Het ras

De aanschaf

Voedsters

Rammen

Te Koop

Shows

Huisvesting

Verzorging

Ziektes

Links

Wist u Dat

En Dan Dit

Voor Konijnen Giftige Planten

Spreuken



Ontstaan:
De Nederlandse Hangoor Dwerg bestaat ruim 30 jaar en is voortgekomen uit een kruising tussen een Franse Hangoor en een Pool. 
Na een aantal jaren was er een miniatuur Franse Hangoor ontstaan maar die er heel anders uitzag dan de 
huidige Nederlandse Hangoor Dwerg. 
Dit konijn is een gezelschapsdier dat zich uitstekend laat hanteren door kinderen, het heeft een rustig karakter, 
is niet agressief en laat zich vaak langdurig aaien zonder geïrriteerd te raken. 
De Nederlandse Hangoordwerg is een echt troeteldier waaraan je heel veel plezier kunt beleven. 
Het is de jongste van de konijnengroep dwergrassen en is een creatie van de bekende Tilburgse tan fokker en keurmeester Adr. De Cock, die er ongeveer 12 jaar aan besteedde, alvorens hij de eerste producten van zijn fokkerskunst op de tentoonstelling bracht. 
Met doorzettingsvermogen en eindeloos geduld lukte het hem tenslotte een miniatuurvorm van de circa 5 à 6 kg wegende Franse Hangoor te fokken. 
Kundige fokkers en keurmeesters, die van de pogingen hoorden, om een dwerg te creëren met hangende oren, vonden het tijdverspilling, terwijl één der aller bekwaamste het zelfs een utopie noemde. 
Het bezig zijn met een liefhebberij wat het dan ook mag zijn kan voor een mens na zijn dagelijkse beslommeringen, alleen maar ontspannend werken. 
Het woord utopie kan in zo'n geval als een uitdaging werken en daardoor een stimulerende kracht.
De problemen die het combineren van hangende oren met een zeer klein konijnenlichaam met zich hebben meegebracht laten we achterwege. 
De heer de Cock komt de verdienste toe dat hij een dergelijke taak heeft volbracht en mag zich verheugen in de grote populariteit, die het ras nadien verwierf. 
Velen hebben zich dit hangoor rasje aangeschaft en doen verwoede pogingen om het verder te verbeteren. Ook dit laatste is een moeizame weg, maar er zijn gelukkig onder de bezitters van Nederlandse Hangoor Dwergen, fokkers die er de juiste feeling voor hebben. 

Standaard eigenschappen:
Om een goed idee te krijgen, hoe een Nederlandse Hangoor Dwerg er uit moet zien, verdient de aanbeveling eerst eens een prijswinnende Franse hangoor op een tentoonstelling te bestuderen. 
Dit is nl: het grote voorbeeld van de Nederlandse Hangoor Dwerg en we moeten altijd voor ogen houden dat het een miniatuur Franse Hangoor moet zijn.
De dieren worden gefokt naar de standaard van de Nederlandse Konijnenfokkers Bond waarin beschreven staat hoe de Nederlandse Hangoor Dwerg eruit moet zien.
Volgens deze standaard dienen de dieren een kort geblokt type te hebben met een afgeronde achterkant (dit noemt men de Achterhand) 
Het gewicht varieert van minimaal 1250 - 1700 gram maximaal. 
Her dier moet stevige voorbenen hebben en een fraaie egale pels. 
De kop moet mooi dik en rond zijn en de oren die 21t/m 26 cm lang mogen zijn moeten strak langs de kop hangen, met de oorschelp naar binnen, zonder vouwen. 
Ze zijn lepelvormig en op de uiteinden zijn ze afgerond. 
Verder zijn er eisen gesteld aan de kleur en de tekening bij bonte dieren. 

Erkende Kleuren:
Konijngrijs
Blauwgrijs
IJzergrauw
Blauwgrauw
Zwart
Blauw
Isabella
Madagaskar
Wit - 
Middengeel marter
Midden sepia bruin marter
Donker sepia bruin marter
Midden blauw marter 
Sallander
Chinchilla
Rustekening 
Verder in de bonttekening van de meeste eerder genoemde kleuren.

Niet Erkende Kleuren:

Oranje
Bruin
Black-Tan

Konijngrijs:
De kleur komt veel overeen met die van het wilde konijn.
De dekkleur wordt gevormd door de zwarte haartoppen (ticking) op de licht bruingrijze dekharen. 
De borst en de flanken zijn zoveel mogelijk in overeenstemming met de kleur op de rug en tonen dus
ook ticking, eveneens zijn de benen zo gekleurd voor zover zij niet wit zijn. 
De dekkleur mag niet te donker zijn (te ver zwart gekleurde haartoppen) en gewaakt moet worden tegen 
een te rode kleur in het dek. 
De ticking moet regelmatig zijn en niet vlokkerig of gegolfd. 
De triangel (driehoek in de nek) is bruin met blauwe grondkleur.
Bij alle wildkleuringen moet de triangel zo klein mogelijk zijn. 
De kleur is daarbij gelijk aan de tussenkleur. 
De buik is wit met blauwe grondkleur. 
Ook de onderkant van de staart, de achterzijde van de voorbenen en binnenzijde van de achterbenen, alsmede de onderkant van de kop zijn wit of licht van kleur. 
De oogringen zijn iets lichter van kleur en zonder ticking. 
De oren zijn zwart omzoomd. De bovenkant van de staart is donkergrijs. 
De oogkleur is donkerbruin. 
De nagels donkerhoornkleurig. 
De dekkleur gaat over in een bruingrijze tussenkleur van iets krachtiger nuance dan het bruingrijs van de dekkleur. De grondkleur is grijsblauw.

Blauwgrijs:
De kleur komt overeen met konijngrijs, met het verschil dat alles wat bij konijngrijs zwart is 
(de haartoppen) vervangen is door blauw. 
De buikkleur is wit, met blauwe grondkleur. 
De oogkleur is blauwgrijs. 
De nagels zijn hoornkleurig. 
De tussenkleur is bij blauwgrijs lichter en ook de grondkleur is lichter als bij konijngrijs.

IJzergrauw:
De dekkleur wordt gevormd door lichtgrijze dekharen, die zwart getopt zijn. 
De mengeling van dit grijs met zwart vormt een levendige warme kleur, waarin het grijs de boventoon voert. 
De dekkleur mag dan ook niet te donker zijn. 
De dekkleur dient zich regelmatig over het gehele lichaam uit te strekken, met uitzondering van de triangel, 
die donkerbruin is. 
De buikkleur moet zoveel mogelijk in overeenstemming zijn met de kleur op de rug en de flanken. 
De oren zijn zwart omzoomd. 
De bovenzijde van de staart is vrijwel zwart, de onderzijde blauwachtig. 
De oogkleur is donkerbruin. 
De tussenkleur vormt een smalle, niet zeer scherp begrensde donkerbruine zone, de grondkleur is zeer 
donkerblauw

Blauwgrauw:
De kleur komt overeen met ijzergrauw, met het verschil dat alles wat bij ijzergrauw zwart is 
(de haartoppen) vervangen is door blauw. 
De buikkleur moet zoveel mogelijk gelijk zijn aan de dekkleur. 
De oogkleur is blauwgrijs. 
De tussenkleur vormt een smalle, niet zeer scherpe begrensde lichtbruine zone. 
De grondkleur is blauw.

Zwart:
De dekkleur is glanzend diep zwart, van neuspunt tot staarteinde gelijk. 
De buik- en borstkleur zijn wat doffer van kleur, omdat hier de glans in de haren vrijwel ontbreekt. 
De snorharen zijn zwart. 
De nagelkleur donkerhoornkleurig. 
De oogkleur is donkerbruin. Hoe dieper het zwart zich naar de wortel uitstrekt (tussenkleur) hoe beter. 
De grondkleur is diepblauw, hoe krachtiger blauw, hoe beter.

Blauw:
De dekkleur is zuiver glanzend staalblauw, van neuspunt tot staarteinde egaal. 
De borst en buikkleur is gelijk aan de dekkleur, met dien verstande dat ze over het geheel wat doffer is
(minder glans). De snorharen zijn blauw. 
De nagelkleur is donkerhoornkleurig. 
De oogkleur is blauw. 
De tussenkleur volgt de dekkleur zo ver mogelijk. 
Hoe dieper zich het blauw naar de wortel uitstrekt, hoe beter. 
De grondkleur is van iets lichtere nuance.

Isabella: 
De dekkleur is iets lichter geel dan bij madagascar. 
De dekharen zijn blauw gepunt met dien verstande dat er een lichtblauwe waas ontstaat die het
gehele dek omvat zonder dat deze te donker wordt. 
De buikkleur en sluier zijn blauw gekleurd welke zich uitstrekt over de snuit, oren, borst, benen, 
onderste gedeelte van de schouder, flanken, achterhand, bovenzijde van de staart en de buik. 
De blauwe kleur mag niet te donker zijn. 
De grondkleur aan de buik is crème tot wit. 
De snorharen zijn blauwachtig gekleurd. 
De nagelkleur is hoornkleurig. 
De oogkleur is blauw. 
De tussenkleur is geel en wordt naar de haarwortel lichter. 
De grondkleur is crème tot wit.

Madagascar:
De dekkleur is geelbruin. 
De dekharen zijn zwartachtig gepunt, met dien verstande dat der een lichte waas ontstaat die het 
gehele dek omvat, zonder dat deze te donker wordt. 
De buikkleur en sluier zijn meer donker zwartachtig gekleurd welke zich uitstrekt over de snuit, oren, borst,
benen, onderste gedeelte van de schouders, flanken ,achterhand, bovenzijde van de staart en de buik. 
De grondkleur aan buik is crème tot wit. 
De snorharen zijn donker gekleurd. 
De nagels zijn donkerhoornkleurig. 
De oogkleur is donkerbruin.

Wit: 
De kleur is smetteloos wit en vrij van aanslag.

Middengeel marter:
De kleur op de snuit, de oren, de rug, de boven- en buitenzijde van de benen, alsmede de bovenzijde van 
de staart is zuiver sepiabruin, doch iets lichter dan bij de sepiabruine marter. 
Deze kleur gaat van de snuit en de rug geleidelijk over in een veel lichtere nuance op wangen, voorhoofd, schouders, flanken en schenkels, zonder vlekken of strepen. 
Ook de onderkaak is lichter van kleur. 
Een sepiabruinkleurige rugpartij met geleidelijke overgang in een zeer zachte nuance wordt vereist. 
Borst, onderzijde schouders, flanken, schenkels en buik zijn dus van een zeer zachte sepiabruinkleurige 
nuance. 
De snorharen zijn donkerbruin, de nagels zijn hoornkleurig. 
De oogkleur is bruin, onder bepaalde belichting 
toont zij een rode gloed. Hoe dieper de dekkleur zich tot de wortel uitstrekt(tussenkleur) hoe beter. 
De grondkleur volgt zoveel mogelijk de dek- en tussenkleur, ook de buikkleur moet nog enigszins geel opblazen.

Midden sepia bruin marter:
De kleur op de snuit, de oren, de rug en de boven- en buitenzijde der benen en van de staart is donkersepia 
bruin. 
Deze rijke, donkere sepia bruine kleur gaat van snuit en rug geleidelijk over in een lichtere nuance 
op wangen, voorhoofd, borst, schouders, flanken en schenkels, zonder vlekken en strepen. 
Ook de onderkaak is licht sepia bruin. 
Een ongeveer 8 tot 10 cm brede, diep gekleurde rugpartij met 
geleidelijke overgang in een lichtere nuance sepia bruin wordt vereist. 
Borst, onderzijde schouders, flanken, schenkels en buik zijn dus licht sepia bruin. 
De snorharen zijn bruin, de nagels zijn hoornkleurig tot donkerkleurig. 
De oogkleur is donkerbruin, onder bepaalde belichting toont zij een rode gloed.Hoe dieper de dekkleur zich 
tot de wortel uitstrekt (tussenkleur), hoe beter. 
De grondkleur volgt zoveel mogelijk de dek- en tussenkleur; 
ook de buikkleur moet nog enigszins sepia bruin opblazen.

Donker sepia bruin marter:
De kleur is zeer donker sepia bruin, tegen zwart aan, m.b.t. de kop, de oren, de benen, de staart, alsook 
de rug en ongeveer 3/4 gedeelte van de zijden. 
Het verschil met zwart moet echter door de rossige bruine 
gloed, welke over deze kleur ligt, zeer goed te onderscheiden zijn. 
Op het onderste gedeelte van de zijden 
gaat deze kleur geleidelijk over in de buikkleur. 
De buikkleur en de kleur van het onderste gedeelte van de 
zijden en borst zijn van een aanmerkelijk lichter nuance, maar donkerder dan die van de midden sepia bruin. 
De dek- buikkleur is vrij van witte of anders gekleurde haren. 
De snorharen zijn bruin, de nagels zijn hoornkleurig tot donkerhoornkleurig. 
De oogkleur is donkerbruin, onder bepaalde belichting toont zij een rode gloed. 
Hoe dieper de dekkleur zich tot de wortel uitstrekt hoe beter. 
De grondkleur volgt zoveel mogelijk de dek- en tussenkleur; de buikkleur moet sepia bruin opblazen.

Midden blauw marter:
De kleur op de snuit, de oren, de rug, de boven- en buitenzijde van de benen, alsmede de staart, is zuiver blauw. 
Deze blauwe kleur gaat van de snuit en de rug geleidelijk over in een lichtere nuance op wangen, voorhoofd, 
schouders, flanken en schenkels, zonder vlekken of strepen. 
Ook de onderkaak is lichtblauw marter kleurig. 
Een donker gekleurde rugpartij wordt vereist. 
Borst, onderzijde schouders, flanken, schenkels en buik zijn van een 
zeer tere nuance. 
De snorharen zijn blauw, de nagels zijn hoornkleurig. 
De oogkleur is blauw, onder bepaalde belichting 
toont zij een rode gloed. 
Hoe dieper de blauwe dekkleur zich tot de wortel uitstrekt (tussenkleur), hoe beter. 
De grondkleur volgt zoveel mogelijk de dek- en tussenkleur; ook de buikkleur moet nog enigszins blauw opblazen.

Sallander:
Het kleurpatroon bestaat uit de dekkleur, sluier en buikkleur en omvat het gehele lichaam. 
Onder buikkleur en sluier wordt de zwartachtige kleur verstaan, welke zich uitstrekt over snuit, oren, borst, 
onderste gedeelte van de schouders, flanken, achterhand, bovenzijde van de staart, benen en buik. 
De sluierkleur verdunt zich naar boven en is het krachtigst op de snuit, oren en buik. 
De kop vanaf de ogen tot aan de wortel van de oren is dus lichter gesluierd. 
De sluier is vrij van onderbreking, welke men vaak aantreft op de borst, onderzijde schouders. 
Het staarteinde mag lichter gekleurd zijn, ook de voetzolen zijn licht. 
De dekkleur is gebroken wit, de uiterste toppen van de dekharen zijn zwartkleurig gepunt, waardoor het dek als 
het ware met een ijle bruinzwarte waas is overtrokken. 
De ogen zijn donkerbruin. 
De nagels zijn hoornkleurig. 
De snorharen zijn donker gekleurd.

Bont-tekening:
De bonttekening is niet scherp aangegeven. Wel moeten de rug en de zijden zoveel mogelijk gekleurd zijn. Ook de kop dient zoveel mogelijk gekleurd te zijn, met een geheel gekleurde snuit en dito oren. De borst en de voorbenen dienen bij voorkeur geheel wit te zijn. De achterbenen en de buik ziet men graag geheel wit of overwegend wit. Symmetrie in de tekening dient men zoveel mogelijk na te streven. Bij bonte dieren met witte voeten is de nagelkleur zonder pigment, dus kleurloos.

Chinchilla: 
De kleur wordt gevormd door lichtgrijze haren met zwarte punten van ongelijke lengte. 
Al naar een regel- of onregelmatige verdeling van deze zwarte haartoppen, krijgen wij een regel- of onregelmatige ticking. 
Hoe onregelmatiger, hoe golvender deze ticking (rupstekening), hoe beter. 
De zilvergrijze kleur met zwarte, golvende ticking strekt zich uit over kop, oren, dek, borst, zijden, voorbenen en de 
binnenzijde van de achterbenen zijn aanmerkelijk lichter. 
De staart is aan de bovenzijde donker en zwart getickt, de buikkleur en de onderzijde van de staart zijn wit. 
De oren hebben een diepzwarte omzoming. 
De kleur van de pels van de Chinchilla moeten wij rangschikken onder de wildkleuringen, zij mist echter de factor voor geel. 
De nagels zijn donkerhoornkleurig. 
De oogkleur is donkerbruin. 
Bij het inblazen in de pels ziet men een rozet gevormd door de donkerblauwe grondkleur, waarop de tussenkleur volgt, bestaande uit een parelwitte ring, ongeveer ter breedte van plm. 3/4 cm, omgeven door een smalle zwarte kleurring. 
Daarop volgt de dekkleur, zoals omschreven. 
De kleuren zijn scherp begrensd. 
De blauwe grondkleur moet breder zijn dan de parelwitte ring. 
Bij inblazen van de buikkleur zien wij een blauwe grondkleur.

Rus-tekening zwart: 
Koptekening: De snuittekening, "masker", moet de gehele snuit omvatten. 
Aanvangende op het midden van het neusbeen, ongeveer ter hoogte van de ogen, vormt zij een 
gebogen lijn die, onder de onderste ooghoeken door, zonder deze echter te raken, in een loodrechte lijn 
aan beide zijden van de kop naar beneden gaat en zich verder uitstrekt over de onderkaak. 
In geen geval mag de tekening op het neusbeen in een scherpe punt eindigen. 
Ook een afgeplat masker is foutief. 
De ideale vorm is die, gelijk aan het stompe einde van een ei. 
Het masker is scherp begrensd, zonder kartelingen, haken en sprieten. 
Het geheel is vrij van witte haren, van schimmel en van roest. 
De oren zijn diepzwart van kleur en aan de wortel scherp begrensd, vrij van witte haren, schimmel of 
roestplekken.
Lichaamstekening: (inclusief de benen). 
De benen, zowel de voor- als achterbenen, zijn zuiver zwart. 
De zwarte kleur moet minstens drievierde van de lengte der voorbenen in beslag nemen, bij de 
achterbenen strekt deze kleur zich uit tot 1á 11/2 cm boven het spronggewicht (hiel). 
De staart is zuiver zwart.

Oranje (Niet Erkend) :

De dekkleur is egaal intens oranjerood met een goede glans over het gehele lichaam. 
De buik en onderzijde van de staart zijn iets matter van kleur. 
De oogringen zijn smal en iets lichter van kleur dan de dekkleur. 
De oogkleur is bruin tot donkerbruin. 
De nagels zijn hoorn- tot donkerhoornkleurig. 
De snorharen zijn oranjerood. 

Tussenkleur. 
De intense oranjerode dekkleur zet zich zo ver mogelijk naar de haarbasis voort.
Hoe dieper het oranjerood zich naar de haarbasis uitstrekt hoe beter.

Grondkleur. 
De grondkleur is lichter dan de tussenkleur. 
De grondkleur is niet scherp begrensd. 

Bruin :

De dekkleur is glanzend donkerbruin gelijk die van bittere chocolade van neuspunt tot staarteinde egaal. 
De borst- en buikkleur is gelijk aan de dekkleur, met dien verstande dat ze over het geheel wat doffer is (minder glans). 
De snorharen zijn donkerbruin, evenzo de nagelkleur.
De oogkleur is donkerbruin, onder een bepaalde belichting tonen ze een rode gloed. 
De tussenkleur volgt de dekkleur zo ver mogelijk. 
Hoe dieper zich het bruin naar de wortel uitstrekt, hoe beter. 
De grondkleur is zuiver blauw aan de wortel, bij twee overigens gelijke dieren gaat het dier met de donkerste grondkleur voor. 
Deze grondkleur mag echter nooit de zuiverheid van de dekkleur aantasten, maar deze in diepte versterken.

statistics for vBulletin