Het Ras
De Aanschaf Voedsters
Rammen Nestjes
2010 Te Koop
Links Gevraagd
Wist u dat?
En dan dit Ziektes
Disclaimer
Bergen NH
1 januari 2001: Bergen, Egmond en
Schoorl fuseren tot de nieuwe gemeente Bergen. Daarmee ontstaat een gemeente met
een 21 kilometer lange kustlijn, een afwisselend landschap van strand, duinen,
zee, bossen en velden en een rijk cultureel verleden en heden.
De gemeente Bergen heeft bijna 32.000 inwoners en vervult een belangrijke
regiofunctie: inwoners uit buurgemeenten maken graag gebruik van de recreatieve
en culturele voorzieningen die de gemeente te bieden heeft. Bovendien heeft
Bergen een belangrijke nationale en internationale toeristische functie.
Ingebed tussen de Noordzee in het westen en een achterland met allerlei
voorzieningen in het oosten, weet Bergen zich verzekerd van een enorme
aantrekkingskracht op inwoners, bedrijven en recreanten.
Het gebied strekt zich uit van Camperduin in het noorden tot Egmond-Binnen in
het zuiden en beslaat een oppervlakte van bijna 120 vierkante kilometer.
Bergen omvat een groot aantal kernen met elk hun eigen identiteit, cultuur en
sfeer.
Naast overeenkomsten - zoals het strand, de bossen en de duinen - zijn er ook
duidelijke verschillen. Zo is toerisme een belangrijke bron van inkomsten voor
de totale gemeente, maar elke kern geeft daar op zijn eigen manier invulling
aan.
In Schoorl vinden we een groot aantal campings, Egmond profileert zich als een
grote familiebadplaats en Bergen blijft toch vooral het centrum van rust,
schoonheid, kunst en cultuur.
De identiteit van de verschillende kernen blijft ook in de nieuwe gemeente
Bergen gewaarborgd. Juist de diversiteit en verscheidenheid maken het gebied zo
aantrekkelijk.
Egmond-Binnen
Egmond-Binnen
is een dorp in de gemeente Bergen in de provincie Noord-Holland.
In de volksmond
wordt het ook wel Akeloren genoemd.
Egmond-Binnen, waartoe ook het dorp Egmond aan den Hoef behoorde, was tot 1 juli
1978 een zelfstandige gemeente, en is op die datum met de gemeente Egmond aan
Zee samengevoegd tot Egmond
Sinds 1 januari 2001 is de gemeente Egmond gefuseerd met de gemeenten Schoorl en
Bergen tot de gemeente Bergen.
Het dorp is ontstaan uit het uit de vroege
middeleeuwen daterende dorp Hallem (of Hallum) In de 10e en 11e
eeuw komt de plaats voor als Ecmunde en Ekmunde, in 1199 als Egmunde,
in 1350 als Egmonde en in 1639 als Egmont Binne.
De oorsprong van de benaming Egmond is niet
duidelijk. Het zou verwijzen naar het water Egg of Egge dat hier ooit de zee in
stroomde. Mogelijk was dit een zijtak van de Rekere of zelfs van het IJ. Maar
ook zou het mogelijk verwijzen naar het geslacht Egmont van het Huis van Egmont.
Ook een combinatie is mogelijk. Minder waarschijnlijk wordt geacht dat het
verwijst naar persoonsnamen Egge of Egmund.
Egmond-Binnen is vooral bekend van het
Lioba-Klooster en de abdij van Egmond, de Sint-Adelbertabdij. Dit is de oudste
abdij van Nederland, opgericht in de tiende eeuw. Het klooster speelde een
belangrijke rol in de oorlog tussen de Hollanders en de Westfriezen, en later
over een groot gebied van West-Friesland. Het bezat veel land en heeft ook veel
te maken gehad met een aantal inpolderingen in het gebied. De abdij was ook een
belangrijke Bibliotheek.
Verder staat in Egmond-Binnen het Nederlands
Hervormde kerkje, dat dateert van 1876.
In de kerk kan men nog de grafsteen vinden van Isaäc le Maire uit 1624.
Le Maire wordt gezien als een van de oprichters van de V.O.C. Een bekende
tijdelijke inwoner van Egmond-Binnen was de Franse filosoof René Descartes.

Het duingebied van de Egmonden.
Het ontstaan van de Nederlandse duinen
|
 |
Ongeveer 20.000 jaar
geleden was de laatste ijstijd op aarde. De huidige Noordzee stond toen voor
een groot deel droog. Je kon in die tijd gewoon te voet van Nederland naar
Engeland lopen. Tenminste, als je de ijskoude wind wist te trotseren, want
veel beschutting was er niet op de ijzige en schaarsbegroeide Noordzeevlakte.
 |
Doorsnede Hollandse kust omstreeks 6000
jaar geleden (zeeniveau 7 m beneden NAP)
|
Doordat het ijs ging
smelten, steeg het waterpeil in de Noordzee in de loop der tijd met meer dan
honderd meter. Door al dat water kwam de kustlijn veel oostelijker
(landinwaarts) te liggen dan tegenwoordig. Ongeveer 5000 jaar geleden
bereikte de kustlijn haar meest oostelijke punt. Vlak voor die kustlijn is
toen het eerste strandwallensysteem afgezet: de oude duinen. De resten
hiervan bestaan nog: een zandrug waarop dorpen als Rijswijk, Voorburg,
Leidschendam en Voorschoten liggen. Daarna bleef de zeespiegel nog wel
stijgen, maar langzamer. Er werden nu steeds meer strandwallen achter elkaar
afgezet aan de westkant van de eerste strandwal. De zee werd zo naar het
westen teruggedrongen. De landstroken tussen de strandwallen waren van de
zee afgesloten, zodat er (zoet) regenwater bleef staan. In deze natte strook
tussen de strandwallen ontwikkelde zich een moeras, waar geleidelijk aan ook
veenvorming optrad. In het huidige kustlandschap zien we dit nog terug. Op
de veengronden liggen de groene graslanden en de vochtige elzen- en
essenhakhoutbossen.
De strandwallen zelf ontwikkelden zich tot lage duinen; de wind stoof ze
onder met zand. Er vestigden zich planten die het zand vast konden houden.
Eerst biestarwegras, later helmgras,
gevolgd door vele andere plantensoorten. In het huidige kustlandschap vinden
we op deze strandwallen vaak de oude landgoederen en de eiken- en
beukenbossen.
De vorming van de oude duinen (of strandwallen) is rond het begin van onze
jaartelling tot stilstand gekomen. De aanvoer van zand vanuit de Noordzee
werd steeds minder.
 |
Doorsnede Hollandse omstreeks 4000 jaar
geleden (zeeniveau 4 m beneden NAP)
|
In de vroege
Middeleeuwen veranderde het klimaat. Dit zorgde voor de vorming van een
nieuw duincomplex: de jonge duinen. Het klimaat in de Middeleeuwen was guur.
De temperatuur was erg laag en er waren veel stormen. Door de stormen werden
veel van de strandwallen afgebroken.
Het zand kwam weer in zee terecht. Na een tijdje spoelde dit zand weer aan
land en werd door de harde wind omhoog geblazen. Er ontstonden hoge
duintjes. Deze duintjes groeiden met behulp van de helmplanten langzaam uit
tot grote duinruggen. Door de wind aangedreven, bewogen ze als loopduinen
over de oude duinen naar het oosten. Door de sterke winden veranderden deze
duinen voortdurend van plaats. Aan de windzijde van het duin stoof het zand
op en werd het over de top gegooid. Het zand daalde aan de andere kant weer
neer. De vegetatie van de oude duinen werd bedekt met zand. De planten waren
dood toen ze weer te voorschijn kwamen.
Dit proces van jonge duinvorming ging door tot ongeveer de 12e eeuw. Het
klimaat werd geleidelijk aan milder en het duingebied raakte begroeid met
honderden verschillende plantensoorten.
 |
Doorsnede Hollandse kust omstreeks 2000
jaar geleden (zeeniveau 0.5 m beneden NAP)
|
Rond de 11e en 12e
eeuw ging men dichter bij zee wonen. Er ontstonden allerlei vissersdorpjes
die we nu als badplaatsen kennen: Egmond aan Zee (gesticht in 970),
Zandvoort (1120) en Wijk aan Zee (1300). Het leven was hier vroeger erg
zwaar vanwege de vele stormen op zee. Op boulevards staan soms beelden van
eenzame vrouwen die uitkijken over de zee. Zij herinneren ons aan de vele
vissers die nooit weer thuis zijn gekomen. Sommige dorpen zijn in de loop
der jaren voor een deel in zee verdwenen. In Egmond bijvoorbeeld is de kust
in de afgelopen 300 jaar bijna 250 meter afgeslagen. In 1741 verdween de St.
Agneskerk en een deel van het dorp in zee.
 |
Doorsnede Hollandse kust omstreeks 700
jaar geleden (zeeniveau 0.2 m beneden NAP)
|
Het landschap van de
vissersdorpen langs de Hollandse kust en het omringende duingebied noemen
we: het zeedorpenlandschap. De duinen rond Egmond aan Zee en Katwijk aan Zee
zijn hier een voorbeelden van. Vanaf de 15e en 16e eeuw leefde men hier van
de visvangst. De directe omgeving van de vissersdorpen was voor de bewoners
van groot belang. In de duinen werden de visnetten schoongemaakt en
gerepareerd.
De landbouw kwam pas later op gang. De duinvalleien werden onder andere
gebruikt voor de aardappelteelt. Om aan brandhout te komen, hakte men bomen
en struiken om. Ook liet men er het vee grazen. De voedselarme duingrond
raakte echter snel uitgeput. Daarom moest men om de 2 à 3 jaar nieuwe
perceeltjes ontginnen en afgraven. Van het uitgegraven materiaal werden
zanddijkjes gemaakt om de percelen van elkaar te scheiden.
Veel sporen van het
zeedorpenlandschap zijn verdwenen. Grote delen van het duingebied zijn
volgebouwd met huizen. Toch vinden we hier en daar nog fragmenten van het
zeedorpenlandschap. Vroegere aardappellandjes zijn te herkennen als ondiepe,
rechthoekige valleitjes met een vlakke bodem. Sommige landjes liggen zo laag
dat ze zijn ondergelopen met water. Andere worden als volkstuin gebruikt. Ze
zijn onder andere te vinden rondom Katwijk, Zandvoort, Wijk aan Zee,
Castricum en Egmond aan Zee.
Het zeedorpenlandschap trekt bijzondere bloemen en vogels aan. In de buurt
van de teellandjes vinden we enkele bijzondere planten: het Akkerviooltje,
de Nachtsilene en het Hondskruid. Twee karakteristieke broedvogels in het
gebied zijn de Geelgors en de Roodborsttapuit. De Geelgors is zeldzaam
geworden doordat het zeedorpenlandschap hier en daar is verdwenen.
In de 17e en 18e
eeuw zijn de oude en jonge duinen voor een groot deel ontgonnen. Er werd
landbouwgrond van gemaakt. Men kapte het bos, maakte de duinen vlak en groef
het zand af tot het grondwater dicht genoeg bij de gewassen was. In het
begin werden de duinen gebruikt voor alle soorten landbouw: akkerbouw,
tuinbouw en veeteelt.
Na de 17e eeuw concentreerden de akkerbouw en veeteelt zich steeds meer in
de nieuw aangelegde polders of afgegraven duingebieden. De zandige
"geestgronden" (zo noemt men de afgegraven duinen) kon men daarna
helemaal benutten voor het telen van tuinbouwproducten. Nog later werd deze
grond steeds meer gebruikt voor de bollenteelt. Tegenwoordig zie je dan ook
nog veel bloembollenvelden dicht bij de kust.
In de loop van de
eeuwen is het duingebied steeds meer gaan stuiven. Door overbeweiding en
houtkap waaide het zand makkelijk weg. In de tweede helft van de negentiende
eeuw werd geprobeerd om de verstuiving te stoppen. Eerst werd er veel Helm
aangeplant. Je hebt al eerder gelezen dat helm met zijn wortels zand vast
kan houden. Later probeerde men het ook door het aanplanten van naaldbomen.
Op enkele plaatsen mislukte dit. Door de zoute zeewind droogden de knoppen
van de planten uit. Bovendien werden er veel planten door konijnen
opgevreten.
 |
Doorsnede Hollandse kust omstreeks 100
jaar geleden (zeeniveau op NAP)
|
Aan het begin van de
twintigste eeuw is het wel gelukt om op grote schaal naaldbossen aan te
planten. Het is wel jammer dat deze bomen in kaarsrechte rijen werden
geplant. Dit ziet er saai uit. Ook werden deze bomen dicht op elkaar
geplant. Hierdoor krijgen andere planten geen kans om te groeien. Daarbij
gebruiken deze dicht opeen geplante naaldbomen veel grondwater, waardoor het
duingebied verdroogd.
Tegenwoordig probeert men deze bossen aantrekkelijker te maken. Men kapt af
en toe een aantal bomen om een doorkijk te maken en andere planten een kans
te geven. Ook worden er andere soorten bomen tussen gezet die in het
duingebied thuishoren zoals de Zomereik. Sommige naaldbossen worden zelfs
helemaal gekapt om de natuurlijke duinplanten weer een kans te geven en om
de verdroging van het duingebied tegen te gaan.
Konijnen weten
duingebied bij Egmond weer te vinden
Langzaam
maar zeker lijkt het aantal konijnen in de duinen tussen Egmond en Bakkum weer
toe te nemen. De stand verbetert dankzij de daar uitgezette schapen en Schotse
Hooglanders. Voordat de grazers in de duinen werden uitgezet waren de konijnen
door ziektes en roofdieren bijna verdwenen uit het duingebied.
Terugkeren
was voor het konijn geen optie, vegetatie ouder dan een jaar lust het dier
namelijk niet. Dankzij de ingezette grazers zijn de oude planten opgegeten en
staat er weer voldoende vers en mals spul om de konijnen terug te lokken. PWN
heeft goede hoop dat de populatie zich wat hersteld heeft. In het voorjaar
zijn er in elk geval behoorlijk wat jongen gesignaleerd.
Dat de duinen van oudsher
in gebruik zijn, geldt zeker voor de inwoners van 'De Egmonden': Egmond aan Zee,
Egmond aan den Hoef en Egmond Binnen. Zo is het aan hen te danken dat het
duinterrein bij Egmond Binnen nog altijd wordt gekenmerkt door een redelijk
ongeschonden binnenduinrand met lage duintjes. Bijna overal in Nederland is dit
zogenaamde mientenlandschap omgezet in bloembollenakkers (de geestgronden achter
de duinen!). Maar de Egmonders beweiden deze gronden al eeuwenlang met koeien,
waardoor het landschap open is gebleven. Dankzij de combinatie van eeuwenlange
begrazing en kalkrijk kwelwater zijn deze binnenduingraslanden bovendien erg
bloemrijk: in juni zien ze rood en geel van de grote ratelaar en rietorchis.
Vanaf de Van Oldenborghweg ziet u dit landschap in z'n volle glorie; met een
geweldig uitzicht op Egmond Binnen met de karakteristieke contouren van de Abdij
van Egmond. Het kalkrijke grondwater dat hier aan de oppervlakte uittreedt,
vormt op sommige plaatsen poelen met een rijke amfibieënpopulatie. Er leven
onder andere gewone padden, rugstreeppadden en salamanders. De talrijke
dennenpercelen in het duinterrein zijn aangelegd in de dertiger jaren van de
vorige eeuw, in het kader van de werkverschaffing. Werklozen moesten de grond
drie steken diep omspitten en er vervolgens 16.000 jonge dennen per hectare in
planten. Nu zijn deze bossen circa 70 jaar oud en beeldbepalend in het
duinlandschap.
In en bij het gebied kunnen interessante locaties aanwezig zijn op het vlak van
natuur, cultuur, historie en recreatie. Daarnaast kunnen er locaties zijn, waar
u kunt eten, drinken of logeren. Deze locaties kunt u vinden op de interactieve
kaart. Dit kunt u doen door onder het kleine kaartje te klikken op
'gedetailleerde kaart'. De interactieve kaart beeldt de interessante locaties
dan af als icoontjes, die men kan activeren door er op te klikken. Dit geeft dan
toegang tot extra informatie over de betreffende locaties. U kunt hiermee ook
zelf een kaart samenstellen, die u via de optie ' vergroot kaart' kunt uitvoeren
als .gif file en vervolgens kunt opslaan op uw PC of afdrukken.
Natuurgebied
Starrevlak voor vogels én spotters.
 |
In
de duinvalleien Starrevlak en Graveland, voormalig jachtterrein van
jonkheer Six van Wimmenum en tegenwoordig eigendom van de PWN, zijn alle
duinlandjes van de Egmonders verdwenen. In plaats hiervan is middels het
verwijderen van 35.000 m³ zand een waterrijk gebied ontstaan, dat
aantrekkelijk is voor een omvangrijk aantal verschillende vogels.
Doordat een eiland in het midden van het Starrevlak, dit staat na het
verwijderen van het zand grotendeels onder water, is ontstaan, kunnen
vogels broeden zonder last te hebben van eventuele vossen.
|
Het nu nog
"jonge" gebied wordt verondersteld over een aantal jaren vol met riet
te staan en hopelijk hebben dan grote aantallen vogels, waaronder de snor, de
blauwborst en het rietzangertje, dit unieke stekkie ontdekt. Middenin deze
pracht is ook aan de mens gedacht, er is namelijk een vogelobservatiehut
geopend, die de naam de Vlieger draagt. Een ideale plek voor vogelspotters, maar
ook voor leken om de vogels te observeren. Er staan borden waarop men informatie
over het gebied verstrekt en banken met luiken die, na het openen, een groots
uitzicht verschaffen over dit unieke gebied. Het Starrevlak met haar Vlieger is
te bereiken door aan de noordzijde van Egmond aan Zee de duinen in te lopen en
de kleine bruine betonnen paaltjes te volgen richting Starrevlak. Over de hol
heen ziet u voorlopig nog een gebied afgezet met hekken, waar voorheen aardgas
werd gewonnen, en hier voorbij strekt zich het grootse meer van het Starrevlak
uit. De Vlieger bevindt zich aan uw linkerhand aan het water. Wanneer u besluit
een bezoek te brengen aan het Starrevlak vergeet dan niet een duinkaart te kopen
bij VVV of boekhandel Dekker in de Voorstraat te Egmond aan Zee. Het duingebied
biedt u verder nog een aantal mooie uitzichten en u kunt er heerlijk wandelen,
echter per fiets is dit gebied moeilijk toegankelijk. Wij van de redactie wensen
u veel plezier met uw eventuele verkenningen en wandelingen.
Zowel de Provinciale Waterleidingmaatschappij
Noord-Holland als Staatsbosbeheer heeft een bezoekerscentrum ingericht:
respectievelijk De Hoep en Het Zandspoor. Buiten de duinen is in Petten het
bezoekerscentrum van de Hondbosse Zeewering: De Dijk te Kijk.
|
|
|
|
|
De Hoep,
bezoekerscentrum Noord-Hollands Duinreservaat, Zeeweg Castricum nabij
restaurant Johanna's Hof
|
Het Zandspoor,
bezoekerscentrum Schoorlse Bossen.
|
Bezoekerscentrum
van de Hondbosse Zeewering: De Dijk te Kijk.
|
De st. Adelbertus abdij in
Egmond Binnen.
De heilige Adalbert werd na zijn
dood, omstreeks het midden van de 8e eeuw, begraven in het oorspronkelijke
Egmond, dat pelgrims ging trekken. Graaf Dirk I van Holland liet in 922
Adalberts gebeente opgraven en overbrengen naar zijn vrouwenklooster in Hallem
(het huidige Egmond-Binnen). Bij de opgraving van het gebeente was in Adalberts
graf een bron met geneeskrachtig water ontsprongen. Zowel het water in het oude
Egmond als de relieken in de schrijn op het hoogaltaar van de abdijkerk in
Egmond-Binnen vermochten blinden en bezetenen te genezen. Na de reformatie
werden de relieken bewaard in Haarlem. Aan het einde van de 19e eeuw keerden ze
terug naar de St. Adelbertuskerk in Rinnegom. Het in 1935 heropgerichte
benedictijner klooster in Egmond-Binnen is thans het centrum van de
Adalbertverering. Sinds 1984 worden daar ook de relieken van de heilige bewaard.
Rondom de oude Adelbertusput werd vanaf 1923 de St. Adelbertusakker ingericht.
Jaarlijks komen hier op de zondag na het feest van Sint Adalbert (25 juni)
parochianen, monniken van de abdij en pelgrims samen om de eucharistie te vieren
Het Liobaklooster
in Egmond Binnen
Wij
willen u iets vertellen over het leven in het Sint Liobaklooster.
Het torentje kenmerkt het klooster. De klok luidt
vele keren per dag voor het gebed,
voor de maaltijden of voor andere
samenkomsten.
|
Sint Liobaklooster
Het Sint Liobaklooster vormt een monastieke
gemeenschap in de benedictijner orde. In 1935 heeft Hildegard Michaelis
het klooster gesticht. Na de kerkelijke goedkeuring in 1952 werd de
officiele naam Congregatie van de Sorores Benedictinae Sanctae Liobae
Egmundensis. In de jaren zestig ontstond ook de tak van de broeders, die
met de zusters hetzelfde ideaal nastreeft. Het klooster heeft twee
dochterstichtingen voortgebracht, in Zwitserland (in Orselina bij Locarno)
en in Zuid Frankrijk (in Simiane-Colongue). Nu zijn het drie
onafhankelijke, zelfstandige Monasteria geworden. In Egmond zijn momenteel
22 zusters, varieërend in de leeftijd van 30 tot 90 jaar en één
broeder.
De naam: Sint Lioba
Lioba is een bijnaam, een troetelnaam. De naam werd
gegeven aan een nicht van Bonifatius (675-754), Thruthgeba, die het
christendom naar onze streken heeft gebracht. Zij was opgevoed in een
dubbelklooster (mannen en vrouwen) in Zuid Engeland. Alom was zij gekend
door haar kennis van de Schrift, en zij had zo een lieflijk karakter dat
de mensen haar spontaan de naam Lioba (lieflijke, goede) gaven.Bonifatius
nodigde haar uit om de zorg voor de pas bekeerde jonge vrouwen op zich te
nemen, die evenals de monniken, hun leven geheel en al aan God wilden
wijden. De vriendschap tussen Lioba en Bonifatius was zo innig, dat
Bonifatius verlangde dat, als hij kwam te overlijden, zijn gebeente op een
dag sam en met het gebeente van Lioba begraven moest worden, opdat zij,
verenigd in hun leven, ook samen uit de dood zouden verrijzen.Hun beider
relieken rusten in Fulda.
Hildegard Michaelis
Het klooster is gesticht door Hildegard Michaelis.
In 1900 is zij geboren in het land van de grote mystieken, Erfurt in
Thuringen. Zij heeft de gemeenschap op de monastieke weg gevormd. Hoewel
zij in 1982 is overleden, is deze vorming tot op vandaag karakteristiek
van de gemeenschap. Velen van de zusters en broeders dragen het beeld van
haar in het hart mee hoe zij in stilte las in de Schrift of in de werken
van de grote mysticus Meester Eckehart (1260-1327), net als zij uit
Thuringen afkomstig.
Haar gedachten
Haar kijken naar alles om haar heen, naar de mens,
een dier of plant, zelfs naar de eenvoudige gebruiksvoorwerpen, was
getekend door een bijzondere aandacht en eerbied.
"God schiep alle dingen opdat zij zouden
zijn; en God schiep de mens in wie God zichzelf uitstort en overvloeit,
opdat de mens God wordend zin geeft aan alle schepselen, en weer terug zal
vloeien naar God."
(Meester Eckehart, Commentaar op Genesis)

Quae sursum sunt sapite.
Weet te genieten van wat van boven komt.
De wijde hemel boven ons nodigt uit horizonten af te
tasten, verder dan het dagelijks leven. Zo is de gemeenschap helemaal
gericht op het spirituele leven, het zoeken naar God. Op de binnenplaats
is in de muur van de kerk een gevelsteen te zien. Deze stelt de orante
voor, een biddende vrouwengestalte, zoals zij in de vroeg christelijke
kunst voorkomt. Een van de zusters heeft dit in steen gehakt.
Een leven volgens de monastieke traditie van
Benedictus
Op 21 maart, de eerste lentedag en op 11 juli,
midden zomer vieren monniken en monialen het feest van "Onze Heilige
Vader Benedictus"
Wat heeft een monnik die eind vijfde, begin zesde
eeuw leefde en voor zijn tijd het leven van de oosterse monniken voor het
westen gestalte gaf en regelde, voor onze tijd te zeggen?
Als wij eerlijk zijn, staat zijn
"regel" haaks op ons levensgevoel. Hij is uitermate
patriarchaal, zijn beschrijving van de deugden van gehoorzaamheid en
nederigheid passen absoluut niet bij het mensbeeld wat onze tijd als
ideaal beschouwt. Wij zijn eindeloze denkers en de regel is een doe-regel.
En toch is het met die regel als met wat Jezus zegt over zijn boodschap
van het Koninkrijk, het is er mee als een schat, een parel die verborgen
ligt in de akker.
Benedictus zelf zegt van zijn regel: "Het is
een richtlijn voor beginnelingen"en hij wil aantonen dat zijn
monniken – waren er toen al vrouwen die met deze regel leefden?-
enigszins fatsoenlijk leven. Hij is zich blijkbaar bewust hoe zijn
regelingen voor monniken slechts pogingen zijn om een gemeenschappelijk
leven met aandacht voor ieder persoonlijk, enigszins mogelijk te maken.
|
En dat besef van "dit wankele
evenwicht" is veel wezenlijker
dan wij op het eerste gezicht denken, en misschien
glinstert daar iets van die parel. Benedictus regelt niet
hoe zijn monniken "rechtvaardigen" moeten worden.
Waardoor zij als een geestelijke elite zouden uitsteken
boven andere zwoegers in dit leven.
Benedictus leert hoe wij dat wat Jezus
noemde "arm van geest",
ontvankelijk kunnen worden voor God zelf.
Het is een weg van alles wat je doet,
doen met aandacht,
met zorg en liefde, omdat alles rechtstreeks met God
en zijn schepping van doen heeft.
|
 |
|
|
|
Gastenverblijf
|
"Alle gasten
die aankomen moeten worden ontvangen als Christus zelf,
want Hij zal eens zeggen : "Ik kwam als gast en gij hebt Mij
opgenomen."
Regel van Sint Benedictus
|
|
In het Sint Liobaklooster proberen wij de
traditie van gastvrijheid, zo eigen aan de kloosters die de Regel van
Benedictus volgen, levend te houden. Overeenkomstig de Regel proberen
wij de gasten als Christus te ontvangen, in een sfeer van eerbied en
hartelijkheid.
Men kan als gast enkele dagen in ons gastenhuis verblijven. Om velerlei
redenen kan men bij ons te gast zijn. Van onze gasten verwachten wij
echter dat zij bij ons komen om in een sfeer van stilte en bezinning,
rust en verdieping van hun eigen leven te zoeken. Het meevieren, samen
met de zusters, van de gebedstijden is daarbij een goed kader en kan
hiervoor een uitstekend hulpmiddel zijn. Van onze gasten wordt dan ook
verwacht dat zij zoveel mogelijk aan deze gebedsdiensten deelnemen.

De gasten eten apart van de zusters in de
eetzaal van het gastenhuis.Er wordt in deze refter geen absolute stilte
gevraagd, wel wordt ieder verzocht mee te werken aan een klimaat van
rust en stilte - voor zichzelf voor de ander. Zo is er gekozen voor géén
radio of TV , en u wordt verzocht transistors e.d. thuis te laten en
aandachtig te zijn voor wie zich in stilte terug wil trekken. 's Morgens
en 's middags een moment voorzien van koffie/thee.
Tijdens het verblijf staan gastenzusters ter uwer beschikking. U kunt
met uw vragen bij hen terecht. Wilt u een gesprek met een van de zusters
dan kunnen deze zusters dat voor u regelen.
Het klooster wordt omringd door bos- en duingebied waar het goed
wandelen is. De gasten hebben toegang tot het duinreservaat via een
duinkaart te verkrijgen bij de gastenzuster.
Met ingang van januari 2008 bedragen de kosten voor een verblijf in ons
gastenhuis 45 euro per etmaal, incl. drie maaltijden, exclusief
bedlinnen. (40 euro voor studenten en mensen met een minimuminkomen). U
kunt voor 5 euro een lakenpakket huren. De gastenzuster is rechtstreeks
telefonisch te bereiken voor info en afspraken voor het gastenhuis op
maandagochtend en vrijdagochtend van 10.00 uur tot 11.00 uur. Wilt u een
afspraak maken via e-mail dan verzoeken wij u uw telefoonnummer erbij te
vermelden zodat de gastenzuster u persoonlijk kan terugbellen. |
Sint-Liobaklooster
in het Nederlandse Egmond-Binnen
God
zoeken en loven via de kunst
Lioba is een ongewone naam voor een ongewoon klooster. De twintig zusters
benedictinessen zijn sterke vrouwen die met opgeheven hoofd door het leven gaan.
Als kunstenaressen willen ze God zoeken en loven. Ze laten zich niet opsluiten
binnen de muren, maar engageren zich voor de wereldvrede.
Een klein voorval vertelt veel. Een jong koppel wilde in het huwelijk treden
in de oecumenische kerk ‘De duif’ in Amsterdam. De pastoor die het huwelijk
inzegende, raadde de twee jongelui aan enkele dagen voor hun huwelijk in een
abdij tot rust te komen, weg van alle drukke voorbereidingen. Hij sprak hen over
het Sint-Liobaklooster. Bovendien kon het paar van de gelegenheid gebruikmaken
hun huwelijkskaars te laten vervaardigen in de naburige Sint-Adelbertabdij –
waar monniken in de geest van Benedictus leven – en bij de zusters een
keramieken kruisje te kopen. Toevallig kozen ze een kruisje waarop centraal een
duif, symbool van de Heilige Geest, afgebeeld staat. Die vredesduif duikt
geregeld op in het Liobaklooster. Blijkbaar heeft dat klooster een bijzondere
uitstraling.
Sint-Lioba
Maar eerst even kennismaken met het Kennemerland, want daar ligt het klooster.
Die streek aan de Noord-Hollandse kust draagt de sporen van het vroege geloof in
de Lage Landen. Haar kerken en kloosters werden verwoest en geplunderd, maar de
waterputten bestaan nog altijd: het Willibrordusputje in Heiloo, de Runxputte
van Onze Lieve Vrouw ter Nood op de grens van Heiloo en Limmen, en het
Albertusputje in de Egmondse duinen. Wat Willibrord, Bonifatius en diaken
Adelbert daar bouwden, bleef alleen in de herinnering bestaan.
Vanaf ongeveer 950 leefden in die streek monniken en monialen tot de kloosters
in 1573 werden geplunderd en in brand gestoken. In 1935 werden de kloosters
hersticht. Vanuit Oosterhout werd in Egmond een nieuwe Sint-Adelbertabdij
gesticht op 21 augustus 1935 en net iets vroeger, op 2 augustus, trokken
Hildegard Michaelis, Romana Boer en Elisabeth van der Kruyf naar een huis in de
duinen, de zogenaamde Liobastichting.
Lioba is een troetelnaam, een bijnaam en betekent de lieflijke, de goede. Die
naam kreeg een nicht van Bonifatius, Thruthgeba (710-779). Bonifatius en Lioba
waren voor elkaar als broer en zus. In hen herhaalde zich wat geschreven staat
over Benedictus en Scholastica. Bonifatius nodigde Lioba uit de zorg op zich te
nemen voor de pas bekeerde jonge vrouwen die evenals de monniken hun leven
geheel en al aan God wilden wijden. Zo kreeg Lioba de verantwoordelijkheid over
vele kloosters. Ze was alom bekend voor haar kennis van de Schrift en had een
opvallend blij karakter. De vriendschap tussen Lioba en Bonifatius was zo innig,
dat Bonifatius verlangde dat ze ook in de dood verbonden zouden blijven. Beide
heiligen liggen in Fulda samen begraven.
Hildegard Michaelis
Dat Lioba een speciale kloostergemeenschap is, heeft ze grotendeels te danken
aan haar ongewone stichteres. Hildegard Michaelis werd op 17 november 1900 in
Erfurt in Thuringen geboren uit een Lutheraanse bloemenkwekersfamilie. Later
kwam ze in de bloemen op de heide de Schepper op het spoor. Voor de schoonheid
van de natuur bleef ze heel haar leven ontvankelijk. In de benedictijnenabdij
van Maria Laach werd Hildegard geraakt door de schoonheid van de katholieke
liturgie en bekeerde ze zich in 1927 tot de katholieke kerk. In 1928 hield ze in
Nederland een tentoonstelling van haar weefsels. Ze had het Egyptische
kaartweven geleerd in de nijverheidsschool van Hamburg en haar werken hadden een
zekere uitstraling. Ze kreeg veel opdrachten en daarom vestigde ze zich in
Amsterdam.
Pastoor Hoosemans van de Rozenkranskerk wilde het schone in de liturgie
bevorderen en vroeg Hildegard liturgische gewaden en tapijten voor zijn kerk te
vervaardigen. Tijdens die opdracht ontmoette ze de beeldhouwer Jacques van der
Mey, een monnik van Oosterhout. Door die persoonlijke contacten raakte Hildegard
almaar meer geboeid door het katholieke geloof en verlangde ze naar een
monastiek leven. Uiteindelijk stichtte ze zelf in 1935 het Sint-Liobaklooster om
,,vrouwen de gelegenheid te geven tot een benedictijnse samenleving waar men het
gebed verenigt met het vervaardigen van kerkelijk kunstwerk, voor het
levensonderhoud van de gemeenschap.’’
De toenmalige bisschop van Haarlem erkende Lioba niet als een kerkelijke
stichting. De strijd voor een kerkelijke erkenning sleepte nog jaren aan.
Professor Johannes Willebrands, de latere kardinaal, was het kloostertje genegen
en hielp de zusters hun constituties op schrift te stellen. Zo volgde na 17 jaar
in 1952 toch de kerkelijke goedkeuring voor de ‘Congregatie van de zusters
benedictinessen van Sint-Lioba’. Later volgden enkele buitenlandse
stichtingen: een zustergemeenschap in Orselina in Zwitserland, een studiehuis in
Straatsburg en een dubbelklooster in Saint-Germain in de Provence. Moeder
Hildegard overleed in dat dubbelklooster in 1982.
Ora et labora
Het aloude monastieke ideaal van ‘ora et labora’ – bid en werk – krijgt
in Lioba gestalte in het feestelijk vieren van de liturgie met harp en citer. De
zusters willen heel bewust leven van het werk van hun handen. Ze doen dat door
hun kunstzinnige ambacht: weefwerk, batik, pottenbakken, beeldhouwen, mozaïek,
kalligrafie en schilderen. Gebed en werk zijn geen gescheiden werelden, maar
vloeien in elkaar over. De kunstwerken zijn liturgisch en de liturgie heeft een
artistiek cachet.
In de kapel van de zusters staat een robuuste kandelaar. Hij doet denken aan een
zevenarmige kandelaar, maar er zijn slechts zes kaarsen. In het midden bevindt
zich een duif die dienst doet als tabernakel. Dat verwijst naar een gebruik uit
de vroege kerk waar de resten van het eucharistisch brood werden bewaard in een
‘zwevende’ duif.
Het kruisbeeld is gebaseerd op een oude legende. Uit de schedel van Adam zou een
appelboom zijn gegroeid en het hout van die appelboom zou zijn gebruikt voor het
kruishout. Het altaar beeldt het verhaal van Jozef in Egypte uit. Tijdens de
lauden, de vespers en de eucharistie dragen de zusters koormantels die spontaan
het beeld van kazuifels oproepen. Die indruk wordt nog versterkt door de
ingeweven banden die de vorm van een stola suggereren. De zusters houden wel van
enige provocatie.
Kunst is voor de zusters gewoon een activiteit om in hun levensonderhoud te
voorzien en tegelijk een manier om God te zoeken. Hun handenarbeid schept
religieuze kunst. Dat is een bewuste keuze. Uiteraard zouden de zusters ook
gewone kleren kunnen weven, maar ze kiezen ervoor artistieke voorwerpen te maken
die aansluiten bij hun religieuze levenswijze. Er is een eenheid tussen hoe ze
leven en wat ze maken.
Die inspiratie kleurt hun werk. Hoe abstract een creatie ook is, toch steekt
daar iets religieus in. De prachtige kleuren in hun weefsels of batikgewaden
verwijzen naar de schoonheid van Gods schepping. Elk werk is uniek, het is geen
massaproductie. Toch zien de zusters hun werk niet als een individuele
kunstexpressie, maar als een gemeenschappelijk ambacht.
Mystieke drijfveer
Ze praten zelden over mystiek, maar toch heerst er een mystieke sfeer onder de
zusters. Moeder Hildegard zelf las geregeld in de werken van de grote mysticus
Eckhart, die net als zij uit Thuringen afkomstig was. ,,De kerk heeft dat
veroordeeld, maar ’t is wel waar,’’ zei Hildegard over Eckhart. Die
mystieke teksten blijven een inspiratiebron voor de zusters. God is hier een
werkelijkheid, niet een God uit een boekje, zelfs niet uit het heiligste Boek,
maar Iemand die leeft.
Zo is de gemeenschap helemaal gericht op het spirituele leven, op het zoeken
naar God. Alles komt van God en keert naar Hem terug. Het leven is een terugkeer
naar God en tevens een op weg zijn naar God. Dat mystieke denken bepaalt hun
kijk op leven en dood. Zuster Karin geeft een voorbeeld: ,,Bij de uitvaart van
een van de zusters zongen we een stukje uit het Hooglied, omdat de zin van ons
bestaan de liefde is. Haar familie kon niet begrijpen dat we dat liefdeslied
zongen. Het sterven gaf ons een gevoel van overwinning. Ze heeft het gehaald, ze
is gehaald. Uiteraard kennen we het verdriet bij het afscheid van een dierbare,
maar tegelijk is er de vreugde om het
thuiskomen bij God. De dood is geen
einde.’’
Bovenstaande
is van de
website van het lioba klooster, veel dank aan :
Monasterium St. Lioba
Egmond
Herenweg 85, 1935 AH Egmond-Binnen
telefoon: 072-506 13 88
e-mail: info@liobaklooster.nl
www.liobaklooster.nl
Bollenvelden
in en rond Egmond Binnen

Egmond aan den Hoef
Egmond aan den Hoef (West-Fries: Egmunde
an de Hoef of Egmond an de Hoef) is een dorp in de gemeente Bergen,
in de provincie Noord-Holland. In de volksmond wordt het dorp soms ook De
Hoef genoemd en de inwoners Hoevers.
Egmond aan den Hoef is gelegen aan de rand van de
duinen, tussen Egmond aan Zee en het poldergebied Egmondermeer. De oudste
verwijzing naar de plaats zou de Huvi zijn in 889. Maar of daadwerkelijk
hiermee Egmond aan den Hoef wordt bedoeld is niet geheel meer te achterhalen. De
huidige plaatsnaam verwijst waarschijnlijk naar het riddergeslacht van Egmond
dat zich hier uiteindelijk vestigde op een grote boerderij (hoeve) ten noorden
van de abdij van Egmond. Rondom de hoeve ontwikkelde zich langzaam een dorp. In
1573 komt de plaats voor als De Hoeff tho Egmonde en in 1745 als Egmondt
opde Hoef.
De restanten van Slot op den
Hoef (kasteel Egmond), met op de achtergrond de 13e eeuwse slotkapel
die in de 17e eeuw volledig werd gerestaureerd
In Egmond aan den Hoef bevinden zich de resten van
het Slot op den Hoef. Het eerste kasteel werd in de elfde eeuw gebouwd, en werd
rond 1205 verwoest. Het werd herbouwd en versterkt , maar werd in de 14e
eeuw opnieuw verwoest, waarna het nogmaals herbouwd werd.
Dit slot komt verder voor als achtergrond in de
gelijknamige roman geschreven door Cornelis Johannes Kieviet. In 1573 werd het
in opdracht van Willem van Oranje verwoest door de Geuzen onder leiding van
Diederik Sonoy. Aan het eind van de 18e eeuw zijn de restanten
gesloopt. In de jaren dertig van de 20e eeuw zijn de funderingen
opgegraven. Zo is zichtbaar geworden wat de oppervlakte van het slot was.
Ook bezienswaardig is de slotkapel, waarvan het
oudste deel uit 1229 stamt. Het overgrote deel, onder andere het torentje, stamt
uit de 17e eeuw, vanwege een grote restauratie in 1633. Elders in het
dorp bevindt zich de katholieke Margarita Maria Alacoquekerk uit 1923, een
ontwerp van Jan Stuyt.
In het begin van de twintigste eeuw was er Egmond
aan den Hoef een Amerikaanse schilderskolonie gevestigd. Onder meer de
kunstenaars Gari Melchers en George Hitcjcock hebben een tijdje in Egmond aan
den Hoef gewoond en geschilderd. Andere bekende ex-inwoners zijn onder meer de
Franse filosoof René Descartes, Isaäc
le Maire, vaak gezien als de belangrijkste mede-oprichter van de
V.O.C., en Nicolas Witsen, ex-burgemeester van de gemeente Amsterdam.


Funderingen van
Slot Egmond aan de Hoef.
Egmond aan Zee
Egmond aan Zee is een badplaats in
de gemeente Bergen in de provincie Noord-Holland. In de volksmond wordt de
plaats ook Derp (of in hoofdletters DERP) genoemd. Het dialect dat
er gesproken wordt ook het Derpers genoemd, wat tot het dialect West-Fries wordt
gerekend, maar tot de meest afwijkende van de subdialecten behoort.
Egmond aan Zee was tot 1 juli 1978 een
zelfstandige gemeente en is op die datum met de gemeente Egmond-Binnen
samengevoegd tot Egmond. In het jaar 977 zou achter de duinen het dorp Egmond
aan Zee zijn ontstaan. Het verhaal wil dat ene Walgerus, een hereboer uit
Egmond-Binnen tien huizen zou hebben gebouwd voor een aantal arme gezinnen. Deze
mochten er voor niets wonen en hadden recht om in zee te vissen op voorwaarde
dat ze wel aan de abdij in Egmond-Binnen tien procent van hun visvangst zouden
afstaan. Ook zou hij het kerkje hebben gesticht wat nu het huidige
Oud-Katholieke St. Agnes kerk is. Het kerkje zou hij ter ere van de Heilige
Agnes hebben gebouwd.
Egmond aan Zee ontwikkelde zich daarna tot een
echt vissersdorp. Omstreeks het jaar 1400 ontstond te Egmond aan Zee de
zogenaamde Pinck, destijds een platbodem vaartuigje van om en nabij de 5,50 à 6
meter bij ca. 2,5 meter breed. Het scheepje met voor en achter een plechtje, was
overnaads gebouwd met een geheel platte bodem, zodat het scheepje nadat het
gebouwd was, op rollen vanaf de schuitenschuur naar het strand vervoerd kon
worden.
Door
erosie van de kust verdwenen bij de Allerheiligenvloed op 1 november 1570
vijftig huizen van Egmond aan Zee in de zee. Bij de Kerststorm in november 1741
werden 36 huizen en de kerk met toren door de zee opgeslokt.

Vuurtoren J, van Speijck in
Egmond aan Zee.

Zuidstrand van Egmond aan Zee.
Terug
naar hoofd-pagina