Welkom
op deze pagina die gaat over ziektes bij konijnen.
U vind hier informatie die wij met toestemming van de
diverse auteurs (die wij vermeld hebben) overgenomen hebben.
Auteur is o.a.Marjo van de Berg, schrijfster van veel
konijnen gerelateerde artikelen
SYMPTOMEN (niet alle symptomen hoeven gelijktijdig gezien te
worden)
Blaasproblemen
Blaasproblemen
en blaasstenen bij het konijn
Bladder
Disease and Bladder Stones in the Rabbit
Sue A. Kestenman, DVM
Eerste
tekenen
Iemand
die oplet kan vaak een blaasprobleem bij het konijn signaleren
voordat het dier apathisch wordt of vermagert, of in een
levensbedreigende situatie komt te verkeren. Tekenen van
beginnende problemen zijn verschillend per konijn, maar je moet
diergeneeskundige hulp zoeken als een van de volgende dingen
gebeurt:
-verlies van goede konijnenbakgewoontes
-zich strekken (persen) bij het plassen
-steeds in en uit de konijnenbak springen
-nat rond de geslachtsorganen of
-chronische huidirritatie in dat gebied vanwege de brandende urine
-urine die er uitziet als tandpasta
-bloed in de urine
(Bloed in de urine moet bevestigd worden door een microscopisch
onderzoek, of met een urine "dipstaafje" die bij een
apotheek gekocht kan worden. Veel mensen verwarren de rode
kleurstof die vaak vrijkomt na het eten van bepaalde groente met
bloed in de urine).
Diagnose
Elk
dier met klinische tekenen zoals boven vermeld zouden onderzocht
moeten worden door een dierenarts. Een ervaren konijnendokter
gebruikt een urine-analyse en een röntgenfoto als eerste
stap om een blaasprobleem vast te kunnen stellen. Omdat bij
konijnen blaasstenen en blaas’drab’ (neerslag van gruis in de
blaas) voornamelijk uit kalk bestaat, kan dit op gewone
röntgenfoto’s gezien worden. Je dierenarts moet waarden van een
normale konijnen urine-analyse weten, en hij moet weten hoe een
röntgenfoto van een normale konijnenblaas er uitziet. Veel
gezonde konijnen kunnen toch wat materiaal in de blaas hebben wat
op een röntgenfoto gezien wordt, maar ze zullen geen afwijkende
urine-analyse hebben of klinische tekenen die wijzen op een
blaasprobleem. Als eenmaal een blaasprobleem is vastgesteld, zal
de dierenarts met behulp van een urinekweek en gedegen
bloedonderzoek de ernst van de ziekte kunnen bepalen, en de
behandeling van dat specifieke konijn.
Als
er stenen ontdekt worden
Als
de patient echt blaasstenen heeft moeten ze operatief verwijderd
worden, omdat ze er meestal niet uitkunnen, en er geen manier
bekend is om ze te laten verpulveren. Als de stenen niet ontdekt
worden zullen ze steeds groter worden, en de blaaswand gaan
irriteren en beschadigen, waardoor chronische infectie kan
ontstaan of onsteking van de blaas, waardoor het konijn ernstig
ziek wordt. Afhankelijk van de toestand van het konijn ten tijde
van de diagnose zal de dierenarts de toestand eerst moeten
stabiliseren met vochttherapie, kunstmatige voeding of eerst een
antibioticum kuur moeten geven voordat de operatie kan
plaatsvinden. Na de operatie moeten de meeste konijnen tenminste 1
of 2 dagen opgenomen blijven om voortdurend vocht toegediend en
pijnbestrijdingsmiddelen te krijgen, voordat ze naar huis mogen.
"Zand"
in de blaas
Als
een konijn geen blaasstenen heeft, maar een neerslag in de blaas
heeft van dikke "drab" of "zand" kan de
behandeling beter medisch dan operatief gebeuren. Weer is aan te
bevelen dat de algehele gezondheidstoestand van het konijn wordt
bekeken, niet alleen met de urine-analyse en de röntgenfoto
hiervoor genoemd, maar ook met een urinekweek, serum.... en een
compleet bloedonderzoek. Hiermee zal de dierenarts in staat zijn
de mate van de ziekte vast te stellen, en of andere organen, zoals
de nieren, aangetast zijn. Voor een konijn met "blaas
drab" kan het nodig zijn dat het een paar dagen in een
kliniek word opgenomen om vocht toegevoegd te krijgen en
antibiotica. De dierenarts moet misschien handmatig helpen de
dikke drab uit de blaas te krijgen, en soms zal het nodig zijn het
konijn een pijnstiller te geven voor blaas- en plasbuispijn en
krampen.
De
thuisverzorging van konijnen (nadat de behandeling in de kliniek
is afgerond) omvat een antibioticum kuur van tenminste tien dagen.
Soms kan een antibioticum kuur van een paar weken nodig zijn als
de urine-kweek een ernstige infectie uitwijst..Verandering van
voer kan ook belangrijk zijn om te voorkomen dat blaasproblemen
terugkomen.
Preventie
Konijnen
ouder dan 6 maanden met een blaasprobleem-geschiedenis moeten voer
krijgen met weinig calcium. In sommige groenten/kruiden, zoals
broccoli en peterselie zit veel calcium.
Wat
in het bijzonder niet gegeven zou moeten worden,
zijn knaag- of likstenen. Deze stenen bevatten extra calcium, dit
is iets wat een konijn beslist niet mag hebben. De stenen zijn
schadelijk voor de gezondheid te noemen, en kunnen oorzaak zijn
van het ontstaan van blaasdrab, of blaasstenen.
Dieren
met overgewicht moeten gewicht verliezen. Doe dit nooit door
radicaal minder voer te geven! Verminder het voer elke dag iets.
Elk konijn moet de gelegenheid hebben een paar uur per dag vrij
rond te lopen. Probeer hem meer te laten bewegen door het soort
speelgoed wat je hem geeft, verander dingen in zijn omgeving zodat
hij nieuwsgierig heen en weer rent om alles te onderzoeken. Speel
zelf ook met hem.
Alle
konijnen waarbij een bacteriegroei is geconstateerd bij een
urinekweek zouden weer een urine-analyse en een urinekweek moeten
krijgen nadat de antibioticum behandeling is afgerond, om er zeker
van te zijn dat de infectie weg is. Zelf met de beschreven
behandelingen en verandering van de voeding kunnen blaasstenen
soms terugkomen, dus het is belangrijk dat het konijn elke zes
maanden onderzocht wordt door de dierenarts en dat er een
röntgenfoto gemaakt wordt. Als door oplettendheid blaasproblemen
vroegtijdig onderkend worden zijn ze onder controle te houden en
hoeft er geen permanente schade aangericht te worden aan de
gezondheid en de levensduur van het konijn.
References
1.
Veterinary Clinics of North America, Small
Animal Practice, Jan 94
2. Robert Clipsham, DVM, Veterinary Post Graduate Institute
Conference, Seattle
1993 "Clinical Considerations for Pet Rabbits"
conference notes P265
Coccidiose
Coccidiose.
Het komt
veel voor dat zich in het lichaam van een konijn coccidïen
bevinden, zonder dat het konijn ziek wordt. Als bij onderzoek van
de keutels coccidïen gevonden worden is het niet altijd gezegd
dat dan een behandeling moet volgen.
Coccidïen zijn
microscopisch kleine, eencellige parasieten die het darmstelsel en
de lever van konijnen zowel als andere dieren aantasten.
Coccidïen zijn de meest voorkomende parasieten in het darmstelsel
van een konijn en een veel voorkomende oorzaak van ziekte van
jonge konijnen.
De symptomen van
coccidiose treden meestal op tijdens of vlak na stress,
bijvoorbeeld door weersveranderingen, omgevingsveranderingen, een
lange autorit, een zeer vieze kooi of bij koorts. In het algemeen
wordt het darmkanaal het eerst aangetast, wat in milde gevallen
resulteert in diarree. In ernstige gevallen is de ontlasting
waterig, met stukjes ontlasting en kan er zelfs bloed in de
ontlasting voorkomen. Het konijn droogt hierdoor snel uit,
verliest gewicht, wordt lusteloos en wil niet meer eten en/of
drinken.
Alle
konijnen-coccidïen zijn leden van dezelfde familie, de Eimeria.
Er zijn 12 soorten konijnen-coccidïen gesignaleerd in
geïnfecteerde konijnen, maar slechts een paar hiervan zijn
belangrijk genoeg om een konijn ziek te maken. Verder moet de
weerstand van het konijn verminderd zijn, of er moeten twee of
meer verschillende coccidïen (die elkaars ziekmakende werking
versterken) aanwezig zijn om ziekte te veroorzaken.
Daarom is de precieze rol van de verschillende soorten coccidïen
in het veroorzaken van een ziekte niet helemaal bekend. Intussen
hoeft bij de aanwezigheid van slechts een paar coccidïe oöcysten
(het stadium dat de coccidïen zich in de uitwerpselen van het
konijn genesteld hebben) bij een parasitair onderzoek van de
keutels niet perse de diagnose coccidiose gesteld te worden.
De belangrijkste
soorten darmcoccidïen zijn E. perforans, E. magna, E. media
en E. irresidua, hoewel de soort coccidïen waarmee het
konijn besmet is niet zo belangrijk is als de gezondheid van het
konijn. Konijnen worden besmet door het eten van keutels die de
coccidïe oöcysten bevatten. Dit kan gebeuren als het konijn zijn
voeten of zijn vacht schoonmaakt, waar keutels van een ander,
besmet konijn aan zitten. Hoewel konijnen hun blindedarmkeutels
eten wordt over het algemeen aangenomen dat daar geen
besmettelijke oöcysten in zitten. Klinische tekenen van
darm-coccidiose varieren sterk, afhankelijk van de leeftijd van
het konijn, de betrokken organismen, de mate van besmetting en de
kans op ziekworden van het dier (beïnvloed door leeftijd, stress,
dieet etc.) De tekenen zijn vaker te zien bij jonge konijntjes met
hun onvolgroeide immuniteitssysteem. De symptomen kunnen zijn:
gewichtsverlies, met tussenpozen hevige diarree dat bloed of slijm
kan bevatten, en uiteindelijk uitdroging. Maar vooral bij
volgroeide konijnen kunnen regelmatige gasaanvallen of
verstoppingen, terwijl de keutels niet afwijkend zijn, ook in de
richting van coccidiose wijzen. Dieren die lijden aan zware
diarree kunnen een ernstige aandoening aan de ingewanden krijgen,
een blokkade van de darmen doordat deze in elkaar kronkelen.
Sterven aan
coccidiose wordt meestal veroorzaakt door uitdroging en bijkomende
bacteriële infecties. Behandeling en preventie van
darm-coccidiose is hetzelfde als voor lever-coccidiose. Er zijn
geen vaccinaties mogelijk tegen coccidiose.
Cyniclomyces
guttulatus,
een gist die gevonden kan worden in konijnenkeutels, wordt
vaak bij een uitwerpselen-onderzoek verward met
coccidïën. Dit is een vergissing die regelmatig gemaakt
wordt door dierenartsen die niet erg bekend zijn met
konijnen. Deze gist maakt deel uit van de normale
darmflora van konijnen. De Nederlandse benaming is
brillendoosgist.
Eimeria stiedae
Slechts één
soort, Eimeria stiedae, die in de lever parasiteert, wordt
buiten het darmstelsel gevonden. Eimeria stiedae kan in
elke grote groep konijnen gevonden worden, van fokkerij tot
opvangcentrum.
Er kunnen lichte
infecties zijn zonder symptomen, of er kan lichte of vertraagde
groei van de coccidïen zijn, maar de ziekte kan vooral bij jonge
konijnen fataal verlopen. Bij baby-konijntjes kan de
leveraantasting zo snel gaan, dat ze van het ene op het andere
moment dood omvallen! Zwaar geïnfecteerde konijnen vertonen
tekenen die wijzen in de richting van storing van de leverfunctie
en blokkering van de galwegen. Deze konijnen stoppen met eten en
verzwakken: op het laatst van de ziekte hebben ze diarree of
verstopping. Soms is de (onder)buik vergroot en de huid kan een
gelige kleur krijgen. Rontgenfoto’s kunnen uitwijzen dat de
lever vergroot is en dat er veel vocht in de buik zit.
Bloedproeven zullen bevestigen dat de lever beschadigd is en dus
zal de diagnose lever-coccidiose gesteld kunnen worden.
De bevestiging van
de ziekte is gebaseerd op het vinden van oöcysten in uitwerpselen-
of galmonsters. Alle konijnen in een geïnfecteerde fokkerij of
huishouden moeten behandeld worden tot de ziekte uitgewoed is. De
belangrijke rol van deze medicijnen is de groei van de parasiet
tegen te houden tot het konijn weerstand opgebouwd heeft en de
coccidiën weer onder controle heeft.
DE BEHANDELING VAN
COCCIDIOSE
Voor de behandeling van
coccidiose kunnen op sulfa gebaseerde medicijnen gekozen worden,
zoals bijvoorbeeld ESB3 of clazuril. Soms wordt tegelijkertijd
trimethoprim-sulfa ingezet. Dit laatste is vooral nuttig bij een
zware besmetting, als de coccidiën de darmwand zo ernstig
beschadigen dat E. Coli of een andere bacterie een ernstige
bijkomende infectie kan veroorzaken. De vroege delingsstadia van
de parasiet in de darmwand kunnen niet door deze middelen worden
afgedood, alleen de laatste delingsstadia, die onder andere voor
voortplanting zorgen, en de oöcysten produceren. De
genoemde medicijnen kunnen de deling van de organismen tegenhouden
maar niet de coccidiën doden. Doordat de deling afgeremd wordt,
kan het konijn weerstand tegen de coccidiën ontwikkelen, en op
deze manier zichzelf genezen.
ESB3 moet vaak als poeder in het drinkwater als kuur gegeven
worden. Echter is het twijfelachtig hoeveel medicijn dan werkelijk
wordt ingenomen, zeker als een konijn te ziek is om te drinken.
Wanneer een konijn niet of nauwelijks drinkt is het nodig om
regelmatig over de dag het zieke dier met een spuitje wat van de
oplossing rechtstreeks in de mond te geven. Of van dit medicijn
kan een sulfadrankje met een smaakje worden gemaakt (dierenarts),
wat ook direct met een spuitje in de mond wordt ingegeven. Het meest effectieve middel om coccidiose te behandelen
is toltrazuril (Toltrazuril drops®, Baycox®)
Dit middel werkt op alle stadia van de coccidiën cyclus, dus ook
op de vroegste deling. Toltrazuril is verder ook het meest
effectieve middel bij levercoccidiose. Dit middel wordt direct in
de mond ingegeven. Het is af te raden om het door het drinkwater
te doen, omdat het erg vies is en het konijn niet zal willen
drinken. Het is verstandig de kuur te herhalen.
Hygiëne is uiterst belangrijk. De
oöcysten in keutels van 36-48 uur oud vormen sporen die de
omgeving besmetten. De kooi moet daarom dagelijks schoongemaakt
worden, en dagelijks wordt vers stro gegeven. De voer- en
waterbakken en drinkflesjes worden veelvuldig gereinigd. Keutels,
ook in de leefomgeving, kunnen beter direct verwijderd worden
zodat geen (her)besmetting kan plaatsvinden.
***
Darmimmobiliteit
Darmimmobiliteit, een dodelijke kwaal
Wanneer de normale, samentrekkende
bewegingen (peristaltische bewegingen) van de darmen niet of
nauwelijks meer plaatsvinden wordt van darmimmobiliteit (‘ileus’)
gesproken.
Waardoor wordt
darmimmobiliteit veroorzaakt?
Er is een aantal redenen aan te geven waardoor de darmen van een
konijn niet meer samentrekken:
stress.
uitdroging.
pijn, veroorzaakt door bv. een
infectie of andere ziekte.
verstopping van het darmkanaal.
onvoldoende ruwe vezels in het eten.
neurologische oorzaak
Wanneer darmimmobiliteit niet behandeld
wordt, kan het konijn op een pijnlijke manier sterven. Doordat de
darmen niet meer samentrekken kan voedsel of opgelikt haar vast
komen te zitten in het darmkanaal, waardoor dit verstopt raakt.
Ook zal de dikke darm niet geleegd worden. Hierdoor kunnen
schadelijke bacteriën tot ontwikkeling komen (bv. Clostridium
bacteriën, die familie zijn van de tetanus en de botulisme
soorten), die bij grote aantallen gasvorming veroorzaken (zeer
pijnlijk voor het konijn), of giftige stoffen produceren die door
de lever weer afgebroken moeten worden. Dit vormt een dusdanig
zware belasting voor de lever, dat in veel gevallen de feitelijke
doodsoorzaak van darm-immobiliteit het falen van de lever is.
Symptomen van darmimmobiliteit
Geen of kleine keuteltjes (speldenknopjes),
die soms aan de haren blijven kleven. (Soms zijn de keuteltjes
zeer klein, en ingekapseld in helder of gelig slijm. In dat geval
is er sprake van een acute situatie, en moet direct de hulp van de
dierenarts ingeroepen worden.) De darmen maken ook geen normaal,
zacht borrelend geluid. In plaats daarvan borrelt de darm zeer
hard (door het ontstaan van grote, pijnlijke gasbellen), of is de
darm doodstil. Het konijn is apathisch, wil niet eten, of zit in
elkaar gedoken en knarsetandt vanwege de pijn.
De "haarbal-mythe".
Helaas wordt nog te vaak bij een konijn dat darmimmobiliteit
heeft, de diagnose ‘hij heeft een haarbal’ gesteld. In feite
ontstaat een haarbal door darmimmobiliteit, en niet andersom.
Een dierenarts die weinig konijnen behandelt, en niet weet hoe
de buik van een konijn moet aanvoelen, stelt vaak zo’n
verkeerde diagnose, wanneer de buik ‘deegachtig’ aanvoelt.
Een ‘deegachtige’ buik bij een konijn is echter alleen een
teken dat er iets aan de hand is wanneer de dikke darm leeg is,
en het konijn pijn heeft wanneer de buik betast wordt. Net als
bij de meeste planteneters zijn de maag en de darmen van een
normaal, gezond konijn nooit helemaal leeg. Een konijn kan
normaal eten tot vlak voordat darmimmobiliteit ontstaat.
Hierdoor kan de maag behoorlijk gevuld zijn wanneer de darmen
stoppen met bewegen. Deze voedselmassa maakt een deegachtige
indruk bij het betasten van de buik, maar heeft dus niets met
haarballen te maken. Een haarbal bij een konijn bestaat voor het
grootste deel uit voedsel, bijeengehouden door haren en slijm,
dit in tegenstelling tot de bekende haarballen van katten.
Tenzij deze haarbal kan indrogen tot een vaste, harde bal,
zullen toegediend vocht en enzymen deze haarbal kunnen afbreken
en oplossen. Het behandelen van een konijn voor haarballen heeft
echter geen zin wanneer geen aandacht geschonken wordt aan de
darmimmobiliteit!
Als er een vermoeden bestaat dat een
konijn last heeft van darmimmobiliteit is het noodzakelijk direct
met het konijn naar de (konijnkundige) dierenarts te gaan. Deze
zal de buik van het konijn beluisteren en betasten. Daarnaast kan
de dierenarts een röntgenfoto maken van de buik om vast te
stellen of de darmen normaal voedsel bevatten, of dat er ergens
een blokkade of een gasophoping aanwezig is.
Wanneer de darm niet volledig geblokkeerd is, kan de blokkade het
beste met medicijnen behandeld worden. Een gastro-enterotomy (het
open snijden van de maag) kan wel gedaan worden om een blokkade
uit de maag te verwijderen, maar vaak overleeft het konijn de
operatie niet. En bij konijnen die de operatie zelf overleven
treedt vaak peritonitis (perforatie van de maagwand) of een andere
complicatie op; opereren moet dus gezien worden als de
allerlaatste toevlucht.
Kan darmimmobiliteit succesvol
behandeld worden?
Wanneer de dierenarts vastgesteld heeft
dat er een blokkade in het maagdarm kanaal aanwezig is moet met
behulp van vezels, vocht, pijnstiller, laxeermiddelen, enzymen,
darmstimulerende middelen en een antigasmiddel (Equate, Infacol of
Ceolat) geprobeerd worden de blokkade op te heffen. Wanneer dat
lukt kan de darmbeweging weer op gang komen.
Wanneer de dierenarts vastgesteld heeft dat er geen blokkade in
het maagdarm kanaal aanwezig is, is het moeilijker de darmbeweging
weer op gang te krijgen. Immers is de oorzaak van het stilvallen
in dat geval onbekend.
Vooral bij oudere konijnen kan een neurologische stoornis uitval
van de darmbeweging veroorzaken. Darmstimulerende middelen (Primperan
en/of Cisaral drops), pijnstiller, hoogvezelig dwangvoer
(Recovery) en vocht kunnen ingezet worden. Vitamine B kan gegeven
worden om de eetlust te stimuleren en omdat deze vitamine niet
meer via de blindedarmkeutels opgenomen worden. De
lichaamstemperatuur moet steeds in de gaten gehouden worden, zodat
het konijn niet gaat onderkoelen. Antibioticum geven is af te
raden tenzij een bacteriële infectie oorzaak is van de
darmimmobiliteit.
Vanwege de dreigende enterotoxemie (darmvergiftiging veroorzaakt
door de bacterie Clostridium spp) kan cholestyramine ingezet
worden, en Equate, Infacol of Ceolat gegeven worden. Deze middelen
zijn essentieel voor het bestrijden van de pijnlijke darmgassen.
Wat kan ik zelf doen.
Buikmassage.
Een van de effectiefste manieren om een lui darmstelsel aan de
gang te krijgen is met zachte buikmassage.
Zet het konijn op een handdoek, op een stevige ondergrond, zodanig
dat het konijn er niet af kan springen en/of zichzelf verwonden.
Masseer, met de handen en vingertoppen, zachtjes de buikstreek.
Masseer steeds dieper in de buik als het konijn dit toelaat, maar
niet zo diep dat het pijnlijk voor het konijn is. De interne
organen van een konijn zijn zeer gevoelig, en kunnen gemakkelijk
gekneusd worden, waardoor de zaak alleen maar erger wordt.
Naast handmassage kan ook een elektrisch
massage apparaat gebruikt worden. Dit is meestal nog effectiever,
en het is dus een goed idee om een massage apparaat aan te
schaffen met een groot, plat vlak, dat gedurende lange tijd tegen
de buik van het konijn gehouden kan worden. Het apparaat moet
traploos verstelbaar zijn en heel licht kunnen trillen, zodat het
darmstelsel niet juist nog meer geirriteerd wordt.
Druk het massage apparaat tegen de buik van het konijn, begin bij
de onderbuik en werk langzaam naar boven toe. Hoewel het konijn in
eerste instantie alles een beetje vreemd zal vinden, zal het vrij
snel merken hoe aangenaam het is, en de massage als prettig
ervaren. Behalve de stimulans op de spieren, die de massage geeft,
lijken gasbellen ook verkleind te worden en vermindert de massage
de koliek (darmkramp). Pas de massage toe zo lang en zo vaak als
het konijn het goed- en prettig vindt.
Vocht.
Het is belangrijk dat het konijn voldoende vocht opneemt zodat de
darminhoud niet uitdroogt en een harde massa kan worden die de
darm niet meer kan passeren. Het geven van water is natuurlijk
prima, maar een elektrolytische drank (dierenarts, of
Orisel-apotheek), is nog beter. Geef in geen geval suikerhoudend
vocht, omdat hierdoor de schadelijke darmbacteriën zich sterk
kunnen vermeerderen.
Voedsel.
Het konijn moet steeds wat eten, als de oorzaak een verstopping is
laag-vezelig voedsel, bijv. Juvenile (van Harrison, dierenarts).
Is de oorzaak geen verstopping dan zeer hoogvezelig voedsel zoals
Recovery (dierenarts). Omdat het konijn zelf niet zal willen eten
zal het gedwangvoerd moeten worden. Dit kan met behulp van een
injectiespuitje zonder naald (dierenarts).
Voor Recovery is een spuit met een wijde opening nodig. Duw de
tuit van de spuit aan de zijkant van de mond van het konijn, net
achter de snijtanden, en spuit rustig 1-2cc per keer in de mond.
Dit is een hoeveelheid die het konijn makkelijk kan slikken. Let
op dat het konijn zich niet verslikt.
NB in het artikel Torticollis
staan nuttige aanwijzingen voor het voeren van hoogvezelig
dwangvoer met een klein spuitje. Dit lukt beter dan voeren met een
grote spuit.
Het beste is wanneer het konijn elk uur ca. 2 ml. per kg.
lichaamsgewicht naar binnen krijgt.
Hooi.
Wanneer het konijn geen enkele soort hooi wil eten, kan alfalfa
misschien uitkomst bieden. Hoewel alfalfa niet dagelijks gegeven
mag worden (het bevat teveel proteïnen, calorieën en calcium),
moet het in dit geval maar een keer. Voer het konijn wat alfalfa,
al moet het sprietje voor sprietje, maar zorg dat het wat vezels
binnenkrijgt. De vezels helpen bij het transporteren van de
darminhoud, en stimuleren de darmwand-spieren zodat de
peristaltische bewegingen verbeteren. Verse, vochtige bladgroenten.
De darmen kunnen ook gestimuleerd worden door het konijn verse,
vochtige bladgroenten te geven. Als het konijn dat niet wil eten,
probeer dan kruiden zoals munt, basilicum, dille, koriander,
peterselie, enz. Meestal zal een van deze kruiden de eetlust van
het konijn opwekken. Het is dus handig om een gevarieerde voorraad
kruiden bij de hand te hebben.
Lacto-bacteriën.
Hoewel lactobacteriën (lactobacillus acidophilus) normaal
gesproken niet in het darmstelsel van een konijn voorkomen, blijkt
een dosis lactobacteriën het konijn te helpen de crisis door te
komen, totdat de darmen weer gaan bewegen. Hoewel er geen
verklaring voor is, werkt het wel. Gebruik in ieder geval een
lactobacterie product dat niet op zuivel gebaseerd is, en zeker geen
Yakult. De suikers en koolhydraten die in dit product zitten
stimuleren de groei van schadelijke bacteriën.
Via dierenartsen is Bene-Bac of Protexin verkrijgbaar.
Behandeling
door de dierenarts.
Darmstimulerende middelen Een medicijn dat de peristaltische
bewegingen van de darmen opwekt, zoals Cisaral drops (= Cisapride)
of Primperid (=Metaclopramide), kan uitkomst bieden. Dit mag
echter alleen gegeven worden wanneer vastgesteld is dat er geen
blokkades in de darm aanwezig zijn, dus dat de darm niet onder
spanning staat en erg pijnlijk is. De genoemde medicijnen zijn
beide veilig aan konijnen te geven en zeer effectief. Verder is
het middel cisapride, dat nauwelijks bijwerkingen heeft, goed
geschikt om langere tijd gegeven te worden.
Het kan in sommige gevallen wel twee weken duren voordat de darmen
weer goed bewegen, dus geduld en een goede verzorging van het
konijn zijn essentieel. In ernstige darm-immobiliteitsgevallen is
het aan te raden Primperid als Cisaral drops tesamen in te zetten.
Ontgiftingsmiddel
De stof Cholestryramine (Questran) kan gebruikt worden om negatief
geladen, niet in water oplosbare stoffen te binden, bijvoorbeeld
giftige afvalstoffen van Clostridium bacteriën. Het middel
Questran wordt bij de mens gebruikt als cholesterol verlagend
medicijn, en is goed verkrijgbaar. Wanneer een konijn slijmerige
ontlasting heeft is de kans groot dat dit veroorzaakt wordt door
een explosieve toename van clostridium bacteriën, die uiterst
giftige afvalstoffen maken. Met Questran kunnen deze afvalstoffen
gebonden worden en zonder schade via de ontlasting verdwijnen. Het
gebruik van het middel Questran moet met enige zorg gedaan worden:
geef het middel in een ruime verdunning met water via de mond in.
Juist omdat Questran zelf hygroscopisch is (water bindend) moet
veel extra water toegediend worden om te voorkomen dat de
ingewanden van het konijn uitdrogen. Verder is Questran
ongevaarlijk; de darmbewegingen worden niet verstoord, en het
wordt niet door de darmen opgenomen. Het middel werkt dus direct
op de inhoud van de darmen in
Onderhuids
vocht
Een onderhuids ingespoten Ringer-Lactaat oplossing zorgt er voor
dat het konijn niet uitdroogt, en het helpt tevens om de
elektrolyten in balans te houden. Het injecteren van Ringer-Lactaat
oplossing, zelfs wanneer het konijn niet uitgedroogd aanvoelt,
helpt om vastzittende, ingedroogde voedseldelen in de darmen zacht
te maken, en zorgt dat het konijn zich wat beter voelt. Een konijn
met uitdrogingsverschijnselen voelt zich moe en ziek, en heeft
nauwelijks zin in eten of drinken. Daarom is het een goed idee om
Ringer-Lactaat oplossing preventief toe te laten dienen, tenzij
het konijn zwakke nieren of hartproblemen heeft.
Enzymen
Het toedienen van extra spijsverteringsenzymen kan helpen om
compacte, vastzittende voedselbrokken of haarballen (die dus een
symptoom zijn, en niet de oorzaak van het probleem!) zacht en los
te maken. Als proteïne oplossende enzymen kunnen zowel
plantaardig als dierlijke enzymen gebruikt worden. De stoffen papaïne
en bromeline, afkomstig van respectievelijk de papaja en ananas,
helpen bij het verteren en oplossen van slijmerige, vaste
voedseldelen. Ze kunnen echter keratine, hoofdbestanddeel van
haren, niet verteren.
In de webwinkel is voor dit doel Prozyme te koop, dit is een
spijsverteringsextract gemaakt van ananasstelen.
Vitaminen
Het oraal of parenteraal toedienen van vitamine B-complex
stimuleert de eetlust van het konijn en vult de tekorten aan die
zijn ontstaan.
Pijnbestrijding
Het is van levensbelang de buikpijn die een konijn met
darmimmobiliteit kan hebben, te bestrijden.Verschillende
pijnstillende middelen komen in aanmerking, zowel NSAID's (zoals
carprofen of meloxicam) als opiaten (zoals bijv. Temgesic).
Eventueel zou sulfasalazine ingezet kunnen worden, dit middel
vermindert buikpijn en heeft een gunstige werking op het
darmslijmvlies.
De weg naar het herstel
Het is essentieel dat de verzorger van
een konijn met darm-immobiliteit uiterst geduldig is, zodat de
behandeling en de medicijnen hun werk kunnen doen. Konijnen zijn
zeer gevoelig voor stress, en moeten zo min mogelijk "nare"
ervaringen hebben. Het kan soms wel dagen duren voordat er weer
uitwerpselen te voorschijn komen, en soms wel weken voordat de
darmen weer normaal bewegen. Er is zelfs een geval bekend waarbij
het konijn na 14 dagen nog geen keutels maakte, maar toch, dankzij
geduldige en consistente behandelingen (op de hiervoor beschreven
manieren) er bovenop kwam. Geduld en doorzettingsvermogen zijn dus
dé sleutelwoorden!
Ga niet vaker naar de dierenarts met het
konijn dan absoluut noodzakelijk is. Hoe meer stress het konijn
heeft, hoe langzamer het herstelt. Geef, indien mogelijk, de
medicijnen zo veel mogelijk thuis, waar het konijn zich veilig
voelt. Eigenlijk zou elke konijnenbezitter een stethoscoop in huis
moeten hebben, zodat de darmgeluiden in de gaten gehouden kunnen
worden. Wanneer de darmen weer een beetje geluid gaan maken is dit
het teken dat het konijn aan het herstellen is, zelfs zonder dat
er keutels verschijnen. Door het toedienen van de medicijnen, het
geven van voorzichtige massage en liefdevolle aandacht zal het
konijn steeds verder verbeteren, en na enige tijd komen vanzelf de
keutels. De eerste keutels zullen hard en misvormd zijn, wat
normaal is na een periode van ziekte. Het kan ook gebeuren dat het
konijn een paar keutels maakt, dan een dag niets, en de volgende
dag weer wat meer dan de eerste dag. Ook dit is normaal, en geen
reden tot paniek. De darmen schijnen een soort hortend en stotend
weer tot leven te komen in plaats van in één keer.
Antibiotica.
Sommige dierenartsen zullen routinematig
een konijn met darmimmobiliteit antibioticum geven, om de
wildgroei van Clostridium tegen te gaan (bijv. met metronidazol),
of om een secundaire bacterie geen kans te geven (bijv. met
Baytril). Hoewel preventieve maatregelen best vaak op hun plaats
zijn, is toch enige terughoudendheid met het geven van antibiotica
gewenst. Er komen steeds meer tegen bepaalde antibiotica
resistente bacteriën, waardoor een behandeling steeds moeilijker
wordt. Pas wanneer het konijn symptomen heeft die wijzen op een
bacteriële infectie (waardoor misschien de darmen niet meer
bewegen) moet een antibioticum gebruikt worden, niet eerder.
De oorzaak achterhalen.
Zodra het konijn hersteld is van de
darmimmobiliteit wordt het tijd de oorzaak van de ziekte te
achterhalen. Krijgt het konijn wel voldoende vezels? Krijgt het
misschien teveel lekkere "snoepjes"? (Steeds meer "gezond
snoep" voor konijnen verschijnt op de markt. In werkelijkheid
ondermijnt dit snoep de gezondheid ipv dat het de gezondheid
bevordert). Heeft het konijn soms te grote kiezen, of "haakjes"
aan de kiezen, of een kaakontsteking? Is er sprake van een
onderliggende infectie of andere ziekte die zoveel stress
veroorzaakt dat de darmen er mee gestopt zijn?- De
darmimmobiliteit kan een eerste aanwijzing zijn dat er iets anders
loos is.
Wanneer het konijn weer hersteld is van
de darmimmobiliteit, maar toch nog ‘ziekig’ is, is het tijd om
eens een bloedonderzoek te doen of röntgenfoto’s te laten maken,
of op een andere manier een diagnose te (laten) stellen. Wanneer
gedurende de herstelperiode van het konijn zijn temperatuur
regelmatig gemeten wordt, kan vastgesteld worden of het konijn
homeostatisch (= in evenwicht zijn van de lichaamsfuncties)
Sstabiel is.
Gebruik overigens altijd een plastic (liefst digitale)
thermometer, die kan namelijk niet afbreken, en meet altijd de
anale temperatuur. Deze ligt normaal tussen de 38.5°C en de 39.5°C.
Een hogere temperatuur dan 39,5°C betekent (te) veel stress of
een infectie, en in het laatste geval moet natuurlijk direct de
dierenarts ingeschakeld worden. Eigenlijk is een temperatuur lager
dan 38.°C erger dan een beetje verhoging. Een abnormaal lage
lichaamstemperatuur kan duiden op een shock of een infectie die
doorgebroken is naar de bloedbaan. Wanneer de lichaamstemperatuur
onder de 37,5°C ligt, is er sprake van een extreem noodgeval! Pak
dan het konijn in tussen met warm water gevulde flessen of kruiken
en ga zo snel mogelijk naar de dierenarts! Voorkomen is beter dan
genezen. Een beter medicijn dan voorkomen bestaat er niet.
Zorg ervoor dat het konijn altijd
voldoende (vers) hooi heeft, geef speciale konijnenbiks, die voor
minstens 14-16% uit ruwvezels bestaat. Zorg er ook voor dat het
konijn altijd vers, schoon drinkwater heeft. Denk er aan dat een
konijn meer drinkt uit een waterbakje dan uit een drinkfles. Geef
daarnaast het konijn dagelijks voldoende groenvoer. En vergeet
niet dat loslopen, rennen en spelen minstens net zo belangrijk is.
De beweging versterkt niet alleen de botten en spieren van het
konijn, maar stimuleert ook de darmwerking en de stoelgang als
geheel. Controleer tenslotte het konijn regelmatig op afwijkingen
of veranderingen in zijn/haar gedrag of eetpatroon. Dit is bij een
binnenkonijn beter in de gaten te houden dan bij een buitenkonijn!
Als je het niet vertrouwt, schakel dan een dierenarts in!
Darmslijmvliesontsteking
slijm tussen de keutels, niet eten of
drinken, lusteloosheid, met gasgevulde buik, buikpijn, diarree
(met of zonder bloed).
Gas
Je
gaat naar je konijn en zet eten neer, maar je konijn gaat
niet eten. Je geeft hem/haar om te testen wat lekkers, waar
normaliter de kooi voor afgebroken wordt. Maar je konijn
hoeft het niet. Blijft stilletjes zitten en als je het
lekkers voor de neus houdt wordt de kop afgewend, of je
konijn wendt zich helemaal van je af. Het kan ook dat je
konijn slap of in een ongemakkelijke houding in kooi of hok
ligt, en een doodzieke indruk maakt. Negen van de tien keer
heeft je konijn gas. Niet behandeld gas kan extreme vormen
aannemen, en tot de dood leiden. Een extreme vorm van gas is
trommelzucht. Bij de eerste tekenen van gas moet actie
ondernomen worden...
Gas...
Een
konijn heeft een zeer gevoelig, zeer uitgebalanceerd
maagdarmstelsel. De meeste problemen in geval van een ziek
konijn ontstaan in het maagdarmstelsel.
Een
van de meest voorkomende problemen is gas. Het ene konijn is
gevoeliger voor gas dan het andere, ongeacht de grootte of
het ras. Gas wordt vaak veroorzaakt door het voer wat we
geven, vooral door grote hoeveelheden kool. Kool geven wordt
om deze reden afgeraden. Ook stress is een zeer
belangrijke oorzaak van het niet goed functioneren van
darmen. Een haak aan een kies geeft pijnstress, dit kan de
darmwerking vertragen en gas veroorzaken. Coccidiose, wormen,
enteritis etc. kunnen gas veroorzaken. Verder kan overtollig
haar in het maagdarmstelsel een snelle voedseldoorvoer
belemmeren waardoor gas kan ontstaan. Dit zijn slechts
enkele voorbeelden uit de lange rij van mogelijke oorzaken.
Een konijn dat in erge mate aan gas lijdt, kan sterven als
je er niets aan doet....
Het gas veroorzaakt erg veel pijn, en daarom stopt het
konijn met eten. Na 24 uur niet eten belandt het konijn in
een zeer kritieke fase: darmimmobiliteit. Dit
betekent dat de darmen, vanwege het ontbreken van voedsel,
stoppen met bewegen. Dit proces is zeer moeilijk weer op
gang te brengen. Als de darmen te lang stilliggen, ontstaat
leverbeschadiging. De overlevingskans wordt hierdoor
minimaal.
Een
konijn kan niet boeren, gas kan er alleen via de onderkant
uit. Vaak ontstaat gas voorin het darmstelsel, in de
kronkeldarm. Het heeft dan een lange weg te gaan, voordat
het via de meters lange opgevouwen darmen eindelijk bij de
uitgang komt en het lichaam kan verlaten. Vaak lukt dat niet
goed, en de urenlange pijn kan zoveel stress op de darmen
geven dat de darmwerking helemaal stilvalt. Pijnstilling is
daarom een belangrijk onderdeel van een gasbehandeling. Een
andere probleemplek waar gas vaak ontstaat is de blindedarm.
Symptomen die het meest
voorkomen zijn: - Harde borrelende geluiden in de buik van je konijn,
of doodse stilte. Normaal hoor je zachtjes borrelen/pruttelen
als je aan de buik luistert.
- Je konijn wordt apathisch, wil met rust gelaten worden,
zit vaak met de ogen half gesloten.
- Stopt met eten (hoeft zelfs de lekkerste dingen niet).
- Je konijn ligt in een ongemakkelijke of ongebruikelijke
houding - gedeeltelijk op de zij om de pijn te verlichten (hoogstwaarschijnlijk
met het voorste gedeelte van het lichaam wat omhoog terwijl
de achterpoten relaxed lijken); of je konijn wil helemaal
niet liggen maar geeft de voorkeur om rechtop te zitten in
een heel rechte houding.
- Vaak zal je konijn rusteloos zijn, steeds een andere plek
zoeken en met de achterpoten het stro wegtrappen, dat is
vanwege de pijn.
Meer tekenen van pijn:
- - Wegrennen en zich verstoppen, als dat geen normaal
gedrag is
- - Snelle ademhaling of hijgen.
- - Knarsetanden, luid, alsof er kiezels worden doorgebeten.
- De buik zal heel hard aanvoelen, of extreem zacht.
- Als je je konijn optilt, is hij (vaak) slap.
- Geen keutels, of natte.
Om
voorbereid te zijn op gas is het
belangrijk de volgende zaken in huis te hebben:
- Equate.Dit is een baby-antigasmiddel, maar werkt
heel goed bij konijnen.(Er bestaan geen voor konijnen
ontwikkelde middelen die op gas inwerken.) Het middel heeft
geen invloed op de darmen, het wordt niet in het lichaam
opgenomen maar werkt uitsluitend in de darmen op gas, het
heeft geen invloed op verdere gegeven medicatie, dus het kan
zonder bezwaar aan een konijn gegeven worden. Het werkzame
bestanddeel is simeticon. OF:
- Infacol. (Sinds kort in Nederland
verkrijgbaar bij diverse drogisterijen) Dit is ook een simeticon
produkt, met dezelfde eigenschappen als Equate. OF
- Ceolat kauwtabletten. Deze tabletten
bevatten 80 mg. dimethicon, de juiste dosering is dus een
halve tablet per keer. De halve tablet kan als snoepje
gegeven worden, of wanneer het konijn dat niet neemt,
fijngemaakt worden en vermengd met wat water via een spuitje
gegeven worden. De frequentie van geven aanhouden zoals
beschreven staat voor de andere middelen Klik
hier voor info over simeticon)
BELGIE
Vervangende middelen in België voor Infacol/Equate zijn:
- Kestomatine tabletten. Is het Belgische
antigas-middel met als werkzaam bestanddeel dimethicon.
Kestomatine is het antigas-middel dat voor konijnen gebruikt
mag worden. De te geven hoeveelheid dimethicon (40 mg. per
dosering) is gedurende het eerste uur elke 20 minuten 1/6
tablet. Verdere behandeling is hetzelfde als met Infacol of
Equate. OF
- Ceolat kauwtabletten. Deze tabletten
bevatten 80 mg. dimethicon, de juiste dosering is dus een
halve tablet per keer. De halve tablet kan als snoepje
gegeven worden, of wanneer het konijn dat niet neemt,
fijngemaakt worden en vermengd met wat water via een spuitje
gegeven worden. De frequentie van geven aanhouden zoals
beschreven staat voor de andere middelen. OF - Rodikolan. Dit zou ook allerlei
darmproblemen waaronder gas helpen oplossen maar het is
eerder een darmstimulerend en laxerend middel. Je kan het
bij de dierenarts kopen. De dosering is 3x daags 5 à 6
druppels oraal voor dwergkonijnen en kleine konijnen en 7 à
10 druppels voor grotere rassen.
(Informatie over Rodikolan is overgenomen van knagers.net)
- Injectiespuitjes zonder
naald, alle maten. (Bij dierenarts of apotheek verkrijgbaar.)
- Pijnstillend middel zoals Metacam
- Metocloral drops dit middel werkt
maagledigend en daardoor darmstimulerend, een onontbeerlijk
middel bij gas.
- Laxeermiddel op basis van lactulose zoals
Laxatract of Tractonorm (dierenarts) of een lactulose drank
bij drogist.
- Kruik
- Stethoscoop optioneel, (eventueel kan ook met een
kokertje zoals van toiletpapier geluisterd worden naar de
darmgeluiden) Een goedkope maar goede stethoscoop is te koop.
- Dwangvoer (bij gas het beste lichtverteerbaar
voedsel, zoals bijv. baby 1e wortelhapje, supermarkt)
- Elektrolytische oplossing
Gas...wat moet ik doen?
Als je vermoedt dat je konijn
gas heeft:
- Een buitenkonijn moet direct naar binnen
gehaald worden en warmgehouden. Controleer
de lichaamstemperatuur van je konijn. Als die lager
is dan 38o C (dat merk je ook al snel
aan koude oren, met zeer koude oorpunten), moet je je konijn
opwarmen voordat hij nog verder afkoelt en
in een shock raakt.
- Leg hem op een warmtematje, een warmwaterkruik, onder een
warmtelamp, of houd hem tegen je aan, met een deken om hem
heen. Controleer regelmatig anaal met een ingevette
thermometer (voorzichtig!) om er zeker van te zijn dat de
temperatuur niet steeds lager wordt.
Als de oren warmer worden, is dat een teken dat de
lichaamstemperatuur wat oploopt. Het warm houden is
verschrikkelijk belangrijk. In de kooi zal een binnenkonijn
het stro etc. wegtrappen, en op de koude, kale bodem gaan
liggen. Zorg ervoor dat het lichaam van je konijn warm
blijft. Hier kan een kruik of een warmtematje uitkomst
bieden.
Wanneer je konijn koud wordt maar het dier wil niet bij de
warmtebron blijven, zet het dan in een kattenvervoersmand.
Op de bodem een rubberen kruik, gedeeltelijk gevuld met heet
water en daar overheen een handdoek, het konijn daar op.
Indien nodig ook nog een deken over het konijn heen. NB enkel een handdoek over het konijn leggen en geen
andere warmtebron gebruiken geeft geen warmte genoeg aan een
onderkoelend konijn.
METOCLORAL
DROPS
- Geef je konijn een dosering Metocloral drops. Dit is een
maagledigend, en daardoor darmstimulerend middel. De juiste
dosering is 0,5 ml. per kg. lichaamsgewicht. Dit mag je elke
6 uur herhalen, na 6 uur is het middel namelijk uitgewerkt.
Via dierenarts verkrijgbaar.
METACAM
- Een konijn met pijn geeft het op. Begin de gasbehandeling
daarom ook met een dosering Metacam. De juiste
aanvangsdosering van Metacam-hond is 0,13 ml. per kg.
lichaamsgewicht, na 12 uur indien nog nodig een
herhalingsdosering van
0,065 ml. per kg. lichaamsgewicht.
LET OP! Van Metacam-kat geef je een konijn een
aanvangsdosering van 0,4 ml. per kg.
lichaamsgewicht, na 12 uur indien nog nodig een
herhalingsdosering van 0,2 ml. per kg. lichaamsgewicht.
EQUATE: - Geef je konijn het eerste uur 4x (dus om de 15 minuten)
0,6 ml Equate, oraal (in de bek dus). Na het eerste uur kun
je verder elk uur 0,6 ml geven tot de toestand verbetert.
OF:
INFACOL
- Geef je konijn het eerste uur 4x (dus om de 15 minuten) 1
ml Infacol, oraal (in de bek dus). Na het eerste uur kun je
verder elk uur 1 ml geven tot de toestand verbetert.
OF:
CEOLAT
- Geef je konijn van Ceolat het eerste uur 4x (dus om de 15
minuten) 1/2 tablet, oraal (in de bek dus). Maak de
tablet fijn in water en geef het met behulp van een spuitje. Als je konijn slecht blijft, moet je het elk uur 1/2
tablet blijven geven, ook 's nachts, tot de toestand
verbetert.
LAXEERMIDDEL - Wanneer je konijn hevig in de rui is, kan het
nuttig zijn om ook een dosering laxeermiddel op basis van lactulose
te geven, omdat haaroverlast de oorzaak van de gasaanval kan
zijn.
- Doe buik
massage. Doe dit heel zacht en
voorzichtig! Alleen met de vingertoppen. Dit zal helpen de
pijn en het ongemak te verlichten en zet de darmen aan tot
bewegen. Als je merkt dat je konijn het niet prettig vindt,
en rusteloos wordt, dan stoppen. Als je konijn doodstil
blijft zitten is dit een teken dat hij het prettig vindt. Je
kunt ietsje steviger gaan masseren, let op de reactie van je
konijn. Het moeten lichte bewegingen blijven, om geen
organen te beschadigen. Massage is uiterst belangrijk,
hierdoor kun je de darmen tot bewegen aanzetten. Hoor
je tijdens massage of na het geven van het antigas-middel
harde borrelende geluiden, dan is dat een teken dat er
beweging in het gas komt.
- Probeer van tijd tot tijd of je konijn wil eten. Vanwege
de pijn zal je konijn weinig interesse hebben. Als je konijn
voedsel aanneemt, weet je dat het beter met hem gaat. Wat
peterselie wordt vaak het eerst genomen door een konijn dat
buikpijn gehad heeft.
- Geef je konijn tussendoor steeds wat water, gebruik daar
een spuitje voor. Spuit niet hard in zijn bekje maar doe het
voorzichtig. Misschien krijg je maar 1 ml. water per keer
naar binnen. Belangrijk is dat je konijn blijft drinken.
Beste is elk half uur tot een uur een paar ml. water naar
binnen zien te krijgen.
- Als het al enige uren geleden is dat je konijn gegeten
heeft, is het zinvol elk uur een paar ml. dwangvoer
te geven. Dit kan wortelhapje zijn of gemalen biks (=
geperste staafjes) met wat water tot een papje geroerd.
Dwangvoer wordt met een spuitje in de bek gegeven.
- Zorg ervoor dat er voldoende hooi is. Als je konijn weer
wil gaan eten, moet er veel vers hooi zijn. Zorg voor vers
water.
WANNEER ER GEEN SCHOT IN ZIT
Wanneer je konijn binnen een paar
uur niet wat verbetert (zich bijv. gaat wassen), of de
toestand verslechtert zelfs, of je hebt niet alle middelen
in huis, dan is het nodig dat je zo snel mogelijk een
konijnkundige dierenarts bezoekt. Zie hiervoor de lijst
konijnkundige dierenartsen
Er moet voorkomen worden dat het gas extreme vormen aan gaat
nemen (trommelzucht), want dit verloopt vrijwel altijd
fataal.
De meeste dierenartsen gebruiken helaas geen antigasmiddel
zoals Equate of Infacol, dit moet dan thuis gewoon
doorgegeven worden, naast de medicatie die de dierenarts per
injectie zal verstrekken.
- Misschien is het nodig dat je konijn een infuus krijgt, of
dat er een rontgenfoto gemaakt wordt om te zien waar het gas
zich precies bevindt.
- Vervoer je
konijn uiterst warm en neem een deken mee zodat het dier
niet op de koude behandeltafel hoeft te liggen, warmte is
van levensbelang.
NB
Laat de dierenarts onder geen beding Buscopan toedienen.
Buscopan verslapt de darmen, waardoor ze nog minder gaan
bewegen en het gas niet weg kan. Dit kan rampzalige gevolgen
hebben.
GAS IN DE MAAG
Gas in de maag is (nog) ernstiger
dan een gasophoping in de darmen. Wanneer het gas zich
namelijk in de maag bevindt, is het niet of nauwelijks
mogelijk om voedsel of medicatie toe te dienen, omdat de
maag al overvuld is. Primperid/Primperan en pijnstiller
dienen dan per injectie toegediend te worden en dit is zeker
iets wat onmiddellijk gedaan moet worden. De maag, die
normaal gesproken vrij plat is, loopt van links naar rechts,
vlak onder de borstkas. Bij veel gas in de maag kan de maag
buiten de ribben uitpuilen, deze bult is zeer duidelijk te
voelen en kan enorme proporties aannemen.
Maagmassage
Een konijn kan niet boeren, daarom moet gas wat zich in de
maag bevindt via de maagpoort naar de darm. Dan door de darm
naar de anus en zo als (stinkende) windjes het lichaam
verlaten. Dit is niet eenvoudig. Door massage kan geprobeerd
worden het gas via de maagpoort richting darm te duwen. De
maag wordt van linksonder naar rechtsboven gemasseerd. De
beweging mag niet te zacht zijn, maar ook absoluut niet te
stevig om de tere maag niet te beschadigen. Voor de massage
zet je je konijn met de rug naar je toe op schoot, leg je
handen om de borst. De opening van de maag naar de darmen
zit rechtsboven op de rug van het konijn. Als je de vingers
van de rechterhand op de maag legt en je rechterduim bovenop
de rug, dan kun je met je vingers masseren en voel je (hopelijk)
de luchtbellen onder je duim door naar de darmen gaan. Als
het gas weg kan zal de druk op de maag afnemen. Je zult de
maag steeds moeten blijven masseren opdat het gas niet weer
de maag zal vullen. Tussendoor heeft het dier rustpauzes
nodig. De reactie van je konijn op de massage is zeer
belangrijk. Als de massage helpt, zal het dier wat gaan
ontspannen. Een warmtebron onder of tegen de buik kan helpen
het gas af te voeren en geeft verlichting van pijn. Wanneer
er iets ruimte in de maag is, kunnen Primperan of
Cisaraldrops en pijnstiller wel oraal toegediend worden.
Gas in de maag is zeer moeilijk weg
te krijgen en er is kans dat de massage geen effect heeft.
De dierenarts kan proberen door middel van een sonde het gas
in de maag via de mond te laten ontsnappen. Verschillende
dierenartsen hebben deze techniek met succes toegepast maar
het lukt helaas niet altijd
Gebitsproblemen
een hapje
eten nemen en dan stoppen, steeds minder eten, geen hooi of
groenvoer meer eten, stoppen met eten, natte mondhoeken en/of kin,
een knarsend geluid tijdens het eten.
Verstopping
meestal steeds minder eten, tenslotte stoppen met
eten. De keutels worden kleiner en kleiner, en op een gegeven
moment komt er niets meer. Blijft vaak eerst levendig, later
ziek en gasvorming
Verstopping?
Traagwerkend darmstelsel! door
Maryo van den Berg
VERSTOPPING
Symptomen:
het konijn heeft steeds minder eetlust, de keutels worden
kleiner en minder, of er komen geen keutels meer. In het
begin hoeft het konijn zich nog niet ziek te gedragen, je
merkt niet veel aan het gedrag.
HOE
ONTSTAAT EEN VERSTOPPING
Over het
algemeen wordt een verstopping veroorzaakt doordat het
darmstelsel te traag werkt. De reden van een te traag
werkend darmstelsel is meestal een tekort aan vezels
in de voeding. Ook gebitsproblemen kunnen
een reden zijn van minder goed eten en als gevolg daarvan
het trager werken van de darmen. Pijn vanwege
gebitsproblemen geeft namelijk stress die de darmbeweging
direct vertraagt. Wanneer de darmen te traag werken kan,
vooral in de ruiperiode, overmatig opgelikt vachthaar de
boel gaan stagneren. Behalve haar kunnen er nog andere
redenen van stoornissen in het maagdarmstelsel zijn, zoals
een gehele of gedeeltelijke blokkade door onbekend materiaal
(bijv. stukjes tapijt, karton), verklevingen na operaties,
darmparasieten en vergiftiging (bijv. lood). Het is
belangrijk uw konijn goed door uw dierenarts te laten
onderzoeken (evt. rontgenfoto) om precies te weten wat er
aan de hand is en de behandeling hierop af te stemmen.
WAT
GEBEURT ER
Als de
darmbeweging te traag is, blijft het voedsel te lang in de
maag. Het konijn heeft een vol gevoel in de maag en
wil niet of nauwelijks meer eten, daardoor gaan de darmen
nog langzamer bewegen, of vallen stil. Het konijn stopt nu
met eten en vaak ook met drinken. Het lichaam heeft toch
vocht nodig, en ontrekt dat nu onder meer aan de onverteerde
voedselbestanddelen die in de maag aanwezig zijn. Hierdoor
kan de voedselmassa in de maag uitdrogen en veranderen in
een massieve, stevig vastklevende massa, die niet in
beweging te brengen is. Bij het voedsel wat zich nog in de
darmen bevindt gebeurt precies hetzelfde.
SYMPTOMEN
VAN EEN TRAAGWERKEND DARMSTELSEL
De
symptomen van een te traag werkend darmstelsel zijn steeds
kleiner wordende keutels, terwijl de hoeveelheid doorgaans
sterk vermindert. Aan het gedrag van het konijn valt nog
niet veel te merken: het is opgewekt en levendig en wil nog
steeds kranten scheuren of aan dingen knagen. Wel zal
meestal de eetlust afgenomen zijn of wordt het voedsel met
lange(re) tussenpozen gegeten. Op een gegeven moment worden
de keutels piepklein en blijven tenslotte uit; op dit punt
eet het konijn nauwelijks of helemaal niet meer. Mogelijk
verschijnen er af en toe nog wat zachte, puddingachtige
keutels. Het uitblijven van de keutels betekent dat de
darmen niet meer bewegen; het traagwerkende darmstelsel is
uitgemond in darmstilstand ofwel darmimmobiliteit. Aan deze
toestand moet snel iets gedaan worden want anders zal het
dier snel erg ziek worden en sterven.
Het
spijsverteringsstelsel van een konijn kan maximaal
24 uur zonder voedsel. Daarna gaat het mis.
VERSTOPPING:
DE BEHANDELING
Er kan
onderscheid gemaakt worden tussen een beginnende en
een volledige verstopping, en beide hebben een
verschillende aanpak nodig.
Beginnende
verstopping
De typische symptomen van een beginnende verstopping zijn
dat de keutels steeds kleiner worden en het aantal wordt (meestal)
steeds minder. De keutels zijn hard (uitgedroogd) en hebben
vaak grillige vormen en/of kunnen als een kettinkje aan
elkaar zitten. Het konijn heeft op dit punt al vaak een
verminderde eetlust of doet langer over het eten (eet in
etappes). Verder is niet echt afwijkend gedrag te zien.
Het is belangrijk dat een konijn met een beginnende
verstopping veel vochtige vezels te eten krijgt om de
darmwerking te versnellen, dus veel hooi en nat gemaakt
groenvoer. Droogvoer kan nu beter tijdelijk achterwege
gelaten worden. Let op dat je konijn goed blijft drinken,
anders moet extra vocht gegeven worden; dit doe je al
enigszins door het groenvoer nat aan te bieden.
Wanneer je konijn te weinig eet kan hij beter al wat
bijgevoerd worden met hoogvezelig dwangvoer, zoals Recovery.
Een pijnstiller is nuttig om je dier in een zo optimaal
mogelijke conditie te houden.
Geef daarbij driemaal daags (door het voedsel) een enzym dat
helpt het voedsel in het maagdarmstelsel af te breken.
Hiervoor kun je Prozyme gebruiken, dit is
te koop.
-
Eventueel kun je, in plaats van Prozyme, vers geperst
ananassap gebruiken. Geef nooit sap uit pak of
blik of iets dergelijks, dit bevat namelijk niet (meer) de
nodige enzymen. Sap uit pak of blik kan zelfs door het
suikergehalte voor grotere problemen zorgen, zoals een
gasbuik. Er zijn ook papaya enzym tabletten tegen haarballen
bij katten in de handel, die voor dit doel te gebruiken zijn
wanneer vaststaat dat het probleem door haaroverlast
veroorzaakt werd. Je kunt deze een paar maal per dag als
snoepje geven.
Ananassap
Ananassap kan maar kort bewaard worden omdat anders
de werkzaamheid afneemt. Elke dosering dient dan ook
vers geperst te worden. Met een vork kunnen kleine
stukken ananas zonder pitten platgedrukt worden (of
gebruik een sapcentrifuge). Het sap wordt opgevangen.
Het is mogelijk om een grotere hoeveelheid te maken
en dit in te vriezen. Ideaal hiervoor is een bakje
of zakje waar je normaal gesproken ijsblokjes in
maakt. Voor de dagelijkse doseringen kan dan telkens
een ijsblokje sap ontdooid worden. Ananassap wordt
in kleine hoeveelheden (een paar ml) enkele keren
per dag oraal toegediend, met een injectiespuitje
zonder naald. Ananassap is nogal scherp en kan
branden, daardoor kan de huid rond de mond kaal en
ontstoken raken wanneer er gemorst wordt. De ananas
mag niet te onrijp zijn maar beslist ook niet te
rijp. Een te rijpe ananas bevat teveel koolhydraten
in de vorm van suikers, wat vooral nu gasvorming kan
veroorzaken.
Het is
zinvol om een laxeermiddel te geven. Hiervoor kun je het
beste kiezen voor middelen op basis van lactulose,
zoals Tractonorm of Laxatract. Deze middelen hebben geen
schadelijk effect op de darmwand en zijn osmotisch, dat wil
zeggen dat ze vocht aantrekken. Hierdoor wordt de darminhoud
smeuiig maar krijgt ook meer massa, waardoor de darmbeweging
gestimuleerd wordt. Het is nodig dat een konijn dat deze
laxeermiddelen krijgt voldoende eet en vooral drinkt,
desnoods door middel van dwang. Beter kun je geen middelen
geven op basis van vaseline (zoals Laxapast) en ook geen
paraffine, want deze middelen tasten bij langer gebruik de
darmwand aan.
De dosering van Tractonorm en Laxatract mag 3x daags ca. 1
ml. per kg. lichaamsgewicht zijn.
Wanneer de
darm niet pijnlijk opgezwollen is, is het nodig om een darmstimulerend
middel te geven zoals Metocloral drops
(of Primperan) of Cisaral drops.
* Metocloral drops stimuleert de maag om zich sneller te
legen in de darmen, waardoor hopelijk de darmen steviger
gaan bewegen en de blokkade meegevoerd wordt. Het beste kan
dit om te beginnen per injectie toegediend worden (Primperid,
door dierenarts). Daarna wordt het thuis oraal, dus via de
mond, gegeven
* Cisaral drops zorgt direct dat het onderste deel van de
darm gestimuleerd wordt om te bewegen.
- De dosering van beide middelen is 0,5 ml. per kg.
lichaamsgewicht elke 6 uur, later af te bouwen naar elke 12
uur.
Nazorg
bij beginnende verstopping
Zodra de keutels groter en talrijker worden, kun je het
laxeermiddel minderen of achterwege laten. Het is verstandig
minimaal éénmaal daags enzymen te blijven geven. Ook het
darmstimulerende middel blijf je geven, hoewel je het aantal
doseringen per etmaal voorzichtig af kunt bouwen.
Droogvoer nog steeds niet geven, of zeer minimaal. Hooi en
vochtig groenvoer moeten hun goede werk doen in de darmen,
en deze blijven aanzetten tot een stevige beweging.
Worden de keutels toch weer kleiner en minder in aantal, dan
is een laxeermiddel nog nodig. Pas als je konijn weer
normaal keutelt, dus wanneer de keutels groot, talrijk,
rond van vorm en niet uitgedroogd zijn, en het dier een
uitstekende eetlust heeft, is het gevaar van een verstopping
voorbij. Nu kun je stoppen met alle medicatie.
Volledige
verstopping
Bij volledige verstopping komen er geen keutels meer.
Konijnen met een volledige verstopping willen niet meer eten,
en zullen zeker gedwangvoerd moeten worden.
Door nat dwangvoer en enzymen wordt de verstopping hopelijk
afgebroken, danwel doorgevoerd. Het beste is om in dit
stadium eerst voeding met juist weinig of geen
vezels te geven, zodat er geen kans is dat de door vocht
opgezwollen vezels blijven steken, waardoor de blokkade zou
vergroten. Voedingsmiddelen zoals babyvoeding tot zes
maanden, bijv. wortelhapje (supermarkt), Juvenile
(dierenarts) en Convalescence support (dierenarts)
zijn geschikt
- Let wel: als de verstopping zich in de maag bevindt,
moet met dwangvoeren opgepast worden in verband met
maagoverlading.
Het beste kun je 8 tot 10 maal per etmaal kleine beetjes
dwangvoer geven (5-15 ml, afhankelijk van de grootte van je
konijn: Vlaamse reus of dwergkonijn). Het dunne dwangvoer
houdt de verstopping zacht en kan er hopelijk langs, om de
darminhoud te vergroten, waardoor de darmen in beweging
blijven.
Om uitdrogingsgevaar tegen te gaan kan het dwangvoer het
beste worden aangemaakt met een elektrolytische oplossing,
ofwel ORS-preparaat (een mengsel van glucose en zout, ook
zelf te maken, zie hieronder) bij de dierenarts verkrijgbaar.
Als je konijn niet of nauwelijks drinkt, moet het extra
vocht toegediend krijgen, zodat de maagdarminhoud zacht
blijft. Het beste kan een elektrolytische oplossing gegeven
worden.
Een konijn
heeft per etmaal minstens 50 ml. water per kg
lichaamsgewicht nodig, wanneer het konijn niet genoeg wil/kan
drinken is het nodig dat de dierenarts onderhuids vocht
toedient. Een konijn met vochttekort wordt slap en apathisch.
Elektrolytische
oplossing: zelf maken
Elektrolytische oplossingen zijn in geval van nood
zelf te maken. Voeg aan 1 liter gekookt water 1 1/4
theelepel zout en 5 theelepels suiker toe, goed
roeren zodat alles volledig is opgelost. Af laten
koelen tot lauwwarm, dit is de temperatuur waarbij
konijnen het drankje beter willen drinken.
De oplossing bewaren in de koelkast, je kunt er
steeds wat van afnemen en ietsje opwarmen. Niet
langer gebruiken dan 24 uur vanwege bacterievorming,
dan weer nieuw maken
Verdere
behandeling bij volledige verstopping
De laxeermiddelen, enzymen, pijnstiller en darmstimulerende
middelen zullen op precies dezelfde manier ingezet moeten
worden als beschreven is bij een dreigende verstopping, mits
de darm niet opgezwollen en pijnlijk is. Het is verder
zinvol om vitamine B-injecties te laten geven om de tekorten
aan te zuiveren die ontstaan door het niet eten van de
blindedarmkeutels. Let wel: vit.B werkt alleen in "familieverband",
er dient dus beslist een vit.B-complex gegeven te worden
waar de vit.B12 in voorkomt.
Dwangvoer
Wanneer er weer keutels komen, ook al zijn ze piepklein en
misvormd, kan begonnen worden met het dwangvoeren van
vezelig voer. Het speciaal voor konijnen ontwikkelde Supreme
Science Recovery (dierenarts) is hiervoor uitstekend
geschikt. Dit voer bevat 20% vezels en toegevoegde
prebiotica en elektrolyten. Nog een geschikte biks om in dit
geval te dwangvoeren is Supreme Science Selective, een zeer
hoogvezelige en lichtverteerbare biks. Dit voer bevat ook
prebiotica, en is zowel bij dierenarts als dierenzaak te
koop. De biks zal voor het doel geweekt en fijngemaakt
moeten worden. Ook papaya en pompoen bevatten veel vezels,
en kunnen in het dwangvoer verwerkt worden. Omdat vezels de
opening van een injectiespuitje zonder naald verstoppen, is
voor het voeren van vezelig dwangvoer een spuit met een veel
wijdere opening nodig, maar deze is in veel gevallen
moeilijk te bemachtigen. Beter kun je een 1 ml. spuitje
nemen en hier het tuitje afsnijden vlak voor de ronding waar
het spuitje wijd wordt. Zo heb je een wijd gat waar
vezeldwangvoer goed doorheen gaat, terwijl het spuitje nog
steeds dun genoeg is om tussen de lippen van een onwillig
konijn te stoppen.
Als het
voeren niet lukt adviseer ik je om even naar www.vrijkonijn.nlgaan. Je
krijgt daar uitleg over het dwangvoeren en je ziet dan hoe
je een konijn dat niet meewerkt in kunt pakken in een
handdoek. De meeste konijnen worden op die manier erg
gewillig. De foto's zijn heel erg duidelijk. Belangrijk is
dat de handdoek strak genoeg zit zodat het konijn zich niet
kan losworstelen, maar niet zo strak om de nek dat het dier
het benauwd krijgt.
Gas
tijdens verstopping
Zowel bij dreigende verstopping als bij volledige
verstopping is het gevaar van gasvorming in maagdarmstelsel
niet denkbeeldig. Doordat het voedsel te lang in het
maagdarmstelsel blijft, krijgen pathogene bacteriën de kans
om de massa in maag en/of darmen te laten gisten. Hier moet
goed op gelet worden, bij het geringste vermoeden van gas
zal een antigasmiddel gegeven moeten worden. In feite kun je
beter preventief een paar maal per dag het antigasmiddel
Aeropax geven. Dit middel bevat de werkzame stof simeticon,
een ander antigasmiddel mag niet bij konijnen gebruikt
worden.
Geef elke
dag een probiotica, om de darmflora te helpen in
evenwicht te blijven. Hiervoor kun je Protexin gebruiken,
bij dierenarts te koop, of Aciforce van Vogel, bij drogist
te koop.
Het is
zelden nodig om antibiotica te gebruiken, vaak zorgen
deze zelfs voor een verdere verstoring van het al zo
geteisterde darmstelsel. Dus geef liever geen antibioticum
Voorkomen
is beter dan...
De kans op een verstopping wordt een stuk kleiner als het
dier zoveel mogelijk vezels aangeboden krijgt, dus groenvoer
en veel hooi, zo min mogelijk droogvoer en dagelijks volop
vers water. Vezels en vocht zorgen voor een optimale
darmwerking. Ook veel lichaamsbeweging stimuleert de
darmbeweging. Verder moet tijdens de ruiperioden veel
geborsteld worden, zodat het konijn zo min mogelijk haar
oplikt.
Madenziekte
Myasis :
OPGEPAST, MADEN!!
door Maryo van den Berg
wondjes in de buurt van de anus, vreemde kale plekken,
apathisch gedrag van het konijn en gaatjes in de huid.
Als het warm weer wordt moet
je vreselijk oppassen. Regelmatig overlijden konijnen aan de madenziekte
(eigenlijk huidmadenziekte geheten, de officiële naam is myiasis)
die veroorzaakt wordt door een blauw-groene vlieg, genaamd Lucilia
sericata.
Aan het eind van de lente/begin
zomer, wanneer de dagen warmer worden en de
luchtvochtigheid hoger zie je overal de beruchte
blauw-groene "strontvliegen" weer. Ze ruimen
uitwerpselen op van katten, honden, kippen etc. Maar ze
zoeken ook vieze achterwerken van andere dieren zoals
schapen, kippen, konijnen, etc.
De vliegen zoeken konijnen met vieze
achterwerken, of konijnen die de lucht van diarree of urine bij
zich hebben. Ze leggen eitjes in aangekoekte uitwerpselen of in de
viesruikende vacht, meestal in de onderkant van de staart, maar
ook wel tussen de achterpoten. De maden die hier uitkomen eten
zich binnen 4 uur een weg naar binnen en veroorzaken
bloedvergiftiging. Zonder snelle behandeling kan een konijn
hierdoor binnen twee dagen sterven.
Ook wondjes zijn gevaarlijk, daar worden
ook eitjes in gelegd. Dus kijk je konijn na, zoek naar wondjes en
behandel die. Houd het hok/de kooi schoon en zo reukloos mogelijk.
Was het achterwerk van je konijn als het vies is. Hiervoor kun je
je konijn met zijn kontje in een bak warm water zetten. De
aangekoekte keutels worden zacht door het warme water en kunnen
uit de vacht gewreven worden. Het beste gaat dit met twee mensen,
de één houdt het konijn vast, de ander probeert zachtjes de
onderkant schoon te wassen. Trek desnoods een rubberen
huishoudhandschoen aan. Eventueel kun je een babyshampoo gebruiken,
maar dan heel goed spoelen, zodat alle zeepresten verdwijnen.
Droog je konijn daarna heel goed af..
Als je je konijn niet helemaal schoon en
reukloos kunt krijgen kun je je konijn tegen vliegen beschermen
door een fijne vitrage of vliegengaas over de verblijfplaats te
hangen.
Voorzorg
Teveel blindedarmkeutels die dan
blijven liggen
Probeer de kwaal te verhelpen, meestal ontstaat een overproductie
aan blindedarmkeutels door voedingsfouten, vaak is de reden dat
het konijn te dik is. Hij/zij kan dan niet goed meer bij de anus
komen, waar de blindedarmkeutels rechtstreeks uit gegeten moeten
worden, of door de grote hoeveelheid voer worden er meer
blindedarmkeutels gemaakt dan je konijn nodig heeft. Drastisch de
hoeveelheid hardvoer verminderen zodat je konijn meer hooi gaat
eten kan het probleem al oplossen. Meer oorzaken van het niet-eten
van deze keutels kunnen gebitsproblemen zijn zoals doorgroeiende
tanden of kiezen, haken aan kiezen, of pijn bij het buigen door
een kwaal of een wond, of verdere onderliggende ziektes van het
darmstelsel. Te zachte blindedarmkeutels die niet gegeten kunnen worden
Teveel koolhydraten zoals in konijnensnoep zit, maar ook in fruit
en in gemengd voer, kan veroorzaken dat de blindedarmkeutels te
zacht worden. Deze blijven dan als een dikke koek aan de
achterhand plakken. Snoep kan daarom beter achterwege gelaten
worden, fruit mag slechts zeer matig gegeven worden. Gemengd voer
mag slechts matig gegeven worden zodat het konijn alles opeet, en
niet alleen de lekkere dingetjes er uithaalt en de bikskorrels
laat liggen.
Diagnose
Let goed op of je groene vliegen in de
buurt van je konijn ziet. Als dat het geval is weet je dat het
foute boel is. Controleer of een groene vlieg aan het werk is
geweest bij je konijn: vaak heeft je konijn dan een wondje in de
buurt van de anus, of binnenkant van de achterpoten, en zie je
maden. Verdere tekenen van besmetting zijn: vreemde kale plekken,
apathisch gedrag van het konijn en gaatjes in de huid. De gaatjes
zijn door de maden gemaakt.
Als dit geconstateerd wordt, dan
onmiddellijk naar de dierenarts. Dit is een noodgeval!!! Dus ook
als het avond is, of weekend. Veel dierenartsen hebben avond- of
weekenddienst, en zullen je willen helpen.
Wacht je een dag met naar de
dierenarts te gaan, kan dit voor het konijn dodelijke gevolgen
hebben.
Behandeling.
De dierenarts zal het haar wegknippen, de
wonden behandelen en de vliegenlarven verwijderen en/of doden met
speciaal daarvoor bestemde middelen.
Als de madenaanval erg is zal er een
breedwerkend antibioticum toegediend moeten worden, zoals Baytril,
om een bacteriële ontsteking tegen te gaan. Soms is een
kortdurend cortison nodig, en eventueel ivermectine, beide zijn
alleen nuttig als zich maden in de diepte bevinden. De stervende
maden scheiden namelijk giftige stoffen af. Alle medicijnen moeten
het liefst per injectie toegediend worden.
Deze middelen samen zorgen dat een
madenaanval een goede afloop kan hebben. Ook als er geen maden
meer te zien zijn kunnen er giftige stoffen in het lichaam
achtergebleven zijn, en is een behandeling noodzakelijk!
Tip van dierenarts P. Haringsma:
eigenaren kunnen overwegen om aan de BUITENZIJDE van hun gazen
afscheiding een horrengaas te nieten of te spijkeren. Hiermee is
het risico op maden vrijwel tot nul gereduceerd.
Middenoorontsteking
opstaand oor plathouden, hangend oor wat verder van
het hoofd houden, kop schuin houden, aan het oor krabben, mogelijk
de kop vaker schudden, verlies van eetlust, stiller gedrag.
Middenoorontsteking
en Binnenoorontsteking:
door
Maryo van den Berg
MIDDENOORONTSTEKING
(OTITIS MEDIA)
Het middenoor bestaat uit het
trommelvlies, de buis van Eustachius, drie gehoorbeentjes en
de nervus tympanicus (een aftakking van de zevende
hersenzenuw). Dit wordt beschermd door de trommelholte (een
benig omhulsel).
Middenoorontsteking kan veroorzaakt
worden door een bacteriële infectie (meestal zijn de
bacteriën Pseudomonas aeruginosa en Pasteurella
multocida verantwoordelijk) die zich kan verspreiden vanuit
de bovenste luchtwegen via de buis van Eustachius, vanuit
de gehoorgang, of vanuit het bloed door infecties
elders in het lichaam. Bij een middenoorontsteking (evenals
bij een binnenoorontsteking) zijn er dus niet noodzakelijke
altijd afwijkingen in het uitwendige oor te constateren.
Verdere oorzaken kunnen parasieten zijn zoals oormijt,
beginnend in het uitwendige oor, of het is mogelijk dat een
deel van een plant of een ander voorwerp het trommelvlies
heeft doorboord.
Symptomen van een
middenoorontsteking
Het konijn schudt met het hoofd of
wrijft het hoofd, of krabt veel aan het oor of houdt het
hoofd scheef. Bij een middenoorontsteking is er, vanwege de
druk van pus op het trommelvlies, veel pijn aan de aangedane
zijde en dit kan tot verlies van eetlust en lusteloosheid
leiden. Wanneer de nervus tympanicus beschadigd is kunnen
symptomen optreden als kwijlen, verminderde of afwezige
knipperreflex of hangend oor. Bij beschadigde hersenzenuwen
kan een hangende lip of hangend ooglid (syndroom van Horner)
voorkomen. Wanneer de druk van pus op het trommelvlies te
groot wordt zal het trommelvlies scheuren waardoor de pus
weg kan en in de uitwendige gehoorgang komt. Dit geeft
onmiddellijk verlichting van pijn, maar de ontsteking is nog
niet genezen.
Bij middenoorontsteking kan op een
rontgenfoto verandering van de dichtheid van het weefsel als
een dichte grijze massa gezien worden.
BINNENOORONTSTEKING (OTITIS INTERNA)
Het binnenoor bestaat uit het
slakkenhuis, het evenwichtsorgaan met drie halfcirkelvormige
kanaaltjes, en wordt van zenuwen voorzien door de nervus
vestibulocochlearis (de achtste hersenzenuw). Deze
controleert het evenwicht en het gehoor.
Ziekte van het binnenoor is meestal,
maar niet altijd, het gevolg van de uitbreiding van een niet
behandelde, ernstige midden-oorontsteking. Een
binnenoorontsteking kan pijnlijk zijn, maar dit is niet
altijd het geval. Zolang het konijn geïnteresseerd blijft
in voedsel kan gesteld worden dat het dier geen pijn heeft.
Symptomen van een
binnenoorontsteking
De schedelholte (een grote holte
aan de basis van elk oor) kan zich vullen met een harde,
kaasachtige pus die tegen het evenwichtsorgaan drukt.
Hierdoor ontstaat ‘torticollis’,
het konijn loopt in cirkeltjes en rolt om. Het hoofd kan
gedraaid komen te staan, waardoor het lijkt of het konijn
steeds achterom kijkt. Er kan sprake zijn van snel heen en
weer bewegen van de ogen (nystagmus). Ook doofheid kan
optreden, en verder kan het konijn tandenknarsen en
overmatig slikken, mogelijk veroorzaakt door misselijkheid.
De diagnose kan gesteld worden door
een lichamelijk en een neurologisch onderzoek. Het aangedane
oor zal met een otoscoop onderzocht moeten worden. Soms zijn
er veranderingen zichtbaar aan het trommelvlies, zoals
ontstoken, uitstulpend, gescheurd e.d., vaak is er niets te
zien.
Wanneer er pus in de gehoorgang is
kan van een weinig van dit pus in een laboratorium een kweek
gezet worden. Hier wordt bepaald welke bacterie aan het werk
is en welke soort antibioticum het meest effectief is tegen
deze bacterie. De rest van het pus in het uitwendige oor kan
voorzichtig worden verwijderd met een fysiologische
zoutoplossing*.
* Een oplossing van ca. 8 g.
natriumchloride (keukenzout) per liter (gekookt) water geeft
een fysiologische zoutoplossing.
NB. Het gebruik van bepaalde
plaatselijke medicamenten zoals antibiotische zalf of
druppels is sterk af te raden wanneer mogelijk het
trommelvlies beschadigd is. Verschillende van zulke
medicamenten kunnen zeer schadelijk zijn als het
trommelvlies gescheurd is en zelfs tot de dood leiden.
Behandeling
Voor zowel een midden- als een
binnenoorontsteking is een antibioticum kuur nodig van
enkele weken tot maanden. Hiervoor wordt over het algemeen
gekozen voor een breedspectrum antibioticum zoals bijv.
enrofloxacine (Baytril, Enrofloxoral). Gedurende één tot
drie dagen kan ook een corticosteroïde gegeven worden om de
ontstekingsactiviteit en de schade aan de zenuwen te
verminderen. Tevens werkt dit middel pijnstillend. Indien
geen corticosteroïde toegediend wordt kan het geven van een
pijnstillend middel gedurende enige tijd van het grootste
belang zijn.
Wanneer het konijn niet zelf eet
en/of drinkt, moet het hier mee geholpen worden door middel
van dwangvoeren met een spuitje. Wortelhapje is in dit geval
geen goed dwangvoer omdat het te weinig voedingsstoffen en
vezels bevat. Bij de dierenarts is speciaal dwangvoer
verkrijgbaar met een hoog vezelgehalte. Hiervoor moet een
spuitje wat wijder gemaakt worden. Dit kan door het spuitje
in heet water te houden, en de opening met een breinaald wat
wijder te maken.
Myxomatose
gezwollen oogleden (slaperige ogen) zijn een klassiek teken,
samen met gezwollen lippen, kleine zwellingen aan de binnenkant
van het oor en dikke zwellingen rond de anus en geslachtsorganen.
myxomatose door Maryo van den Berg
Waar
Myxomatose vandaan komt
Oorspronkelijk werd Myxomatose vanuit Brazilië (waar het
voor het eerst omstreeks 1930 werd ontdekt) naar Australië
geïmporteerd. De bedoeling was de enorme
konijnenpopulatie onder controle te krijgen. In Brazilië
werden de (wilde) Cotton Tail konijnen in lichte mate
besmet, ze kregen slechts kleine bulten die ze zelf
maakten als afweer tegen de ziekte. In Australië verliep
de ziekte echter rampzalig en roeide bijna alle konijnen
uit.
De
ziekteverwekker
Myxomatose bij konijnen wordt veroorzaakt door een virus.
Dit virus is een soort pokkenvirus, dat graag in de huid
van een konijn groeit. Zoals bij alle virussen is het
organisme zeer klein en kan alleen met behulp van een
microscoop gezien worden.
Myxomatose
herkennen De eerste tekenen van Myxomatose zijn dikke,
vochtige zwellingen om het hoofd en de snuit.
Gezwollen oogleden (slaperige ogen) zijn een
klassiek teken, samen met gezwollen lippen, kleine
zwellingen aan de binnenkant van het oor en dikke
zwellingen rond de anus en geslachtsorganen.
Binnen één of twee dagen kunnen deze zwellingen
zo erg geworden zijn dat ze blindheid veroorzaken
en er misvorming ontstaat bij de snuit, mond, oren
en neus.
Myxomatose in beginstadium
Welke
haasachtigen Myxomatose kunnen krijgen
Het Europese konijn, waar onze wilde tamme konijnen van
afstammen, is zeer vatbaar voor de ziekte. Hazen zijn niet
vatbaar voor deze ziekte.
Vatbare
rassen
Alle soorten rassen zijn vatbaar, inclusief de wilde
konijnen in ons land. Ook de "huis"konijnen en
tentoonstellingskonijnen, inclusief dwergkonijnen,
hangoorkonijnen etc. Er bestaat wel een kleine kans dat
het ene ras vatbaarder is dan het andere.
De
ziekteverspreiding
Myxomatose wordt door bloedzuigende insecten verspreid.
Het meest belangrijke insect dat de ziekte verspreidt is
de konijnenvlo, die regelmatig bij wilde konijnen wordt
gevonden. Het Myxomatose virus kan vele maanden in het
bloed van vlooien in leven blijven. Waarschijnlijk wordt
de ziekte van jaar tot jaar overgedragen omdat de vlooien
in konijnenholen overwinteren. Bij tamme konijnen wordt
deze vlo niet zo vaak gevonden maar in de meeste Europese
landen draagt de mug in belangrijke mate bij tot de
verspreiding van de ziekte.
Als
de mug of vlo het konijn bijt, komt, terwijl het insect
bloed zuigt, een klein beetje levend virus in de huid van
het konijn. Binnen een paar dagen zit het virus in een
plaatselijke lymfeklier en verplaatst zich via het bloed
naar andere plekken in het lichaam. Het virus
vermenigvuldigt zich meestal in de huid rondom de ogen, de
neus, de snuit, de zachte huid in de oren en ook in de
huid rond de anus en de geslachtsorganen.
Myxomatose
wordt in Nederland niet verspreid door contact van het ene
konijn met het andere. De ziekte wordt echt door een
stekend insect overgebracht.
De incubatietijd van
Myxomatose
De incubatietijd verschilt enigszins dier tot dier maar
varieert van minimaal vijf dagen tot maximaal veertien
dagen (incubatietijd is de tijd vanaf dat het virus
binnendringt tot de eerste keer dat er tekenen van de
ziekte worden gezien).
Meestal snelle dood
Het tijdstip van overlijden varieert ook. Sommige dieren
kunnen weken of maanden na de infectie nog in leven zijn,
maar over het algemeen is de infectie in een vatbaar
konijn hevig en treedt de dood binnen 12 uur in..
Het
ziekteverloop
In
korte tijd worden besmette konijnen blind vanwege de
zwelling rond de ogen, en dit maakt eten en drinken vaak
moeilijk. Toch zijn er soms wilde konijnen te zien, die
Myxomatose hebben en rustig gras lopen te eten. Natuurlijk
zijn veel konijnen in dit stadium een makkelijke prooi
voor vossen en andere roofdieren. Andere konijnen kunnen
makkelijk gewond raken, of doodgereden worden op wegen,
maar de meest voorkomende doodsoorzaak is een latere
longinfectie die meestal 8 dagen na het begin van de
ziekte optreedt. Bij tamme konijnen verloopt de ziekte
meestal langzamer en komt de dood niet zo snel omdat de
eigenaar het konijn zoveel mogelijk verzorging geeft.
Niet alle besmette
konijnen sterven
Genezing in de natuur is zeldzaam (misschien 5 - 10% van
de wilde konijnen herstelt uiteindelijk van Myxomatose),
genezen konijnen zijn een leven lang immuun, en produceren
zelfs een immuun nageslacht. Herstel van tamme konijnen is
in sommige gevallen gerapporteerd, dankzij uitstekende
verzorging met dwangvoeren, warmte, antibioticum. Helaas
behoren deze gevallen tot een uitzondering.
Hoe kan de ziekte bedwongen
worden?
De ziekte kan op twee manieren bedwongen worden:
1. Controleren op parasieten.
Controleren op vlooien is
belangrijk en dit kan inhouden dat niet alleen wilde
konijnen bij huiskonijnen uit de buurt gehouden moeten
worden, maar dat er ook vlooienbestrijdingsmiddelen
gebruikt moeten worden.
Waarschuwing! Gebruik nooit
FRONTLINE (lees
hier) bij een konijn... Er zijn konijnen ziek
geworden en/of overleden na gebruik van Frontline. De
fabrikant waarschuwt artsen dit middel niet bij konijnen
te gebruiken. Deze waarschuwing wordt helaas niet overal
gehoord..
ADVANTAGE
Er zijn goede berichten over het gebruik van Advantage bij
konijnen. De dosering moet dan aangepast worden. Voor een
konijn kan een pipetje voor jonge katjes gebruikt worden.
Voor hele kleine dwergjes niet het hele pipetje gebruiken,
voor hele jonge konijntjes helemaal niet. Het moet het op
een plaats aangebracht worden waar een konijn zich niet
kan likken .... Als er meerdere konijnen zijn is het beter
ze gedurende 12 uur te scheiden, zodat ze elkaar's vacht
niet kunnen likken en het middel naar de huid kan zakken.
STRONGHOLD
Stronghold wordt goed door konijnen verdragen, en wordt
bij deze dieren steeds vaker toegepast ingeval van
huidmijt, vachtmijt, luis en vlooien. Een pipetje voor
kittens is geschikt, de behandeling moet na 30 dagen
herhaald worden en evt. weer na 30 dagen nog eens.
Samenwonende konijnen mogen elkaar gedurende minstens 6
uur niet kunnen aflikken wegens gezondheidsbezwaren.
In veel dierenzaken en
natuurvoedingswinkels worden "natuurlijke"
vlooienpoeders verkocht. Deze bevatten over het algemeen
mint, eucalyptus of andere kruiden. Ga er niet vanuit dat
deze producten veilig zijn omdat ze natuurlijk zijn, of in
een natuurvoedingswinkel zijn gekocht. Al deze producten
bevatten toch chemicaliën, en kunnen een dodelijk effect
hebben op zoogdieren. Sommige van deze kruiden kunnen
misschien veilig door mensen gegeten worden, maar kunnen
een konijn doden...
Ook andere huisdieren moeten
behandeld worden tegen vlooien, en de omgeving moet
vlo-vrij gehouden worden. Bij het behandelen van kamers
moeten konijnen daar 24 uur buiten gehouden worden.
2. Vaccinatie In Nederland worden de konijnen tegen Myxomatose
ingeënt met Lyomyxovax. De fabrikant van Lyomyxovax is
Merial. Merial adviseert konijnen vanaf 1 maand oud te
vaccineren. Het beste kan dit in april/mei, voordat de
stekende insecten verschijnen. Geadviseerd wordt ook de
dieren in juli of augustus een herhalingsenting te laten
geven. Bij dwergkonijnen adviseert Merial met de enting
te wachten tot de leeftijd van 3 maanden. Vooral na de
eerste enting kan een reactie optreden in de vorm van een
bult op de entingsplek. Meestal verdwijnt de bult vanzelf,
maar er moet altijd op gelet worden en in geval van
twijfel moet de dierenarts hier even naar kijken. Bij het
injecteren met niet steriele (= eerder gebruikte)
injectienaalden kunnen namelijk abcessen ontstaan.
Gegarandeerde beschermingsduur
De vaccinatie wordt door de fabrikant 2 tot 4 maanden
gegarandeerd. Na de eerste vaccinatie zou binnen niet al
te lange tijd de tweede vaccinatie gegeven moeten worden.
Verder is het over het algemeen voldoende de konijnen 2x
per jaar te laten vaccineren, namelijk in april/mei en in
de nazomer. Konijnen bouwen door de regelmatige entingen
zelf ook weerstand op.
Niet vaccineren als...!
Zwangere vrouwtjes en konijnen met snot, of andere
gezondheidsproblemen, mogen niet gevaccineerd worden. Kort
voor of na een operatie (ook castratie) mag niet
gevaccineerd worden. Een konijn moet in goede conditie
zijn voor deze enting.
Toch nog ziek
Na de entingen is het nog mogelijk dat een konijn een
lichte vorm van myxomatose krijgt. Meestal is het dan
slechts een lokale vorm, en over het algemeen overleeft
het konijn dit, in tegenstelling tot een niet geënt
konijn. Belangrijk is dan om te zorgen dat het konijn
blijft eten (desnoods dwangvoeren) en het is nodig om een
breedspectrum antibioticum te geven om secundaire bacteriële
infecties te voorkomen. Het konijn moet uiterst warm
gehouden worden, een buitenkonijn moet binnenshuis
verzorgd worden. Het myxomavirus is actiever bij lage
temperaturen, hoe hoger de omgevingstemperatuur is hoe
minder kans het virus heeft om te groeien.
Oormijt
meer dan normaal het hoofd en de oren schudden, de oren
helemaal kapot krabben, vieze inwendige oorschelpen.
Oorschurft
Oorschurft is feitelijk een
verkeerde benaming voor oormijt, en wordt veroorzaakt door
de parasiet Psoroptes cuniculi.
De parasiet leeft voornamelijk aan
de binnenkant van het oor. Meestal zijn twee oren aangetast,
maar soms raakt slechts één oor besmet. Bij oudere of
zwakke dieren gebeurt het wel dat oormijt zich verspreidt
over het hele lichaam: hals, kop, rond om de anus, poten en
voeten. De parasiet graaft zich niet in de huid, maar leeft
aan de oppervlakte, kauwt op de huid en boort er gaten in.
Symptomen
Konijnen met oormijt schudden meer
dan normaal hun hoofd en de oren en krabben zichzelf tot
bloedens toe. De mijt voedt zich met het bloed uit deze
wonden en het slijm en de uitwerpselen van de mijt kunnen
ontstekingen veroorzaken. Er verschijnen kleine droge
korsten aan de binnenkant van het oor en kale plekken daar
omheen. Wanneer niet behandeld wordt, kunnen deze korsten in
extreme gevallen tot 2 centimeter dik worden. Dit alles kan
zeer pijnlijk zijn, waardoor het konijn het oor laat hangen.
Het trommelvlies kan aangetast worden, waardoor een
middenoorontsteking kan ontstaan. Het is dus erg belangrijk
zo spoedig mogelijk na het signaleren van de eerste
symptomen van oormijt met een behandeling te beginnen.
Oormijt is zeer besmettelijk voor konijnen in de
onmiddellijke nabijheid, dus alle aanwezige konijnen dienen
behandeld te worden. Ook de leefomgeving dient dagelijks
gereinigd en ontsmet te worden.
Behandeling
De korsten in het oor mogen niet
met de hand weggehaald worden. Dit is erg pijnlijk voor het
konijn en verhoogt de kans op bacteriële infectie. Als het
konijn pijn lijdt, is het aan te raden om gedurende 2 tot 3
dagen een pijnstillend middel te geven. De behandeling kan
bestaan uit ivermectine per injectie, de injectie moet drie
maal gegeven worden met steeds een week tussentijd, en moet
dan afdoende zijn. De hoeveelheid moet afgestemd worden op
het gewicht van het konijn, overdosering kan problemen
veroorzaken aan het centrale zenuwstelsel.
Een nieuwere en konijnvriendelijker,
daarom betere manier is om te behandelen met het middel
Stronghold® met de werkzame stof selamectine. Dit middel
werkt goed tegen oormijt, de kittendosering is in principe
voldoende. Na 30 dagen herhalen en evt. na weer 30 dagen nog
eens. Wanneer konijnen samenwonen moeten ze 6 uur uit elkaar
gezet worden zodat ze elkaar niet kunnen aflikken.
Opgepast!
Het gebruik van de antibiotische
Surolan (neomycine) in de oren kan gevaarlijk zijn wanneer
niet bekend is of de trommelvliezen door de mijt zijn
aangetast. Surolan is een middel voor uitsluitend uitwendig
gebruik. De oren dienen daarom door de dierenarts zeer goed
nagekeken en schoongemaakt te worden, voordat dit middel
gebruikt mag worden. Bij beschadigde trommelvliezen kan dit
middel binnen enkele uren de dood van het konijn ten gevolge
hebben, een midden- of binnenoorontsteking veroorzaken of
het centrale zenuwstelsel aantasten.
Voor het reinigen van de oorschelp inwendig of het losweken
van korsten kan eventueel een fysiologische oplossing
gebruikt worden.
Pasteurella
heeft vele vormen, het meest voorkomende,
herkenbare symptoom is een conditie die "snot"
genoemd wordt, met niezen, natte neus, en vieze voorpootjes van
het steeds de neus schoonmaken.
Pasteurella
bij konijnen Dr. Christine Williams, april 1990.
Pasteurella is een ziekte die veroorzaakt
wordt door Pasteurella multocida. Deze naam kreeg het ter
ere(dubieus?) van dr. Louis Pasteur, de vader van de "ziektekiem
theorie". Hij werkte aan bacteriën die vele infecties
veroorzaakten in Frankrijk in 1870.
Deze ziekte is waarschijnlijk de meest
verspreide infectieziekte bij konijnen. Het gaat rond in elke
konijnenkolonie die je ziet. Sommige "families" konijnen
schijnen meer weerstand te hebben dan andere. Het meest
voorkomende, herkenbare symptoom is een conditie die "snot"
genoemd wordt, met niezen, natte neus, en vieze voorpootjes van
het steeds schoonmaken van de rommel die zich op/rond de neus
ophoopt. Snot kan eindeloos komen en gaan tot het konijn succesvol
behandeld is. Dezelfde bacterie die snot veroorzaakt kan ook
middenoorontsteking veroorzaken, die vaak ernstig is en kan
uitmonden in vaak fatale hersenvliesontsteking..
Ook ernstige bloedvergiftiging (ziekte
die zich door het bloed verspreidt), longontsteking, pus-ophoping,
melkklierontsteking en baarmoederontsteking, alle veroorzaakt door
Pasteurella kunnen tot de dood leiden. Abcessen en smettende
plekken die geïnfecteerd raken, kapotte hakgewrichten (sorehocks),
zijn ook Pasteurella symptomen.
Een meer subtiele vorm van Pasteurella
komt voor in de vorm die onder meer natte ogen veroorzaakt,
ontstekingen in de neus, (piepende neusgeluiden) en
gebitsafwijkingen zoals scheefgroeiende tanden. In dit specifieke
geval lijkt het konijn een gebitsprobleem te hebben. In
werkelijkheid zijn hier de tanden niet de oorzaak, maar slechts
een symptoom.
Pasteurella veroorzaakt bij verscheidene
diersoorten meestal niet echt fatale toestanden, maar het effect
bij konijnen is uniek. Om maar iets te noemen: konijnen schijnen
de bacteriën bij zich te kunnen dragen, zelfs al zien ze er
gezond uit. Hoe kan dit?
Schijnbaar hebben het afweersysteem van het konijn en de
Pasteurella organismen een soort patstelling en noch de één noch
de ander kan overheersen. Het gevolg is dat, terwijl het konijn
zichzelf jarenlang kan beschermen tegen serieuze en fatale
symptomen van de ziekte, er niet genoeg natuurlijke antistoffen
zijn om de bacterie te vernietigen. De Pasteurella organismen
zitten verborgen te wachten, klaar om naar voren te springen bij
het minste teken van zwakte bij het afweersysteem van het konijn.
Wat kan het afweersysteem verzwakken?
Bijvoorbeeld slechte voeding, slechte leefomstandigheden, stress,
andere ziekte, langdurige blootstelling aan erge hitte of kou.
Zelfs gebrek aan beweging, afleiding en aandacht kunnen het
afweersysteem genoeg verzwakken om de weegschaal door te laten
slaan in het voordeel van de Pasteurella micro-organismen...
VHS
Het konijn stopt met eten en krijgt meestal diarree, soms
vloeibaar stinkend, soms bloederig, en het bloedt op het laatst
soms uit de neus. De inwendige organen worden aangetast.Of het
dier wordt alleen maar stil, en sterft plotseling al na een paar
uur, zonder verdere symptomen.
VHS toen en nu, de
geschiedenis van VHS op aarde.....
VHS staat voor Viral Hemorrhagic
Syndroom.
In 1984 is VHS is voor het eerst
gesignaleerd, en wel in China. De Chinezen beweren dat de
ziekte door een scheepslading Angora konijnen uit Duitsland is
binnengebracht. Deze bewering wordt gesteund door rapporten
van onbekende fatale ziekten. Deze rapporten gingen vooraf aan
de Chinese infecties en gingen al rond in verschillende delen
van Europa. De laatste uitbraken van het virus die
gerapporteerd werden in China waren in Taipei in 1996. Deze
rapporten omvatten drie afzonderlijke gevallen en in totaal
3.200 doden. Door middel van vaccinatie-plannen is de ziekte
onder controle gebracht. VHS heerst alleen zo nu en dan en
blijft beperkt tot kleine gebieden.
In 1988 werd VHS in Mexico
geconstateerd en stond in verband met een invoer van konijnen
uit China die niet correct gecontroleerd was. De eerste
tekenen van de infectieziekte openbaarden zich vlak bij Mexico
City. Vanaf die plaats verspreidde de ziekte zich binnen twee
maanden naar 159 andere plaatsen, tot 640 km. van de grens met
Texas. Uiteindelijk hielp de USDA ( United States Department
of Agriculture) de ziekte uit te roeien. Ongeveer 50.000
konijnen stierven aan VHS, en om en nabij de 100.000 gezonde
konijnen, die blootgesteld waren geweest de ziekte, werden
afgemaakt. Mexico had VHS uitgeschakeld.... De laatste
geconstateerde infectie was op 10 april 1991 en inspecties in
1992 brachten geen nieuwe infectie-gevallen aan het licht.
In 1989 werden zowel VHS als het
Europese Bruine Haas Syndroom gerapporteerd in Croatië. In
1990 werd op 24 plaatsen in het zuid-westelijke deel van
Croatië het uitbreken van deze ziekten geregistreerd.
In 1990 werd in de vroege zomer in
België het uitbreken van VHS gesignaleerd. Deze
oorspronkelijke infectie omvatte tien kleine plaatsen waar
binnen 1 week tussen 65% en 100% van de konijnen ouder dan
twee maanden overleed. De meeste konijnen stierven binnen 24
uur zonder symptomen.
In 1992 kwam VHS Engeland binnen. De
ziekte verspreidde zich naar Cumbria, Schotland en Noord
Ierland, en besmette op die manier heel Engeland. VHS
verplaatst zich heel snel over afstanden tot 240 km. Het
duurde twee jaar tot er vaccins beschikbaar waren. In 1995 en
1996 waren er meer dan 500 bevestigde uitbraken van VHS.
In 1993 werd de ziekte voor het eerst
in Cuba door het gemeentebestuur van Caimito gerapporteerd.
Sinds 1997 is het aantal aan VHS gestorven konijnen op dit
eiland toegenomen tot 1.606. Meer dan 1.300 konijnen zijn
sindsdien afgemaakt in een poging de ziekte op dit eiland uit
te bannen.
In 1994 rapporteerden de Spaanse
autoriteiten het uitbreken van VHS in het Donana National
Park. In twee verschillende konijnenkolonies brak de ziekte
uit.
In 1995 startte een publieke discussie
over de plannen van de Australische en Nieuw Zeelandse
regeringen om het konijnen Calici Virus (VHS) los te laten op
de wilde konijnenpopulatie om deze zo (trachten) te
vernietigen. Konijnen zijn in geen van beide landen inheems en
worden als "de pest" beschouwd. In hetzelfde jaar
brak VHS "per ongeluk" uit in Australië, ondanks de
zware controle die uitgeoefend werd op de virus-test-voorzieningen
die op een eiland bij de Australische zuidkust geplaatst waren.
In 1996 is het uitbreken van VHS
gerapporteerd op de Fiji-eilanden.
In 1997 zijn VHS-gevallen
gerapporteerd in Indonesië.
In 1997 besloot de regering van Nieuw
Zeeland het VHS-virus niet los te laten als een biologisch
bestrijdingsmiddel omdat er onder andere "te weinig
kennis van de epidemiologie van het Konijnen Calici Virus
was". Toch begon Nieuw Zeeland in oktober 1997 het
uitbreken van het virus te rapporteren. Een groep South Island
boeren had het virus illegaal Nieuw Zeeland binnengehaald. De
Australische regering is nog steeds "gecontroleerd"
loslaten van het virus van plan.
Tot 2000 zijn er elk jaar in Nederland
kleine uitbarstingen geweest van het virus. Omdat veel mensen
hun konijn preventief laten enten is het virus redelijk onder
controle te houden.