kwaliteit, terwijl plotselinge veranderingen in het dieet voorkomen moeten worden.

Spenende konijnen moeten vanaf 3 weken voedsel (inclusief hooi) gekregen hebben, vroeg of geforceerd spenen (bij de moeder weghalen) moet voorkomen worden.

DIARREE en andere problemen.
door Maryo van den Berg  

Een vorm van diarree is zachte, plakkerige of nattige keutels, al dan niet afgewisseld met mooie droge keutels. Deze soort keutels zijn altijd verdacht en kunnen het beste zo snel mogelijk naar de dierenarts gebracht worden voor microscopisch onderzoek. Vaak is een parasiet veroorzaker van deze zachte en/of nattige keutels. Als er sprake is van coccidiose moet altijd zo snel mogelijk een geneesmiddel ingezet worden, omdat de toestand van een konijn anders binnen een paar dagen dramatisch kan verslechteren.
Ook na een antibioticum kuur kunnen de keutels er afwijkend uitzien omdat antibioticum de darmflora aantast. Een kuur met Probiotica kan helpen de darmflora weer in evenwicht te brengen,
Lactobacillus acidophilus.

ZACHTE UITWERPSELEN

Zachte blubberige keutels kunnen verschijnen wanneer een konijn bijv. een bepaalde groenvoer niet verdraagt. Bijkomende klacht kan buikpijn zijn, veroorzaakt door gas. Of het konijn is alleen wat minder enthousiast op eten. De remedie is het konijn een dag op hooi zetten en een antigasmiddel toedienen. Zijn de volgende dag de keutels nog niet in orde, dan is er meer aan de hand en moeten de keutels door de dierenarts onderzocht worden.

Hooithee.

(Hooithee is een tip van Arina Meinen, een bezoekster van deze site). Doe een flinke pluk hooi in een emmer, en giet daar kokend water over. Laat dat een paar uur staan, zeef het en vul de waterfles daar mee. Laat je konijn alleen hooi eten en hooithee drinken. Na een paar uur verse hooithee maken. De klachten moeten de volgende dag over zijn. Dit is uitsluitend een goede behandeling wanneer vrijwel zeker is dat de kwaal door groenvoer veroorzaakt wordt. Als de keutels de volgende dag nog zacht zijn is het heel verstandig om voor alle zekerheid deze door de dierenarts microscopisch te laten onderzoeken, om een parasiet of een bacterie uit te sluiten. 

Erge diarree: noodsituatie!

Het konijn wordt stil, eet niet of nauwelijks. Er zijn geen keutels meer of zachte keutels, maar een dunne, bruine massa, die meestal stinkt. Het konijn is aan de achterkant ook vuil. De oren zijn ijskoud. Dit is serieus!!!  Zorg dat je konijn drinkt. Een konijn dat aan de diarree is en niet drinkt droogt onmiddellijk uit. Bel de dierenarts, of ga naar hem/haar toe, doe dit zo snel mogelijk. Laat je niet afschepen. Als je een onwillige dierenarts treft, bel een andere, net zolang tot iemand wil helpen. Houd je konijn in de tussentijd warm, desnoods met kruiken, ook tijdens het vervoer. 

Het is verstandig om voor noodgevallen altijd injectiespuitjes zonder naald in huis te hebben. Die kun je bij de dierenarts vragen. Als het konijn aan de diarree is, en het drinkt niet zelf, moet je het spuitje vullen met water, en voorzichtig in de mondhoek van het konijn leegspuiten. Pas op dat het dier zich niet verslikt. Een konijn heeft heel weinig reserve, als het heel erg aan de diarree is, en het drinkt niet, kan het binnen een paar uur sterven. Aan het water kun je een heel klein beetje zout toevoegen. Dit water geven moet je steeds herhalen totdat je bij de dierenarts bent. NB dit zijn aanwijzingen voor als het konijn echt heel erg aan de diarree is, en misschien al een paar uur was voordat je het merkte.

Diarree, echt vloeibare poep, is slecht nieuws. Het kan een voedselkwestie zijn, bijv. bedorven voer of een vergiftiging, het kan VHS zijn, maar ook Coccidiose. Coccidiose is een ziekte die vooral bij jonge konijntjes voorkomt, en een dodelijke afloop kan hebben. Snel ingrijpen is geboden, de dierenarts kan, na vaststelling van de ziekte door middel van een microscopisch onderzoek van de uitwerpselen, er een geneesmiddel voor geven.

 

Hele kleine keutels

Keutels die steeds kleiner worden zijn een signaal dat de darmen niet genoeg bewegen. Hier moet serieuze aandacht aan besteed worden, want dit is een ernstig signaal. Het is een teken dat het voedsel niet goed doorgevoerd wordt door de darmen. 

Als de darmen niet goed werken zal de voedselmassa langzamer door het darmkanaal gaan. Het konijn voelt zich vol, en zal minder gaan eten. De darmen gaan nog minder bewegen en een vicieuze cirkel ontstaat. Op een gegeven moment stopt het konijn met eten en drinken, omdat de bijna stilstaande voedselmassa een vol gevoel geeft.

Als er helemaal geen voedsel opgenomen wordt stoppen de darmen met bewegen. Het lichaam heeft nog steeds water nodig en haalt dat nu uit de maag en uit de bestanddelen van de keutels. Het voedsel wat nog in de maag zit droogt uit en wordt een prop. Hoe langer een konijn niet eet, hoe meer hij uitdroogt en hoe harder de prop in zijn maag wordt. De oude voedselmassa geeft ook gas, wat pijnlijk is. Nog een reden voor het konijn om niet meer te eten.

Het is belangrijk dat een konijn altijd goed hooi eet (vezels) en genoeg drinkt. Genoeg beweging krijgt, zodat het lichaam optimaal blijft functioneren. Keutels die steeds kleiner worden... dit kan eindigen met helemaal geen keutels meer. En dan is het konijn al ver heen. Let dus altijd op de keutels!

 

Keutels die aan het achterwerk blijven plakken, of stinkende plakkeutels

Een konijn maakt twee verschillende soorten keutels, gewone en blindedarmkeutels. De gewone zijn hard en rond, de blindedarmkeutels zijn klein en donker, zitten vaak op een trosje aan elkaar en ruiken heel sterk (worden ook wel 'nachtkeutels' genoemd, maar dat is een verkeerde benaming). Deze keutels moeten eigenlijk rechtstreeks uit de anus gegeten worden, en ze zitten boordevol eiwitten, mineralen en bacteriën die een konijn nodig heeft om gezond te blijven.

   te zachte blindedarmkeutels

Wanneer te veel voer gegeven wordt wat te veel koolhydraten bevat (dat is al gauw het geval bij gemengd voer, maar ook bij brood en zeer zeker bij snoep!) raakt de blindedarmflora verstoord. De blindedarmkeutels worden dan zo zacht dat een konijn ze niet meer kan eten, en ze blijven aan het achterwerk plakken. Dat wordt op een gegeven moment een hele massa waar ook de gewone keutels in blijven plakken.
Wanneer een konijn selectief eet, dus alleen de lekkere dingen uit het voer eet, komt het dier belangrijke voedingsstoffen te kort. De blindedarmflora raakt verstoord omdat die lekkere dingen veel suiker bevatten. Het konijn eet bij wijze van spreken alleen nog suiker. Erg ongezond dus.

 

Afgezien van dat het heel vervelend is voor het konijn maar ook voor de eigenaar, omdat die het dier steeds moet schoonmaken, is het ook schadelijk voor het konijn. Blindedarmkeutels bevatten vitaminen die een konijn beslist nodig heeft, zoals vitamine B en K, en verder ook nuttige bacteriën die nodig zijn om de darmflora gezond te houden. Als het konijn dus de blindedarmkeutels niet kan eten komt het belangrijke voedingsstoffen te kort, die het nodig heeft. Op den duur kan het konijn dan allerlei kwalen krijgen en verandert het in een chronisch ziek dier. Verder loopt het konijn in de zomer gevaar op madenziekte, myasis.

Het eten van blindedarmkeutels is van levensbelang voor een konijn en het is dus belangrijk dat het van de kwaal afkomt. Dit is alleen mogelijk met een gezond dieet. Vaak is het al genoeg om minder hardvoer te geven, veel eigenaren geven teveel hardvoer aan hun konijn. Een konijn dat teveel gemengd voer krijgt en geen honger heeft, eet alleen de gekleurde dingen en laat de gezonde dingen liggen.
Een konijn vanaf 6-7 maanden heeft maar 20-25 gram hardvoer per kg. lichaamsgewicht per etmaal nodig. Dat lijkt weinig, maar is meer dan voldoende voor een konijn dat goed hooi eet. Het hardvoer kan in twee maaltijden verdeeld worden en 's morgens en 's avonds gegeven worden. Omdat het konijn honger krijgt zal het veel hooi gaan eten, en ook de hele etensbak netjes leegeten. Hierdoor wordt de darmflora weer gezond en verdwijnt de kwaal van de dunne blindedarmkeutel-rommel.

Wanneer een konijn last heeft van deze kwaal, is het dus verstandig om geen snoep meer te geven en het hardvoer drastisch te minderen. Het konijn gaat nu vanzelf veel meer hooi eten en dat is goed. Natuurlijk is het belangrijk dat het konijn hooi kan eten. Kan het konijn geen hooi eten dan is het voldoende om het hardvoer flink te verminderen. Dus geen volle bak neerzetten waar het konijn zolang over kan doen als het wil, en dan die bak steeds bijvullen. Hardvoer moet eerst op zijn voordat nieuw gegeven wordt, en dan ook alles. Dus niet alleen de lekkere dingen uit het voer en de bikskorrels laten liggen. Verder ook absoluut geen snacks geven, in welke vorm dan ook.
Binnen een week moet de kwaal dan een stuk verbeterd zijn, of over zijn. Is dat niet het geval, dan is het verstandig om het konijn een paar dagen op uitsluitend hooi en water te zetten. Dit kan ook alweer alleen als het konijn hooi kan eten. Vergeet niet dat konijnen slechte hooi-eters worden als ze hun buik vol hebben met hardvoer! Verbetert de kwaal, dan kan heel
langzaam weer met een klein beetje voer begonnen worden, en kun je elke dag een beetje meer geven. Wanneer de kwaal weer ontstaat dan betekent het dat het konijn teveel voer krijgt en moet het weer iets minder hebben. Dit is dan de dagelijkse portie die het konijn verdraagt.

* Het is niet verstandig om voor deze kwaal antibioticum te geven, dat helpt niet.
- Voer je al verstandig en heeft je konijn toch te zachte blindedarmkeutels, dan kan dit veroorzaakt worden door pinwormen (Passalurus ambiguus) die in de blindedarm wonen. Hiervoor moet dan het antiwormmiddel Panacur gegeven worden gedurende minimaal 14 dagen.
* De dosering Panacur is 20 mg. per kg. lichaamsgewicht per 24 uur, verdeeld over tweemaal daags, dus elke 12 uur. .
* Panacur is het beste middel, een middel zoals Ivermectine of Iverquantel kan deze worm niet bestrijden.

-- ACHTERHAND WASSEN

Leg vóór het wassen altijd een of meer droge handdoeken klaar. Zet je konijn met het achterste in een bak warm (niet heet, niet lauw, maar lekker warm) water. Over het algemeen vindt een konijn dit niet eens zo erg. Even laten weken. De aangekoekte keutels worden zacht door het warme water en kunnen gemakkelijk uit de vacht worden gewreven. Desnoods kun je hiervoor huishoudhandschoenen aantrekken. Pas altijd op dat je konijn geen onverwachte, ongecontroleerde beweging met de achterhand kan maken. Het zal niet de eerste keer zijn dat een heftige draaibeweging met de rug een verlamming van de achterpoten veroorzaakt. Een rustig konijn laat zich goed wassen, maar bij een druk of angstig konijn kan dit werkje beter met twee personen gedaan worden: de één houdt het konijn om de borst en onder de achterhand vast en laat het in het water zitten, de ander wrijft de keutels uit de vacht.
Droog je dier heel goed af, en zorg dat het warm blijft totdat de vacht tot op de huid droog is.
Als het nodig is kun je de laatste restjes vervuiling voorzichtig met een schaartje wegknippen, maar pas op de tere huid van je konijn niet te beschadigen. --

Het is belangrijk dat je konijn van zijn/haar kwaal afkomt, want vaak wassen is niet goed, de vacht gaat vervilten en onder het vilt droogt het niet. Daar gaat het dan smetten en de huid gaat kapot. Dus ga over op een gezond dieet voor je konijn zodat het dier snel van de kwaal af is.

 

GAS

Je gaat naar je konijn en zet eten neer, maar je konijn gaat niet eten. Je geeft hem/haar om te testen wat lekkers, waar normaliter de kooi voor afgebroken wordt. Maar je konijn hoeft het niet. Blijft stilletjes zitten en als je het lekkers voor de neus houdt wordt de kop afgewend, of je konijn wendt zich helemaal van je af. Het kan ook dat je konijn slap of in een ongemakkelijke houding in kooi of hok ligt, en een doodzieke indruk maakt. Negen van de tien keer heeft je konijn gas. Niet behandeld gas kan extreme vormen aannemen, en tot de dood leiden. Een extreme vorm van gas is trommelzucht. Bij de eerste tekenen van gas moet actie ondernomen worden...

Een konijn heeft een zeer gevoelig, zeer uitgebalanceerd maagdarmstelsel. De meeste problemen in geval van een ziek konijn ontstaan in het maagdarmstelsel.

Een van de meest voorkomende problemen is gas. Het ene konijn is gevoeliger voor gas dan het andere, ongeacht de grootte of het ras. Gas wordt vaak veroorzaakt door het voer wat we geven, vooral door grote hoeveelheden kool. Kool geven wordt om deze reden afgeraden. Ook stress is een zeer belangrijke oorzaak van het niet goed functioneren van darmen. Een haak aan een kies geeft pijnstress, dit kan de darmwerking vertragen en gas veroorzaken. Coccidiose, wormen, enteritis etc. kunnen gas veroorzaken. Verder kan overtollig haar in het maagdarmstelsel een snelle voedseldoorvoer belemmeren waardoor gas kan ontstaan. Dit zijn slechts enkele voorbeelden uit de lange rij van mogelijke oorzaken.

Een konijn dat in erge mate aan gas lijdt, kan sterven als je er niets aan doet....
Het gas veroorzaakt erg veel pijn, en daarom stopt het konijn met eten. Na 24 uur niet eten belandt het konijn in een zeer kritieke fase: darmimmobiliteit. Dit betekent dat de darmen, vanwege het ontbreken van voedsel, stoppen met bewegen. Dit proces is zeer moeilijk weer op gang te brengen. Als de darmen te lang stilliggen, ontstaat leverbeschadiging. De overlevingskans wordt hierdoor minimaal.

Een konijn kan niet boeren, gas kan er alleen via de onderkant uit. Vaak ontstaat gas voorin het darmstelsel, in de kronkeldarm. Het heeft dan een lange weg te gaan, voordat het via de meters lange opgevouwen darmen eindelijk bij de uitgang komt en het lichaam kan verlaten. Vaak lukt dat niet goed, en de urenlange pijn kan zoveel stress op de darmen geven dat de darmwerking helemaal stilvalt. Pijnstilling is daarom een belangrijk onderdeel van een gasbehandeling. Een andere probleemplek waar gas vaak ontstaat is de blindedarm.

Symptomen die het meest voorkomen zijn:
- Harde borrelende geluiden in de buik van je konijn, of doodse stilte. Normaal hoor je zachtjes borrelen als je aan de buik luistert.
- Je konijn wordt apathisch, wil met rust gelaten worden, zit vaak met de ogen half gesloten.
- Stopt met eten (hoeft zelfs de lekkerste dingen niet).
- Je konijn ligt in een ongemakkelijke of ongebruikelijke houding - gedeeltelijk op de zij om de pijn te verlichten (hoogstwaarschijnlijk met het voorste gedeelte van het lichaam wat omhoog terwijl de achterpoten relaxed lijken); of je konijn wil helemaal niet liggen maar geeft de voorkeur om rechtop te zitten in een heel rechte houding.
- Vaak zal je konijn rusteloos zijn, steeds een andere plek zoeken en met de achterpoten het stro wegtrappen, dat is vanwege de pijn.
- Wegrennen en zich verstoppen, als dat geen normaal gedrag is
- Snelle ademhaling of hijgen, is een teken van pijn.
- Knarsetanden, luid, alsof er kiezels worden doorgebeten, is een teken van pijn.
- De buik zal heel hard aanvoelen, of extreem zacht.
- Als je je konijn optilt, is hij (vaak) slap.
- Geen keutels, of natte.

Om voorbereid te zijn op gas is het belangrijk de volgende zaken in huis te hebben:
- Aeropax. (Bij apotheek verkrijgbaar) Dit is een mensen-antigasmiddel, maar werkt heel goed bij konijnen.(Er bestaan geen voor konijnen ontwikkelde middelen die op gas inwerken.) Het middel heeft geen invloed op de darmen, en het heeft geen invloed op verdere gegeven medicatie, dus het kan zonder bezwaar aan een konijn gegeven worden. Het werkzame bestanddeel is simethicon.

OF:
- Equate. Dit is ook een simethicon produkt, maar het heeft een smaak die door de meeste konijnen makkelijker genomen worden, en het is geconcentreerder, dus er hoeft maar weinig van gegeven te worden, simethicon

NB In België is Aeropax niet verkrijgbaar, en moet bij drogist of apotheek Sili-met-san gehaald worden. Dit is een antigasmiddel met simethicon, en bestaat uit poeder.  De doseringen simethicon (even uitrekenen) en frequenties aanhouden zoals beschreven staat voor de andere middelen.

- Injectiespuitjes zonder naald, alle maten. (Bij dierenarts of apotheek verkrijgbaar.)
- Antigasmiddel (Aeropax)
- Pijnstillend middel
- Laxeermiddel op basis van lactulose (dierenarts)
- Kruik
- Stethoscoop (optioneel, eventueel kan ook met een kokertje zoals van toiletpapier geluisterd worden naar de darmgeluiden)
- Dwangvoer (zoals baby 1e wortelhapje, supermarkt)
- Elektrolytische oplossing

Gas...wat moet ik doen?

Als je vermoedt dat je konijn gas heeft:
- Een buitenkonijn moet direct naar binnen gehaald worden en warmgehouden. Controleer de lichaamstemperatuur van je konijn. Als die lager is dan 38o C (dat merk je ook al snel aan koude oren, met zeer koude oorpunten), moet je je konijn opwarmen voordat hij nog verder afkoelt en in een shock raakt.
- Leg hem op een warmtematje, een warmwaterkruik, onder een warmtelamp, of houd hem tegen je aan, met een deken om hem heen. Controleer regelmatig anaal met een ingevette thermometer (voorzichtig!) om er zeker van te zijn dat de temperatuur niet steeds lager wordt.
Als de oren warmer worden, is dat een teken dat de lichaamstemperatuur wat oploopt. Het warm houden is verschrikkelijk belangrijk. In de kooi zal een binnenkonijn het stro etc. wegtrappen, en op de koude, kale bodem gaan liggen. Zorg ervoor dat het lichaam van je konijn warm blijft. Hier kan een kruik of een warmtematje uitkomst bieden.
Wanneer je konijn koud wordt maar het dier wil niet bij de warmtebron blijven, zet het dan in een kattenvervoersmand. Op de bodem een rubberen kruik, gedeeltelijk gevuld met heet water en daar overheen een handdoek, het konijn daar op. Indien nodig ook nog een deken over het konijn heen.

NB enkel een handdoek over het konijn leggen en geen andere warmtebron gebruiken geeft geen warmte genoeg aan een onderkoelend konijn.

AEROPAX (smaakt naar pepermunt)

- Geef je konijn van Aeropax het eerste uur 3x (dus om de 20 minuten) 1 hele tablet of 3x 2,5 ml emulsie, oraal (in de bek dus).  Maak de tablet fijn in water en geef het met behulp van een spuitje.  Als je konijn slecht blijft, moet je het elk uur 1 tablet of 2,5 ml. emulsie blijven geven, ook 's nachts, tot de toestand verbetert. 

of:

EQUATE

- Geef je konijn het eerste uur 3x (dus om de 20 minuten) 0,6 ml Equate, oraal (in de bek dus). Na het eerste uur kun je verder elk uur 0,6 ml geven tot de toestand verbetert.

LAXEERMIDDEL

- Wanneer je konijn hevig in de rui is, kan het nuttig zijn om ook een dosering laxeermiddel (Laxatract of Tractonorm) te geven.  

- Doe buik massage. Doe dit heel zacht en voorzichtig! Alleen met de vingertoppen. Dit zal helpen de pijn en het ongemak te verlichten en zet de darmen aan tot bewegen. Als je merkt dat je konijn het niet prettig vindt, en rusteloos wordt, dan stoppen. Als je konijn doodstil blijft zitten is dit een teken dat hij het prettig vindt. Je kunt ietsje steviger gaan masseren, let op de reactie van je konijn. Het moeten lichte bewegingen blijven, om geen organen te beschadigen. Massage is uiterst belangrijk, hierdoor kun je de darmen tot bewegen aanzetten. Hoor je tijdens massage of na het geven van het antigas-middel harde borrelende geluiden, dan is dat een teken dat er beweging in het gas komt.
- Probeer van tijd tot tijd of je konijn wil eten. Vanwege de pijn zal je konijn weinig interesse hebben. Als je konijn voedsel aanneemt, weet je dat het beter met hem gaat. Wat peterselie wordt vaak het eerst genomen door een konijn dat buikpijn gehad heeft.
- Geef je konijn tussendoor steeds wat water, gebruik daar een spuitje voor. Spuit niet hard in zijn bekje maar doe het voorzichtig. Misschien krijg je maar 1 ml. water per keer naar binnen. Belangrijk is dat je konijn blijft drinken. Beste is elk half uur tot een uur een paar ml. water naar binnen zien te krijgen.
- Als het al enige uren geleden is dat je konijn gegeten heeft, is het zinvol elk uur een paar ml. dwangvoer te geven. Dit kan wortelhapje zijn of gemalen biks (= geperste staafjes) met wat water tot een papje geroerd. Dwangvoer wordt met een spuitje in de bek gegeven.
- Zorg ervoor dat er voldoende hooi is. Als je konijn weer wil gaan eten, moet er veel vers hooi zijn. Zorg voor vers water. 

 

WANNEER ER GEEN SCHOT IN ZIT  

Wanneer je konijn na een paar uur niet wat verbetert (zich bijv. gaat wassen), of het verslechtert zelfs, dus wordt slapper, dan heeft het een pijnstillend middel (liefst per injectie) en een darmstimulerend middel (Primperan ofwel Metocloraldrops of desnoods Cisaraldrops) nodig. Als je dit niet in huis hebt en/of je hebt geen ervaring met deze middelen dan is het nodig dat je zo snel mogelijk een konijnkundige dierenarts bezoekt. Er moet voorkomen worden dat het gas extreme vormen aan gaat nemen (trommelzucht), want dit verloopt vrijwel altijd fataal.
De meeste dierenartsen gebruiken helaas geen antigasmiddel zoals Aeropax of Equate, dit moet dan thuis gewoon doorgegeven worden, naast de medicatie die de dierenarts verstrekt.
- Misschien is het nodig dat het dier een infuus krijgt, of dat er een rontgenfoto gemaakt wordt om te zien waar het gas zich precies bevindt.
- Vervoer je konijn uiterst warm en neem een deken mee zodat het dier niet op de koude behandeltafel hoeft te liggen, warmte is van levensbelang.   

B Laat de dierenarts onder geen beding Buscopan toedienen. Buscopan verslapt de darmwerking, waardoor ze nog minder gaan bewegen en het gas niet weg kan. Dit kan rampzalige gevolgen hebben.

GAS IN DE MAAG

Gas in de maag is (nog) ernstiger dan een gasophoping in de darmen. Wanneer het gas zich namelijk in de maag bevindt, is het niet of nauwelijks mogelijk om voedsel of medicatie toe te dienen, omdat de maag al overvuld is. Primperid/Primperan en pijnstiller dienen dan per injectie toegediend te worden en dit is zeker iets wat onmiddellijk gedaan moet worden. De maag, die normaal gesproken vrij plat is, loopt van links naar rechts, vlak onder de borstkas. Bij veel gas in de maag kan de maag buiten de ribben uitpuilen, deze bult is zeer duidelijk te voelen en kan enorme proporties aannemen.

Maagmassage
Een konijn kan niet boeren, daarom moet gas wat zich in de maag bevindt via de maagpoort, door de darm naar de anus, het lichaam verlaten. Dit is niet eenvoudig. Door massage kan geprobeerd worden het gas via de maagpoort richting darm te duwen. De maag wordt van linksonder naar rechtsboven gemasseerd. De beweging mag niet te zacht zijn, maar ook absoluut niet te stevig om de tere maag niet te beschadigen. Voor de massage zet je je konijn met de rug naar je toe op schoot, leg je handen om de borst. De opening van de maag naar de darmen zit rechtsboven op de rug van het konijn.

Als je de vingers van de rechterhand op de maag legt en je rechterduim bovenop de rug, dan kun je met je vingers masseren en voel je (hopelijk) de luchtbellen onder je duim door naar de darmen gaan. Als het gas weg kan zal de druk op de maag afnemen. Je zult de maag steeds moeten blijven masseren opdat het gas niet weer de maag zal vullen. Tussendoor heeft het dier rustpauzes nodig. De reactie van je konijn op de massage is zeer belangrijk. Als de massage helpt, zal het dier wat gaan ontspannen. Een warmtebron onder of tegen de buik kan helpen het gas af te voeren en geeft verlichting van pijn. Wanneer er iets ruimte in de maag is, kunnen Primperan of Cisaraldrops en pijnstiller wel oraal toegediend worden.

Gas in de maag is zeer moeilijk weg te krijgen en er is kans dat de massage geen effect heeft. De dierenarts kan proberen door middel van een sonde het gas in de maag via de mond te laten ontsnappen. Verschillende dierenartsen hebben deze techniek met succes toegepast maar het lukt helaas niet altijd  

Giftige plant rukt op in schraal grasland.

Hooi uit natuurgebieden, bermen en schrale weilanden bevat steeds vaker het Jakobskruid, een plant die dodelijk giftig is voor, koeien, paarden, varkens en konijnen.

Doordat het kruid door droging hun bittere smaak verliezen en de geur er af gaat herkennen de dieren dit niet meer en eten het toch als het tussen hun hooi zit.
Het is dus zaak dat wij hier op letten.
Stengels in het hooi die men niet vertrouwd kan men beter verwijderen.
Jakobskruid op de wei kan men beter verwijderen, gebruik wel handschoenen want het is voor mensen ook giftig, het dringt namelijk door de huid naar binnen.
Doe dit ook voor dat hij in bloei komt om verdere verspreiding te voor komen.

Het Jakobskruid (Senecio jacobaea) is een twee- of meerjarige plant die tot negentig centimeter hoog kan worden.
In de bloeitijd vormt zij een scherm vormige tuil van gele bloemen met een oranje hart.
De plant komt vooral voor op arme grond, bv in de duinen en in schrale bermen en weilanden.
Hij bloeit van juli tot oktober.
Goed Hooi is zeer belangrijk

 

Een van de belangrijkste en misschien zelfs het belangrijkste onderdeel van de voeding van konijnen is fris en geurig hooi.

Nu de verstedelijking oprukt en de boeren zoveel kuilgras maken is daar soms niet zo gemakkelijk aan te komen en het kan nogal prijzig zijn.

Toch is het verstandig om hierop niet te bezuinigen .

Desnoods kan een deel van het krachtvoer vervangen worden door oud brood of iets dergelijks, maar hooi is in ieder geval een noodzaak.

Dieren die geregeld goed hooi krijgen hebben zelden last van darmkwalen.

Dat hooi moet niet stoffig of schimmelig zijn.

Hooi dat afkomstig is van bermen langs autowegen bevat veel stof en mogelijk een te hoog loodgehalte en dergelijke.

Dijk en weidehooi dat droog is geoogst ruikt zeer geurig en zal dan ook door de dieren graag gegeten worden.

Konijnen kan men ook luzerne-hooi of erwtenstro geven, waaraan natuurlijk dezelfde eisen worden gesteld.

Het hoge eiwitgehalte schijnt echter ongunstig op de vruchtbaarheid van de voedsters te werken, zodat het in het fokseizoen beter niet, of zeer beperkt gegeven kan worden.

Als het te krijgen is zou zelfs het eiwitarme graszaadhooi in die tijd aan te bevelen zijn.

Brandnetels is een uitstekend voer.

Brandnetelhooi dat jezelf kunt oogsten door bossen brandnetels in de wind te hangen is ook zeer eiwitrijk en kan een deel van het krachtvoer vervangen.

Het is ook aan te raden om aan de dieren te geven als ze van een tentoonstelling thuiskomen, samen met wat lauw water.

Dit voorkomt veel narigheid,omdat de dieren vaak vermoeit en gestrest zijn geraak, van de opgedane ervaring.

Het hooi kan beter niet direct na het binnenhalen worden gevoerd, maar pas na een week of zes na het oogsten.
Het moet een beetje " belegen" zijn.

Erg oud hooi dat meerdere jaren ligt opgeslagen is ook niet aan te bevelen.

Ten eerste is daarvan de voedingswaarde dan aanmerkelijk gedaald en de geur is eraf.

De dieren zullen het niet graag meer eten en bovendien is schimmelvorming, vooral als het wat vochtig lag opgeslagen, mogelijk en geeft kans op darm en long-aandoeningen bij de dieren.

Gebruik dus ogen en neus als je hooi koopt.

In de dierenspeciaalzaken is prima verpakt hooi te koop.

 

Goed Hooi is zeer belangrijk

 

Een van de belangrijkste en misschien zelfs het belangrijkste onderdeel van de voeding van konijnen is fris en geurig hooi.

Nu de verstedelijking oprukt en de boeren zoveel kuilgras maken is daar soms niet zo gemakkelijk aan te komen en het kan nogal prijzig zijn.

Toch is het verstandig om hierop niet te bezuinigen .

Desnoods kan een deel van het krachtvoer vervangen worden door oud brood of iets dergelijks, maar hooi is in ieder geval een noodzaak.

Dieren die geregeld goed hooi krijgen hebben zelden last van darmkwalen.

Dat hooi moet niet stoffig of schimmelig zijn.

Hooi dat afkomstig is van bermen langs autowegen bevat veel stof en mogelijk een te hoog loodgehalte en dergelijke.

Dijk en weidehooi dat droog is geoogst ruikt zeer geurig en zal dan ook door de dieren graag gegeten worden.

Konijnen kan men ook luzerne-hooi of erwtenstro geven, waaraan natuurlijk dezelfde eisen worden gesteld.

Het hoge eiwitgehalte schijnt echter ongunstig op de vruchtbaarheid van de voedsters te werken, zodat het in het fokseizoen beter niet, of zeer beperkt gegeven kan worden.

Als het te krijgen is zou zelfs het eiwitarme graszaadhooi in die tijd aan te bevelen zijn.

Brandnetels is een uitstekend voer.

Brandnetelhooi dat jezelf kunt oogsten door bossen brandnetels in de wind te hangen is ook zeer eiwitrijk en kan een deel van het krachtvoer vervangen.

Het is ook aan te raden om aan de dieren te geven als ze van een tentoonstelling thuiskomen, samen met wat lauw water.

Dit voorkomt veel narigheid,omdat de dieren vaak vermoeit en gestrest zijn geraak, van de opgedane ervaring.

Het hooi kan beter niet direct na het binnenhalen worden gevoerd, maar pas na een week of zes na het oogsten.
Het moet een beetje " belegen" zijn.

Erg oud hooi dat meerdere jaren ligt opgeslagen is ook niet aan te bevelen.

Ten eerste is daarvan de voedingswaarde dan aanmerkelijk gedaald en de geur is eraf.

De dieren zullen het niet graag meer eten en bovendien is schimmelvorming, vooral als het wat vochtig lag opgeslagen, mogelijk en geeft kans op darm en long-aandoeningen bij de dieren.

Gebruik dus ogen en neus als je hooi koopt.

In de dierenspeciaalzaken is prima verpakt hooi te koop.

 

Groente en Kruiden!

 

Kruiden en andere onkruiden

Het wilde konijn is een kruideneter. Niet alle (on)kruiden zijn echter geschikt konijnenvoer. Het wilde konijn vertrouwt op z'n instinct om goede en slechte planten (kruid en onkruid) uit elkaar te houden. Het instinct van het tamme konijn is veel minder ontwikkeld dan z'n wilde soortgenoot en het is daarom handig om van de volgende vuistregels uit te gaan:

Bij gebrek aan (on)kruid kun je een konijn natuurlijk ook allerlei groente (afval) geven:

 

Groenten en andere tuinplanten

 

 

Nederlandse naam

Konijnenvoer?

Opmerkingen

Aardappels

beperkt geschikt

alleen gekookt (zoutloos), en dan mengen met ander (groen)voer

Aardappelplant

giftig

.

Braam

beperkt geschikt

werkt verstoppend, alleen de jonge scheuten

Bloemkool

ongeschikt

bevat teveel oxaalzuur

Bolgewassen (alle)

giftig

bolgewassen in principe NIET voeren

Alle sierplanten

giftig

sierplanten in principe NIET voeren

Liguster

giftig

.

Aardpeer of Topinamboer

ongeschikt

de knol werkt verstoppend

Andijvie

geschikt

.

Boerenkool

geschikt

.

Gerst

beperkt geschikt

.

Knolselderij

beperkt geschikt

.

Konijnenkool

geschikt

.

Koolraap

geschikt

.

Koolrabi

geschikt

.

Lijnzaad

beperkt geschikt

goed voor de pels, teveel geeft diarree

Maïs

beperkt geschikt

vervettend

Mergkool

.

geschikt

Pepermunt

geschikt als aanvulling

.

Peterselie

geschikt

.

Rabarberblad

ongeschikt

bevat teveel oxaalzuur

Rode kool

ongeschikt

bevat teveel oxaalzuur

Selderij

beperkt geschikt

let op de bijwerkingen

Spruitjes

beperkt geschikt

.

Suikerbieten

beperkt geschikt

verstoppend, hoge voederwaarde

Suikerbietenloof

ongeschikt

bevat teveel oxaalzuur

Tarwe

beperkt geschikt

vervettend

Thijm

.

.

Tomatenblad

giftig

.

Voederbiet

.

.

Voederbietenloof

ongeschikt

bevat teveel oxaalzuur

Witlof

beperkt geschikt

.

Witte kool

ongeschikt

bevat teveel oxaalzuur

Wortel (peen)

.

commentaar overbodig

Zonnebloemplant

beperkt geschikt

.

Zonnepitten

beperkt geschikt

goed voor de pels

 

Het eten van de zachte keutels

 

FYSIOLOGISCHE BIJZONDERHEDEN CAECOTROFIE

De fysiologie van de spijsvertering is bij konijnen zeer bijzonder in vergelijking met andere huisdieren, door het verschijnsel van caecotrofie.

In het opvallend grote caecum van konijnen gebeurt een proces dat plus minus vergelijkbaar is met de vertering in de voormagen van herkauwers, namelijk de omzetting van plantaardig eiwit in hoogwaardig bacterieel eiwit en de vertering van ruwvezel.

In het begin van het colon gebeurt dan een differentiatie in twee soorten keuteltjes : de "harde keuteltjes", die rijk zijn aan onverteerde ruwvezel en gewoon uitgescheiden worden en de "zachte keuteltjes" of caecotrofen die rijker zijn aan water en microorganismen.

Deze caecotrofen worden uitgescheiden in pakketjes van 2 - 3 cm lang en rechtstreeks aan de anus opgenomen.

Bij het geslachte konijn kan men ze terugvinden in het fundusgedeelte van de maag.

Ad libidum gevoederde konijnen vertonen een duidelijk 24 uur - ritme in hun voedingsgewoonten.

De voederopname situeert zich vooral 's avonds, 's nachts en 's morgens vroeg.

De uitscheiding van harde keuteltjes valt daarmee samen. De caecotrofie vindt plaats overdag (tussen 9 h en 17 h). Anderzijds is ook de concentratie van vluchtige vetzuren in het serum zeer hoog, net zoals bij de herkauwers.

De absorptie grijpt hoofdzakelijk plaats in het caecum en in mindere mate in het colon, echter niet in de maag (waar nochtans de caecotrofen een tijdje verblijven).

Het caecotrofie-proces functioneert onder invloed van de bijnierhormonen.

Algemeen wordt aangenomen dat stress-situaties de vorming van caecotrofen verhinderen en dus een ongunstige invloed hebben op de spijsvertering.

Het gebit.

Net als andere dieren kunnen ook konijnen last hebben van speciale aandoeningen
of ziektes.
Vaak zijn deze aandoeningen of ziektes goed te behandelen, soms worden ze te laat ontdekt omdat je als eigenaar niet weet waar je precies op moet letten.
In dit artikel komen gebitsproblemen en twee virusziektes die bij konijnen voorkomen, aan bod.
Hoe herken je deze aandoeningen en wat kun je er aan (laten) doen?

Gebitsproblemen
Om te beginnen komen bij konijnen regelmatig gebitsproblemen voor.
De tanden van konijnen groeien ongeveer 16 centimeter per jaar.
Normaal gesproken slijten ze ook 16 centimeter per jaar, dus dan is er geen enkel probleem.
Maar soms gaat het fout.
De hoofdoorzaak van het doorgroeien van de tanden is erfelijk.
Is de stand van het gebit niet correct (deze stand is erfelijk bepaald) dan heeft het konijn een probleem.
Een andere oorzaak kan een valpartij zijn, waarbij de kaak verkeerd komt te staan en een verkeerde slijtage van het gebit ontstaat.
Maar ook het geven van onjuiste voeding kan ervoor zorgen dat tanden en kiezen doorgroeien.

Wat is een gezond gebit?
Belangrijk om te weten is natuurlijk hoe een gezond gebit bij een konijn eruit ziet.
In zowel de bovenkaak als de onderkaak zitten twee enigszins gebogen snijtanden.
In de bovenkaak achter de twee gegroefde snijtanden zitten nog twee kleinere snijtanden, ook wel de stifttanden genoemd.
Bij een gezond gebit staan de bovenste voortanden net over de ondertanden heen en staan dus de
ondertanden tegen de stifttanden aan.
Achter de snijtanden bevindt zich een grote ruimte zonder gebitselementen (bij andere dieren bevinden zich hier de hoektanden), achter deze ruimte zitten de kiezen.
Ook de kiezen van konijnen groeien hun leven lang door, maar slijten ook weer netjes af
als het goed is.
Tijdens het eten maken de kiezen een malende beweging en gaan wel 150 keer per minuut over
elkaar heen.
Het gevolg hiervan is dat de kiezen afslijten maar ook de snijtanden langs elkaar heengaan en beitelvormig afslijten.

Wat is een verkeerd gebit?
Is de stand van het gebit niet goed, dan kunnen de tanden doorgroeien, we noemen dit verschijnsel olifantstanden.
Bij olifantstanden groeien de ondertanden naar buiten, in richting van de neus,
de boventanden groeien met een bocht de bek weer in, de stifttanden gaan dezelfde weg.
Het gevolg is dat het dier wondjes krijgt in de bek, aan de lippen en de tong.
Ook komt het voor dat de onder en boventanden precies op elkaar staan, dit wordt door fokkers
vaak een klemgebit genoemd.
In de praktijk blijkt dat dieren met een klemgebit hier weinig last van hebben, de snijtanden slijten recht af, de stifttanden worden vaak wel iets langer dan normaal maar veroorzaken geen problemen.
Dit probleem kan bij alle konijnen voorkomen, maar in de praktijk blijkt dat meestal de dwergkonijnen en de hangoorkonijnen hier last van hebben.
Dat is logisch omdat deze dieren gefokt worden met vrij platte koppen, dus de bovenkaak wordt ook korter.
Ook de kiezen kunnen te ver doorgroeien, dat komt gelukkig veel minder vaak voor.
Omdat de kiezen ver achter in de bek liggen kan de eigenaar dit moeilijk constateren en is een bezoek aan de dierenarts noodzakelijk.

Hoe herken je een dier met olifantstanden?
Dieren met een afwijkend gebit kunnen vaak slecht eten, het gevolg is dat ze vermageren en jonge
dieren groeien slecht.
Ook gaan ze vaak uit de bek stinken, er blijft hooi en haar om de tanden gewikkeld zitten en soms zitten ze te kwijlen.
Uiteindelijk steken de ondertanden duidelijk zichtbaar uit de bek.

Wat kun je er aan doen?
Groeien de tanden van konijnen door, dan moeten ze regelmatig geknipt worden.
Gezien de snelheid waarmee ze doorgroeien, moet dit ongeveer een keer per maand gebeuren.
Het knippen van de tanden moet vakkundig gebeuren, dus een bezoek aan de dierenarts is in veel gevallen noodzakelijk.
Omdat dit een probleem is dat maandelijks terugkeert, zijn er ook mensen die zelf de tanden elke
maand knippen.
De dierenarts kan uitleggen hoe dat precies moet.
Een andere definitieve oplossing is het laten verwijderen van de tanden.
Uiteraard moet dat altijd door een dierenarts gebeuren.
Een konijn zonder tanden kan zonder problemen brokjes eten.
Wortels, brood, hooi etc. moeten wel in kleine stukjes worden gegeven omdat het dier er geen stukjes meer vanaf kan bijten.

Kun je deze problemen voorkomen?
Als je een konijn gaat aanschaffen, controleer dan het gebit van het dier goed.
Ook bij dieren die zes weken oud zijn, zijn eventuele problemen al zichtbaar.
Zorg dat het dier goed konijnenvoer, voldoende hooi en stro krijgt.
In konijnenvoer, hooi en stro zitten veel ruwvezels.
Het konijn moet dan goed kauwen, tijdens het kauwen gaan de tanden en kiezen langs elkaar en slijten hierdoor keurig af.
En zorg er uiteraard voor dat het dier nooit valt!
Het geven van een knaagsteen is geen oplossing voor doorgroeiende tanden.
Soms staat er op de verpakking vermeld dat het geven van een knaagsteen voorkomt dat de tanden doorgroeien, maar helaas is dat zelden of nooit het geval.  

Virusziekten bij konijnen


In Nederland komen twee konijnenziektes veel voor, zowel onder de wilde
als onder de tamme konijnen.
Een heel bekende konijnenziekte is myxomatose, een andere veel minder bekende, maar zeker zo’n gevaarlijke ziekte, is VHS/VHD.
Het virus dat myxomatose veroorzaakt wordt overgebracht door stekende insecten
zoals muggen, maar ook vlooien en teken kunnen deze ziekte overbrengen.
Het virus kan prima overwinteren in de konijnenvlo.
Maar ook contact tussen besmette dieren en gezonde dieren is een risico.
De verschijnselen van myxomatose zijn niet altijd hetzelfde.
Meestal begint het met ontstoken ogen en komt er etterige uitvloeiing uit de ogen en de neus.
Vervolgens ontstaan er uitgebreide ontstekingen op de kop.
Op de wangen, neus, kaken, oogleden en ooraanzet treden forse zwellingen op, de kop van het
konijn gaat op een leeuwenkop lijken.
Maar ook de anus en de geslachtsdelen kunnen opzwellen en onderhuids kunnen ontstekingen ontstaan.
Helaas is het niet mogelijk om besmette dieren te behandelen.
Het sterftepercentage onder besmette dieren is hoog.
Een heel klein percentage van de zieke dieren herstelt.
Myxomatose kan voorkomen worden door de overbrengers van deze ziekte, dus de stekende
insecten, teken en vlooien, te bestrijden.
Maar dat is bij hobbymatig gehouden konijnen niet altijd haalbaar.
Een eigenaar kan immers niet voorkomen dat zijn konijn buiten in de ren met deze dieren in contact komt.
De enige manier om te voorkomen dat de dieren myxomatose krijgen is ze twee keer per jaar te
laten inenten bij de dierenarts.
Ingeënte dieren kunnen nog wel myxomatose krijgen, maar de kans is uitermate klein.

VHS/VHD
Het virus dat de ziekte VHS/VHD veroorzaakt kwam in het begin van de jaren negentig vanuit China naar Europa.
VHS staat voor viraal heamorragisch syndroom en is een agressief virus.
Het wordt evenals myxomatose overgebracht door stekende insecten, maar ook ratten en muizen worden genoemd als verspreiders.
Het grote probleem van VHS is dat als je het ontdekt het dier vaak al dood is.
Vandaag is er nog niets aan de hand, morgen ligt het dier dood in zijn hok.
Vlak voordat hij sterft begint hij vaak te krijsen, draait rondjes en maakt ongecontroleerde fietsbewegingen en ligt vervolgens dood in het hok, soms komt er bloed uit de neus.
Bij de meeste sterfgevallen onder konijnen is de eigenaar er niet bij.
De eigenaar vindt het konijn dood in het hok en vervolgens wordt het dier bijvoorbeeld begraven, dat is dan het einde van het verhaal.
Slechts een zeer klein percentage van de gestorven dieren komt voor sectie bij de dierenarts.
Behandeling is niet mogelijk, dus ook hier geldt weer: laat het konijn inenten!
Inenten is het enige middel dat kan voorkomen dat het dier vroegtijdig sterft aan VHS.
Ook hier geldt, net als bij myxomatose, dat inenten geen garantie van 100 procent geeft, maar de kans op sterfte door VHS wordt uitermate klein.

Wanneer kun je je konijn laten inenten?
De meeste dierenartsen hebben enkele keren per jaar een ochtend of middag waarop je tegen een
speciaal tarief je konijn kunt laten inenten tegen myxomatose en VHS.
Dit wordt gedaan omdat entstof voor konijnen per tien doses in een flesje zit.
Is het flesje eenmaal aangebroken, dan moet de vloeistof binnen enkele uren gebruikt worden want het kan niet bewaard worden.
Neem dus contact op met de dierenartsenpraktijk om te weten te komen wanneer je je konijn kunt laten inenten.

Bron: overdieren.nl

 

Hoe help je de voedster tijdens de bevalling en het zogen.

 

Zogen is voor een dier een hele aanslag op het lichaam ze moet heel wat eten voor de melk af gift.
De voedsel opnamen of wat nodig is voor de voedster is normaal een getal van 10 tijdens de dracht is dit getal 15 en tijdens de zoog periode is dit 40.
Geef je de voedster bv. normaal 100 gram voer dan zal dit met name in de tweede helft van de dracht al 150 gram moeten zijn, en tijdens het zogen moet men dit na de bevalling langzaam opvoeren naar 400 gram of nog meer.
De voedster mag namelijk niet vermageren en moet op gewicht blijven anders komt haar eigen leven in gevaar.

Iedereen ken wel de verhalen dat de voedster ineens overlijdt tijdens de bevalling of na een week of later na de bevalling.
Meestal worden de dierenlusteloos, dof en gaan klagen.
Nu kan het heel goed mogelijk zijn dat de voedster een gebrek aan calcium of bloedsuikers had en dit is op een heel simpellen manier op te lossen.
Een noodgreep is een theelepeltje pindakaas, een uur later weer een theelepeltje pindakaas en dan 1/4 cm van een schoolkrijtje op lossen in water en dit met een spuitje in de mondhoeken naar binnen spuiten.
Dan moet binnen een uur de koorts gezakt zijn.
Nu mogen zogende voedster best wel een beetje verhoging hebben maar als ze uit hun doen zijn kan je dit gerust proberen.
Mocht dit niet helpen kan je natuurlijk beter een dokter raadplegen, hij heeft hier immers voor geleerd.

Ook kan men dit al eerder gaan regelen door de voedster een paar dagen voor de bevalling al een beetje Soja babymelk (Nutrilon Soja) te geven en hier dan een beetje van een schoolkrijtje en wat druivensuiker te geven, de suiker en calcium hoeven niet iedere dag maar de sojamelk wel.
Een voedster die hier behoefte aan heeft zal het graag drinken.
Je begint met 15 ml en je kan dit naar behoefte opvoeren, de jongen mogen er gerust ook mee van eten je kan ze hier ook mee verder opvoeden.
De voedster help je zo ook met de bevalling want door een gebrek aan calcium kan ze in de bevalling blijven.
Een gebrek aan bloedsuiker is ook gevaarlijk en dit regel je door de pindakaas truc of druivensuiker aan de melk toe te voegen, zomaar een beetje.
Het mag zelfs roosvice, jam of iets dergelijks zijn. Ook mag je extra vitamine C toevoegen hier heeft ze ook behoefte aan.
Dit werkt ook bij zieken konijnen, of bij twijfel als het dier niet eet en je weet nog niet wat er aan de hand is.
Ik zelf heb deze trucjes van een konijnen dierenarts en het bevalt mij goed, eindelijk krijgen mij voedsters hun jongen groot.

Zogende voedsters met teveel stuwing.

Het komt voor, vooral bij jongen voedsters met hun eerste nest en bij overmatig voeren tijdens de dracht, dat zijn een te veel aan melkstuwing hebben en hier door niet meer hun jongen laten drinken.
Dit is meestal rond de tweede of derde dag na de bevalling. Ze geven plots hun jongen geen eten meer.
Nu doet z`n stuwing best wel zeer dus z`n moederdier geeft geen melk meer.
Nu moeten de melkklieren toch geleegd worden omdat dit anders ontstekingen kan veroorzaken.
Men moet dus z`n dier onder dwang laten zogen, dit komt ook bij schapen vaak voor.
Nu gaat het niet zo simpel om een konijn te dwingen, maar is het mij toch gelukt om dit te doen.
Omdat ik geen legkastjes heb, heb ik maar een vervoerskist genomen en hier de moeder en haar jongen in gedaan, de moeder wat lekkers mee gegeven en de kist voor een minuut of 10 dicht gelaten, en ja hoor de jongen hebben gegeten en de moeder is van haar melk af.
Nu controleer ik iedere morgen en avond of de jongen wel gegeten hebben en zo niet dan gaan ze weer met moeder in de kist.
Dit moet je wel even vol houden totdat de jongen dit zelf wel kunnen regelen met een dag of twaalf.

Ook zijn er allerlei andere oorzaken dat de moeder haar jongen niet meer voert, bv door speen beschadiging kunnen ontstekingen ontstaan en dit kan weer abcesvorming geven en hier word het dier dood ziek van.
Dit noemen ze Mastitis maar hier hebben gelukkig de grote fok bedrijven meer last van.
Zij doen preventief bij voedsters die hun eerste worp hebben dwang matig de moeder bij hun jongen in hun nestkastjes opsluiten, zodat zij er zeker van zijn dat de melklijsten geleegd worden ook controleren zij de voedster 3-5 dagen na het werpen op te veel melk stuwing en nemen dan hun maatregels.
Indien er te veel melkstuwing aanwezig is, melkklieren te warm aan voelen, of de voedster koortsig aanvoelt, dient ogenblikkelijk te worden ingegrepen.
Het is dan het beste een dierenarts te raad plegen, vragen kost niks.

Nu heb ik iets merkwaardigs mee gemaakt bij mijn andere voedster die slaapt normaal nog al dicht bij haar nest.
Voeden haar jongen zich zelf zijn ze nog maar drie dagen oud zie ik ze zelf naar hun nest terug kruipen.
Het was buiten -6 à -8 dus ik schrok me dood, deze krijgen dus dezelfde behandeling als ik s`avonds bij ze kom en ze hebben nog niet gegeten dan help ik ze wel even, nu hoeft deze moeder niet in een kist want die blijft wel zitten als je een paar jongen onder haar stopt en je voert haar gelijk wat.
Ik ga altijd even verder met voeren van mijn andere dieren en als de kleintje klaar zijn zit de moeder er naast en liggen zij te pitten of proberen ze naar hun nest te komen, hier help ik dan wel even bij.
Kan ik met een gerust hart slapen ondanks de kou.

De heilzame werking van Baby Sojamelk

Wist u, dat u een konijn dat niet eet, binnen 12 uur in een kritieke toestand belandt.
Het is dan van belang om dwangmatig te voeren.
Dit kan u doen met Sojamelk babyvoeding (bv. Nutrilon Soja) in een injectiespuitje (zonder naald) 5 maal per dag.
Als het konijn 5ml per dag binnen krijgt kan dit al het leven redden.
De hoeveelheid het is ook afhankelijk van de leeftijd en de grote van het konijn.
Na 24 uur niet eten verkeerd het konijn al in een levensbedreigende situatie treedt er al een leverbeschadiging op.


Met Sojamelk kun je het konijn weer aan het eten krijgen, het is niet schadelijk voor hun darmflora.
Het is in poedervorm te koop bij de Drogisterij en wel 2 jaar houdbaar.
Ook sommige dierenartsen verkopen het in kleine hoeveelheden zij hebben hier ook nog extra vitamine aan toegevoegd.
Ook kan het uw voedster helpen in de dagen voor en na de bevalling.
Je kunt hier mee voorkomen dat ze kraamkoorts of moerziekte krijgen.
Voor een voedster met een groot nest is het ook een goede ondersteuning in haar voeding.

Het recept voor een dragende en zogende voedster:


Gewoon in een schaaltje de eerste keer misschien onder dwang na het geproefd te hebben vinden ze het vaak lekker.
Ook kan je het in een kleinflesje doen, zelf gebruik ik de flesjes voor kleineknaagers.
Bij erg grote nesten mogen de jongen er ook van meedrinken.
De voedsters krijgen na de bevalling de nutrilon naar behoefte, als ze 8 of 10 jongen hebben geef ik het wel 2 tot 3 keer perdag de eerste 3 weken.
Dan bouw ik het af, later verdun ik het steeds meer. De hoeveelheid krijt krijgen ze maar 1 keer perdag evt. verdeeld over de porties.
Krijt vinden ze nl. niet zo lekker.

Recept:
30ml melk per keer
1 theelepeltje druivensuiker (dit is voor energie)
¼ cm van een wit schoolkrijtje (Calcium).


Calcium is heel belangrijk in de dagen voor de bevalling en enkele dagen na de bevalling.
Met dit recept vang je de schommeling van de suiker- en calciumspiegel op in het bloed.
Als de voedster na de bevalling languit in het hok ligt, en een vermoeide indruk geeft of erg klaagt, heeft ze vaak een gebrek aan suiker in het bloed.
Sommige voedsters geven zich helemaal aan hun jongen en vallen dan erg af, dit is niet gezond voor de voedster en met de sojamelk vang je dit makkelijk op.

Je kunt ook andere dingen gebruiken voor de energie zoals;
1 theelepeltje pindakaas (hebben ze gelijk proteïne binnen) aardbeienjam, stroop, roos vice, enz.
Gewone koemelk mag een konijn niet, hiervan gaan ze aan de diarree omdat een konijn niet tegen lactose kan.
Je kunt ook alleen het schoolkrijtje gebruiken rond de bevalling.
Je kan dit met een aardappelmesje van het krijtje afschrapen en oplossen in een beetje water en dit dan met een injectiespuitje toedienen.
Brandnetel in gedroogde vorm bevat ook veel calcium en andere mineralen, maar met het krijtje heb je een directe werking.
Als een konijn over tijd is (over de draagtijd ) met de bevalling is dit vaak een gebrek aan calcium.

Zelf heb ik dit al vier jaar uit geprobeerd en het werkt goed.
Mijn voedster met 8 jongen was 400gram afgevallen ik heb haar toen meer melk geven en binnen drie dagen was ze op gewicht.
De jongen mogen hier ook van meedrinken, ze kunnen het goed verdragen. Het werd bij mij een heel gevecht om de melk, zo gek zijn ze er op.
Ook hebben mijn voedsters geen kraamkoorts meer gehad.

Ik zeg niet dat u dit ook moet doen, maar bij mij is dit uit nood ontstaan en het bevalt goed. Als je maar twee voedster hebt en er gaat er een ineens dood, zit je mooi.
Voor sommige rassen kost het toch veel moeite om aan nieuwe fokdieren te komen.
Het kan ook voorkomen, dat je mooiste dier terug komt van een tentoonstelling en dan niet wilt eten, geef hem dan alleen een beetje Nutrilon knappen ze al gauw op.
Dat is dan toch zonde van het dier om het gewoon maar dood te laten gaan. Ze sterven dan aan een pijnlijke dood.
Werkt dit alles niet, is het zaak om actie te ondernemen mogelijk is er dan iets anders aan de hand.

 

Luchtwegproblemen

Hoe worden luchtwegproblemen overgebracht?
Luchtwegproblemen kunnen worden veroorzaakt door:


* Bacteriën
Problemen van de luchtwegen worden bij het konijn vaak
veroorzaakt door bacteriën zoals Pasteurella multocida,
Bordetella bronchoseptica, Staphylococcen spp, Pseudo-
monas spp. en soms andere soorten bacteriën.


* Virus
Myxomatose kan acute longontsteking met bloedingen
veroorzaken.

Een ander virus dat longontsteking kan veroorzaken is het Herpesvirus

 

Allergie
  Konijnen kunnen allergisch zijn voor huisstofmijit.

Om deze reden is het verstandig   als bodembedekking geen stro of hooi te gebruiken.


* Irriterende stoffen
  Ammoniakgeur door urine in het hok, sigarettenrook en geur van houtkrullen kunnen de luchtwegen irriteren.


* Gezwel in de longen
  Er bestaan gezwellen die alleen in de longen voorkomen maar ook die bij bijvoorbeeld uterus adenocarcinomen kunnen uitzaaiingen naar de longen.


* Hartproblemen
  Ten gevolge van een hartaandoening kan vocht in de longen ophouden en kan een konijn ademhalingsproblemen krijgen.

 

Wat zijn de symptomen van luchtwegproblemen?
* Snotteren
* Neusuitvloeiing
* Vieze voorpootjes
* Ooguitvloeiing
* Hoorbare ademhaling
* Sloom zijn

* Versnelde ademhaling
* Gewichtsverlies
* Niet eten

 

Hoe wordt de diagnose bij uw konijn gesteld?
Tijdens het consult zal de dierenarts uw konijn algeheel lichamelijk onderzoeken en uitgebreid naar de longen luisteren.

Indien er een vermoeden is van luchtwegproblemen, wordt er een röntgenfoto van de borstkas en longen gemaakt.

 

De behandeling van luchtwegproblemen bij uw konijn
De behandeling is afhankelijk van de oorzaak van de luchtwegproblemen. Zowel virale als bacteriële luchtwegaandoeningen zullen met antibiotica behandeld worden.

Bij verdenking op een allergie wordt een andere bodembedekking geadviseerd.

Irriterende stoffen dienen uit huis verwijderd te worden.

 

Prognose
De prognose is afhankelijk van de ernst van de aandoening.

U kunt de prognose van uw konijn bespreken met de dierenarts. 

Mijt en ander ongeregeld

Konijnen behandelen met Ivomec
Konijnen worden vaak geplaagd door ongedierte, zoals verschillende soorten mijten op de huid en in oren.
Wormbesmetting en vlooien besmetting komt ook voor, maar in dit artikel behandelen we de mijten ( is wel gelijk een ontworming).
Bij een uitbraak, moet je zeker overgaan tot behandeling.

Hier moet je wel secuur en volgens plan te werk gaan anders werkt het niet.

Wanneer:

Preventief behandelen werkt uitstekend zeker als je meerdere konijnen bezit.
- Ruim 1 maand voordat het tentoonstellingsseizoen begint.
- Voor aanvang van het fokseizoen:december/januari.
- Voorjaar:april/mei
Je mag om de 7 á 10 dagen herhalen, 2 á 3 keer indien nodig nog langer.
Een kuur is bv. iedere maandag 3 keer achter elkaar, dat is dus 3 keer in 14 dagen.
Dit is om de 7 dagen op deze manier heb je alle soorten mijten te pakken.
Het ene eitje van de mijt heeft nl. een cyclus van 7 dagen de ander van 10 dagen.
Afhankelijk van de soort mijt of luis.

Wie:

Alle dieren mogen in principe geënt worden vanaf hun geboorte.

Hoe:

Doormiddel van druppels in de nek of onderhuidse injectie.
Per injectie werkt het beste.
Als men dit gaat doen is het beste de dieren eerst te wegen, de hokken uit te mesten om herbesmetting te voor komen.
Weeg eerst al je konijnen en schrijf hun gewichten op.
Controleer gelijk hun oren op vuil en reinig dit dan evt. met een oorreiniger of olijfolie.

Bij irritatie kan men een beetje oorzalf gebruiken.

De vuile korsten die uit het oor komen kunnen mijten bevatten, vandaar gelijk de hokken reinigen.

 En probeer netjes te werken.


 

Myxomatose
door Maryo van den Berg

 

Waar Myxomatose vandaan komt 
Oorspronkelijk werd Myxomatose vanuit Brazilië (waar het voor het eerst omstreeks 1930 werd ontdekt) naar Australië geïmporteerd. De bedoeling was de enorme konijnenpopulatie onder controle te krijgen. In Brazilië werden de (wilde) Cotton Tail konijnen in lichte mate besmet, ze kregen slechts kleine bulten die ze zelf maakten als afweer tegen de ziekte. In Australië verliep de ziekte echter rampzalig en roeide bijna alle konijnen uit.

De ziekteverwekker
Myxomatose bij konijnen wordt veroorzaakt door een virus. Dit virus is een soort pokkenvirus, dat graag in de huid van een konijn groeit. Zoals bij alle virussen is het organisme zeer klein en kan alleen met behulp van een microscoop gezien worden.

 

Myxomatose herkennen
Myxomatose in beginstadium
De eerste tekenen van Myxomatose zijn dikke, vochtige zwellingen om het hoofd en de snuit. Gezwollen oogleden (slaperige ogen) zijn een klassiek teken, samen met gezwollen lippen, kleine zwellingen aan de binnenkant van het oor en dikke zwellingen rond de anus en geslachtsorganen. Binnen één of twee dagen kunnen deze zwellingen zo erg geworden zijn dat ze blindheid veroorzaken en er misvorming ontstaat bij de snuit, mond, oren en neus.

Welke haasachtigen Myxomatose kunnen krijgen
Het Europese konijn, waar onze wilde tamme konijnen van afstammen, is zeer vatbaar voor de ziekte. Hazen zijn niet vatbaar voor deze ziekte.

Vatbare rassen
Alle soorten rassen zijn vatbaar, inclusief de wilde konijnen in ons land. Ook de "huis"konijnen en tentoonstellingskonijnen, inclusief dwergkonijnen, hangoorkonijnen etc. Er bestaat wel een kleine kans dat het ene ras vatbaarder is dan het andere.

De ziekteverspreiding
Myxomatose wordt door bloedzuigende insecten verspreid. Het meest belangrijke insect dat de ziekte verspreidt is de konijnenvlo, die regelmatig bij wilde konijnen wordt gevonden. Het Myxomatose virus kan vele maanden in het bloed van vlooien in leven blijven. Waarschijnlijk wordt de ziekte van jaar tot jaar overgedragen omdat de vlooien in konijnenholen overwinteren. Bij tamme konijnen wordt deze vlo niet zo vaak gevonden maar in de meeste Europese landen draagt de mug in belangrijke mate bij tot de verspreiding van de ziekte.

Als de mug of vlo het konijn bijt, komt, terwijl het insect bloed zuigt, een klein beetje levend virus in de huid van het konijn. Binnen een paar dagen zit het virus in een plaatselijke lymfeklier en verplaatst zich via het bloed naar andere plekken in het lichaam. Het virus vermenigvuldigt zich meestal in de huid rondom de ogen, de neus, de snuit, de zachte huid in de oren en ook in de huid rond de anus en de geslachtsorganen.

Myxomatose wordt in Nederland niet verspreid door contact van het ene konijn met het andere. De ziekte wordt echt door een stekend insect overgebracht. 

De incubatietijd van Myxomatose
De incubatietijd verschilt enigszins dier tot dier maar varieert van minimaal vijf dagen tot maximaal veertien dagen (incubatietijd is de tijd vanaf dat het virus binnendringt tot de eerste keer dat er tekenen van de ziekte worden gezien).

Meestal snelle dood
Het tijdstip van overlijden varieert ook. Sommige dieren kunnen weken of maanden na de infectie nog in leven zijn, maar over het algemeen is de infectie in een vatbaar konijn hevig en treedt de dood binnen 12 uur in..

Het ziekteverloop
 

In korte tijd worden besmette konijnen blind vanwege de zwelling rond de ogen, en dit maakt eten en drinken vaak moeilijk. Toch zijn er soms wilde konijnen te zien, die Myxomatose hebben en rustig gras lopen te eten. Natuurlijk zijn veel konijnen in dit
stadium een makkelijke prooi voor vossen en andere roofdieren. Andere konijnen kunnen makkelijk gewond raken, of doodgereden worden op wegen, maar de meest voorkomende doodsoorzaak is een latere longinfectie die meestal 8 dagen na het begin van de ziekte optreedt. Bij tamme konijnen verloopt de ziekte meestal langzamer en komt de dood niet zo snel omdat de eigenaar het konijn zoveel mogelijk verzorging geeft.

Niet alle besmette konijnen sterven
Genezing in de natuur is zeldzaam (misschien 5 - 10% van de wilde konijnen herstelt uiteindelijk van Myxomatose), genezen konijnen zijn een leven lang immuun, en produceren zelfs een immuun nageslacht. Herstel van tamme konijnen is in sommige gevallen gerapporteerd, dankzij uitstekende verzorging met dwangvoeren, warmte, antibioticum. Helaas behoren deze gevallen tot een uitzondering. 

Hoe kan de ziekte bedwongen worden?
De ziekte kan op twee manieren bedwongen worden:

 

1. Controleren op parasieten.

Controleren op vlooien is belangrijk en dit kan inhouden dat niet alleen wilde konijnen bij huiskonijnen uit de buurt gehouden moeten worden, maar dat er ook vlooienbestrijdingsmiddelen gebruikt moeten worden.

Waarschuwing! Gebruik nooit FRONTLINE bij een konijn...  Er zijn konijnen ziek geworden en/of overleden na gebruik van Frontline. De fabrikant waarschuwt artsen dit middel niet bij konijnen te gebruiken. Deze waarschuwing wordt helaas niet overal gehoord..

ADVANTAGE
Er zijn goede berichten over het gebruik van Advantage bij konijnen. De dosering moet dan aangepast worden. Voor een konijn kan een pipetje voor jonge katjes gebruikt worden. Voor hele kleine dwergjes niet het hele pipetje gebruiken, voor hele jonge konijntjes helemaal niet. Het moet het op een plaats aangebracht worden waar een konijn zich niet kan likken .... Als er meerdere konijnen zijn is het beter ze gedurende 12 uur te scheiden, zodat ze elkaar's vacht niet kunnen likken en het middel naar de huid kan zakken. 

 

STRONGHOLD
Stronghold wordt goed door konijnen verdragen, en wordt bij deze dieren steeds vaker toegepast ingeval van huidmijt, vachtmijt, luis en vlooien. Een pipetje voor kittens is geschikt, de behandeling moet na 30 dagen herhaald worden en evt. weer na 30 dagen nog eens. Samenwonende konijnen mogen elkaar gedurende minstens 6 uur niet kunnen aflikken wegens gezondheidsbezwaren.

In veel dierenzaken en natuurvoedingswinkels worden "natuurlijke" vlooienpoeders verkocht. Deze bevatten over het algemeen mint, eucalyptus of andere kruiden. Ga er niet vanuit dat deze producten veilig zijn omdat ze natuurlijk zijn, of in een natuurvoedingswinkel zijn gekocht. Al deze producten bevatten toch chemicaliën, en kunnen een dodelijk effect hebben op zoogdieren. Sommige van deze kruiden kunnen misschien veilig door mensen gegeten worden, maar kunnen een konijn doden...

Ook andere huisdieren moeten behandeld worden tegen vlooien, en de omgeving moet vlo-vrij gehouden worden. Bij het behandelen van kamers moeten konijnen daar 24 uur buiten gehouden worden.

 

 

2. Vaccinatie
In Nederland worden de konijnen tegen Myxomatose ingeënt met Lyomyxovax. De fabrikant van Lyomyxovax is Merial. Merial adviseert konijnen vanaf 1 maand oud te vaccineren. Het beste kan dit in april/mei, voordat de stekende insecten verschijnen. Geadviseerd wordt ook de dieren in juli of augustus een herhalingsenting te laten geven. Bij dwergkonijnen adviseert Merial met de enting te wachten tot de leeftijd van 3 maanden. Vooral na de eerste enting kan een reactie optreden in de vorm van een bult op de entingsplek. Meestal verdwijnt de bult vanzelf, maar er moet altijd op gelet worden en in geval van twijfel moet de dierenarts hier even naar kijken. Bij het injecteren met niet steriele (= eerder gebruikte) injectienaalden kunnen namelijk abcessen ontstaan. 

Gegarandeerde beschermingsduur
De vaccinatie wordt door de fabrikant 2 tot 4 maanden gegarandeerd. Na de eerste vaccinatie zou binnen niet al te lange tijd de tweede vaccinatie gegeven moeten worden. Verder is het over het algemeen voldoende de konijnen 2x per jaar te laten vaccineren, namelijk in april/mei en in de nazomer. Konijnen bouwen door de regelmatige entingen zelf ook weerstand op.

Niet vaccineren als...!
Zwangere vrouwtjes en konijnen met snot, of andere gezondheidsproblemen, mogen niet gevaccineerd worden. Kort voor of na een operatie (ook castratie) mag niet gevaccineerd worden. Een konijn moet in goede conditie zijn voor deze enting.

Toch nog ziek
Na de entingen is het nog mogelijk dat een konijn een lichte vorm van myxomatose krijgt. Meestal is het dan slechts een lokale vorm, en over het algemeen overleeft het konijn dit, in tegenstelling tot een niet geënt konijn. Belangrijk is dan om te zorgen dat het konijn blijft eten (desnoods dwangvoeren) en het is nodig om een breedspectrum antibioticum te geven om secundaire bacteriële infecties te voorkomen. Het konijn moet uiterst warm gehouden worden, een buitenkonijn moet binnenshuis verzorgd worden. Het myxomavirus is actiever bij lage temperaturen, hoe hoger de omgevingstemperatuur is hoe minder kans het virus heeft om te groeien.

 

 

MYXOMATOSE BEHANDELING
door Maryo van den Berg

 

Inleiding
Myxomatose wordt steeds vaker gesignaleerd bij tamme konijnen en zelfs bij tamme konijnen die regelmatig ingeënt worden.
Afhankelijk van de agressiviteit van de stam waarmee een konijn in aanraking is gekomen heeft een door myx aangetast konijn een goede kans om de ziekte te overwinnen. De verzorging moet dan optimaal zijn en het dier moet de benodigde medicatie krijgen. Een snelle start van de behandeling van een van myx verdacht konijn is belangrijk.
Opgemerkt moet worden dat de traditionele bulten niet altijd worden gesignaleerd, dit is alweer afhankelijk van de virusstam waarmee het dier in aanraking is gekomen. Het ontbreken van bulten kan verwarring oproepen bij het stellen van de diagnose.
Een paar kenmerken van de ziekte die regelmatig worden gezien zijn: verdikte oorranden, slaperige, dikke of dichtzittende ogen of ogen waar pus uitkomt en een moeilijke ademhaling. De symptomen doen aan pasteurella denken, maar dikke oor- en oogranden wijzen toch naar myx. De vorm die op pasteurella lijkt verloopt helaas vaker fataal dan de vorm waarin bulten verschijnen.

 

AANWIJZINGEN VOOR BEHANDELING

Warmte = noodzaak
Om mee te beginnen gedraagt het myxoma virus zich agressiever naarmate de omgevingstemperatuur lager is. Hoe warmer het konijn is, hoe langzamer de ziekte verloopt, en hoe groter de kans is dat het dier er goed doorheen komt. De regel dat een konijn beter in de frisse buitenlucht kan verblijven gaat hier niet op. Het virus vindt dat ook heerlijk en zal zich sterk vermeerderen. Een myxkonijn moet daarom binnenshuis gehaald worden en goed warm gehouden worden, evt. met kruik als het dier niet lekker warm voelt.

Medicatie
De meeste konijnen krijgen na een dag of tien longontsteking en dat is uiteindelijk de doodsoorzaak. Antibioticum is daarom dringend nodig om longontsteking te voorkomen. Een goede keuze is een breedspectrum antibioticum zoals Baytril (of Enrofloxoral drops), en bij myxomatose is het belangrijk de hoogste dosering aan te houden.
* De hoogste dosering van Baytril is 0,4 ml. Enrofloxoral per kg. lichaamsgewicht tweemaal daags.
* De hoogste dosering van Enrofloxoral drops is 0,5 ml. per kg. lichaamsgewicht tweemaal daags.

- Metacam is dringend nodig als ontstekingsremmer. De ontstekingsactiviteiten zijn by Myxomatose hevig en die moeten afgeremd worden.
* Dosering van Metacam(hond) is 0,065 ml. per kg. lichaamsgewicht per 12 uur
* Dosering van Metacam(kat) is 3x de dosering van Metacam(hond) per 12 uur

- De ogen kunnen worden verzorgd met een antibiotische oogzalf.
- Het is aan te raden om enkele malen een vitamine B-complex injectie te laten geven.
- Om de weerstand te verhogen kunnen dagelijks 8 druppels Echinacea D6 in het drinkwater gedaan worden. Telkens een slok nemen geeft telkens een prikkel, het water hoeft niet dagelijks helemaal op. Elke dag wordt wel het water ververst.
* Mocht het konijn niet meer willen drinken dan kunnen de druppels op een klein stukje brood gegeven worden, de dosering is in dat geval 3x daags 5 druppels. Wanneer het brood eerst even blijft liggen kan de alcohol verdampen. Of de 5 druppels kunnen met een spuitje met wat water 3x daags ingegeven worden.

 

Vocht is belangrijk
Wanneer het konijn slecht of niet meer drinkt, door benauwdheid of een andere reden, dan is het aan te raden hem zoveel mogelijk, door middel van een spuitje, van een elektrolytische oplossing te laten drinken, zodat hij niet uitdroogt. Konijnen die ziek zijn willen deze vloeistof over het algemeen graag nemen. Een konijn mag er dan ook zoveel van drinken als het wil.
- Elektrolytische oplossing is bij de dierenarts te verkrijgen als O.R. ACE Oral rehydration salts, of als Feline Rehydration Support van Waltham
- Bij de apotheek is de oplossing te verkrijgen onder de merknaam Orisel (geen ander merk!)

 

Dwangvoeren
Omdat de ziekte veel energie kost is het aan te raden om eiwitrijker voedsel te geven. Vooral Convalescence support is heel goed om op krachten te blijven en kan extra bijgevoerd worden.
- Wanneer het konijn niet meer zelf eet moet Convalescence gemengd worden met hoogvezelig dwangvoer zoals Recovery of Critical care. Dwangvoeren van een konijn dat tegenwerkt gaat het makkelijkst met een 1 ml. spuitje. Het is wat meer werk maar het geeft goede resultaten met de minste stress voor zowel konijn als eigenaar.
- Een konijn dat zelf niet of nauwelijks eet heeft minimaal 50-80 ml. dwangvoer per etmaal nodig, verdeeld over diverse voerbeurten.
- Voor het dwangvoeren van vezelvoer kan bijna het hele tuutje van een spuitje worden gesneden, zodat een wijder gat ontstaat, zonder dat het zwarte dopje er uitschiet.

 

 

Onderhuids vocht
Gaat het konijn wat achteruit dan is het aan te raden om door de dierenarts een onderhuids infuus te laten geven. Dus geen onderhuids vocht met een gewone injectienaald want dat is pijnlijk. Een infuus dat druppelsgewijs vocht onder de huid brengt geeft een konijn daarentegen nauwelijks last of pijn, het duurt alleen wat langer. Vocht is van groot belang: door vochtgebrek gaat de conditie snel achteruit, gaan de organen slecht werken en neemt de eetlust af. Met extra vocht pept een konijn gelijk weer op.

  Pasteurella

Overgenomen van het internet en voor u vertaalt.
Verginia Richardson MA VetMB, MRCVS

De bacterie Pasteurella multocida is de meest voorkomende bacterie bij konijnen die de zo gevreesde snot veroorzaakt, en is verantwoordelijk voor de meest herkenbaar infecties van het ademhaling systeem.

Echter kan pasteurella ook de veroorzaker zijn van huid abcessen, ontsteking van het vruchtbaarheidsorgaan en middenoorontsteking (en andere narigheden).
De ziekte heeft grote gevolgen voor het konijn, ze komen er niet meer van af.

De gewone snot word echter niet bij inheemse konijnen van onder de 12 weken oud gezien, schuldig hier aan zijn de antistoffen die zijn mee krijgen van het moederdier de eerste acht weken, en dat de neus van jonge dieren nog niet voldoende ontwikkeld is voor de bacterie.
Het gelijktijdig aanwezig zijn van Bordetella bronchiseptica bacterie (familie van de Pasteurella) vergemakkelijkt de Pasteurella in zijn ontwikkeling.

Pasteurellosis

Niet alle konijnen die Pasteurella bij zich dragen worden ziek.

Sommige vernietigen spontaan zelf de infectie en andere worden weer chronische dragers van de bacterie.

Gezonde konijnen gehuisvest met geïnfecteerde konijnen worden mogelijk niet ziek als hun conditie en weerstand optimaal is.

Pasteurellosis is een ziekte dat veel voorkomt bij intensieve huisvesting en minder bij een huiskonijn.

Diagnose

De eerste verschijnselen doen zich voor als onschuldige verkoudheid in de vorm van niezen en een waterige neusuitvloeiing.

Al spoedig veranderd de neusuitvloeiing in een witachtige substantie en krijgt het dier koorts en vaak stopt het met eten.

De nies buien worden frequenter en hoor baar snuiven.

Door verstopping van de luchtwegen kan het dier in ademnood verkeren en binnen 2 - 8 dagen tot de dood kan leiden.

Echter in de meeste gevallen verloopt het ziekte beeld slepend en vermageren de dieren.
In een verder gevorderd stadium kunnen ook de ogen aangetast worden, ze krijgen waterige ogen en later ook etterige ogen.
Het wil echter niet zeggen dat ieder konijn met iets natte neus ook snot heeft maar men moet wel op gaan letten.

Overdracht

De meest voorkomende besmetting is door direct contact, en bij inademing van de bacterie.

De bacterie van verscheidende dagen overleven in water.

Ook kan het verspreid worden door de drinkflessen.

 Een konijn kan de bacterie wel twee meter ver weg niezen en een ander konijn kan deze dan weer inademen.

De bacterie komt binnen via de neus of via open wonden.

De infectie verspreid zich dan naar naburig weefsel.

De infectie rijst van de neus naar het middenoor via de buis van Eustatius.

Zeldzaam kan de bacterie overgebracht worden door paring of baring.

Behandeling

Het is niet mogelijk om geïnfecteerde konijnen te genese, maar het kan mogelijk zijn om geïnfecteerde konijnen te stabiliseren met antibiotica zodat ze verder met een chronische ziekte kunnen leven.

Antibiotica is frequent nodig voor een lange periode.

Een kweek laten maken is dan echter noodzakelijk voor de keuzen van de juiste antibiotica.
Pasteurella is meestal gevoelig voor tetracycline, gentamycin enz. (is meer iets voor de arts).
De neus spoelen met een zout oplossing is erg belangrijk om de luchtwegen open te houden.

Ook kan men het konijn oog en neusdruppels geven.
Verder is een goed dieet van groot belang.

Een goed dieet is vers hooi en groen kan het dier beschermen tegen her infecties. Extra vitamine C kan ook helpen met het herstel.

Ook moet het konijn op een constante temperatuur van 16 graden gehouden worden.

Ook de huisvesting moet fris en zo stofvrij mogelijk zijn met een vochtigheidsgraad van tussen de 50 en 70%.

Voorkomen.

Goede huisvesting is belangrijk evenals een goed dieet van vers -water, - hooi, -groen, -brok, zo bevorderd je de weerstand van het konijn.

In een groep waar Pasteurella voorkomt is het nodig om jongen vroeg bij de moeder weg te halen met 4-5 weken voordat ze besmet kunnen worden.

Echter spenen op deze leeftijd kan stress veroorzaken voor de jongen en dan kunnen ze als nog ziek worden.

Als je later speent kan er antibiotica gegeven worden zolang als ze gezoogd worden door het drinkwater.
Hokken moeten het minimaal twee meter van elkaar staan omdat een konijn zo ver niest.

Er is ook al een vaccinatie op de markt dat mogelijk helpt om snot onder controle te krijgen maar het kan het niet genezen.

Pastacidin bevat gedoden bacteriën van de Pasteurella en kan per injectie gegeven worden en moet na 2 -3 weken herhaalt worden.

Voedsters kunnen behandeld worden net voor dat zij moeten bevallen zodat zij antistoffen aan hun jongen mee kunnen geven voor de eerste acht weken.

Jongen konijnen kan men hun eerste injectie geven na het spenen.

Rammen kunnen we iedere 6 maanden een inenting geven.

Vaccinatie is goed om de immuniteit van het konijn te verhogen en geeft het konijn mogelijk een betere weerstand tegen andere infecties.

Er zijn ook al homeopathische middel in de handel dat mogelijk helpt bij snot.
Hier in Nederland is het te bestellen onder de naam super-propolis.

 

 

Scheve kopstand

 

Oorzaken
De meest voorkomende oorzaken voor een scheve kopstand bij een konijn zijn:

Middenoorontsteking
De bacterie die meestal een rol speelt bij een middenoorontsteking is Pasteurella multocida.

De scheve kopstand wordt veroorzaakt omdat het evenwichtsorgaan wordt aangetast. De scheve kopstand wordt niet door pijn veroorzaakt.

Encephalitozoön cuniculi
E. Cuniculi is een ééncellige parasiet die bij het konijn voorkomt en neurologische verschijnselen, zoals een scheve kopstand, toevallen en gedragsveranderingen, veroorzaakt.

Konijnen kunnen deze parasiet bij zich dragen zonder klachten te hebben. 

Konijnen zullen elkaar onderling besmetten via urine in de leefomgeving.

De parasiet kan gedurende 1 maand in de buitenwereld overleven. 

 

Schijndrachtig of Pseudo zwangerschap

Het komt vaak voor, dat voedsters zich gewillig laten dekken, maar dat ondanks dat, de paring geen resultaat oplevert.

Vaak denkt men, dat de voedster te vet is.

Maar dat ook magere voedsters niet altijd succesvol gedekt worden en dat vette voedsters toch ook wel vruchtbaar blijken te zijn, wijst erop, dat de oorzaak ergens anders ligt.

Nu blijkt dat niet de vetheid van de voedster maar in vele gevallen gebrek aan o.a vruchtbaarheidsvitamine de oorzaak is, dat een dekking geen resultaat heeft.

Dit vitamine komt veel voor in jong groen en hierover kan men vroeg in het voorjaar in het algemeen niet beschikken.

Men gebruikt wel tarwekiemolie, de tarwekiem is zeer rijk aan het vruchtbaarheidsvitamine.
Men geeft maar een druppel per dag en begint 14 dagen voor de paring.

Zoals men weet kan men een konijn op elk willekeurig tijdstip laten dekken.

Voor het loslaten van de rijpe eieren van de eierstok is een bepaalde geslachtelijke prikkeling nodig.

Wanneer na zo’n geslachtelijke prikkeling om de een of ander redenen de eieren niet bevrucht werden, dan kan het gebeuren dat de organen van de voedster zich gedurende een bepaalde periode gedragen, alsof de bevruchting wel heeft plaats gehad.

In zo’n geval spreekt men dan vanschijndrachtig.

Wanneer bij een normale zwangerschap de embryo’s en de baarmoeder de moederkoek vormen, houdt een ander hormoon hiervan de gele lichaampjes actief. Zodoende blijven de gele lichaampjes gedurende de gehele periode actief.

Als er nu geen embryo’s zijn, dan zijn er ook geen hormonen van de moederkoek om de activiteiten van de gele lichaampjes gaande te houden, bij gevolg staken ze hun functie en sterven af.
Zijn de gele lichaampjes wel actief, dan kunnen er geen eieren geproduceerd worden en de voedster kan dus niet drachtig worden.

Behalve de taak om de baarmoeder op de ontvangst van de embryo’s voor te bereiden, hebben de gele lichaampjes nog een andere functie, nl. de bevordering van de groei van de melkklieren van de voedster en het in werking stellen van haar moederlijke instincten, zoals nestbouw.

Bij Pseudo zwangerschap ontwikkelen de tepels dan ook en aan het einde van de periode gaat de voedster een nest bouwen. Dat gebeurt gewoonlijk na 15 a 16 dagen en gedurende deze tijd is het ook bij herhaalde dekking niet mogelijk om de voedster drachtig te krijgen.

De fok wordt zo in de war gestuurd en vertraagd, vooral wanneer men de voedster opnieuw bij de ram brengt.
Pseudo-zwangerschap schijnt tamelijk veel voor te komen, men spreekt ook wel van 25%.

Wat is de beste tijd om de paring te herhalen?

Sommige fokkers herhalen een paring een week na de eerste paring. Bij schijndrachtigheid heeft zo’n dekking geen enkele zin. Er zijn geen eieren die de eierstok kunnen verlaten. Een schijnbevruchting duurt ruim 14 dagen, de 18e dag na de eerste dekking is het meest geschikt om de paring te herhalen.

Maakt de voedster rond deze tijd een nest en plukt ze haar, dan kan ze direct weer bij de ram.

Vertrouwd men de eerste dekking niet,dan moet met overdekken binnen 4 tot 6 uur na de eerste dekking.

Heeft een dekking geen resultaat, breng de voedster bij de ram 18 dagen na de eerste paring.

Vruchtbaarheid!

Het is bekend hoe belangrijk een gunstige omgeving voor de verhoging van de vruchtbaarheid is.

Onder een gunstige woonomgeving wordt niet enkel verstaan een voldoende voedering, maar alle hiermede in verband staande factoren moeten optimaal zijn.
Ook bij een juiste en voldoende voeding en een goede conditie van de dieren zal hun organisme met inbegrip van de geslachtsklieren dan normaal functioneren als ook voldoende beweging en licht aanwezig is.

Licht, lucht en ruimte zijn de drie voornaamste factoren voor een gezond leven.

Het licht regelt de fosfor eb calcium-stofwisseling, bevordert de oxidatie-processen en versnelt de eiwit en koolhydraat-stofwisseling in het organisme.

Het licht beïnvloed de activiteit van het zenuwstelsel, de groei en ontwikkeling van het organisme evenals de samenstelling van het bloed en de bloeddruk.

Onder inwerking van ultraviolette stralen vormen zich in het organisme vitamines bijv. uit ergosteren het vitamine D.

In de bedrijfsmatige veeteelt zoals o.a pluimveehouderij en varkensfokkerij hebben alle dieren een minimum dag lengte en dit varieert meestal tussen de 15 en 20 uur licht per dag.
Bij konijnen is dit 17 uur licht per dag.

Dit hoeft niet het gehele jaar maar een paar weken voor dat het dekseizoen begint.

Het licht is voor de voedster van belang om de eierstok te activeren en bij de ram het bevorderen van de spermavorming.

Voor een goede vruchtbaarheid is nodig, een goede voeding, normale beweging en gunstig licht.
Zij vormen de basis voor een normaal functioneren van de geslachtsklieren, voor een geregelde groei en een succesvolle bevruchting.

 

 

Steentjes in de urinewegen (urolithiasis)

Oorzaken van urolithiasis
Factoren die meespelen in ontwikkelen van
urineweg stenen zijn;

1. Voeding
Te calciumrijke voeding.

Likstenen en alfafahooi bevatten zeer veel calcium en kunnen voor stenen in de urinewegen zorgen.

Alle calcium die konijnen via hun voeding opnemen, wordt voor een zeer groot deel via de nieren in de urine uitgescheiden.

2. Infectie
Bij een blaasontsteking verandert de samenstelling van de urine en kunnen steentjes gevormd worden.
Bacteriën die voor blaasontsteking bij het konijn kunnen zorgen zijn Pseudomonas spp. en E. Coli.

 

3. Overgewicht
Konijnen met overgewicht hebben meer risico op ontwikkelen van uroloithiasis.

Verschijnselen
* Bloed bij de urine
* Troebele urine
* Veel en vaak kleine plasjes
* Pijn bij het plassen
* Persen bij het plassen
* Niet eten
* Niet kunnen plassen
* Sloom zijn
* Gewichtsverlies
* Vieze natte achterhand

* Incontinent
* Veel drinken
* Veel plassen

Diagnose
Bij een verdenking van blaas- of nierproblemen wordt urineonderzoek uitgevoerd.

Met behulp van een blaaspunctie wordt urine direct uit de blaas verzameld en op kweek gezet om te controleren of bacteriën een rol spelen. Ook zal bloedonderzoek uitgevoerd worden om de nierfunctie te controleren.

De stenen bij het konijn bestaan altijd uit calciumoxalaat.

Calciumoxalaat is zichtbaar op een röntgenfoto.

Met behulp an een röntgenfoto kan een steentje zichtbaar gemaakt worden en bovendien kan dan ook de plaats van de steen bepaald worden.

Een steen zich kan namelijk in de nieren of in de blaas bevinden maar ook in de plasbuis of in de buisjes die van de nieren naar de blaas lopen.

 

Behandeling
De steen dient operatief verwijderd te worden.

Daarnaast zal uw konijn behandeld worden met pijnstilling, antibiotica en onderhuidse vochttoediening.

Ook is het belangrijk dat uw konijn wordt bijgevoerd om het
maagdarmkanaal te stimuleren.

Indien de gehele blaas is gevuld met 'sludge urine' (zanderige urine door
zeer veel kleine calciumdeeltjes) hoeft er niet geopereerd te worden, maar zal uw konijn onderhuids vocht toegediend krijgen gedurende enkele dagen en zal 4x per dag de blaas met de hand geledigd worden om alle sludge urine te verwijderen.

Aanvullend dient het dieet gewijzigd te worden en adviseren wij u uw konijn slechts hooi, gras en groente te geven als hoofd dieet en geen biks te voeren.

Ook is het verstandig geen likstenen en vitamine supplementen te geven.

Konijnen met overgewicht dienen een strikt dieet te krijgen om ze te laten afvallen.

 

Prognose
De prognose is afhankelijk van de plaats van de steen. Indien de steen zich in de nieren bevindt, is de prognose gererveerd.

Steentjes kunnen zonder problemen uit de blaas of de plasbuis verwijderd worden.


Preventie van urolithiasis
Urolithiasis kan voor een groot deel voorkomen worden doet uitgebalanceerd voedsel te geven (zie ook voeding konijn).

Bovendien adviseren wij u geen likstenen of vitamine supplementen aan uw
konijn te geven, aangezien hierdoor problemen met de calcium stofwisseling ontstaan

 

 

Teken bij het konijn

 

Bij konijnen mag geen antivlooien-middel dat ook teken
doodt gebruikt worden omdat dit voor konijnen te giftig is.
Indien uw konijn een teek heeft, dient deze zo spoedig
mogelijk verwijderd te worden.
Bij het verwijderen is het van belang dat u er op let of de kop en pootjes van de teek goed meekomen.
Wanneer de teek kapot gaat en de kop en/of poten achterblijven is er een kans op ontsteking van de huid.
Neemt u in dit geval direct contact op met uw dierenarts.
Wij adviseren u de O'Tom tekenhaak te gebruiken;

 

 

 

Toevallen

 

De meest voorkomende oorzaken voor toevallen bij het konijn zijn

Pasteurella multocida
Deze bacterie komt veel bij konijnen voor en kan hersenvliesontsteking, maar ook een scheve kopstand of ongecoördineerd lopen veroorzaken.

Encephalitozoön cuniculi
E. Cuniculi is een ééncellige parasiet die bij het konijn voorkomt en neurologische verschijnselen, zoals een scheve kopstand, toevallen en gedragsveranderingen, veroorzaakt.

Konijnen kunnen deze parasiet bij zich dragen zonder klachten te hebben. Konijnen zullen elkaar onderling besmetten via urine in de leefomgeving.

De parasiet kan gedurende 1 maand in de buitenwereld overleven. 

Herseninfarct
Indien de andere oorzaken voor toevallen zijn uitgesloten, kan een herseninfarct de oorzaak zijn van de toevallen.

 

Verschijnselen
* Afwijkend gedrag
* Toevallen
* Rondjes lopen
Ook de verschijnselen van de scheve kopstand kunnen optreden.

 

Uw konijn mee op reis

 

 

 

Op reis: wetgeving

Er zijn nog geen afspraken binnen de EU gemaakt
zoals bij honden, katten en fretten. In veel gevallen
is het voldoende om in bezit te zijn van een Europees
dierenpaspoort met hierin een door de dierenarts
ondertekende gezondheidsverklaring. Voor spe-
cifieke informatie kunt u het beste informeren bij
de ambassade van het land van bestemming.

 

Verlamming achterpoten

 

 

Oorzaken
De meest voorkomende oorzaak van plotselinge verlamming van de achterpoten is een fractuur of luxatie van de ruggewervels. Dit kan gebeuren bij vechten indien uw konijn met meerdere konijnen samen gehuisvest is of bij het optillen van uw konijn zonder de achterhand te ondersteunen. Bij oudere konijnen kan een hernia in de rug ontstaan.

Verschijnselen
* niet gebruiken van de achterpoten
* geen gevoel in de achterpoten
* incontinentie van urine
* incontinentie van ontlasting
* niet keutelen
* niet plassen
* niet eten

Spoed
Indien uw konijn deze verschijnselen vertoont, adviseren wij u direct contact op te nemen uw dierenarts!

Diagnose
De diagnose wordt gesteld bij het lichamelijk en neurologisch onderzoek in combinatie met een röntgenfoto van de rug

 

Behandeling
De behandeling zal bestaan uit het toedienen van prednisolon om beschadiging van de zenuwen proberen te voorkomen.

Indien een konijn enkele uren tot dagen later wordt aangeboden, is er slecht een behandeling mogelijk waarmee wij zullen trachten uw konijn een zo goed mogelijk leven te geven.

Aangezien er problemen kunnen ontstaan ten gevolge van het niet kunnen plassen, is er een kans dat de dierenarts euthanasie zal adviseren.

Prognose
De prognose is afhankelijk van de ernst van de verlamming, de aanwezigheid van pijnlijkheid en of uw konijn zelf kan plassen.

De dierenarts zal met u de prognose van uw konijn bespreken.

 

 

VHD

Viraal Hemorragisch syndroom

Deze konijnenziekte houd elk jaar weer aardig huis.
Bescherm uw dieren.
Vanaf een leeftijd van 8 weken kunnen ze geënt worden.

Symptomen:
De tijd tussen besmetting en de eerste symptomen is 1 -3 dagen.
VHD gaat gepaard met hoge koorts, benauwdheid, bloedingen en zenuwstoornissen. Konijnen
overlijden aan bloedingen in het maagdarmkanaal. De ziekte hoeft niet met bloedingen te verlopen,
soms overlijdt het konijn zonder eerst verschijnselen te tonen.

Het komt voor in drie verschillende vormen:

-zeer snel verloop: plotselinge dood.

-snel verlopende vorm: depressie, stoppen met eten, benauwd, koorts (40-41,5 graden) incoördinatie, soms schreeuwen en tandenknarsen.
Vaak ziet men in het laatste stadium een schuimige bloederige neusuitvloeiing gevolgd door de dood.

-milde vorm: deze vorm is zeldzaam. Herstel en levenslange immuniteit.

Het sterfte getal kan op lopen tot 100% maar in de meeste gevallen verliest

 

 

VHS, de geschiedenis

(Marguerite Wegner,

 

 

VHS toen en nu, de geschiedenis van VHS op aarde.....

VHS staat voor Viral Hemorrhagic Syndroom.

Tot 2000 zijn er elk jaar in Nederland kleine uitbarstingen geweest van het virus. Omdat veel mensen hun konijn preventief laten enten is het virus redelijk onder controle te houden.

 

Wormen bij het konijn

Het is niet nodig om een konijn standaard te ontwormen, want een
wormenbesmetting komt niet zo vaak bij konijnen voor. Als uw konijn
diarree heeft en de dierenarts vermoedt een wormenbesmetting,
dan wordt de ontlasting onderzocht. Als in de ontlasting inderdaad
wormeieren zichtbaar zijn, dan schrijft de dierenarts een
ontwormingsmiddel voor.

Tips om je konijn gezond te houden!

 

  1. Laat je konijn in het voorjaar inenten tegen VHS en Myxomatose (April-Mei).
  2. Voer matig en regelmatig en op vaste tijden (s`avonds, s`nachts en in de vroege ochtend eten ze het meest).Het darmgestel van een konijn moet altijd gevuld zijn, dus hij moet geregeld eten.
  3. Zorg dat het altijd over hooi beschikt, hier mogen ze zoveel van eten als ze willen de ruif moet altijd gevuld zijn).
  4. Stro eten ze ook graag en dit helpt hun bij de vertering van hun voedsel.
  5. Meng altijd oud voer met het nieuwe voer, de samenstelling kan anders zijn.
  6. Iedere dag voldoende vers drinkwater, ook als je groenvoer voert.
  7. Jonge konijntjes niet onder de 16 weken oud, groenvoer geven, dit licht zwaar op de maag, geeft diarree, trommelzucht enz.
  8. Liever ook geen granen voeren, zeker niet aan jonge konijntjes. Je mag wel tijdens de verharing een paar zonnepitjes voeren.
  9. Stukje gedroogd bruin brood vinden ze ook erg lekker.
  10. Begin niet gelijk met groenvoer als je een nieuw dier krijgt en voorzichtig met de biks. Geef desnoods een tijdje alleen hooi, als je bv. niet over het voer beschikt wat het gewend was te eten. Vraag aan de vorige eigenaar altijd een beetje voer mee zodat je het kan mengen met het voer dat jij wilt gaan voeren.
  11. Vers gras mag je zomers ook voeren, maar kijk waar je het plukt niet waar honden hun behoeften doen. En geef het ze het dan iedere dag en begin met maten. Geef geen natgras.
  12. Groenvoer mag, maar voer dan een paar verschillende dingen en begin heel voorzichtig, mondjes maat en iedere dag het zelfde ( een konijn moet de tijd krijgen om de bacterien voor de afbraak van het voedsel aan te maken).
  13. Hou het hok goed schoon zeker een keer in de week. In de zomer als het erg warm is, haal dan iedere dag de mest plek weg, dit voor komt vliegen en een hoop andere narigheden. Vliegen veroorzaken maden op konijnen en hier worden ze heel ziek van.( Hier kunnen ze aan dood gaan.)
  14. Voorkom grote temperatuur`s schommelingen, haal je konijn niet naar binnen bij de kachel als het vriest en daarnaar weer naar buiten. Hier worden ze ziek van.
  15. Opserveer iedere dag je konijn even, of hij wel eet, drinkt en keutelt en hoe hij zich voelt.
  16. Voorkom tocht en regeninslag in het hok. Dit kan je doen door het hok in de winter voor de nacht toe te dekken met bv een jutezak of oude dekken (dit laat toch lucht door voor de ventilatie).
  17. Probeer vliegen, muggen, muizen en ratten weg te houden uit hun hok en bij hun voer.
  18. Vermijdt extreme warmte en zon, probeer schaduw te creëren op het hok. Ochtend zon mag wel.
  19. Als het erg koud is, strooi dan wat extra op, mest dan maar een keer niet uit een dik bed is warmer.
  20. Vermijdt bij vorst ijzeren voerbakken en drinknippels, hier kunnen ze aan blijven kleven met hun mond.
  21. Bij vorst is twee á drie maal per dag een beetje laten drinken uit een schaaltje voldoende, ze hebben het zo door en al gauw drinken ze dan naar behoefte.
  22. Als je konijn veel plak poepjes heeft, deze moet hij eigenlijk op eten, krijgt hij waarschijnlijk te veel krachtvoer of groenvoer. Verminder dit dan en als het niet helpt neem dan contact met de dierenarts op want het kan ook een bacterie zijn.
  23. Konijntjes horen niet bij cavia`s in één hok, jonge konijntjes kunnen hier heel ziek van worden en sterven. Ook eten ze heel ander voer.
  24. Als je twee konijnen in een hok heb, moet je extra opletten wie er nu eet en wie niet, dit is belangrijk. Een konijn die niets eet is in levensgevaar.
  25. Als je veel konijnen heb, is het belangrijk dat je dwangvoer in huis heb ( kan je na lezen op www.konijnen.nl deze site is een aanrader)
  26. Twee konijnen in één hok, 2 rammen, 2 voedsters of 1 ram en 1 voedster. Kan mits er voldoende ruimte is. De rammen moeten gecastreerd worden. 1 ram en meerdere voedsters kan ook maar dan moet de ram gesteriliseerd worden om rangorden te houden in de stal.
  27. Wilgen takjes zijn goed voor het gebit, maar hier geld ook voer met maten en met kleine stukjes beginnen.

 

Verzorging van uw konijn


Gebit van het konijn

Het gebit van uw konijn is aangepast aan het eten van plantaardig materiaal. Hierbij ligt het accent op de maalfunctie van de kiezen. Een konijn in de vrije natuur eet voornamelijk bladachtige plantendelen, knoppen, takken, schors en zaden. De hoofdvoeding van een konijn als huisdier bestaat voornamelijk uit een volledig voer in korrelvorm, groenvoer, hard brood, hooi en water. Harde bestanddelen in het voer zijn van essentieel belang om groei en slijtage van de gebitselementen in evenwicht te houden. Het gebit van het konijn bestaat uit 4 snijtanden, 2 stifttanden (kleine snijtandjes achter de snijtanden van de bovenkaak) en 20 kiezen. De melktanden van het konijn wisselen in een periode vlak voor de geboorte tot 3-5 weken na de geboorte.

 

Bronvermeldingen:

Wij hebben teksten gebruikt van:


Maryo van  den berg    www.konijnen.nl

en

Dierenkliniek Wilhelmina Utrecht