Het Ras  De Aanschaf   Voedsters   Rammen   Nestjes 2009    Te Koop   Links    Gevraagd    Wist u dat?   En dan dit   Ziektes    Disclaimer

 

Bergen NH

1 januari 2001: Bergen, Egmond en Schoorl fuseren tot de nieuwe gemeente Bergen. Daarmee ontstaat een gemeente met een 21 kilometer lange kustlijn, een afwisselend landschap van strand, duinen, zee, bossen en velden en een rijk cultureel verleden en heden.

De gemeente Bergen heeft bijna 32.000 inwoners en vervult een belangrijke regiofunctie: inwoners uit buurgemeenten maken graag gebruik van de recreatieve en culturele voorzieningen die de gemeente te bieden heeft. Bovendien heeft Bergen een belangrijke nationale en internationale toeristische functie.

Ingebed tussen de Noordzee in het westen en een achterland met allerlei voorzieningen in het oosten, weet Bergen zich verzekerd van een enorme aantrekkingskracht op inwoners, bedrijven en recreanten.
Het gebied strekt zich uit van Camperduin in het noorden tot Egmond-Binnen in het zuiden en beslaat een oppervlakte van bijna 120 vierkante kilometer.

Bergen omvat een groot aantal kernen met elk hun eigen identiteit, cultuur en sfeer.
Naast overeenkomsten - zoals het strand, de bossen en de duinen - zijn er ook duidelijke verschillen. Zo is toerisme een belangrijke bron van inkomsten voor de totale gemeente, maar elke kern geeft daar op zijn eigen manier invulling aan.

In Schoorl vinden we een groot aantal campings, Egmond profileert zich als een grote familiebadplaats en Bergen blijft toch vooral het centrum van rust, schoonheid, kunst en cultuur.

De identiteit van de verschillende kernen blijft ook in de nieuwe gemeente Bergen gewaarborgd. Juist de diversiteit en verscheidenheid maken het gebied zo aantrekkelijk.


Egmond-Binnen

 

Egmond-Binnen is een dorp in de gemeente Bergen in de provincie Noord-Holland. 
In de volksmond wordt het ook wel Akeloren genoemd.
Egmond-Binnen, waartoe ook het dorp Egmond aan den Hoef behoorde, was tot 1 juli 1978 een zelfstandige gemeente, en is op die datum met de gemeente Egmond aan Zee samengevoegd tot Egmond
Sinds 1 januari 2001 is de gemeente Egmond gefuseerd met de gemeenten Schoorl en Bergen tot de gemeente Bergen
.

Het dorp is ontstaan uit het uit de vroege middeleeuwen daterende dorp Hallem (of Hallum) In de 10e en 11e eeuw komt de plaats voor als Ecmunde en Ekmunde, in 1199 als Egmunde, in 1350 als Egmonde en in 1639 als Egmont Binne.

De oorsprong van de benaming Egmond is niet duidelijk. Het zou verwijzen naar het water Egg of Egge dat hier ooit de zee in stroomde. Mogelijk was dit een zijtak van de Rekere of zelfs van het IJ. Maar ook zou het mogelijk verwijzen naar het geslacht Egmont van het Huis van Egmont. Ook een combinatie is mogelijk. Minder waarschijnlijk wordt geacht dat het verwijst naar persoonsnamen Egge of Egmund.

Egmond-Binnen is vooral bekend van het Lioba-Klooster en de abdij van Egmond, de Sint-Adelbertabdij. Dit is de oudste abdij van Nederland, opgericht in de tiende eeuw. Het klooster speelde een belangrijke rol in de oorlog tussen de Hollanders en de Westfriezen, en later over een groot gebied van West-Friesland. Het bezat veel land en heeft ook veel te maken gehad met een aantal inpolderingen in het gebied. De abdij was ook een belangrijke Bibliotheek.

Verder staat in Egmond-Binnen het Nederlands Hervormde kerkje, dat dateert van 1876.
In de kerk kan men nog de grafsteen vinden van Isaäc le Maire uit 1624.
Le Maire wordt gezien als een van de oprichters van de V.O.C. Een bekende tijdelijke inwoner van Egmond-Binnen was de Franse filosoof René Descartes.  

Het duingebied van de Egmonden.

Het ontstaan van de Nederlandse duinen

Ongeveer 20.000 jaar geleden was de laatste ijstijd op aarde. De huidige Noordzee stond toen voor een groot deel droog. Je kon in die tijd gewoon te voet van Nederland naar Engeland lopen. Tenminste, als je de ijskoude wind wist te trotseren, want veel beschutting was er niet op de ijzige en schaarsbegroeide Noordzeevlakte.

 
Doorsnede Hollandse kust omstreeks 6000 jaar geleden (zeeniveau 7 m beneden NAP)
Doorsnede Hollandse kust omstreeks 6000 jaar geleden (zeeniveau 7 m beneden NAP)

Doordat het ijs ging smelten, steeg het waterpeil in de Noordzee in de loop der tijd met meer dan honderd meter. Door al dat water kwam de kustlijn veel oostelijker (landinwaarts) te liggen dan tegenwoordig. Ongeveer 5000 jaar geleden bereikte de kustlijn haar meest oostelijke punt. Vlak voor die kustlijn is toen het eerste strandwallensysteem afgezet: de oude duinen. De resten hiervan bestaan nog: een zandrug waarop dorpen als Rijswijk, Voorburg, Leidschendam en Voorschoten liggen. Daarna bleef de zeespiegel nog wel stijgen, maar langzamer. Er werden nu steeds meer strandwallen achter elkaar afgezet aan de westkant van de eerste strandwal. De zee werd zo naar het westen teruggedrongen. De landstroken tussen de strandwallen waren van de zee afgesloten, zodat er (zoet) regenwater bleef staan. In deze natte strook tussen de strandwallen ontwikkelde zich een moeras, waar geleidelijk aan ook veenvorming optrad. In het huidige kustlandschap zien we dit nog terug. Op de veengronden liggen de groene graslanden en de vochtige elzen- en essenhakhoutbossen.
De strandwallen zelf ontwikkelden zich tot lage duinen; de wind stoof ze onder met zand. Er vestigden zich planten die het zand vast konden houden. Eerst biestarwegras, later helmgras, gevolgd door vele andere plantensoorten. In het huidige kustlandschap vinden we op deze strandwallen vaak de oude landgoederen en de eiken- en beukenbossen.
De vorming van de oude duinen (of strandwallen) is rond het begin van onze jaartelling tot stilstand gekomen. De aanvoer van zand vanuit de Noordzee werd steeds minder.

 
Doorsnede Hollandse omstreeks 4000 jaar geleden (zeeniveau 4 m beneden NAP)
Doorsnede Hollandse omstreeks 4000 jaar geleden (zeeniveau 4 m beneden NAP)

In de vroege Middeleeuwen veranderde het klimaat. Dit zorgde voor de vorming van een nieuw duincomplex: de jonge duinen. Het klimaat in de Middeleeuwen was guur. De temperatuur was erg laag en er waren veel stormen. Door de stormen werden veel van de strandwallen afgebroken.
Het zand kwam weer in zee terecht. Na een tijdje spoelde dit zand weer aan land en werd door de harde wind omhoog geblazen. Er ontstonden hoge duintjes. Deze duintjes groeiden met behulp van de helmplanten langzaam uit tot grote duinruggen. Door de wind aangedreven, bewogen ze als loopduinen over de oude duinen naar het oosten. Door de sterke winden veranderden deze duinen voortdurend van plaats. Aan de windzijde van het duin stoof het zand op en werd het over de top gegooid. Het zand daalde aan de andere kant weer neer. De vegetatie van de oude duinen werd bedekt met zand. De planten waren dood toen ze weer te voorschijn kwamen.
Dit proces van jonge duinvorming ging door tot ongeveer de 12e eeuw. Het klimaat werd geleidelijk aan milder en het duingebied raakte begroeid met honderden verschillende plantensoorten.

 
Doorsnede Hollandse kust omstreeks 2000 jaar geleden (zeeniveau 0.5 m beneden NAP)
Doorsnede Hollandse kust omstreeks 2000 jaar geleden (zeeniveau 0.5 m beneden NAP)

Rond de 11e en 12e eeuw ging men dichter bij zee wonen. Er ontstonden allerlei vissersdorpjes die we nu als badplaatsen kennen: Egmond aan Zee (gesticht in 970), Zandvoort (1120) en Wijk aan Zee (1300). Het leven was hier vroeger erg zwaar vanwege de vele stormen op zee. Op boulevards staan soms beelden van eenzame vrouwen die uitkijken over de zee. Zij herinneren ons aan de vele vissers die nooit weer thuis zijn gekomen. Sommige dorpen zijn in de loop der jaren voor een deel in zee verdwenen. In Egmond bijvoorbeeld is de kust in de afgelopen 300 jaar bijna 250 meter afgeslagen. In 1741 verdween de St. Agneskerk en een deel van het dorp in zee.

 
Doorsnede Hollandse kust omstreeks 700 jaar geleden (zeeniveau 0.2 m beneden NAP)
Doorsnede Hollandse kust omstreeks 700 jaar geleden (zeeniveau 0.2 m beneden NAP)

Het landschap van de vissersdorpen langs de Hollandse kust en het omringende duingebied noemen we: het zeedorpenlandschap. De duinen rond Egmond aan Zee en Katwijk aan Zee zijn hier een voorbeelden van. Vanaf de 15e en 16e eeuw leefde men hier van de visvangst. De directe omgeving van de vissersdorpen was voor de bewoners van groot belang. In de duinen werden de visnetten schoongemaakt en gerepareerd.
De landbouw kwam pas later op gang. De duinvalleien werden onder andere gebruikt voor de aardappelteelt. Om aan brandhout te komen, hakte men bomen en struiken om. Ook liet men er het vee grazen. De voedselarme duingrond raakte echter snel uitgeput. Daarom moest men om de 2 à 3 jaar nieuwe perceeltjes ontginnen en afgraven. Van het uitgegraven materiaal werden zanddijkjes gemaakt om de percelen van elkaar te scheiden. 

Veel sporen van het zeedorpenlandschap zijn verdwenen. Grote delen van het duingebied zijn volgebouwd met huizen. Toch vinden we hier en daar nog fragmenten van het zeedorpenlandschap. Vroegere aardappellandjes zijn te herkennen als ondiepe, rechthoekige valleitjes met een vlakke bodem. Sommige landjes liggen zo laag dat ze zijn ondergelopen met water. Andere worden als volkstuin gebruikt. Ze zijn onder andere te vinden rondom Katwijk, Zandvoort, Wijk aan Zee, Castricum en Egmond aan Zee.
Het zeedorpenlandschap trekt bijzondere bloemen en vogels aan. In de buurt van de teellandjes vinden we enkele bijzondere planten: het Akkerviooltje, de Nachtsilene en het Hondskruid. Twee karakteristieke broedvogels in het gebied zijn de Geelgors en de Roodborsttapuit. De Geelgors is zeldzaam geworden doordat het zeedorpenlandschap hier en daar is verdwenen.

In de 17e en 18e eeuw zijn de oude en jonge duinen voor een groot deel ontgonnen. Er werd landbouwgrond van gemaakt. Men kapte het bos, maakte de duinen vlak en groef het zand af tot het grondwater dicht genoeg bij de gewassen was. In het begin werden de duinen gebruikt voor alle soorten landbouw: akkerbouw, tuinbouw en veeteelt.
Na de 17e eeuw concentreerden de akkerbouw en veeteelt zich steeds meer in de nieuw aangelegde polders of afgegraven duingebieden. De zandige "geestgronden" (zo noemt men de afgegraven duinen) kon men daarna helemaal benutten voor het telen van tuinbouwproducten. Nog later werd deze grond steeds meer gebruikt voor de bollenteelt. Tegenwoordig zie je dan ook nog veel bloembollenvelden dicht bij de kust.

In de loop van de eeuwen is het duingebied steeds meer gaan stuiven. Door overbeweiding en houtkap waaide het zand makkelijk weg. In de tweede helft van de negentiende eeuw werd geprobeerd om de verstuiving te stoppen. Eerst werd er veel Helm aangeplant. Je hebt al eerder gelezen dat helm met zijn wortels zand vast kan houden. Later probeerde men het ook door het aanplanten van naaldbomen. Op enkele plaatsen mislukte dit. Door de zoute zeewind droogden de knoppen van de planten uit. Bovendien werden er veel planten door konijnen opgevreten.

 
Doorsnede Hollandse kust omstreeks 100 jaar geleden (zeeniveau op NAP)
Doorsnede Hollandse kust omstreeks 100 jaar geleden (zeeniveau op NAP)

Aan het begin van de twintigste eeuw is het wel gelukt om op grote schaal naaldbossen aan te planten. Het is wel jammer dat deze bomen in kaarsrechte rijen werden geplant. Dit ziet er saai uit. Ook werden deze bomen dicht op elkaar geplant. Hierdoor krijgen andere planten geen kans om te groeien. Daarbij gebruiken deze dicht opeen geplante naaldbomen veel grondwater, waardoor het duingebied verdroogd.
Tegenwoordig probeert men deze bossen aantrekkelijker te maken. Men kapt af en toe een aantal bomen om een doorkijk te maken en andere planten een kans te geven. Ook worden er andere soorten bomen tussen gezet die in het duingebied thuishoren zoals de Zomereik. Sommige naaldbossen worden zelfs helemaal gekapt om de natuurlijke duinplanten weer een kans te geven en om de verdroging van het duingebied tegen te gaan.


Konijnen weten duingebied bij Egmond weer te vinden

Langzaam maar zeker lijkt het aantal konijnen in de duinen tussen Egmond en Bakkum weer toe te nemen. De stand verbetert dankzij de daar uitgezette schapen en Schotse Hooglanders. Voordat de grazers in de duinen werden uitgezet waren de konijnen door ziektes en roofdieren bijna verdwenen uit het duingebied.

Terugkeren was voor het konijn geen optie, vegetatie ouder dan een jaar lust het dier namelijk niet. Dankzij de ingezette grazers zijn de oude planten opgegeten en staat er weer voldoende vers en mals spul om de konijnen terug te lokken. PWN heeft goede hoop dat de populatie zich wat hersteld heeft. In het voorjaar zijn er in elk geval behoorlijk wat jongen gesignaleerd.

Dat de duinen van oudsher in gebruik zijn, geldt zeker voor de inwoners van 'De Egmonden': Egmond aan Zee, Egmond aan den Hoef en Egmond Binnen. Zo is het aan hen te danken dat het duinterrein bij Egmond Binnen nog altijd wordt gekenmerkt door een redelijk ongeschonden binnenduinrand met lage duintjes. Bijna overal in Nederland is dit zogenaamde mientenlandschap omgezet in bloembollenakkers (de geestgronden achter de duinen!). Maar de Egmonders beweiden deze gronden al eeuwenlang met koeien, waardoor het landschap open is gebleven. Dankzij de combinatie van eeuwenlange begrazing en kalkrijk kwelwater zijn deze binnenduingraslanden bovendien erg bloemrijk: in juni zien ze rood en geel van de grote ratelaar en rietorchis. Vanaf de Van Oldenborghweg ziet u dit landschap in z'n volle glorie; met een geweldig uitzicht op Egmond Binnen met de karakteristieke contouren van de Abdij van Egmond. Het kalkrijke grondwater dat hier aan de oppervlakte uittreedt, vormt op sommige plaatsen poelen met een rijke amfibieënpopulatie. Er leven onder andere gewone padden, rugstreeppadden en salamanders. De talrijke dennenpercelen in het duinterrein zijn aangelegd in de dertiger jaren van de vorige eeuw, in het kader van de werkverschaffing. Werklozen moesten de grond drie steken diep omspitten en er vervolgens 16.000 jonge dennen per hectare in planten. Nu zijn deze bossen circa 70 jaar oud en beeldbepalend in het duinlandschap.
In en bij het gebied kunnen interessante locaties aanwezig zijn op het vlak van natuur, cultuur, historie en recreatie. Daarnaast kunnen er locaties zijn, waar u kunt eten, drinken of logeren. Deze locaties kunt u vinden op de interactieve kaart. Dit kunt u doen door onder het kleine kaartje te klikken op 'gedetailleerde kaart'. De interactieve kaart beeldt de interessante locaties dan af als icoontjes, die men kan activeren door er op te klikken. Dit geeft dan toegang tot extra informatie over de betreffende locaties. U kunt hiermee ook zelf een kaart samenstellen, die u via de optie ' vergroot kaart' kunt uitvoeren als .gif file en vervolgens kunt opslaan op uw PC of afdrukken. 

Natuurgebied Starrevlak voor vogels én spotters.

In de duinvalleien Starrevlak en Graveland, voormalig jachtterrein van jonkheer Six van Wimmenum en tegenwoordig eigendom van de PWN, zijn alle duinlandjes van de Egmonders verdwenen. In plaats hiervan is middels het verwijderen van 35.000 m³ zand een waterrijk gebied ontstaan, dat aantrekkelijk is voor een omvangrijk aantal verschillende vogels. Doordat een eiland in het midden van het Starrevlak, dit staat na het verwijderen van het zand grotendeels onder water, is ontstaan, kunnen vogels broeden zonder last te hebben van eventuele vossen.

 


Het nu nog "jonge" gebied wordt verondersteld over een aantal jaren vol met riet te staan en hopelijk hebben dan grote aantallen vogels, waaronder de snor, de blauwborst en het rietzangertje, dit unieke stekkie ontdekt. Middenin deze pracht is ook aan de mens gedacht, er is namelijk een vogelobservatiehut geopend, die de naam de Vlieger draagt. Een ideale plek voor vogelspotters, maar ook voor leken om de vogels te observeren. Er staan borden waarop men informatie over het gebied verstrekt en banken met luiken die, na het openen, een groots uitzicht verschaffen over dit unieke gebied. Het Starrevlak met haar Vlieger is te bereiken door aan de noordzijde van Egmond aan Zee de duinen in te lopen en de kleine bruine betonnen paaltjes te volgen richting Starrevlak. Over de hol heen ziet u voorlopig nog een gebied afgezet met hekken, waar voorheen aardgas werd gewonnen, en hier voorbij strekt zich het grootse meer van het Starrevlak uit. De Vlieger bevindt zich aan uw linkerhand aan het water. Wanneer u besluit een bezoek te brengen aan het Starrevlak vergeet dan niet een duinkaart te kopen bij VVV of boekhandel Dekker in de Voorstraat te Egmond aan Zee. Het duingebied biedt u verder nog een aantal mooie uitzichten en u kunt er heerlijk wandelen, echter per fiets is dit gebied moeilijk toegankelijk. Wij van de redactie wensen u veel plezier met uw eventuele verkenningen en wandelingen.

Zowel de Provinciale Waterleidingmaatschappij Noord-Holland als Staatsbosbeheer heeft een bezoekerscentrum ingericht: respectievelijk De Hoep en Het Zandspoor. Buiten de duinen is in Petten het bezoekerscentrum van de Hondbosse Zeewering: De Dijk te Kijk.

De Hoep, bezoekerscentrum Noord-Hollands Duinreservaat, Zeeweg Castricum nabij restaurant Johanna's Hof
Het Zandspoor, bezoekerscentrum Schoorlse Bossen.
Bezoekerscentrum van de Hondbosse Zeewering: De Dijk te Kijk.

 

De st. Adelbertus abdij in Egmond Binnen.

De heilige Adalbert werd na zijn dood, omstreeks het midden van de 8e eeuw, begraven in het oorspronkelijke Egmond, dat pelgrims ging trekken. Graaf Dirk I van Holland liet in 922 Adalberts gebeente opgraven en overbrengen naar zijn vrouwenklooster in Hallem (het huidige Egmond-Binnen). Bij de opgraving van het gebeente was in Adalberts graf een bron met geneeskrachtig water ontsprongen. Zowel het water in het oude Egmond als de relieken in de schrijn op het hoogaltaar van de abdijkerk in Egmond-Binnen vermochten blinden en bezetenen te genezen. Na de reformatie werden de relieken bewaard in Haarlem. Aan het einde van de 19e eeuw keerden ze terug naar de St. Adelbertuskerk in Rinnegom. Het in 1935 heropgerichte benedictijner klooster in Egmond-Binnen is thans het centrum van de Adalbertverering. Sinds 1984 worden daar ook de relieken van de heilige bewaard. Rondom de oude Adelbertusput werd vanaf 1923 de St. Adelbertusakker ingericht. Jaarlijks komen hier op de zondag na het feest van Sint Adalbert (25 juni) parochianen, monniken van de abdij en pelgrims samen om de eucharistie te vieren

 

Het Liobaklooster in Egmond Binnen

Wij willen u iets vertellen over het leven in het Sint Liobaklooster.
Het torentje kenmerkt het klooster. De klok luidt vele keren per dag voor het gebed, 
voor de maaltijden of voor andere samenkomsten.

Sint Liobaklooster

Het Sint Liobaklooster vormt een monastieke gemeenschap in de benedictijner orde. In 1935 heeft Hildegard Michaelis het klooster gesticht. Na de kerkelijke goedkeuring in 1952 werd de officiele naam Congregatie van de Sorores Benedictinae Sanctae Liobae Egmundensis. In de jaren zestig ontstond ook de tak van de broeders, die met de zusters hetzelfde ideaal nastreeft. Het klooster heeft twee dochterstichtingen voortgebracht, in Zwitserland (in Orselina bij Locarno) en in Zuid Frankrijk (in Simiane-Colongue). Nu zijn het drie onafhankelijke, zelfstandige Monasteria geworden. In Egmond zijn momenteel 22 zusters, varieërend in de leeftijd van 30 tot 90 jaar en één broeder.

De naam: Sint Lioba

Lioba is een bijnaam, een troetelnaam. De naam werd gegeven aan een nicht van Bonifatius (675-754), Thruthgeba, die het christendom naar onze streken heeft gebracht. Zij was opgevoed in een dubbelklooster (mannen en vrouwen) in Zuid Engeland. Alom was zij gekend door haar kennis van de Schrift, en zij had zo een lieflijk karakter dat de mensen haar spontaan de naam Lioba (lieflijke, goede) gaven.Bonifatius nodigde haar uit om de zorg voor de pas bekeerde jonge vrouwen op zich te nemen, die evenals de monniken, hun leven geheel en al aan God wilden wijden. De vriendschap tussen Lioba en Bonifatius was zo innig, dat Bonifatius verlangde dat, als hij kwam te overlijden, zijn gebeente op een dag sam en met het gebeente van Lioba begraven moest worden, opdat zij, verenigd in hun leven, ook samen uit de dood zouden verrijzen.Hun beider relieken rusten in Fulda.

Hildegard Michaelis

Het klooster is gesticht door Hildegard Michaelis. In 1900 is zij geboren in het land van de grote mystieken, Erfurt in Thuringen. Zij heeft de gemeenschap op de monastieke weg gevormd. Hoewel zij in 1982 is overleden, is deze vorming tot op vandaag karakteristiek van de gemeenschap. Velen van de zusters en broeders dragen het beeld van haar in het hart mee hoe zij in stilte las in de Schrift of in de werken van de grote mysticus Meester Eckehart (1260-1327), net als zij uit Thuringen afkomstig.

Haar gedachten

Haar kijken naar alles om haar heen, naar de mens, een dier of plant, zelfs naar de eenvoudige gebruiksvoorwerpen, was getekend door een bijzondere aandacht en eerbied.

"God schiep alle dingen opdat zij zouden zijn; en God schiep de mens in wie God zichzelf uitstort en overvloeit, opdat de mens God wordend zin geeft aan alle schepselen, en weer terug zal vloeien naar God."

(Meester Eckehart, Commentaar op Genesis)

Quae sursum sunt sapite.

Weet te genieten van wat van boven komt.

De wijde hemel boven ons nodigt uit horizonten af te tasten, verder dan het dagelijks leven. Zo is de gemeenschap helemaal gericht op het spirituele leven, het zoeken naar God. Op de binnenplaats is in de muur van de kerk een gevelsteen te zien. Deze stelt de orante voor, een biddende vrouwengestalte, zoals zij in de vroeg christelijke kunst voorkomt. Een van de zusters heeft dit in steen gehakt.

Een leven volgens de monastieke traditie van Benedictus

Op 21 maart, de eerste lentedag en op 11 juli, midden zomer vieren monniken en monialen het feest van "Onze Heilige Vader Benedictus"

Wat heeft een monnik die eind vijfde, begin zesde eeuw leefde en voor zijn tijd het leven van de oosterse monniken voor het westen gestalte gaf en regelde, voor onze tijd te zeggen?
Als wij eerlijk zijn, staat zijn "regel" haaks op ons levensgevoel. Hij is uitermate patriarchaal, zijn beschrijving van de deugden van gehoorzaamheid en nederigheid passen absoluut niet bij het mensbeeld wat onze tijd als ideaal beschouwt. Wij zijn eindeloze denkers en de regel is een doe-regel. En toch is het met die regel als met wat Jezus zegt over zijn boodschap van het Koninkrijk, het is er mee als een schat, een parel die verborgen ligt in de akker.
Benedictus zelf zegt van zijn regel: "Het is een richtlijn voor beginnelingen"en hij wil aantonen dat zijn monniken – waren er toen al vrouwen die met deze regel leefden?- enigszins fatsoenlijk leven. Hij is zich blijkbaar bewust hoe zijn regelingen voor monniken slechts pogingen zijn om een gemeenschappelijk leven met aandacht voor ieder persoonlijk, enigszins mogelijk te maken.

En dat besef van "dit wankele evenwicht" is veel wezenlijker
dan wij op het eerste gezicht denken, en misschien
glinstert daar iets van die parel. Benedictus regelt niet
hoe zijn monniken "rechtvaardigen" moeten worden.      
Waardoor zij als een geestelijke elite zouden uitsteken
boven andere zwoegers in dit leven.

Benedictus leert hoe wij dat wat Jezus noemde "arm van geest",
ontvankelijk kunnen worden voor God zelf.

Het is een weg van alles wat je doet, doen met aandacht,
met zorg en liefde, omdat alles rechtstreeks met God
en zijn schepping van doen heeft.

 

Gastenverblijf

"Alle gasten die aankomen moeten worden ontvangen als Christus zelf,
want Hij zal eens zeggen : "Ik kwam als gast en gij hebt Mij opgenomen."

Regel van Sint Benedictus

In het Sint Liobaklooster proberen wij de traditie van gastvrijheid, zo eigen aan de kloosters die de Regel van Benedictus volgen, levend te houden. Overeenkomstig de Regel proberen wij de gasten als Christus te ontvangen, in een sfeer van eerbied en hartelijkheid.
Men kan als gast enkele dagen in ons gastenhuis verblijven. Om velerlei redenen kan men bij ons te gast zijn. Van onze gasten verwachten wij echter dat zij bij ons komen om in een sfeer van stilte en bezinning, rust en verdieping van hun eigen leven te zoeken. Het meevieren, samen met de zusters, van de gebedstijden is daarbij een goed kader en kan hiervoor een uitstekend hulpmiddel zijn. Van onze gasten wordt dan ook verwacht dat zij zoveel mogelijk aan deze gebedsdiensten deelnemen.

De gasten eten apart van de zusters in de eetzaal van het gastenhuis.Er wordt in deze refter geen absolute stilte gevraagd, wel wordt ieder verzocht mee te werken aan een klimaat van rust en stilte - voor zichzelf voor de ander. Zo is er gekozen voor géén radio of TV , en u wordt verzocht transistors e.d. thuis te laten en aandachtig te zijn voor wie zich in stilte terug wil trekken. 's Morgens en 's middags een moment voorzien van koffie/thee.
Tijdens het verblijf staan gastenzusters ter uwer beschikking. U kunt met uw vragen bij hen terecht. Wilt u een gesprek met een van de zusters dan kunnen deze zusters dat voor u regelen.
Het klooster wordt omringd door bos- en duingebied waar het goed wandelen is. De gasten hebben toegang tot het duinreservaat via een duinkaart te verkrijgen bij de gastenzuster.
Met ingang van januari 2008 bedragen de kosten voor een verblijf in ons gastenhuis 45 euro per etmaal, incl. drie maaltijden, exclusief bedlinnen. (40 euro voor studenten en mensen met een minimuminkomen). U kunt voor 5 euro een lakenpakket huren. De gastenzuster is rechtstreeks telefonisch te bereiken voor info en afspraken voor het gastenhuis op maandagochtend en vrijdagochtend van 10.00 uur tot 11.00 uur. Wilt u een afspraak maken via e-mail dan verzoeken wij u uw telefoonnummer erbij te vermelden zodat de gastenzuster u persoonlijk kan terugbellen.

Sint-Liobaklooster in het Nederlandse Egmond-Binnen

God zoeken en loven via de kunst

Lioba is een ongewone naam voor een ongewoon klooster. De twintig zusters benedictinessen zijn sterke vrouwen die met opgeheven hoofd door het leven gaan. Als kunstenaressen willen ze God zoeken en loven. Ze laten zich niet opsluiten binnen de muren, maar engageren zich voor de wereldvrede.

Een klein voorval vertelt veel. Een jong koppel wilde in het huwelijk treden in de oecumenische kerk ‘De duif’ in Amsterdam. De pastoor die het huwelijk inzegende, raadde de twee jongelui aan enkele dagen voor hun huwelijk in een abdij tot rust te komen, weg van alle drukke voorbereidingen. Hij sprak hen over het Sint-Liobaklooster. Bovendien kon het paar van de gelegenheid gebruikmaken hun huwelijkskaars te laten vervaardigen in de naburige Sint-Adelbertabdij – waar monniken in de geest van Benedictus leven – en bij de zusters een keramieken kruisje te kopen. Toevallig kozen ze een kruisje waarop centraal een duif, symbool van de Heilige Geest, afgebeeld staat. Die vredesduif duikt geregeld op in het Liobaklooster. Blijkbaar heeft dat klooster een bijzondere uitstraling.

Sint-Lioba

Maar eerst even kennismaken met het Kennemerland, want daar ligt het klooster. Die streek aan de Noord-Hollandse kust draagt de sporen van het vroege geloof in de Lage Landen. Haar kerken en kloosters werden verwoest en geplunderd, maar de waterputten bestaan nog altijd: het Willibrordusputje in Heiloo, de Runxputte van Onze Lieve Vrouw ter Nood op de grens van Heiloo en Limmen, en het Albertusputje in de Egmondse duinen. Wat Willibrord, Bonifatius en diaken Adelbert daar bouwden, bleef alleen in de herinnering bestaan.
Vanaf ongeveer 950 leefden in die streek monniken en monialen tot de kloosters in 1573 werden geplunderd en in brand gestoken. In 1935 werden de kloosters hersticht. Vanuit Oosterhout werd in Egmond een nieuwe Sint-Adelbertabdij gesticht op 21 augustus 1935 en net iets vroeger, op 2 augustus, trokken Hildegard Michaelis, Romana Boer en Elisabeth van der Kruyf naar een huis in de duinen, de zogenaamde Liobastichting.
Lioba is een troetelnaam, een bijnaam en betekent de lieflijke, de goede. Die naam kreeg een nicht van Bonifatius, Thruthgeba (710-779). Bonifatius en Lioba waren voor elkaar als broer en zus. In hen herhaalde zich wat geschreven staat over Benedictus en Scholastica. Bonifatius nodigde Lioba uit de zorg op zich te nemen voor de pas bekeerde jonge vrouwen die evenals de monniken hun leven geheel en al aan God wilden wijden. Zo kreeg Lioba de verantwoordelijkheid over vele kloosters. Ze was alom bekend voor haar kennis van de Schrift en had een opvallend blij karakter. De vriendschap tussen Lioba en Bonifatius was zo innig, dat Bonifatius verlangde dat ze ook in de dood verbonden zouden blijven. Beide heiligen liggen in Fulda samen begraven.


Hildegard Michaelis

Dat Lioba een speciale kloostergemeenschap is, heeft ze grotendeels te danken aan haar ongewone stichteres. Hildegard Michaelis werd op 17 november 1900 in Erfurt in Thuringen geboren uit een Lutheraanse bloemenkwekersfamilie. Later kwam ze in de bloemen op de heide de Schepper op het spoor. Voor de schoonheid van de natuur bleef ze heel haar leven ontvankelijk. In de benedictijnenabdij van Maria Laach werd Hildegard geraakt door de schoonheid van de katholieke liturgie en bekeerde ze zich in 1927 tot de katholieke kerk. In 1928 hield ze in Nederland een tentoonstelling van haar weefsels. Ze had het Egyptische kaartweven geleerd in de nijverheidsschool van Hamburg en haar werken hadden een zekere uitstraling. Ze kreeg veel opdrachten en daarom vestigde ze zich in Amsterdam.
Pastoor Hoosemans van de Rozenkranskerk wilde het schone in de liturgie bevorderen en vroeg Hildegard liturgische gewaden en tapijten voor zijn kerk te vervaardigen. Tijdens die opdracht ontmoette ze de beeldhouwer Jacques van der Mey, een monnik van Oosterhout. Door die persoonlijke contacten raakte Hildegard almaar meer geboeid door het katholieke geloof en verlangde ze naar een monastiek leven. Uiteindelijk stichtte ze zelf in 1935 het Sint-Liobaklooster om ,,vrouwen de gelegenheid te geven tot een benedictijnse samenleving waar men het gebed verenigt met het vervaardigen van kerkelijk kunstwerk, voor het levensonderhoud van de gemeenschap.’’
De toenmalige bisschop van Haarlem erkende Lioba niet als een kerkelijke stichting. De strijd voor een kerkelijke erkenning sleepte nog jaren aan. Professor Johannes Willebrands, de latere kardinaal, was het kloostertje genegen en hielp de zusters hun constituties op schrift te stellen. Zo volgde na 17 jaar in 1952 toch de kerkelijke goedkeuring voor de ‘Congregatie van de zusters benedictinessen van Sint-Lioba’. Later volgden enkele buitenlandse stichtingen: een zustergemeenschap in Orselina in Zwitserland, een studiehuis in Straatsburg en een dubbelklooster in Saint-Germain in de Provence. Moeder Hildegard overleed in dat dubbelklooster in 1982.

Ora et labora

Het aloude monastieke ideaal van ‘ora et labora’ – bid en werk – krijgt in Lioba gestalte in het feestelijk vieren van de liturgie met harp en citer. De zusters willen heel bewust leven van het werk van hun handen. Ze doen dat door hun kunstzinnige ambacht: weefwerk, batik, pottenbakken, beeldhouwen, mozaïek, kalligrafie en schilderen. Gebed en werk zijn geen gescheiden werelden, maar vloeien in elkaar over. De kunstwerken zijn liturgisch en de liturgie heeft een artistiek cachet.
In de kapel van de zusters staat een robuuste kandelaar. Hij doet denken aan een zevenarmige kandelaar, maar er zijn slechts zes kaarsen. In het midden bevindt zich een duif die dienst doet als tabernakel. Dat verwijst naar een gebruik uit de vroege kerk waar de resten van het eucharistisch brood werden bewaard in een ‘zwevende’ duif.
Het kruisbeeld is gebaseerd op een oude legende. Uit de schedel van Adam zou een appelboom zijn gegroeid en het hout van die appelboom zou zijn gebruikt voor het kruishout. Het altaar beeldt het verhaal van Jozef in Egypte uit. Tijdens de lauden, de vespers en de eucharistie dragen de zusters koormantels die spontaan het beeld van kazuifels oproepen. Die indruk wordt nog versterkt door de ingeweven banden die de vorm van een stola suggereren. De zusters houden wel van enige provocatie.
Kunst is voor de zusters gewoon een activiteit om in hun levensonderhoud te voorzien en tegelijk een manier om God te zoeken. Hun handenarbeid schept religieuze kunst. Dat is een bewuste keuze. Uiteraard zouden de zusters ook gewone kleren kunnen weven, maar ze kiezen ervoor artistieke voorwerpen te maken die aansluiten bij hun religieuze levenswijze. Er is een eenheid tussen hoe ze leven en wat ze maken.
Die inspiratie kleurt hun werk. Hoe abstract een creatie ook is, toch steekt daar iets religieus in. De prachtige kleuren in hun weefsels of batikgewaden verwijzen naar de schoonheid van Gods schepping. Elk werk is uniek, het is geen massaproductie. Toch zien de zusters hun werk niet als een individuele kunstexpressie, maar als een gemeenschappelijk ambacht.

Mystieke drijfveer

Ze praten zelden over mystiek, maar toch heerst er een mystieke sfeer onder de zusters. Moeder Hildegard zelf las geregeld in de werken van de grote mysticus Eckhart, die net als zij uit Thuringen afkomstig was. ,,De kerk heeft dat veroordeeld, maar ’t is wel waar,’’ zei Hildegard over Eckhart. Die mystieke teksten blijven een inspiratiebron voor de zusters. God is hier een werkelijkheid, niet een God uit een boekje, zelfs niet uit het heiligste Boek, maar Iemand die leeft.
Zo is de gemeenschap helemaal gericht op het spirituele leven, op het zoeken naar God. Alles komt van God en keert naar Hem terug. Het leven is een terugkeer naar God en tevens een op weg zijn naar God. Dat mystieke denken bepaalt hun kijk op leven en dood. Zuster Karin geeft een voorbeeld: ,,Bij de uitvaart van een van de zusters zongen we een stukje uit het Hooglied, omdat de zin van ons bestaan de liefde is. Haar familie kon niet begrijpen dat we dat liefdeslied zongen. Het sterven gaf ons een gevoel van overwinning. Ze heeft het gehaald, ze is gehaald. Uiteraard kennen we het verdriet bij het afscheid van een dierbare, maar tegelijk is er de vreugde om het
thuiskomen bij God. De dood is geen einde.’’

Bovenstaande is van de website van het lioba klooster, veel dank aan :

Monasterium St. Lioba Egmond
Herenweg 85, 1935 AH Egmond-Binnen
telefoon: 072-506 13 88
e-mail:
info@liobaklooster.nl
www.liobaklooster.nl

 

Bollenvelden in en rond Egmond Binnen

                                     

       

 

Egmond aan den Hoef

Egmond aan den Hoef (West-Fries: Egmunde an de Hoef of Egmond an de Hoef) is een dorp in de gemeente Bergen, in de provincie Noord-Holland. In de volksmond wordt het dorp soms ook De Hoef genoemd en de inwoners Hoevers.

Egmond aan den Hoef is gelegen aan de rand van de duinen, tussen Egmond aan Zee en het poldergebied Egmondermeer. De oudste verwijzing naar de plaats zou de Huvi zijn in 889. Maar of daadwerkelijk hiermee Egmond aan den Hoef wordt bedoeld is niet geheel meer te achterhalen. De huidige plaatsnaam verwijst waarschijnlijk naar het riddergeslacht van Egmond dat zich hier uiteindelijk vestigde op een grote boerderij (hoeve) ten noorden van de abdij van Egmond. Rondom de hoeve ontwikkelde zich langzaam een dorp. In 1573 komt de plaats voor als De Hoeff tho Egmonde en in 1745 als Egmondt opde Hoef.

De restanten van Slot op den Hoef (kasteel Egmond), met op de achtergrond de 13e eeuwse slotkapel die in de 17e eeuw volledig werd gerestaureerd

In Egmond aan den Hoef bevinden zich de resten van het Slot op den Hoef. Het eerste kasteel werd in de elfde eeuw gebouwd, en werd rond 1205 verwoest. Het werd herbouwd en versterkt , maar werd in de 14e eeuw opnieuw verwoest, waarna het nogmaals herbouwd werd.

Dit slot komt verder voor als achtergrond in de gelijknamige roman geschreven door Cornelis Johannes Kieviet. In 1573 werd het in opdracht van Willem van Oranje verwoest door de Geuzen onder leiding van Diederik Sonoy. Aan het eind van de 18e eeuw zijn de restanten gesloopt. In de jaren dertig van de 20e eeuw zijn de funderingen opgegraven. Zo is zichtbaar geworden wat de oppervlakte van het slot was.

Ook bezienswaardig is de slotkapel, waarvan het oudste deel uit 1229 stamt. Het overgrote deel, onder andere het torentje, stamt uit de 17e eeuw, vanwege een grote restauratie in 1633. Elders in het dorp bevindt zich de katholieke Margarita Maria Alacoquekerk uit 1923, een ontwerp van Jan Stuyt.

In het begin van de twintigste eeuw was er Egmond aan den Hoef een Amerikaanse schilderskolonie gevestigd. Onder meer de kunstenaars Gari Melchers en George Hitcjcock hebben een tijdje in Egmond aan den Hoef gewoond en geschilderd. Andere bekende ex-inwoners zijn onder meer de Franse filosoof René Descartes, Isaäc le Maire, vaak gezien als de belangrijkste mede-oprichter van de V.O.C., en Nicolas Witsen, ex-burgemeester van de gemeente Amsterdam.

 

 

Funderingen van Slot Egmond aan de Hoef.

 

Egmond aan Zee

Egmond aan Zee is een badplaats in de gemeente Bergen in de provincie Noord-Holland. In de volksmond wordt de plaats ook Derp (of in hoofdletters DERP) genoemd. Het dialect dat er gesproken wordt ook het Derpers genoemd, wat tot het dialect West-Fries wordt gerekend, maar tot de meest afwijkende van de subdialecten behoort.

Egmond aan Zee was tot 1 juli 1978 een zelfstandige gemeente en is op die datum met de gemeente Egmond-Binnen samengevoegd tot Egmond. In het jaar 977 zou achter de duinen het dorp Egmond aan Zee zijn ontstaan. Het verhaal wil dat ene Walgerus, een hereboer uit Egmond-Binnen tien huizen zou hebben gebouwd voor een aantal arme gezinnen. Deze mochten er voor niets wonen en hadden recht om in zee te vissen op voorwaarde dat ze wel aan de abdij in Egmond-Binnen tien procent van hun visvangst zouden afstaan. Ook zou hij het kerkje hebben gesticht wat nu het huidige Oud-Katholieke St. Agnes kerk is. Het kerkje zou hij ter ere van de Heilige Agnes hebben gebouwd.

Egmond aan Zee ontwikkelde zich daarna tot een echt vissersdorp. Omstreeks het jaar 1400 ontstond te Egmond aan Zee de zogenaamde Pinck, destijds een platbodem vaartuigje van om en nabij de 5,50 à 6 meter bij ca. 2,5 meter breed. Het scheepje met voor en achter een plechtje, was overnaads gebouwd met een geheel platte bodem, zodat het scheepje nadat het gebouwd was, op rollen vanaf de schuitenschuur naar het strand vervoerd kon worden.

Door erosie van de kust verdwenen bij de Allerheiligenvloed op 1 november 1570 vijftig huizen van Egmond aan Zee in de zee. Bij de Kerststorm in november 1741 werden 36 huizen en de kerk met toren door de zee opgeslokt.


 

Vuurtoren J, van Speijck in Egmond aan Zee.

 

Zuidstrand van Egmond aan Zee.

 

 

 

Terug naar hoofd-pagina