Het Ras De Aanschaf Voedsters Rammen Nestjes 2010 Te Koop Links Gevraagd Wist u dat? En dan dit Ziektes
Het ras
Ontstaan:
De Nederlandse Hangoor Dwerg bestaat ruim 30 jaar en is voortgekomen uit een
kruising tussen een Franse Hangoor en een Pool.
Na een aantal jaren was er een
miniatuur Franse Hangoor ontstaan maar die er heel anders uitzag dan de
huidige
Nederlandse Hangoor Dwerg.
Dit konijn is een gezelschapsdier dat zich uitstekend
laat hanteren door kinderen, het heeft een rustig karakter,
is niet agressief en
laat zich vaak langdurig aaien zonder geïrriteerd te raken.
De Nederlandse
Hangoordwerg is een echt troeteldier waaraan je heel veel plezier kunt beleven.
Het is de jongste van de konijnengroep dwergrassen en is een creatie van de
bekende Tilburgse tan fokker en keurmeester Adr. De Cock, die er ongeveer 12
jaar aan besteedde, alvorens hij de eerste producten van zijn fokkerskunst op de
tentoonstelling bracht.
Met doorzettingsvermogen en eindeloos geduld lukte het
hem tenslotte een miniatuurvorm van de circa 5 à 6 kg wegende Franse Hangoor te
fokken.
Kundige fokkers en keurmeesters, die van de pogingen hoorden, om een
dwerg te creëren met hangende oren, vonden het tijdverspilling, terwijl één der
aller bekwaamste het zelfs een utopie noemde.
Het bezig zijn met een
liefhebberij wat het dan ook mag zijn kan voor een mens na zijn dagelijkse
beslommeringen, alleen maar ontspannend werken.
Het woord utopie kan in zo'n
geval als een uitdaging werken en daardoor een stimulerende kracht.
De problemen
die het combineren van hangende oren met een zeer klein konijnenlichaam met zich
hebben meegebracht laten we achterwege.
De heer de Cock komt de verdienste toe
dat hij een dergelijke taak heeft volbracht en mag zich verheugen in de grote
populariteit, die het ras nadien verwierf.
Velen hebben zich dit hangoor rasje
aangeschaft en doen verwoede pogingen om het verder te verbeteren. Ook dit
laatste is een moeizame weg, maar er zijn gelukkig onder de bezitters van
Nederlandse Hangoor Dwergen, fokkers die er de juiste feeling voor hebben.
Standaard eigenschappen:
Om een goed idee te krijgen, hoe een Nederlandse Hangoor Dwerg er
uit moet zien, verdient de aanbeveling eerst eens een prijswinnende Franse
hangoor op een tentoonstelling te bestuderen.
Dit is nl: het grote voorbeeld van de Nederlandse Hangoor Dwerg en we moeten
altijd voor ogen houden dat het een miniatuur Franse Hangoor moet zijn.
De dieren worden gefokt naar de standaard van de Nederlandse Konijnenfokkers
Bond waarin beschreven staat hoe de Nederlandse Hangoor Dwerg eruit moet zien.
Volgens deze standaard dienen de dieren een kort geblokt type te hebben met een
afgeronde achterkant (dit noemt men de Achterhand)
Het gewicht varieert van minimaal 1250 - 1700 gram maximaal.
Her dier moet stevige voorbenen hebben en een fraaie egale pels.
De kop moet mooi dik en rond zijn en de oren die 21t/m 26 cm lang mogen zijn
moeten strak langs de kop hangen, met de oorschelp naar binnen, zonder
vouwen.
Ze zijn lepelvormig en op de uiteinden zijn ze afgerond.
Verder zijn er eisen gesteld aan de kleur en de tekening bij bonte dieren.
Erkende Kleuren:
Konijngrijs
Blauwgrijs
IJzergrauw
Blauwgrauw
Zwart
Blauw
Isabella
Madagaskar
Wit -
Middengeel marter
Midden sepia bruin marter
Donker sepia bruin marter
Midden blauw marter
Sallander
Chinchilla
Rustekening
Verder
in de bonttekening van de meeste eerder
genoemde kleuren.
Niet Erkende Kleuren:
Oranje
Bruin
Black-Tan
Konijngrijs:
De kleur komt veel overeen met die van het wilde konijn.
De dekkleur wordt
gevormd door de zwarte haartoppen (ticking) op de licht bruingrijze dekharen.
De
borst en de flanken zijn zoveel mogelijk in overeenstemming met de kleur op de
rug en tonen dus
ook ticking, eveneens zijn de benen zo gekleurd voor zover zij
niet wit zijn.
De dekkleur mag niet te donker zijn (te ver zwart gekleurde
haartoppen) en gewaakt moet worden tegen
een te rode kleur in het dek.
De
ticking moet regelmatig zijn en niet vlokkerig of gegolfd.
De triangel (driehoek
in de nek) is bruin met blauwe grondkleur.
Bij alle wildkleuringen moet de
triangel zo klein mogelijk zijn.
De kleur is daarbij gelijk aan de tussenkleur.
De buik is wit met blauwe grondkleur.
Ook de onderkant van de staart, de
achterzijde van de voorbenen en binnenzijde van de achterbenen, alsmede de
onderkant van de kop zijn wit of licht van kleur.
De oogringen zijn iets lichter
van kleur en zonder ticking.
De oren zijn zwart omzoomd. De bovenkant van de
staart is donkergrijs.
De oogkleur is donkerbruin.
De nagels donkerhoornkleurig.
De dekkleur gaat over in een bruingrijze tussenkleur van iets krachtiger nuance
dan het bruingrijs van de dekkleur. De grondkleur is grijsblauw.
Blauwgrijs:
De kleur komt overeen met konijngrijs, met het verschil dat alles wat bij
konijngrijs zwart is
(de haartoppen) vervangen is door blauw.
De buikkleur is
wit, met blauwe grondkleur.
De oogkleur is blauwgrijs.
De nagels zijn
hoornkleurig.
De tussenkleur is bij blauwgrijs lichter en ook de grondkleur is
lichter als bij konijngrijs.
IJzergrauw:
De dekkleur wordt gevormd door lichtgrijze dekharen, die zwart getopt zijn.
De
mengeling van dit grijs met zwart vormt een levendige warme kleur, waarin het
grijs de boventoon voert.
De dekkleur mag dan ook niet te donker zijn.
De
dekkleur dient zich regelmatig over het gehele lichaam uit te strekken, met
uitzondering van de triangel,
die donkerbruin is.
De buikkleur moet zoveel
mogelijk in overeenstemming zijn met de kleur op de rug en de flanken.
De oren
zijn zwart omzoomd.
De bovenzijde van de staart is vrijwel zwart, de onderzijde
blauwachtig.
De oogkleur is donkerbruin.
De tussenkleur vormt een smalle, niet
zeer scherp begrensde donkerbruine zone, de grondkleur is zeer
donkerblauw
Blauwgrauw:
De kleur komt overeen met ijzergrauw, met het verschil dat alles wat bij
ijzergrauw zwart is
(de haartoppen) vervangen is door blauw.
De buikkleur moet
zoveel mogelijk gelijk zijn aan de dekkleur.
De oogkleur is blauwgrijs.
De
tussenkleur vormt een smalle, niet zeer scherpe begrensde lichtbruine zone.
De
grondkleur is blauw.
Zwart:
De dekkleur is glanzend diep zwart, van neuspunt tot staarteinde gelijk.
De
buik- en borstkleur zijn wat doffer van kleur, omdat hier de glans in de haren
vrijwel ontbreekt.
De snorharen zijn zwart.
De nagelkleur donkerhoornkleurig.
De
oogkleur is donkerbruin. Hoe dieper het zwart zich naar de wortel uitstrekt
(tussenkleur) hoe beter.
De grondkleur is diepblauw, hoe krachtiger blauw, hoe
beter.
Blauw:
De dekkleur is zuiver glanzend staalblauw, van neuspunt tot staarteinde egaal.
De borst en buikkleur is gelijk aan de dekkleur, met dien verstande dat ze over
het geheel wat doffer is
(minder glans). De snorharen zijn blauw.
De nagelkleur
is donkerhoornkleurig.
De oogkleur is blauw.
De tussenkleur volgt de dekkleur zo
ver mogelijk.
Hoe dieper zich het blauw naar de wortel uitstrekt, hoe beter.
De
grondkleur is van iets lichtere nuance.
Isabella:
De dekkleur is iets lichter geel dan bij madagascar.
De dekharen zijn blauw
gepunt met dien verstande dat er een lichtblauwe waas ontstaat die het
gehele
dek omvat zonder dat deze te donker wordt.
De buikkleur en sluier zijn blauw
gekleurd welke zich uitstrekt over de snuit, oren, borst, benen,
onderste
gedeelte van de schouder, flanken, achterhand, bovenzijde van de staart en de
buik.
De blauwe kleur mag niet te donker zijn.
De grondkleur aan de buik is
crème tot wit.
De snorharen zijn blauwachtig gekleurd.
De nagelkleur is
hoornkleurig.
De oogkleur is blauw.
De tussenkleur is geel en wordt naar de
haarwortel lichter.
De grondkleur is crème tot wit.
Madagascar:
De dekkleur is geelbruin.
De dekharen zijn zwartachtig gepunt, met dien
verstande dat der een lichte waas ontstaat die het
gehele dek omvat, zonder dat
deze te donker wordt.
De buikkleur en sluier zijn meer donker zwartachtig
gekleurd welke zich uitstrekt over de snuit, oren, borst,
benen, onderste
gedeelte van de schouders, flanken ,achterhand, bovenzijde van de staart en de
buik.
De grondkleur aan buik is crème tot wit.
De snorharen zijn donker
gekleurd.
De nagels zijn donkerhoornkleurig.
De oogkleur is donkerbruin.
Wit:
De kleur is smetteloos wit en vrij van aanslag.
Middengeel marter:
De kleur op de snuit, de oren, de rug, de boven- en buitenzijde van de benen,
alsmede de bovenzijde van
de staart is zuiver sepiabruin, doch iets lichter dan
bij de sepiabruine marter.
Deze kleur gaat van de snuit en de rug geleidelijk
over in een veel lichtere nuance op wangen, voorhoofd, schouders, flanken en
schenkels, zonder vlekken of strepen.
Ook de onderkaak is lichter van kleur.
Een
sepiabruinkleurige rugpartij met geleidelijke overgang in een zeer zachte nuance
wordt vereist.
Borst, onderzijde schouders, flanken, schenkels en buik zijn dus
van een zeer zachte sepiabruinkleurige
nuance.
De snorharen zijn donkerbruin, de
nagels zijn hoornkleurig.
De oogkleur is bruin, onder bepaalde belichting
toont
zij een rode gloed. Hoe dieper de dekkleur zich tot de wortel
uitstrekt(tussenkleur) hoe beter.
De grondkleur volgt zoveel mogelijk de dek- en
tussenkleur, ook de buikkleur moet nog enigszins geel opblazen.
Midden sepia bruin marter:
De kleur op de snuit, de oren, de rug en de boven- en buitenzijde der benen en
van de staart is donkersepia
bruin.
Deze rijke, donkere sepia bruine kleur gaat
van snuit en rug geleidelijk over in een lichtere nuance
op wangen, voorhoofd,
borst, schouders, flanken en schenkels, zonder vlekken en strepen.
Ook de
onderkaak is licht sepia bruin.
Een ongeveer 8 tot 10 cm brede, diep gekleurde
rugpartij met
geleidelijke overgang in een lichtere nuance sepia bruin wordt
vereist.
Borst, onderzijde schouders, flanken, schenkels en buik zijn dus licht
sepia bruin.
De snorharen zijn bruin, de nagels zijn hoornkleurig tot
donkerkleurig.
De oogkleur is donkerbruin, onder bepaalde belichting toont zij
een rode gloed.Hoe dieper de dekkleur zich
tot de wortel uitstrekt
(tussenkleur), hoe beter.
De grondkleur volgt zoveel mogelijk de dek- en
tussenkleur;
ook de buikkleur moet nog enigszins sepia bruin opblazen.
Donker sepia bruin marter:
De kleur is zeer donker sepia bruin, tegen zwart aan, m.b.t. de kop, de
oren, de benen, de staart, alsook
de rug en ongeveer 3/4 gedeelte van de zijden.
Het verschil met zwart moet echter door de rossige bruine
gloed, welke over deze
kleur ligt, zeer goed te onderscheiden zijn.
Op het onderste gedeelte van de
zijden
gaat deze kleur geleidelijk over in de buikkleur.
De buikkleur en de
kleur van het onderste gedeelte van de
zijden en borst zijn van een aanmerkelijk
lichter nuance, maar donkerder dan die van de midden sepia bruin.
De dek-
buikkleur is vrij van witte of anders gekleurde haren.
De snorharen zijn bruin,
de nagels zijn hoornkleurig tot donkerhoornkleurig.
De oogkleur is donkerbruin,
onder bepaalde belichting toont zij een rode gloed.
Hoe dieper de dekkleur zich
tot de wortel uitstrekt hoe beter.
De grondkleur volgt zoveel mogelijk de dek-
en tussenkleur; de buikkleur moet sepia bruin opblazen.
Midden blauw marter:
De kleur op de snuit, de oren, de rug, de boven- en buitenzijde van de benen,
alsmede de staart, is zuiver blauw.
Deze blauwe kleur gaat van de snuit en de
rug geleidelijk over in een lichtere nuance op wangen, voorhoofd,
schouders,
flanken en schenkels, zonder vlekken of strepen.
Ook de onderkaak is lichtblauw
marter kleurig.
Een donker gekleurde rugpartij wordt vereist.
Borst, onderzijde
schouders, flanken, schenkels en buik zijn van een
zeer tere nuance.
De
snorharen zijn blauw, de nagels zijn hoornkleurig.
De oogkleur is blauw, onder
bepaalde belichting
toont zij een rode gloed.
Hoe dieper de blauwe dekkleur zich
tot de wortel uitstrekt (tussenkleur), hoe beter.
De grondkleur volgt zoveel
mogelijk de dek- en tussenkleur; ook de buikkleur moet nog enigszins blauw
opblazen.
Sallander:
Het kleurpatroon bestaat uit de dekkleur, sluier en buikkleur en omvat het
gehele lichaam.
Onder buikkleur en sluier wordt de zwartachtige kleur verstaan,
welke zich uitstrekt over snuit, oren, borst,
onderste gedeelte van de
schouders, flanken, achterhand, bovenzijde van de staart, benen en buik.
De
sluierkleur verdunt zich naar boven en is het krachtigst op de snuit, oren en
buik.
De kop vanaf de ogen tot aan de wortel van de oren is dus lichter
gesluierd.
De sluier is vrij van onderbreking, welke men vaak aantreft op de
borst, onderzijde schouders.
Het staarteinde mag lichter gekleurd zijn, ook de
voetzolen zijn licht.
De dekkleur is gebroken wit, de uiterste toppen van de
dekharen zijn zwartkleurig gepunt, waardoor het dek als
het ware met een ijle
bruinzwarte waas is overtrokken.
De ogen zijn donkerbruin.
De nagels zijn
hoornkleurig.
De snorharen zijn donker gekleurd.
Bont-tekening:
De
bonttekening is niet scherp aangegeven. Wel moeten de rug en de zijden zoveel
mogelijk gekleurd zijn. Ook de kop dient zoveel mogelijk gekleurd te zijn, met
een geheel gekleurde snuit en dito oren. De borst en de voorbenen dienen bij
voorkeur geheel wit te zijn. De achterbenen en de buik ziet men graag geheel wit
of overwegend wit. Symmetrie in de tekening dient men zoveel mogelijk na te
streven. Bij bonte dieren met witte voeten is de nagelkleur zonder pigment, dus
kleurloos.
Chinchilla:
De kleur wordt gevormd door lichtgrijze haren met zwarte punten van ongelijke
lengte.
Al naar een regel- of onregelmatige verdeling van deze zwarte
haartoppen, krijgen wij een regel- of onregelmatige ticking.
Hoe onregelmatiger,
hoe golvender deze ticking (rupstekening), hoe beter.
De zilvergrijze kleur met
zwarte, golvende ticking strekt zich uit over kop, oren, dek, borst, zijden,
voorbenen en de
binnenzijde van de achterbenen zijn aanmerkelijk lichter.
De
staart is aan de bovenzijde donker en zwart getickt, de buikkleur en de
onderzijde van de staart zijn wit.
De oren hebben een diepzwarte omzoming.
De
kleur van de pels van de Chinchilla moeten wij rangschikken onder de
wildkleuringen, zij mist echter de factor voor geel.
De nagels zijn
donkerhoornkleurig.
De oogkleur is donkerbruin.
Bij het inblazen in de pels ziet
men een rozet gevormd door de donkerblauwe grondkleur, waarop de tussenkleur
volgt, bestaande uit een parelwitte ring, ongeveer ter breedte van plm. 3/4 cm,
omgeven door een smalle zwarte kleurring.
Daarop volgt de dekkleur, zoals
omschreven.
De kleuren zijn scherp begrensd.
De blauwe grondkleur moet breder
zijn dan de parelwitte ring.
Bij inblazen van de buikkleur zien wij een blauwe
grondkleur.
Rus-tekening zwart:
Koptekening: De snuittekening, "masker", moet de gehele snuit omvatten.
Aanvangende op het midden van het neusbeen, ongeveer ter hoogte van de ogen,
vormt zij een
gebogen lijn die, onder de onderste ooghoeken door, zonder deze
echter te raken, in een loodrechte lijn
aan beide zijden van de kop naar beneden
gaat en zich verder uitstrekt over de onderkaak.
In geen geval mag de tekening
op het neusbeen in een scherpe punt eindigen.
Ook een afgeplat masker is
foutief.
De ideale vorm is die, gelijk aan het stompe einde van een ei.
Het
masker is scherp begrensd, zonder kartelingen, haken en sprieten.
Het geheel is
vrij van witte haren, van schimmel en van roest.
De oren zijn diepzwart van
kleur en aan de wortel scherp begrensd, vrij van witte haren, schimmel of
roestplekken.
Lichaamstekening: (inclusief de benen).
De benen, zowel de voor- als
achterbenen, zijn zuiver zwart.
De zwarte kleur moet minstens drievierde van de
lengte der voorbenen in beslag nemen, bij de
achterbenen strekt deze kleur zich
uit tot 1á 11/2 cm boven het spronggewicht (hiel).
De staart is zuiver zwart.
Oranje
(Niet Erkend) :
De
dekkleur is egaal intens oranjerood met een goede glans over het gehele
lichaam.
De buik en onderzijde van de staart zijn iets matter van kleur.
De oogringen zijn smal en iets lichter van kleur dan de dekkleur.
De oogkleur is bruin tot donkerbruin.
De nagels zijn hoorn- tot donkerhoornkleurig.
De snorharen zijn oranjerood.
Tussenkleur.
De intense oranjerode dekkleur zet zich zo ver mogelijk naar de haarbasis voort.
Hoe dieper het oranjerood zich naar de haarbasis uitstrekt hoe beter.
Grondkleur.
De grondkleur is lichter dan de tussenkleur.
De grondkleur is niet scherp begrensd.
Bruin
(Niet Erkend) :
De
dekkleur is glanzend donkerbruin gelijk die van bittere chocolade van neuspunt
tot staarteinde egaal.
De borst- en buikkleur is gelijk aan de dekkleur, met dien verstande dat ze over
het geheel wat doffer is (minder glans).
De snorharen zijn donkerbruin, evenzo de nagelkleur.
De oogkleur is donkerbruin, onder een bepaalde belichting tonen ze een rode
gloed.
De tussenkleur volgt de dekkleur zo ver mogelijk.
Hoe dieper zich het bruin naar de wortel uitstrekt, hoe beter.
De grondkleur is zuiver blauw aan de wortel, bij twee overigens gelijke dieren
gaat het dier met de donkerste grondkleur voor.
Deze grondkleur mag echter nooit de zuiverheid van de dekkleur aantasten, maar
deze in diepte versterken.