Konijnen en hun Ziektes

 

Het Ras

De aanschaf

Voedsters

Rammen

Te Koop

Shows

Huisvesting

Verzorging

Ziektes

Links

Wist u Dat

En Dan Dit

Voor Konijnen Giftige Planten

Spreuken

 

 

statistics for vBulletin

Welkom op deze pagina die gaat over ziektes bij konijnen.


U vind hier informatie die wij met toestemming van  de diverse auteurs (die wij vermeld hebben) overgenomen hebben.

 

Auteur is o.a.Marjo van de Berg, schrijfster van veel konijnen gerelateerde artikelen


SYMPTOMEN (niet alle symptomen hoeven gelijktijdig gezien te worden)
Blaasproblemen Blaasproblemen en blaasstenen bij het konijn

Bladder Disease and Bladder Stones in the Rabbit
Sue A. Kestenman, DVM
 

Eerste tekenen

Iemand die oplet kan vaak een blaasprobleem bij het konijn signaleren voordat het dier apathisch wordt of vermagert, of in een levensbedreigende situatie komt te verkeren. Tekenen van beginnende problemen zijn verschillend per konijn, maar je moet diergeneeskundige hulp zoeken als een van de volgende dingen gebeurt:
-verlies van goede konijnenbakgewoontes
-zich strekken (persen) bij het plassen
-steeds in en uit de konijnenbak springen
-nat rond de geslachtsorganen of
-chronische huidirritatie in dat gebied vanwege de brandende urine
-urine die er uitziet als tandpasta
-bloed in de urine
(Bloed in de urine moet bevestigd worden door een microscopisch onderzoek, of met een urine "dipstaafje" die bij een apotheek gekocht kan worden. Veel mensen verwarren de rode kleurstof die vaak vrijkomt na het eten van bepaalde groente met bloed in de urine).


Diagnose

Elk dier met klinische tekenen zoals boven vermeld zouden onderzocht moeten worden door een dierenarts. Een ervaren konijnendokter gebruikt een urine-analyse en een röntgenfoto als eerste stap om een blaasprobleem vast te kunnen stellen. Omdat bij konijnen blaasstenen en blaas’drab’ (neerslag van gruis in de blaas) voornamelijk uit kalk bestaat, kan dit op gewone röntgenfoto’s gezien worden. Je dierenarts moet waarden van een normale konijnen urine-analyse weten, en hij moet weten hoe een röntgenfoto van een normale konijnenblaas er uitziet. Veel gezonde konijnen kunnen toch wat materiaal in de blaas hebben wat op een röntgenfoto gezien wordt, maar ze zullen geen afwijkende urine-analyse hebben of klinische tekenen die wijzen op een blaasprobleem. Als eenmaal een blaasprobleem is vastgesteld, zal de dierenarts met behulp van een urinekweek en gedegen bloedonderzoek de ernst van de ziekte kunnen bepalen, en de behandeling van dat specifieke konijn.

Als er stenen ontdekt worden

Als de patient echt blaasstenen heeft moeten ze operatief verwijderd worden, omdat ze er meestal niet uitkunnen, en er geen manier bekend is om ze te laten verpulveren. Als de stenen niet ontdekt worden zullen ze steeds groter worden, en de blaaswand gaan irriteren en beschadigen, waardoor chronische infectie kan ontstaan of onsteking van de blaas, waardoor het konijn ernstig ziek wordt. Afhankelijk van de toestand van het konijn ten tijde van de diagnose zal de dierenarts de toestand eerst moeten stabiliseren met vochttherapie, kunstmatige voeding of eerst een antibioticum kuur moeten geven voordat de operatie kan plaatsvinden. Na de operatie moeten de meeste konijnen tenminste 1 of 2 dagen opgenomen blijven om voortdurend vocht toegediend en pijnbestrijdingsmiddelen te krijgen, voordat ze naar huis mogen.

"Zand" in de blaas

Als een konijn geen blaasstenen heeft, maar een neerslag in de blaas heeft van dikke "drab" of "zand" kan de behandeling beter medisch dan operatief gebeuren. Weer is aan te bevelen dat de algehele gezondheidstoestand van het konijn wordt bekeken, niet alleen met de urine-analyse en de röntgenfoto hiervoor genoemd, maar ook met een urinekweek, serum.... en een compleet bloedonderzoek. Hiermee zal de dierenarts in staat zijn de mate van de ziekte vast te stellen, en of andere organen, zoals de nieren, aangetast zijn. Voor een konijn met "blaas drab" kan het nodig zijn dat het een paar dagen in een kliniek word opgenomen om vocht toegevoegd te krijgen en antibiotica. De dierenarts moet misschien handmatig helpen de dikke drab uit de blaas te krijgen, en soms zal het nodig zijn het konijn een pijnstiller te geven voor blaas- en plasbuispijn en krampen.  

De thuisverzorging van konijnen (nadat de behandeling in de kliniek is afgerond) omvat een antibioticum kuur van tenminste tien dagen. Soms kan een antibioticum kuur van een paar weken nodig zijn als de urine-kweek een ernstige infectie uitwijst..Verandering van voer kan ook belangrijk zijn om te voorkomen dat blaasproblemen terugkomen.

Preventie

Konijnen ouder dan 6 maanden met een blaasprobleem-geschiedenis moeten voer krijgen met weinig calcium. In sommige groenten/kruiden, zoals broccoli en peterselie zit veel calcium.

Wat in het bijzonder niet gegeven zou moeten worden, zijn knaag- of likstenen. Deze stenen bevatten extra calcium, dit is iets wat een konijn beslist niet mag hebben. De stenen zijn schadelijk voor de gezondheid te noemen, en kunnen oorzaak zijn van het ontstaan van blaasdrab, of blaasstenen.

Dieren met overgewicht moeten gewicht verliezen. Doe dit nooit door radicaal minder voer te geven! Verminder het voer elke dag iets. Elk konijn moet de gelegenheid hebben een paar uur per dag vrij rond te lopen. Probeer hem meer te laten bewegen door het soort speelgoed wat je hem geeft, verander dingen in zijn omgeving zodat hij nieuwsgierig heen en weer rent om alles te onderzoeken. Speel zelf ook met hem.

Alle konijnen waarbij een bacteriegroei is geconstateerd bij een urinekweek zouden weer een urine-analyse en een urinekweek moeten krijgen nadat de antibioticum behandeling is afgerond, om er zeker van te zijn dat de infectie weg is. Zelf met de beschreven behandelingen en verandering van de voeding kunnen blaasstenen soms terugkomen, dus het is belangrijk dat het konijn elke zes maanden onderzocht wordt door de dierenarts en dat er een röntgenfoto gemaakt wordt. Als door oplettendheid blaasproblemen vroegtijdig onderkend worden zijn ze onder controle te houden en hoeft er geen permanente schade aangericht te worden aan de gezondheid en de levensduur van het konijn.

References

1. Veterinary Clinics of North America, Small
Animal Practice, Jan 94
2. Robert Clipsham, DVM, Veterinary Post Graduate Institute Conference, Seattle
1993 "Clinical Considerations for Pet Rabbits" conference notes P265

Coccidiose Coccidiose.

Het komt veel voor dat zich in het lichaam van een konijn coccidïen bevinden, zonder dat het konijn ziek wordt. Als bij onderzoek van de keutels coccidïen gevonden worden is het niet altijd gezegd dat dan een behandeling moet volgen.

Coccidïen zijn microscopisch kleine, eencellige parasieten die het darmstelsel en de lever van konijnen zowel als andere dieren aantasten. Coccidïen zijn de meest voorkomende parasieten in het darmstelsel van een konijn en een veel voorkomende oorzaak van ziekte van jonge konijnen.

De symptomen van coccidiose treden meestal op tijdens of vlak na stress, bijvoorbeeld door weersveranderingen, omgevingsveranderingen, een lange autorit, een zeer vieze kooi of bij koorts. In het algemeen wordt het darmkanaal het eerst aangetast, wat in milde gevallen resulteert in diarree. In ernstige gevallen is de ontlasting waterig, met stukjes ontlasting en kan er zelfs bloed in de ontlasting voorkomen. Het konijn droogt hierdoor snel uit, verliest gewicht, wordt lusteloos en wil niet meer eten en/of drinken.

Alle konijnen-coccidïen zijn leden van dezelfde familie, de Eimeria. Er zijn 12 soorten konijnen-coccidïen gesignaleerd in geïnfecteerde konijnen, maar slechts een paar hiervan zijn belangrijk genoeg om een konijn ziek te maken. Verder moet de weerstand van het konijn verminderd zijn, of er moeten twee of meer verschillende coccidïen (die elkaars ziekmakende werking versterken) aanwezig zijn om ziekte te veroorzaken.
Daarom is de precieze rol van de verschillende soorten coccidïen in het veroorzaken van een ziekte niet helemaal bekend. Intussen hoeft bij de aanwezigheid van slechts een paar coccidïe oöcysten (het stadium dat de coccidïen zich in de uitwerpselen van het konijn genesteld hebben) bij een parasitair onderzoek van de keutels niet perse de diagnose coccidiose gesteld te worden.

Eimeria perforans, Eimeria magna, Eimeria media, Eimeria irresidua.

De belangrijkste soorten darmcoccidïen zijn E. perforans, E. magna, E. media en E. irresidua, hoewel de soort coccidïen waarmee het konijn besmet is niet zo belangrijk is als de gezondheid van het konijn. Konijnen worden besmet door het eten van keutels die de coccidïe oöcysten bevatten. Dit kan gebeuren als het konijn zijn voeten of zijn vacht schoonmaakt, waar keutels van een ander, besmet konijn aan zitten. Hoewel konijnen hun blindedarmkeutels eten wordt over het algemeen aangenomen dat daar geen besmettelijke oöcysten in zitten. Klinische tekenen van darm-coccidiose varieren sterk, afhankelijk van de leeftijd van het konijn, de betrokken organismen, de mate van besmetting en de kans op ziekworden van het dier (beïnvloed door leeftijd, stress, dieet etc.) De tekenen zijn vaker te zien bij jonge konijntjes met hun onvolgroeide immuniteitssysteem. De symptomen kunnen zijn: gewichtsverlies, met tussenpozen hevige diarree dat bloed of slijm kan bevatten, en uiteindelijk uitdroging. Maar vooral bij volgroeide konijnen kunnen regelmatige gasaanvallen of verstoppingen, terwijl de keutels niet afwijkend zijn, ook in de richting van coccidiose wijzen. Dieren die lijden aan zware diarree kunnen een ernstige aandoening aan de ingewanden krijgen, een blokkade van de darmen doordat deze in elkaar kronkelen.

Sterven aan coccidiose wordt meestal veroorzaakt door uitdroging en bijkomende bacteriële infecties. Behandeling en preventie van darm-coccidiose is hetzelfde als voor lever-coccidiose. Er zijn geen vaccinaties mogelijk tegen coccidiose.

Cyniclomyces guttulatus, een gist die gevonden kan worden in konijnenkeutels, wordt vaak bij een uitwerpselen-onderzoek verward met coccidïën. Dit is een vergissing die regelmatig gemaakt wordt door dierenartsen die niet erg bekend zijn met konijnen. Deze gist maakt deel uit van de normale darmflora van konijnen. De Nederlandse benaming is brillendoosgist.

 

Eimeria stiedae

Slechts één soort, Eimeria stiedae, die in de lever parasiteert, wordt buiten het darmstelsel gevonden. Eimeria stiedae kan in elke grote groep konijnen gevonden worden, van fokkerij tot opvangcentrum.

Er kunnen lichte infecties zijn zonder symptomen, of er kan lichte of vertraagde groei van de coccidïen zijn, maar de ziekte kan vooral bij jonge konijnen fataal verlopen. Bij baby-konijntjes kan de leveraantasting zo snel gaan, dat ze van het ene op het andere moment dood omvallen! Zwaar geïnfecteerde konijnen vertonen tekenen die wijzen in de richting van storing van de leverfunctie en blokkering van de galwegen. Deze konijnen stoppen met eten en verzwakken: op het laatst van de ziekte hebben ze diarree of verstopping. Soms is de (onder)buik vergroot en de huid kan een gelige kleur krijgen. Rontgenfoto’s kunnen uitwijzen dat de lever vergroot is en dat er veel vocht in de buik zit. Bloedproeven zullen bevestigen dat de lever beschadigd is en dus zal de diagnose lever-coccidiose gesteld kunnen worden.

De bevestiging van de ziekte is gebaseerd op het vinden van oöcysten in uitwerpselen- of galmonsters. Alle konijnen in een geïnfecteerde fokkerij of huishouden moeten behandeld worden tot de ziekte uitgewoed is. De belangrijke rol van deze medicijnen is de groei van de parasiet tegen te houden tot het konijn weerstand opgebouwd heeft en de coccidiën weer onder controle heeft.

DE BEHANDELING VAN COCCIDIOSE

Voor de behandeling van coccidiose kunnen op sulfa gebaseerde medicijnen gekozen worden, zoals bijvoorbeeld ESB3 of clazuril. Soms wordt tegelijkertijd trimethoprim-sulfa ingezet. Dit laatste is vooral nuttig bij een zware besmetting, als de coccidiën de darmwand zo ernstig beschadigen dat E. Coli of een andere bacterie een ernstige bijkomende infectie kan veroorzaken. De vroege delingsstadia van de parasiet in de darmwand kunnen niet door deze middelen worden afgedood, alleen de laatste delingsstadia, die onder andere voor voortplanting zorgen, en de oöcysten produceren.  De genoemde medicijnen kunnen de deling van de organismen tegenhouden maar niet de coccidiën doden. Doordat de deling afgeremd wordt, kan het konijn weerstand tegen de coccidiën ontwikkelen, en op deze manier zichzelf genezen.
ESB3 moet vaak als poeder in het drinkwater als kuur gegeven worden. Echter is het twijfelachtig hoeveel medicijn dan werkelijk wordt ingenomen, zeker als een konijn te ziek is om te drinken. Wanneer een konijn niet of nauwelijks drinkt is het nodig om regelmatig over de dag het zieke dier met een spuitje wat van de oplossing rechtstreeks in de mond te geven. Of van dit medicijn kan een sulfadrankje met een smaakje worden gemaakt (dierenarts), wat ook direct met een spuitje in de mond wordt ingegeven.
Het meest effectieve middel om coccidiose te behandelen is toltrazuril (Toltrazuril drops®, Baycox®)  Dit middel werkt op alle stadia van de coccidiën cyclus, dus ook op de vroegste deling. Toltrazuril is verder ook het meest effectieve middel bij levercoccidiose. Dit middel wordt direct in de mond ingegeven. Het is af te raden om het door het drinkwater te doen, omdat het erg vies is en het konijn niet zal willen drinken. Het is verstandig de kuur te herhalen.

Hygiëne is uiterst belangrijk. De oöcysten in keutels van 36-48 uur oud vormen sporen die de omgeving besmetten. De kooi moet daarom dagelijks schoongemaakt worden, en dagelijks wordt vers stro gegeven. De voer- en waterbakken en drinkflesjes worden veelvuldig gereinigd. Keutels, ook in de leefomgeving, kunnen beter direct verwijderd worden zodat geen (her)besmetting kan plaatsvinden.

***

Darmimmobiliteit

Darmimmobiliteit, een dodelijke kwaal

Wanneer de normale, samentrekkende bewegingen (peristaltische bewegingen) van de darmen niet of nauwelijks meer plaatsvinden wordt van darmimmobiliteit (‘ileus’) gesproken.

Waardoor wordt darmimmobiliteit veroorzaakt?
Er is een aantal redenen aan te geven waardoor de darmen van een konijn niet meer samentrekken:
  1. stress.
  2. uitdroging.
  3. pijn, veroorzaakt door bv. een infectie of andere ziekte.
  4. verstopping van het darmkanaal.
  5. onvoldoende ruwe vezels in het eten.
  6. neurologische oorzaak
Wanneer darmimmobiliteit niet behandeld wordt, kan het konijn op een pijnlijke manier sterven. Doordat de darmen niet meer samentrekken kan voedsel of opgelikt haar vast komen te zitten in het darmkanaal, waardoor dit verstopt raakt. Ook zal de dikke darm niet geleegd worden. Hierdoor kunnen schadelijke bacteriën tot ontwikkeling komen (bv. Clostridium bacteriën, die familie zijn van de tetanus en de botulisme soorten), die bij grote aantallen gasvorming veroorzaken (zeer pijnlijk voor het konijn), of giftige stoffen produceren die door de lever weer afgebroken moeten worden. Dit vormt een dusdanig zware belasting voor de lever, dat in veel gevallen de feitelijke doodsoorzaak van darm-immobiliteit het falen van de lever is.

Symptomen van darmimmobiliteit

Geen of kleine keuteltjes (speldenknopjes), die soms aan de haren blijven kleven. (Soms zijn de keuteltjes zeer klein, en ingekapseld in helder of gelig slijm. In dat geval is er sprake van een acute situatie, en moet direct de hulp van de dierenarts ingeroepen worden.) De darmen maken ook geen normaal, zacht borrelend geluid. In plaats daarvan borrelt de darm zeer hard (door het ontstaan van grote, pijnlijke gasbellen), of is de darm doodstil. Het konijn is apathisch, wil niet eten, of zit in elkaar gedoken en knarsetandt vanwege de pijn.

De "haarbal-mythe".
Helaas wordt nog te vaak bij een konijn dat darmimmobiliteit heeft, de diagnose ‘hij heeft een haarbal’ gesteld. In feite ontstaat een haarbal door darmimmobiliteit, en niet andersom. Een dierenarts die weinig konijnen behandelt, en niet weet hoe de buik van een konijn moet aanvoelen, stelt vaak zo’n verkeerde diagnose, wanneer de buik ‘deegachtig’ aanvoelt. Een ‘deegachtige’ buik bij een konijn is echter alleen een teken dat er iets aan de hand is wanneer de dikke darm leeg is, en het konijn pijn heeft wanneer de buik betast wordt. Net als bij de meeste planteneters zijn de maag en de darmen van een normaal, gezond konijn nooit helemaal leeg. Een konijn kan normaal eten tot vlak voordat darmimmobiliteit ontstaat. Hierdoor kan de maag behoorlijk gevuld zijn wanneer de darmen stoppen met bewegen. Deze voedselmassa maakt een deegachtige indruk bij het betasten van de buik, maar heeft dus niets met haarballen te maken. Een haarbal bij een konijn bestaat voor het grootste deel uit voedsel, bijeengehouden door haren en slijm, dit in tegenstelling tot de bekende haarballen van katten. Tenzij deze haarbal kan indrogen tot een vaste, harde bal, zullen toegediend vocht en enzymen deze haarbal kunnen afbreken en oplossen. Het behandelen van een konijn voor haarballen heeft echter geen zin wanneer geen aandacht geschonken wordt aan de darmimmobiliteit!

Als er een vermoeden bestaat dat een konijn last heeft van darmimmobiliteit is het noodzakelijk direct met het konijn naar de (konijnkundige) dierenarts te gaan. Deze zal de buik van het konijn beluisteren en betasten. Daarnaast kan de dierenarts een röntgenfoto maken van de buik om vast te stellen of de darmen normaal voedsel bevatten, of dat er ergens een blokkade of een gasophoping aanwezig is.
Wanneer de darm niet volledig geblokkeerd is, kan de blokkade het beste met medicijnen behandeld worden. Een gastro-enterotomy (het open snijden van de maag) kan wel gedaan worden om een blokkade uit de maag te verwijderen, maar vaak overleeft het konijn de operatie niet. En bij konijnen die de operatie zelf overleven treedt vaak peritonitis (perforatie van de maagwand) of een andere complicatie op; opereren moet dus gezien worden als de allerlaatste toevlucht.

Kan darmimmobiliteit succesvol behandeld worden?

Wanneer de dierenarts vastgesteld heeft dat er een blokkade in het maagdarm kanaal aanwezig is moet met behulp van vezels, vocht, pijnstiller, laxeermiddelen, enzymen, darmstimulerende middelen en een antigasmiddel (Equate, Infacol of Ceolat) geprobeerd worden de blokkade op te heffen. Wanneer dat lukt kan de darmbeweging weer op gang komen.
Wanneer de dierenarts vastgesteld heeft dat er geen blokkade in het maagdarm kanaal aanwezig is, is het moeilijker de darmbeweging weer op gang te krijgen. Immers is de oorzaak van het stilvallen in dat geval onbekend.
Vooral bij oudere konijnen kan een neurologische stoornis uitval van de darmbeweging veroorzaken. Darmstimulerende middelen (Primperan en/of Cisaral drops), pijnstiller, hoogvezelig dwangvoer (Recovery) en vocht kunnen ingezet worden. Vitamine B kan gegeven worden om de eetlust te stimuleren en omdat deze vitamine niet meer via de blindedarmkeutels opgenomen worden. De lichaamstemperatuur moet steeds in de gaten gehouden worden, zodat het konijn niet gaat onderkoelen. Antibioticum geven is af te raden tenzij een bacteriële infectie oorzaak is van de darmimmobiliteit.
Vanwege de dreigende enterotoxemie (darmvergiftiging veroorzaakt door de bacterie Clostridium spp) kan cholestyramine ingezet worden, en Equate, Infacol of Ceolat gegeven worden. Deze middelen zijn essentieel voor het bestrijden van de pijnlijke darmgassen.

Wat kan ik zelf doen.

Buikmassage.
Een van de effectiefste manieren om een lui darmstelsel aan de gang te krijgen is met zachte buikmassage.
Zet het konijn op een handdoek, op een stevige ondergrond, zodanig dat het konijn er niet af kan springen en/of zichzelf verwonden. Masseer, met de handen en vingertoppen, zachtjes de buikstreek. Masseer steeds dieper in de buik als het konijn dit toelaat, maar niet zo diep dat het pijnlijk voor het konijn is. De interne organen van een konijn zijn zeer gevoelig, en kunnen gemakkelijk gekneusd worden, waardoor de zaak alleen maar erger wordt.

Naast handmassage kan ook een elektrisch massage apparaat gebruikt worden. Dit is meestal nog effectiever, en het is dus een goed idee om een massage apparaat aan te schaffen met een groot, plat vlak, dat gedurende lange tijd tegen de buik van het konijn gehouden kan worden. Het apparaat moet traploos verstelbaar zijn en heel licht kunnen trillen, zodat het darmstelsel niet juist nog meer geirriteerd wordt.
Druk het massage apparaat tegen de buik van het konijn, begin bij de onderbuik en werk langzaam naar boven toe. Hoewel het konijn in eerste instantie alles een beetje vreemd zal vinden, zal het vrij snel merken hoe aangenaam het is, en de massage als prettig ervaren. Behalve de stimulans op de spieren, die de massage geeft, lijken gasbellen ook verkleind te worden en vermindert de massage de koliek (darmkramp). Pas de massage toe zo lang en zo vaak als het konijn het goed- en prettig vindt.

Vocht.
Het is belangrijk dat het konijn voldoende vocht opneemt zodat de darminhoud niet uitdroogt en een harde massa kan worden die de darm niet meer kan passeren. Het geven van water is natuurlijk prima, maar een elektrolytische drank (dierenarts, of Orisel-apotheek), is nog beter. Geef in geen geval suikerhoudend vocht, omdat hierdoor de schadelijke darmbacteriën zich sterk kunnen vermeerderen.

Voedsel.
Het konijn moet steeds wat eten, als de oorzaak een verstopping is laag-vezelig voedsel, bijv. Juvenile (van Harrison, dierenarts). Is de oorzaak geen verstopping dan zeer hoogvezelig voedsel zoals Recovery (dierenarts). Omdat het konijn zelf niet zal willen eten zal het gedwangvoerd moeten worden. Dit kan met behulp van een injectiespuitje zonder naald (dierenarts).
Voor Recovery is een spuit met een wijde opening nodig. Duw de tuit van de spuit aan de zijkant van de mond van het konijn, net achter de snijtanden, en spuit rustig 1-2cc per keer in de mond. Dit is een hoeveelheid die het konijn makkelijk kan slikken. Let op dat het konijn zich niet verslikt.
NB in het artikel Torticollis staan nuttige aanwijzingen voor het voeren van hoogvezelig dwangvoer met een klein spuitje. Dit lukt beter dan voeren met een grote spuit.
Het beste is wanneer het konijn elk uur ca. 2 ml. per kg. lichaamsgewicht naar binnen krijgt.

Hooi.
Wanneer het konijn geen enkele soort hooi wil eten, kan alfalfa misschien uitkomst bieden. Hoewel alfalfa niet dagelijks gegeven mag worden (het bevat teveel proteïnen, calorieën en calcium), moet het in dit geval maar een keer. Voer het konijn wat alfalfa, al moet het sprietje voor sprietje, maar zorg dat het wat vezels binnenkrijgt. De vezels helpen bij het transporteren van de darminhoud, en stimuleren de darmwand-spieren zodat de peristaltische bewegingen verbeteren. Verse, vochtige bladgroenten. De darmen kunnen ook gestimuleerd worden door het konijn verse, vochtige bladgroenten te geven. Als het konijn dat niet wil eten, probeer dan kruiden zoals munt, basilicum, dille, koriander, peterselie, enz. Meestal zal een van deze kruiden de eetlust van het konijn opwekken. Het is dus handig om een gevarieerde voorraad kruiden bij de hand te hebben.

Lacto-bacteriën.
Hoewel lactobacteriën (lactobacillus acidophilus) normaal gesproken niet in het darmstelsel van een konijn voorkomen, blijkt een dosis lactobacteriën het konijn te helpen de crisis door te komen, totdat de darmen weer gaan bewegen. Hoewel er geen verklaring voor is, werkt het wel. Gebruik in ieder geval een lactobacterie product dat niet op zuivel gebaseerd is, en zeker geen Yakult. De suikers en koolhydraten die in dit product zitten stimuleren de groei van schadelijke bacteriën.
Via dierenartsen is Bene-Bac of Protexin verkrijgbaar.

Behandeling door de dierenarts.
Darmstimulerende middelen Een medicijn dat de peristaltische bewegingen van de darmen opwekt, zoals Cisaral drops (= Cisapride) of Primperid (=Metaclopramide), kan uitkomst bieden. Dit mag echter alleen gegeven worden wanneer vastgesteld is dat er geen blokkades in de darm aanwezig zijn, dus dat de darm niet onder spanning staat en erg pijnlijk is. De genoemde medicijnen zijn beide veilig aan konijnen te geven en zeer effectief. Verder is het middel cisapride, dat nauwelijks bijwerkingen heeft, goed geschikt om langere tijd gegeven te worden.
Het kan in sommige gevallen wel twee weken duren voordat de darmen weer goed bewegen, dus geduld en een goede verzorging van het konijn zijn essentieel. In ernstige darm-immobiliteitsgevallen is het aan te raden Primperid als Cisaral drops tesamen in te zetten.

Ontgiftingsmiddel
De stof Cholestryramine (Questran) kan gebruikt worden om negatief geladen, niet in water oplosbare stoffen te binden, bijvoorbeeld giftige afvalstoffen van Clostridium bacteriën. Het middel Questran wordt bij de mens gebruikt als cholesterol verlagend medicijn, en is goed verkrijgbaar. Wanneer een konijn slijmerige ontlasting heeft is de kans groot dat dit veroorzaakt wordt door een explosieve toename van clostridium bacteriën, die uiterst giftige afvalstoffen maken. Met Questran kunnen deze afvalstoffen gebonden worden en zonder schade via de ontlasting verdwijnen. Het gebruik van het middel Questran moet met enige zorg gedaan worden: geef het middel in een ruime verdunning met water via de mond in. Juist omdat Questran zelf hygroscopisch is (water bindend) moet veel extra water toegediend worden om te voorkomen dat de ingewanden van het konijn uitdrogen. Verder is Questran ongevaarlijk; de darmbewegingen worden niet verstoord, en het wordt niet door de darmen opgenomen. Het middel werkt dus direct op de inhoud van de darmen in

Onderhuids vocht
Een onderhuids ingespoten Ringer-Lactaat oplossing zorgt er voor dat het konijn niet uitdroogt, en het helpt tevens om de elektrolyten in balans te houden. Het injecteren van Ringer-Lactaat oplossing, zelfs wanneer het konijn niet uitgedroogd aanvoelt, helpt om vastzittende, ingedroogde voedseldelen in de darmen zacht te maken, en zorgt dat het konijn zich wat beter voelt. Een konijn met uitdrogingsverschijnselen voelt zich moe en ziek, en heeft nauwelijks zin in eten of drinken. Daarom is het een goed idee om Ringer-Lactaat oplossing preventief toe te laten dienen, tenzij het konijn zwakke nieren of hartproblemen heeft.

Enzymen
Het toedienen van extra spijsverteringsenzymen kan helpen om compacte, vastzittende voedselbrokken of haarballen (die dus een symptoom zijn, en niet de oorzaak van het probleem!) zacht en los te maken. Als proteïne oplossende enzymen kunnen zowel plantaardig als dierlijke enzymen gebruikt worden. De stoffen papaïne en bromeline, afkomstig van respectievelijk de papaja en ananas, helpen bij het verteren en oplossen van slijmerige, vaste voedseldelen. Ze kunnen echter keratine, hoofdbestanddeel van haren, niet verteren.
In de webwinkel is voor dit doel Prozyme te koop, dit is een spijsverteringsextract gemaakt van ananasstelen.

Vitaminen
Het oraal of parenteraal toedienen van vitamine B-complex stimuleert de eetlust van het konijn en vult de tekorten aan die zijn ontstaan.

Pijnbestrijding
Het is van levensbelang de buikpijn die een konijn met darmimmobiliteit kan hebben, te bestrijden.Verschillende pijnstillende middelen komen in aanmerking, zowel NSAID's (zoals carprofen of meloxicam) als opiaten (zoals bijv. Temgesic). Eventueel zou sulfasalazine ingezet kunnen worden, dit middel vermindert buikpijn en heeft een gunstige werking op het darmslijmvlies.


De weg naar het herstel

Het is essentieel dat de verzorger van een konijn met darm-immobiliteit uiterst geduldig is, zodat de behandeling en de medicijnen hun werk kunnen doen. Konijnen zijn zeer gevoelig voor stress, en moeten zo min mogelijk "nare" ervaringen hebben. Het kan soms wel dagen duren voordat er weer uitwerpselen te voorschijn komen, en soms wel weken voordat de darmen weer normaal bewegen. Er is zelfs een geval bekend waarbij het konijn na 14 dagen nog geen keutels maakte, maar toch, dankzij geduldige en consistente behandelingen (op de hiervoor beschreven manieren) er bovenop kwam. Geduld en doorzettingsvermogen zijn dus dé sleutelwoorden!

Ga niet vaker naar de dierenarts met het konijn dan absoluut noodzakelijk is. Hoe meer stress het konijn heeft, hoe langzamer het herstelt. Geef, indien mogelijk, de medicijnen zo veel mogelijk thuis, waar het konijn zich veilig voelt. Eigenlijk zou elke konijnenbezitter een stethoscoop in huis moeten hebben, zodat de darmgeluiden in de gaten gehouden kunnen worden. Wanneer de darmen weer een beetje geluid gaan maken is dit het teken dat het konijn aan het herstellen is, zelfs zonder dat er keutels verschijnen. Door het toedienen van de medicijnen, het geven van voorzichtige massage en liefdevolle aandacht zal het konijn steeds verder verbeteren, en na enige tijd komen vanzelf de keutels. De eerste keutels zullen hard en misvormd zijn, wat normaal is na een periode van ziekte. Het kan ook gebeuren dat het konijn een paar keutels maakt, dan een dag niets, en de volgende dag weer wat meer dan de eerste dag. Ook dit is normaal, en geen reden tot paniek. De darmen schijnen een soort hortend en stotend weer tot leven te komen in plaats van in één keer.

Antibiotica.

Sommige dierenartsen zullen routinematig een konijn met darmimmobiliteit antibioticum geven, om de wildgroei van Clostridium tegen te gaan (bijv. met metronidazol), of om een secundaire bacterie geen kans te geven (bijv. met Baytril). Hoewel preventieve maatregelen best vaak op hun plaats zijn, is toch enige terughoudendheid met het geven van antibiotica gewenst. Er komen steeds meer tegen bepaalde antibiotica resistente bacteriën, waardoor een behandeling steeds moeilijker wordt. Pas wanneer het konijn symptomen heeft die wijzen op een bacteriële infectie (waardoor misschien de darmen niet meer bewegen) moet een antibioticum gebruikt worden, niet eerder.

De oorzaak achterhalen.

Zodra het konijn hersteld is van de darmimmobiliteit wordt het tijd de oorzaak van de ziekte te achterhalen. Krijgt het konijn wel voldoende vezels? Krijgt het misschien teveel lekkere "snoepjes"? (Steeds meer "gezond snoep" voor konijnen verschijnt op de markt. In werkelijkheid ondermijnt dit snoep de gezondheid ipv dat het de gezondheid bevordert). Heeft het konijn soms te grote kiezen, of "haakjes" aan de kiezen, of een kaakontsteking? Is er sprake van een onderliggende infectie of andere ziekte die zoveel stress veroorzaakt dat de darmen er mee gestopt zijn?- De darmimmobiliteit kan een eerste aanwijzing zijn dat er iets anders loos is.

Wanneer het konijn weer hersteld is van de darmimmobiliteit, maar toch nog ‘ziekig’ is, is het tijd om eens een bloedonderzoek te doen of röntgenfoto’s te laten maken, of op een andere manier een diagnose te (laten) stellen. Wanneer gedurende de herstelperiode van het konijn zijn temperatuur regelmatig gemeten wordt, kan vastgesteld worden of het konijn homeostatisch (= in evenwicht zijn van de lichaamsfuncties) Sstabiel is.
Gebruik overigens altijd een plastic (liefst digitale) thermometer, die kan namelijk niet afbreken, en meet altijd de anale temperatuur. Deze ligt normaal tussen de 38.5°C en de 39.5°C. Een hogere temperatuur dan 39,5°C betekent (te) veel stress of een infectie, en in het laatste geval moet natuurlijk direct de dierenarts ingeschakeld worden. Eigenlijk is een temperatuur lager dan 38.°C erger dan een beetje verhoging. Een abnormaal lage lichaamstemperatuur kan duiden op een shock of een infectie die doorgebroken is naar de bloedbaan. Wanneer de lichaamstemperatuur onder de 37,5°C ligt, is er sprake van een extreem noodgeval! Pak dan het konijn in tussen met warm water gevulde flessen of kruiken en ga zo snel mogelijk naar de dierenarts! Voorkomen is beter dan genezen. Een beter medicijn dan voorkomen bestaat er niet.

Zorg ervoor dat het konijn altijd voldoende (vers) hooi heeft, geef speciale konijnenbiks, die voor minstens 14-16% uit ruwvezels bestaat. Zorg er ook voor dat het konijn altijd vers, schoon drinkwater heeft. Denk er aan dat een konijn meer drinkt uit een waterbakje dan uit een drinkfles. Geef daarnaast het konijn dagelijks voldoende groenvoer. En vergeet niet dat loslopen, rennen en spelen minstens net zo belangrijk is. De beweging versterkt niet alleen de botten en spieren van het konijn, maar stimuleert ook de darmwerking en de stoelgang als geheel. Controleer tenslotte het konijn regelmatig op afwijkingen of veranderingen in zijn/haar gedrag of eetpatroon. Dit is bij een binnenkonijn beter in de gaten te houden dan bij een buitenkonijn! Als je het niet vertrouwt, schakel dan een dierenarts in!

Darmslijmvliesontsteking

slijm tussen de keutels, niet eten of drinken, lusteloosheid, met gasgevulde buik, buikpijn, diarree (met of zonder bloed).

Gas

Je gaat naar je konijn en zet eten neer, maar je konijn gaat niet eten. Je geeft hem/haar om te testen wat lekkers, waar normaliter de kooi voor afgebroken wordt. Maar je konijn hoeft het niet. Blijft stilletjes zitten en als je het lekkers voor de neus houdt wordt de kop afgewend, of je konijn wendt zich helemaal van je af. Het kan ook dat je konijn slap of in een ongemakkelijke houding in kooi of hok ligt, en een doodzieke indruk maakt. Negen van de tien keer heeft je konijn gas. Niet behandeld gas kan extreme vormen aannemen, en tot de dood leiden. Een extreme vorm van gas is trommelzucht. Bij de eerste tekenen van gas moet actie ondernomen worden...

Gas...

Een konijn heeft een zeer gevoelig, zeer uitgebalanceerd maagdarmstelsel. De meeste problemen in geval van een ziek konijn ontstaan in het maagdarmstelsel.

Een van de meest voorkomende problemen is gas. Het ene konijn is gevoeliger voor gas dan het andere, ongeacht de grootte of het ras. Gas wordt vaak veroorzaakt door het voer wat we geven, vooral door grote hoeveelheden kool. Kool geven wordt om deze reden afgeraden. Ook stress is een zeer belangrijke oorzaak van het niet goed functioneren van darmen. Een haak aan een kies geeft pijnstress, dit kan de darmwerking vertragen en gas veroorzaken. Coccidiose, wormen, enteritis etc. kunnen gas veroorzaken. Verder kan overtollig haar in het maagdarmstelsel een snelle voedseldoorvoer belemmeren waardoor gas kan ontstaan. Dit zijn slechts enkele voorbeelden uit de lange rij van mogelijke oorzaken.
Een konijn dat in erge mate aan gas lijdt, kan sterven als je er niets aan doet....
Het gas veroorzaakt erg veel pijn, en daarom stopt het konijn met eten. Na 24 uur niet eten belandt het konijn in een zeer kritieke fase: darmimmobiliteit. Dit betekent dat de darmen, vanwege het ontbreken van voedsel, stoppen met bewegen. Dit proces is zeer moeilijk weer op gang te brengen. Als de darmen te lang stilliggen, ontstaat leverbeschadiging. De overlevingskans wordt hierdoor minimaal
.

Een konijn kan niet boeren, gas kan er alleen via de onderkant uit. Vaak ontstaat gas voorin het darmstelsel, in de kronkeldarm. Het heeft dan een lange weg te gaan, voordat het via de meters lange opgevouwen darmen eindelijk bij de uitgang komt en het lichaam kan verlaten. Vaak lukt dat niet goed, en de urenlange pijn kan zoveel stress op de darmen geven dat de darmwerking helemaal stilvalt. Pijnstilling is daarom een belangrijk onderdeel van een gasbehandeling. Een andere probleemplek waar gas vaak ontstaat is de blindedarm.

Symptomen die het meest voorkomen zijn:
- Harde borrelende geluiden in de buik van je konijn, of doodse stilte. Normaal hoor je zachtjes borrelen/pruttelen als je aan de buik luistert.
- Je konijn wordt apathisch, wil met rust gelaten worden, zit vaak met de ogen half gesloten.
- Stopt met eten (hoeft zelfs de lekkerste dingen niet).
- Je konijn ligt in een ongemakkelijke of ongebruikelijke houding - gedeeltelijk op de zij om de pijn te verlichten (hoogstwaarschijnlijk met het voorste gedeelte van het lichaam wat omhoog terwijl de achterpoten relaxed lijken); of je konijn wil helemaal niet liggen maar geeft de voorkeur om rechtop te zitten in een heel rechte houding.
- Vaak zal je konijn rusteloos zijn, steeds een andere plek zoeken en met de achterpoten het stro wegtrappen, dat is vanwege de pijn.
Meer tekenen van pijn:
- - Wegrennen en zich verstoppen, als dat geen normaal gedrag is
- - Snelle ademhaling of hijgen.
- - Knarsetanden, luid, alsof er kiezels worden doorgebeten.
- De buik zal heel hard aanvoelen, of extreem zacht.
- Als je je konijn optilt, is hij (vaak) slap.
- Geen keutels, of natte.

Om voorbereid te zijn op gas is het belangrijk de volgende zaken in huis te hebben:
- Equate.Dit is een baby-antigasmiddel, maar werkt heel goed bij konijnen.(Er bestaan geen voor konijnen ontwikkelde middelen die op gas inwerken.) Het middel heeft geen invloed op de darmen, het wordt niet in het lichaam opgenomen maar werkt uitsluitend in de darmen op gas, het heeft geen invloed op verdere gegeven medicatie, dus het kan zonder bezwaar aan een konijn gegeven worden. Het werkzame bestanddeel is simeticon.
OF:
- Infacol. (Sinds kort in Nederland verkrijgbaar bij diverse drogisterijen) Dit is ook een simeticon produkt, met dezelfde eigenschappen als Equate.
OF
- Ceolat kauwtabletten. Deze tabletten bevatten 80 mg. dimethicon, de juiste dosering is dus een halve tablet per keer. De halve tablet kan als snoepje gegeven worden, of wanneer het konijn dat niet neemt, fijngemaakt worden en vermengd met wat water via een spuitje gegeven worden. De frequentie van geven aanhouden zoals beschreven staat voor de andere middelen
Klik hier voor info over simeticon)

BELGIE
Vervangende middelen in België voor Infacol/Equate zijn:
- Kestomatine tabletten. Is het Belgische antigas-middel met als werkzaam bestanddeel dimethicon. Kestomatine is het antigas-middel dat voor konijnen gebruikt mag worden. De te geven hoeveelheid dimethicon (40 mg. per dosering) is gedurende het eerste uur elke 20 minuten 1/6 tablet. Verdere behandeling is hetzelfde als met Infacol of Equate.
OF
- Ceolat kauwtabletten. Deze tabletten bevatten 80 mg. dimethicon, de juiste dosering is dus een halve tablet per keer. De halve tablet kan als snoepje gegeven worden, of wanneer het konijn dat niet neemt, fijngemaakt worden en vermengd met wat water via een spuitje gegeven worden. De frequentie van geven aanhouden zoals beschreven staat voor de andere middelen.
OF
- Rodikolan. Dit zou ook allerlei darmproblemen waaronder gas helpen oplossen maar het is eerder een darmstimulerend en laxerend middel. Je kan het bij de dierenarts kopen. De dosering is 3x daags 5 à 6 druppels oraal voor dwergkonijnen en kleine konijnen en 7 à 10 druppels voor grotere rassen.
(Informatie over Rodikolan is overgenomen van knagers.net)

- Injectiespuitjes zonder naald, alle maten. (Bij dierenarts of apotheek verkrijgbaar.)
- Pijnstillend middel zoals Metacam
- Metocloral drops dit middel werkt maagledigend en daardoor darmstimulerend, een onontbeerlijk middel bij gas.
- Laxeermiddel op basis van lactulose zoals Laxatract of Tractonorm (dierenarts) of een lactulose drank bij drogist.
- Kruik
- Stethoscoop optioneel, (eventueel kan ook met een kokertje zoals van toiletpapier geluisterd worden naar de darmgeluiden) Een goedkope maar goede stethoscoop is te koop.
- Dwangvoer (bij gas het beste lichtverteerbaar voedsel, zoals bijv. baby 1e wortelhapje, supermarkt)
- Elektrolytische oplossing

Gas...wat moet ik doen?

 

Als je vermoedt dat je konijn gas heeft:
- Een buitenkonijn moet direct naar binnen gehaald worden en warmgehouden. Controleer de lichaamstemperatuur van je konijn. Als die lager is dan 38o C (dat merk je ook al snel aan koude oren, met zeer koude oorpunten), moet je je konijn opwarmen voordat hij nog verder afkoelt en in een shock raakt.
- Leg hem op een warmtematje, een warmwaterkruik, onder een warmtelamp, of houd hem tegen je aan, met een deken om hem heen. Controleer regelmatig anaal met een ingevette thermometer (voorzichtig!) om er zeker van te zijn dat de temperatuur niet steeds lager wordt.
Als de oren warmer worden, is dat een teken dat de lichaamstemperatuur wat oploopt. Het warm houden is verschrikkelijk belangrijk. In de kooi zal een binnenkonijn het stro etc. wegtrappen, en op de koude, kale bodem gaan liggen. Zorg ervoor dat het lichaam van je konijn warm blijft. Hier kan een kruik of een warmtematje uitkomst bieden.
Wanneer je konijn koud wordt maar het dier wil niet bij de warmtebron blijven, zet het dan in een kattenvervoersmand. Op de bodem een rubberen kruik, gedeeltelijk gevuld met heet water en daar overheen een handdoek, het konijn daar op. Indien nodig ook nog een deken over het konijn heen.
NB enkel een handdoek over het konijn leggen en geen andere warmtebron gebruiken geeft geen warmte genoeg aan een onderkoelend konijn.

METOCLORAL DROPS
- Geef je konijn een dosering Metocloral drops. Dit is een maagledigend, en daardoor darmstimulerend middel. De juiste dosering is 0,5 ml. per kg. lichaamsgewicht. Dit mag je elke 6 uur herhalen, na 6 uur is het middel namelijk uitgewerkt. Via dierenarts verkrijgbaar.

METACAM
- Een konijn met pijn geeft het op. Begin de gasbehandeling daarom ook met een dosering Metacam. De juiste aanvangsdosering van Metacam-hond is 0,13 ml. per kg. lichaamsgewicht, na 12 uur indien nog nodig een herhalingsdosering van
0,065 ml. per kg. lichaamsgewicht.
LET OP! Van Metacam-kat geef je een konijn een aanvangsdosering van 0,4 ml. per kg. lichaamsgewicht, na 12 uur indien nog nodig een herhalingsdosering van 0,2 ml. per kg. lichaamsgewicht.

EQUATE:
- Geef je konijn het eerste uur 4x (dus om de 15 minuten) 0,6 ml Equate, oraal (in de bek dus). Na het eerste uur kun je verder elk uur 0,6 ml geven tot de toestand verbetert.
OF:
INFACOL
- Geef je konijn het eerste uur 4x (dus om de 15 minuten) 1 ml Infacol, oraal (in de bek dus). Na het eerste uur kun je verder elk uur 1 ml geven tot de toestand verbetert.
OF:
CEOLAT
- Geef je konijn van Ceolat het eerste uur 4x (dus om de 15 minuten) 1/2 tablet, oraal (in de bek dus).  Maak de tablet fijn in water en geef het met behulp van een spuitje. 
Als je konijn slecht blijft, moet je het elk uur 1/2 tablet blijven geven, ook 's nachts, tot de toestand verbetert.

LAXEERMIDDEL
- Wanneer je konijn hevig in de rui is, kan het nuttig zijn om ook een dosering laxeermiddel op basis van lactulose te geven, omdat haaroverlast de oorzaak van de gasaanval kan zijn.

- Doe buik massage. Doe dit heel zacht en voorzichtig! Alleen met de vingertoppen. Dit zal helpen de pijn en het ongemak te verlichten en zet de darmen aan tot bewegen. Als je merkt dat je konijn het niet prettig vindt, en rusteloos wordt, dan stoppen. Als je konijn doodstil blijft zitten is dit een teken dat hij het prettig vindt. Je kunt ietsje steviger gaan masseren, let op de reactie van je konijn. Het moeten lichte bewegingen blijven, om geen organen te beschadigen. Massage is uiterst belangrijk, hierdoor kun je de darmen tot bewegen aanzetten. Hoor je tijdens massage of na het geven van het antigas-middel harde borrelende geluiden, dan is dat een teken dat er beweging in het gas komt.
- Probeer van tijd tot tijd of je konijn wil eten. Vanwege de pijn zal je konijn weinig interesse hebben. Als je konijn voedsel aanneemt, weet je dat het beter met hem gaat. Wat peterselie wordt vaak het eerst genomen door een konijn dat buikpijn gehad heeft.
- Geef je konijn tussendoor steeds wat water, gebruik daar een spuitje voor. Spuit niet hard in zijn bekje maar doe het voorzichtig. Misschien krijg je maar 1 ml. water per keer naar binnen. Belangrijk is dat je konijn blijft drinken. Beste is elk half uur tot een uur een paar ml. water naar binnen zien te krijgen.
- Als het al enige uren geleden is dat je konijn gegeten heeft, is het zinvol elk uur een paar ml. dwangvoer te geven. Dit kan wortelhapje zijn of gemalen biks (= geperste staafjes) met wat water tot een papje geroerd. Dwangvoer wordt met een spuitje in de bek gegeven.
- Zorg ervoor dat er voldoende hooi is. Als je konijn weer wil gaan eten, moet er veel vers hooi zijn. Zorg voor vers water. 

WANNEER ER GEEN SCHOT IN ZIT

Wanneer je konijn binnen een paar uur niet wat verbetert (zich bijv. gaat wassen), of de toestand verslechtert zelfs, of je hebt niet alle middelen in huis, dan is het nodig dat je zo snel mogelijk een konijnkundige dierenarts bezoekt. Zie hiervoor de lijst konijnkundige dierenartsen
Er moet voorkomen worden dat het gas extreme vormen aan gaat nemen (trommelzucht), want dit verloopt vrijwel altijd fataal.
De meeste dierenartsen gebruiken helaas geen antigasmiddel zoals Equate of Infacol, dit moet dan thuis gewoon doorgegeven worden, naast de medicatie die de dierenarts per injectie zal verstrekken.
- Misschien is het nodig dat je konijn een infuus krijgt, of dat er een rontgenfoto gemaakt wordt om te zien waar het gas zich precies bevindt.
- Vervoer je konijn uiterst warm en neem een deken mee zodat het dier niet op de koude behandeltafel hoeft te liggen, warmte is van levensbelang. 

NB Laat de dierenarts onder geen beding Buscopan toedienen. Buscopan verslapt de darmen, waardoor ze nog minder gaan bewegen en het gas niet weg kan. Dit kan rampzalige gevolgen hebben.

GAS IN DE MAAG

Gas in de maag is (nog) ernstiger dan een gasophoping in de darmen. Wanneer het gas zich namelijk in de maag bevindt, is het niet of nauwelijks mogelijk om voedsel of medicatie toe te dienen, omdat de maag al overvuld is. Primperid/Primperan en pijnstiller dienen dan per injectie toegediend te worden en dit is zeker iets wat onmiddellijk gedaan moet worden. De maag, die normaal gesproken vrij plat is, loopt van links naar rechts, vlak onder de borstkas. Bij veel gas in de maag kan de maag buiten de ribben uitpuilen, deze bult is zeer duidelijk te voelen en kan enorme proporties aannemen.

Maagmassage
Een konijn kan niet boeren, daarom moet gas wat zich in de maag bevindt via de maagpoort naar de darm. Dan door de darm naar de anus en zo als (stinkende) windjes het lichaam verlaten. Dit is niet eenvoudig. Door massage kan geprobeerd worden het gas via de maagpoort richting darm te duwen. De maag wordt van linksonder naar rechtsboven gemasseerd. De beweging mag niet te zacht zijn, maar ook absoluut niet te stevig om de tere maag niet te beschadigen. Voor de massage zet je je konijn met de rug naar je toe op schoot, leg je handen om de borst. De opening van de maag naar de darmen zit rechtsboven op de rug van het konijn. Als je de vingers van de rechterhand op de maag legt en je rechterduim bovenop de rug, dan kun je met je vingers masseren en voel je (hopelijk) de luchtbellen onder je duim door naar de darmen gaan. Als het gas weg kan zal de druk op de maag afnemen. Je zult de maag steeds moeten blijven masseren opdat het gas niet weer de maag zal vullen. Tussendoor heeft het dier rustpauzes nodig. De reactie van je konijn op de massage is zeer belangrijk. Als de massage helpt, zal het dier wat gaan ontspannen. Een warmtebron onder of tegen de buik kan helpen het gas af te voeren en geeft verlichting van pijn. Wanneer er iets ruimte in de maag is, kunnen Primperan of Cisaraldrops en pijnstiller wel oraal toegediend worden.

Gas in de maag is zeer moeilijk weg te krijgen en er is kans dat de massage geen effect heeft. De dierenarts kan proberen door middel van een sonde het gas in de maag via de mond te laten ontsnappen. Verschillende dierenartsen hebben deze techniek met succes toegepast maar het lukt helaas niet altijd

 

Gebitsproblemen een hapje eten nemen en dan stoppen, steeds minder eten, geen hooi of groenvoer meer eten, stoppen met eten, natte mondhoeken en/of kin, een knarsend geluid tijdens het eten.
Verstopping meestal steeds minder eten, tenslotte stoppen met eten. De keutels worden kleiner en kleiner, en op een gegeven moment komt er niets meer. Blijft vaak eerst levendig, later ziek en gasvorming

Verstopping? Traagwerkend darmstelsel!
door Maryo van den Berg

 

VERSTOPPING 

Symptomen: het konijn heeft steeds minder eetlust, de keutels worden kleiner en minder, of er komen geen keutels meer. In het begin hoeft het konijn zich nog niet ziek te gedragen, je merkt niet veel aan het gedrag.

HOE ONTSTAAT EEN VERSTOPPING

Over het algemeen wordt een verstopping veroorzaakt doordat het darmstelsel te traag werkt. De reden van een te traag werkend darmstelsel is meestal een tekort aan vezels in de voeding. Ook gebitsproblemen kunnen een reden zijn van minder goed eten en als gevolg daarvan het trager werken van de darmen. Pijn vanwege gebitsproblemen geeft namelijk stress die de darmbeweging direct vertraagt. Wanneer de darmen te traag werken kan, vooral in de ruiperiode, overmatig opgelikt vachthaar de boel gaan stagneren. Behalve haar kunnen er nog andere redenen van stoornissen in het maagdarmstelsel zijn, zoals een gehele of gedeeltelijke blokkade door onbekend materiaal (bijv. stukjes tapijt, karton), verklevingen na operaties, darmparasieten en vergiftiging (bijv. lood). Het is belangrijk uw konijn goed door uw dierenarts te laten onderzoeken (evt. rontgenfoto) om precies te weten wat er aan de hand is en de behandeling hierop af te stemmen.

WAT GEBEURT ER

Als de darmbeweging te traag is, blijft het voedsel te lang in de maag.  Het konijn heeft een vol gevoel in de maag en wil niet of nauwelijks meer eten, daardoor gaan de darmen nog langzamer bewegen, of vallen stil. Het konijn stopt nu met eten en vaak ook met drinken. Het lichaam heeft toch vocht nodig, en ontrekt dat nu onder meer aan de onverteerde voedselbestanddelen die in de maag aanwezig zijn. Hierdoor kan de voedselmassa in de maag uitdrogen en veranderen in een massieve, stevig vastklevende massa, die niet in beweging te brengen is. Bij het voedsel wat zich nog in de darmen bevindt gebeurt precies hetzelfde.  

SYMPTOMEN VAN EEN TRAAGWERKEND DARMSTELSEL

De symptomen van een te traag werkend darmstelsel zijn steeds kleiner wordende keutels, terwijl de hoeveelheid doorgaans sterk vermindert. Aan het gedrag van het konijn valt nog niet veel te merken: het is opgewekt en levendig en wil nog steeds kranten scheuren of aan dingen knagen. Wel zal meestal de eetlust afgenomen zijn of wordt het voedsel met lange(re) tussenpozen gegeten. Op een gegeven moment worden de keutels piepklein en blijven tenslotte uit; op dit punt eet het konijn nauwelijks of helemaal niet meer. Mogelijk verschijnen er af en toe nog wat zachte, puddingachtige keutels. Het uitblijven van de keutels betekent dat de darmen niet meer bewegen; het traagwerkende darmstelsel is uitgemond in darmstilstand ofwel darmimmobiliteit. Aan deze toestand moet snel iets gedaan worden want anders zal het dier snel erg ziek worden en sterven.  

Het spijsverteringsstelsel van een konijn kan maximaal 24 uur zonder voedsel. Daarna gaat het mis.

VERSTOPPING: DE BEHANDELING 

Er kan onderscheid gemaakt worden tussen een beginnende en een volledige verstopping, en beide hebben een verschillende aanpak nodig.  

Beginnende verstopping
De typische symptomen van een beginnende verstopping zijn dat de keutels steeds kleiner worden en het aantal wordt (meestal) steeds minder. De keutels zijn hard (uitgedroogd) en hebben vaak grillige vormen en/of kunnen als een kettinkje aan elkaar zitten. Het konijn heeft op dit punt al vaak een verminderde eetlust of doet langer over het eten (eet in etappes). Verder is niet echt afwijkend gedrag te zien.
Het is belangrijk dat een konijn met een beginnende verstopping veel vochtige vezels te eten krijgt om de darmwerking te versnellen, dus veel hooi en nat gemaakt groenvoer. Droogvoer kan nu beter tijdelijk achterwege gelaten worden. Let op dat je konijn goed blijft drinken, anders moet extra vocht gegeven worden; dit doe je al enigszins door het groenvoer nat aan te bieden.
Wanneer je konijn te weinig eet kan hij beter al wat bijgevoerd worden met hoogvezelig dwangvoer, zoals Recovery. Een pijnstiller is nuttig om je dier in een zo optimaal mogelijke conditie te houden.
Geef daarbij driemaal daags (door het voedsel) een enzym dat helpt het voedsel in het maagdarmstelsel af te breken.  Hiervoor kun je Prozyme gebruiken, dit is te koop.

- Eventueel kun je, in plaats van Prozyme, vers geperst ananassap gebruiken. Geef nooit sap uit pak of blik of iets dergelijks, dit bevat namelijk niet (meer) de nodige enzymen. Sap uit pak of blik kan zelfs door het suikergehalte voor grotere problemen zorgen, zoals een gasbuik. Er zijn ook papaya enzym tabletten tegen haarballen bij katten in de handel, die voor dit doel te gebruiken zijn wanneer vaststaat dat het probleem door haaroverlast veroorzaakt werd. Je kunt deze een paar maal per dag als snoepje geven.

Ananassap
Ananassap kan maar kort bewaard worden omdat anders de werkzaamheid afneemt. Elke dosering dient dan ook vers geperst te worden. Met een vork kunnen kleine stukken ananas zonder pitten platgedrukt worden (of gebruik een sapcentrifuge). Het sap wordt opgevangen. Het is mogelijk om een grotere hoeveelheid te maken en dit in te vriezen. Ideaal hiervoor is een bakje of zakje waar je normaal gesproken ijsblokjes in maakt. Voor de dagelijkse doseringen kan dan telkens een ijsblokje sap ontdooid worden. Ananassap wordt in kleine hoeveelheden (een paar ml) enkele keren per dag oraal toegediend, met een injectiespuitje zonder naald. Ananassap is nogal scherp en kan branden, daardoor kan de huid rond de mond kaal en ontstoken raken wanneer er gemorst wordt. De ananas mag niet te onrijp zijn maar beslist ook niet te rijp. Een te rijpe ananas bevat teveel koolhydraten in de vorm van suikers, wat vooral nu gasvorming kan veroorzaken.

Het is zinvol om een laxeermiddel te geven. Hiervoor kun je het beste kiezen voor middelen op basis van lactulose, zoals Tractonorm of Laxatract. Deze middelen hebben geen schadelijk effect op de darmwand en zijn osmotisch, dat wil zeggen dat ze vocht aantrekken. Hierdoor wordt de darminhoud smeuiig maar krijgt ook meer massa, waardoor de darmbeweging gestimuleerd wordt. Het is nodig dat een konijn dat deze laxeermiddelen krijgt voldoende eet en vooral drinkt, desnoods door middel van dwang. Beter kun je geen middelen geven op basis van vaseline (zoals Laxapast) en ook geen paraffine, want deze middelen tasten bij langer gebruik de darmwand aan.
De dosering van Tractonorm en Laxatract mag 3x daags ca. 1 ml. per kg. lichaamsgewicht zijn.

Wanneer de darm niet pijnlijk opgezwollen is, is het nodig om een darmstimulerend middel te geven zoals Metocloral drops (of Primperan) of Cisaral drops.
* Metocloral drops stimuleert de maag om zich sneller te legen in de darmen, waardoor hopelijk de darmen steviger gaan bewegen en de blokkade meegevoerd wordt. Het beste kan dit om te beginnen per injectie toegediend worden (Primperid, door dierenarts). Daarna wordt het thuis oraal, dus via de mond, gegeven
* Cisaral drops zorgt direct dat het onderste deel van de darm gestimuleerd wordt om te bewegen.
- De dosering van beide middelen is 0,5 ml. per kg. lichaamsgewicht elke 6 uur, later af te bouwen naar elke 12 uur.

Nazorg bij beginnende verstopping
Zodra de keutels groter en talrijker worden, kun je het laxeermiddel minderen of achterwege laten. Het is verstandig minimaal éénmaal daags enzymen te blijven geven. Ook het darmstimulerende middel blijf je geven, hoewel je het aantal doseringen per etmaal voorzichtig af kunt bouwen.
Droogvoer nog steeds niet geven, of zeer minimaal. Hooi en vochtig groenvoer moeten hun goede werk doen in de darmen, en deze blijven aanzetten tot een stevige beweging.
Worden de keutels toch weer kleiner en minder in aantal, dan is een laxeermiddel nog nodig. Pas als je konijn weer normaal keutelt, dus wanneer de keutels groot, talrijk, rond van vorm en niet uitgedroogd zijn, en het dier een uitstekende eetlust heeft, is het gevaar van een verstopping voorbij. Nu kun je stoppen met alle medicatie.

Volledige verstopping
Bij volledige verstopping komen er geen keutels meer. Konijnen met een volledige verstopping willen niet meer eten, en zullen zeker gedwangvoerd moeten worden.
Door nat dwangvoer en enzymen wordt de verstopping hopelijk afgebroken, danwel doorgevoerd. Het beste is om in dit stadium eerst voeding met juist weinig of geen vezels te geven, zodat er geen kans is dat de door vocht opgezwollen vezels blijven steken, waardoor de blokkade zou vergroten. Voedingsmiddelen zoals babyvoeding tot zes maanden, bijv. wortelhapje (supermarkt), Juvenile (dierenarts) en Convalescence support (dierenarts) zijn geschikt  
- Let wel: als de verstopping zich in de maag bevindt, moet met dwangvoeren opgepast worden in verband met maagoverlading.
Het beste kun je 8 tot 10 maal per etmaal kleine beetjes dwangvoer geven (5-15 ml, afhankelijk van de grootte van je konijn: Vlaamse reus of dwergkonijn). Het dunne dwangvoer houdt de verstopping zacht en kan er hopelijk langs, om de darminhoud te vergroten, waardoor de darmen in beweging blijven.
Om uitdrogingsgevaar tegen te gaan kan het dwangvoer het beste worden aangemaakt met een elektrolytische oplossing, ofwel ORS-preparaat (een mengsel van glucose en zout, ook zelf te maken, zie hieronder) bij de dierenarts verkrijgbaar. Als je konijn niet of nauwelijks drinkt, moet het extra vocht toegediend krijgen, zodat de maagdarminhoud zacht blijft. Het beste kan een elektrolytische oplossing gegeven worden.

Een konijn heeft per etmaal minstens 50 ml. water per kg lichaamsgewicht nodig, wanneer het konijn niet genoeg wil/kan drinken is het nodig dat de dierenarts onderhuids vocht toedient. Een konijn met vochttekort wordt slap en apathisch.

Elektrolytische oplossing: zelf maken
Elektrolytische oplossingen zijn in geval van nood zelf te maken. Voeg aan 1 liter gekookt water 1 1/4 theelepel zout en 5 theelepels suiker toe, goed roeren zodat alles volledig is opgelost. Af laten koelen tot lauwwarm, dit is de temperatuur waarbij konijnen het drankje beter willen drinken.
De oplossing bewaren in de koelkast, je kunt er steeds wat van afnemen en ietsje opwarmen. Niet langer gebruiken dan 24 uur vanwege bacterievorming, dan weer nieuw maken

Verdere behandeling bij volledige verstopping
De laxeermiddelen, enzymen, pijnstiller en darmstimulerende middelen zullen op precies dezelfde manier ingezet moeten worden als beschreven is bij een dreigende verstopping, mits de darm niet opgezwollen en pijnlijk is. Het is verder zinvol om vitamine B-injecties te laten geven om de tekorten aan te zuiveren die ontstaan door het niet eten van de blindedarmkeutels. Let wel: vit.B werkt alleen in "familieverband", er dient dus beslist een vit.B-complex gegeven te worden waar de vit.B12 in voorkomt.

Dwangvoer
Wanneer er weer keutels komen, ook al zijn ze piepklein en misvormd, kan begonnen worden met het dwangvoeren van vezelig voer. Het speciaal voor konijnen ontwikkelde Supreme Science Recovery (dierenarts) is hiervoor uitstekend geschikt. Dit voer bevat 20% vezels en toegevoegde prebiotica en elektrolyten. Nog een geschikte biks om in dit geval te dwangvoeren is Supreme Science Selective, een zeer hoogvezelige en lichtverteerbare biks. Dit voer bevat ook prebiotica, en is zowel bij dierenarts als dierenzaak te koop. De biks zal voor het doel geweekt en fijngemaakt moeten worden. Ook papaya en pompoen bevatten veel vezels, en kunnen in het dwangvoer verwerkt worden. Omdat vezels de opening van een injectiespuitje zonder naald verstoppen, is voor het voeren van vezelig dwangvoer een spuit met een veel wijdere opening nodig, maar deze is in veel gevallen moeilijk te bemachtigen. Beter kun je een 1 ml. spuitje nemen en hier het tuitje afsnijden vlak voor de ronding waar het spuitje wijd wordt. Zo heb je een wijd gat waar vezeldwangvoer goed doorheen gaat, terwijl het spuitje nog steeds dun genoeg is om tussen de lippen van een onwillig konijn te stoppen.

Als het voeren niet lukt adviseer ik je om even naar www.vrijkonijn.nl gaan. Je krijgt daar uitleg over het dwangvoeren en je ziet dan hoe je een konijn dat niet meewerkt in kunt pakken in een handdoek. De meeste konijnen worden op die manier erg gewillig. De foto's zijn heel erg duidelijk. Belangrijk is dat de handdoek strak genoeg zit zodat het konijn zich niet kan losworstelen, maar niet zo strak om de nek dat het dier het benauwd krijgt.

Gas tijdens verstopping
Zowel bij dreigende verstopping als bij volledige verstopping is het gevaar van gasvorming in maagdarmstelsel niet denkbeeldig. Doordat het voedsel te lang in het maagdarmstelsel blijft, krijgen pathogene bacteriën de kans om de massa in maag en/of darmen te laten gisten. Hier moet goed op gelet worden, bij het geringste vermoeden van gas zal een antigasmiddel gegeven moeten worden. In feite kun je beter preventief een paar maal per dag het  antigasmiddel Aeropax geven. Dit middel bevat de werkzame stof simeticon, een ander antigasmiddel mag niet bij konijnen gebruikt worden.

Geef elke dag een probiotica, om de darmflora te helpen in evenwicht te blijven. Hiervoor kun je Protexin gebruiken, bij dierenarts te koop, of Aciforce van Vogel, bij drogist te koop.

Het is zelden nodig om antibiotica te gebruiken, vaak zorgen deze zelfs voor een verdere verstoring van het al zo geteisterde darmstelsel. Dus geef liever geen antibioticum 

Voorkomen is beter dan...
De kans op een verstopping wordt een stuk kleiner als het dier zoveel mogelijk vezels aangeboden krijgt, dus groenvoer en veel hooi, zo min mogelijk droogvoer en dagelijks volop vers water. Vezels en vocht zorgen voor een optimale darmwerking. Ook veel lichaamsbeweging stimuleert de darmbeweging. Verder moet tijdens de ruiperioden veel geborsteld worden, zodat het konijn zo min mogelijk haar oplikt.

Madenziekte

 

Myasis : OPGEPAST, MADEN!!
door Maryo van den Berg

wondjes in de buurt van de anus, vreemde kale plekken, apathisch gedrag van het konijn en gaatjes in de huid.

 

Als het warm weer wordt moet je vreselijk oppassen. Regelmatig overlijden konijnen aan de madenziekte (eigenlijk huidmadenziekte geheten, de officiële naam is myiasis) die veroorzaakt wordt door een blauw-groene vlieg, genaamd Lucilia sericata.

Aan het eind van de lente/begin zomer, wanneer de dagen warmer worden en de luchtvochtigheid hoger zie je overal de beruchte blauw-groene "strontvliegen" weer. Ze ruimen uitwerpselen op van katten, honden, kippen etc. Maar ze zoeken ook vieze achterwerken van andere dieren zoals schapen, kippen, konijnen, etc.

De vliegen zoeken konijnen met vieze achterwerken, of konijnen die de lucht van diarree of urine bij zich hebben. Ze leggen eitjes in aangekoekte uitwerpselen of in de viesruikende vacht, meestal in de onderkant van de staart, maar ook wel tussen de achterpoten. De maden die hier uitkomen eten zich binnen 4 uur een weg naar binnen en veroorzaken bloedvergiftiging. Zonder snelle behandeling kan een konijn hierdoor binnen twee dagen sterven.

Ook wondjes zijn gevaarlijk, daar worden ook eitjes in gelegd. Dus kijk je konijn na, zoek naar wondjes en behandel die. Houd het hok/de kooi schoon en zo reukloos mogelijk. Was het achterwerk van je konijn als het vies is. Hiervoor kun je je konijn met zijn kontje in een bak warm water zetten. De aangekoekte keutels worden zacht door het warme water en kunnen uit de vacht gewreven worden. Het beste gaat dit met twee mensen, de één houdt het konijn vast, de ander probeert zachtjes de onderkant schoon te wassen. Trek desnoods een rubberen huishoudhandschoen aan. Eventueel kun je een babyshampoo gebruiken, maar dan heel goed spoelen, zodat alle zeepresten verdwijnen. Droog je konijn daarna heel goed af..

Als je je konijn niet helemaal schoon en reukloos kunt krijgen kun je je konijn tegen vliegen beschermen door een fijne vitrage of vliegengaas over de verblijfplaats te hangen.

Voorzorg

Teveel blindedarmkeutels die dan blijven liggen
Probeer de kwaal te verhelpen, meestal ontstaat een overproductie aan blindedarmkeutels door voedingsfouten, vaak is de reden dat het konijn te dik is. Hij/zij kan dan niet goed meer bij de anus komen, waar de blindedarmkeutels rechtstreeks uit gegeten moeten worden, of door de grote hoeveelheid voer worden er meer blindedarmkeutels gemaakt dan je konijn nodig heeft. Drastisch de hoeveelheid hardvoer verminderen zodat je konijn meer hooi gaat eten kan het probleem al oplossen. Meer oorzaken van het niet-eten van deze keutels kunnen gebitsproblemen zijn zoals doorgroeiende tanden of kiezen, haken aan kiezen, of pijn bij het buigen door een kwaal of een wond, of verdere onderliggende ziektes van het darmstelsel. 
Te zachte blindedarmkeutels die niet gegeten kunnen worden
Teveel koolhydraten zoals in konijnensnoep zit, maar ook in fruit en in gemengd voer, kan veroorzaken dat de blindedarmkeutels te zacht worden. Deze blijven dan als een dikke koek aan de achterhand plakken. Snoep kan daarom beter achterwege gelaten worden, fruit mag slechts zeer matig gegeven worden. Gemengd voer mag slechts matig gegeven worden zodat het konijn alles opeet, en niet alleen de lekkere dingetjes er uithaalt en de bikskorrels laat liggen.

Diagnose

Let goed op of je groene vliegen in de buurt van je konijn ziet. Als dat het geval is weet je dat het foute boel is. Controleer of een groene vlieg aan het werk is geweest bij je konijn: vaak heeft je konijn dan een wondje in de buurt van de anus, of binnenkant van de achterpoten, en zie je maden. Verdere tekenen van besmetting zijn: vreemde kale plekken, apathisch gedrag van het konijn en gaatjes in de huid. De gaatjes zijn door de maden gemaakt.

Als dit geconstateerd wordt, dan onmiddellijk naar de dierenarts. Dit is een noodgeval!!! Dus ook als het avond is, of weekend. Veel dierenartsen hebben avond- of weekenddienst, en zullen je willen helpen.

Wacht je een dag met naar de dierenarts te gaan, kan dit voor het konijn dodelijke gevolgen hebben.

Behandeling.

De dierenarts zal het haar wegknippen, de wonden behandelen en de vliegenlarven verwijderen en/of doden met speciaal daarvoor bestemde middelen.

Als de madenaanval erg is zal er een breedwerkend antibioticum toegediend moeten worden, zoals Baytril, om een bacteriële ontsteking tegen te gaan. Soms is een kortdurend cortison nodig, en eventueel ivermectine, beide zijn alleen nuttig als zich maden in de diepte bevinden. De stervende maden scheiden namelijk giftige stoffen af. Alle medicijnen moeten het liefst per injectie toegediend worden.

Deze middelen samen zorgen dat een madenaanval een goede afloop kan hebben. Ook als er geen maden meer te zien zijn kunnen er giftige stoffen in het lichaam achtergebleven zijn, en is een behandeling noodzakelijk!

Tip van dierenarts P. Haringsma: eigenaren kunnen overwegen om aan de BUITENZIJDE van hun gazen afscheiding een horrengaas te nieten of te spijkeren. Hiermee is het risico op maden vrijwel tot nul gereduceerd.

 

Middenoorontsteking

 

opstaand oor plathouden, hangend oor wat verder van het hoofd houden, kop schuin houden, aan het oor krabben, mogelijk de kop vaker schudden, verlies van eetlust, stiller gedrag.

Middenoorontsteking en Binnenoorontsteking:

door Maryo van den Berg

 
 

MIDDENOORONTSTEKING (OTITIS MEDIA)

Het middenoor bestaat uit het trommelvlies, de buis van Eustachius, drie gehoorbeentjes en de nervus tympanicus (een aftakking van de zevende hersenzenuw). Dit wordt beschermd door de trommelholte (een benig omhulsel).

Middenoorontsteking kan veroorzaakt worden door een bacteriële infectie (meestal zijn de bacteriën Pseudomonas aeruginosa en Pasteurella multocida verantwoordelijk) die zich kan verspreiden vanuit de bovenste luchtwegen via de buis van Eustachius, vanuit de gehoorgang, of vanuit het bloed door infecties elders in het lichaam. Bij een middenoorontsteking (evenals bij een binnenoorontsteking) zijn er dus niet noodzakelijke altijd afwijkingen in het uitwendige oor te constateren. Verdere oorzaken kunnen parasieten zijn zoals oormijt, beginnend in het uitwendige oor, of het is mogelijk dat een deel van een plant of een ander voorwerp het trommelvlies heeft doorboord.

Symptomen van een middenoorontsteking

Het konijn schudt met het hoofd of wrijft het hoofd, of krabt veel aan het oor of houdt het hoofd scheef. Bij een middenoorontsteking is er, vanwege de druk van pus op het trommelvlies, veel pijn aan de aangedane zijde en dit kan tot verlies van eetlust en lusteloosheid leiden. Wanneer de nervus tympanicus beschadigd is kunnen symptomen optreden als kwijlen, verminderde of afwezige knipperreflex of hangend oor. Bij beschadigde hersenzenuwen kan een hangende lip of hangend ooglid (syndroom van Horner) voorkomen. Wanneer de druk van pus op het trommelvlies te groot wordt zal het trommelvlies scheuren waardoor de pus weg kan en in de uitwendige gehoorgang komt. Dit geeft onmiddellijk verlichting van pijn, maar de ontsteking is nog niet genezen.

Bij middenoorontsteking kan op een rontgenfoto verandering van de dichtheid van het weefsel als een dichte grijze massa gezien worden.

BINNENOORONTSTEKING (OTITIS INTERNA)

Het binnenoor bestaat uit het slakkenhuis, het evenwichtsorgaan met drie halfcirkelvormige kanaaltjes, en wordt van zenuwen voorzien door de nervus vestibulocochlearis (de achtste hersenzenuw). Deze controleert het evenwicht en het gehoor.

Ziekte van het binnenoor is meestal, maar niet altijd, het gevolg van de uitbreiding van een niet behandelde, ernstige midden-oorontsteking. Een binnenoorontsteking kan pijnlijk zijn, maar dit is niet altijd het geval. Zolang het konijn geïnteresseerd blijft in voedsel kan gesteld worden dat het dier geen pijn heeft.

Symptomen van een binnenoorontsteking

De schedelholte (een grote holte aan de basis van elk oor) kan zich vullen met een harde, kaasachtige pus die tegen het evenwichtsorgaan drukt. Hierdoor ontstaat ‘torticollis’, het konijn loopt in cirkeltjes en rolt om. Het hoofd kan gedraaid komen te staan, waardoor het lijkt of het konijn steeds achterom kijkt. Er kan sprake zijn van snel heen en weer bewegen van de ogen (nystagmus). Ook doofheid kan optreden, en verder kan het konijn tandenknarsen en overmatig slikken, mogelijk veroorzaakt door misselijkheid.

De diagnose kan gesteld worden door een lichamelijk en een neurologisch onderzoek. Het aangedane oor zal met een otoscoop onderzocht moeten worden. Soms zijn er veranderingen zichtbaar aan het trommelvlies, zoals ontstoken, uitstulpend, gescheurd e.d., vaak is er niets te zien.

Wanneer er pus in de gehoorgang is kan van een weinig van dit pus in een laboratorium een kweek gezet worden. Hier wordt bepaald welke bacterie aan het werk is en welke soort antibioticum het meest effectief is tegen deze bacterie. De rest van het pus in het uitwendige oor kan voorzichtig worden verwijderd met een fysiologische zoutoplossing*.

* Een oplossing van ca. 8 g. natriumchloride (keukenzout) per liter (gekookt) water geeft een fysiologische zoutoplossing.

NB. Het gebruik van bepaalde plaatselijke medicamenten zoals antibiotische zalf of druppels is sterk af te raden wanneer mogelijk het trommelvlies beschadigd is. Verschillende van zulke medicamenten kunnen zeer schadelijk zijn als het trommelvlies gescheurd is en zelfs tot de dood leiden.

Behandeling

Voor zowel een midden- als een binnenoorontsteking is een antibioticum kuur nodig van enkele weken tot maanden. Hiervoor wordt over het algemeen gekozen voor een breedspectrum antibioticum zoals bijv. enrofloxacine (Baytril, Enrofloxoral). Gedurende één tot drie dagen kan ook een corticosteroïde gegeven worden om de ontstekingsactiviteit en de schade aan de zenuwen te verminderen. Tevens werkt dit middel pijnstillend. Indien geen corticosteroïde toegediend wordt kan het geven van een pijnstillend middel gedurende enige tijd van het grootste belang zijn.

Wanneer het konijn niet zelf eet en/of drinkt, moet het hier mee geholpen worden door middel van dwangvoeren met een spuitje. Wortelhapje is in dit geval geen goed dwangvoer omdat het te weinig voedingsstoffen en vezels bevat. Bij de dierenarts is speciaal dwangvoer verkrijgbaar met een hoog vezelgehalte. Hiervoor moet een spuitje wat wijder gemaakt worden. Dit kan door het spuitje in heet water te houden, en de opening met een breinaald wat wijder te maken.

   
   
Myxomatose

gezwollen oogleden (slaperige ogen) zijn een klassiek teken, samen met gezwollen lippen, kleine zwellingen aan de binnenkant van het oor en dikke zwellingen rond de anus en geslachtsorganen.

myxomatose
door Maryo van den Berg

 

Waar Myxomatose vandaan komt 
Oorspronkelijk werd Myxomatose vanuit Brazilië (waar het voor het eerst omstreeks 1930 werd ontdekt) naar Australië geïmporteerd. De bedoeling was de enorme konijnenpopulatie onder controle te krijgen. In Brazilië werden de (wilde) Cotton Tail konijnen in lichte mate besmet, ze kregen slechts kleine bulten die ze zelf maakten als afweer tegen de ziekte. In Australië verliep de ziekte echter rampzalig en roeide bijna alle konijnen uit.

De ziekteverwekker
Myxomatose bij konijnen wordt veroorzaakt door een virus. Dit virus is een soort pokkenvirus, dat graag in de huid van een konijn groeit. Zoals bij alle virussen is het organisme zeer klein en kan alleen met behulp van een microscoop gezien worden.

Myxomatose herkennen
De eerste tekenen van Myxomatose zijn dikke, vochtige zwellingen om het hoofd en de snuit. Gezwollen oogleden (slaperige ogen) zijn een klassiek teken, samen met gezwollen lippen, kleine zwellingen aan de binnenkant van het oor en dikke zwellingen rond de anus en geslachtsorganen. Binnen één of twee dagen kunnen deze zwellingen zo erg geworden zijn dat ze blindheid veroorzaken en er misvorming ontstaat bij de snuit, mond, oren en neus.

Myxomatose in beginstadium

Welke haasachtigen Myxomatose kunnen krijgen
Het Europese konijn, waar onze wilde tamme konijnen van afstammen, is zeer vatbaar voor de ziekte. Hazen zijn niet vatbaar voor deze ziekte.

Vatbare rassen
Alle soorten rassen zijn vatbaar, inclusief de wilde konijnen in ons land. Ook de "huis"konijnen en tentoonstellingskonijnen, inclusief dwergkonijnen, hangoorkonijnen etc. Er bestaat wel een kleine kans dat het ene ras vatbaarder is dan het andere.

De ziekteverspreiding
Myxomatose wordt door bloedzuigende insecten verspreid. Het meest belangrijke insect dat de ziekte verspreidt is de konijnenvlo, die regelmatig bij wilde konijnen wordt gevonden. Het Myxomatose virus kan vele maanden in het bloed van vlooien in leven blijven. Waarschijnlijk wordt de ziekte van jaar tot jaar overgedragen omdat de vlooien in konijnenholen overwinteren. Bij tamme konijnen wordt deze vlo niet zo vaak gevonden maar in de meeste Europese landen draagt de mug in belangrijke mate bij tot de verspreiding van de ziekte.

Als de mug of vlo het konijn bijt, komt, terwijl het insect bloed zuigt, een klein beetje levend virus in de huid van het konijn. Binnen een paar dagen zit het virus in een plaatselijke lymfeklier en verplaatst zich via het bloed naar andere plekken in het lichaam. Het virus vermenigvuldigt zich meestal in de huid rondom de ogen, de neus, de snuit, de zachte huid in de oren en ook in de huid rond de anus en de geslachtsorganen.

Myxomatose wordt in Nederland niet verspreid door contact van het ene konijn met het andere. De ziekte wordt echt door een stekend insect overgebracht. 

De incubatietijd van Myxomatose
De incubatietijd verschilt enigszins dier tot dier maar varieert van minimaal vijf dagen tot maximaal veertien dagen (incubatietijd is de tijd vanaf dat het virus binnendringt tot de eerste keer dat er tekenen van de ziekte worden gezien).

Meestal snelle dood
Het tijdstip van overlijden varieert ook. Sommige dieren kunnen weken of maanden na de infectie nog in leven zijn, maar over het algemeen is de infectie in een vatbaar konijn hevig en treedt de dood binnen 12 uur in..

Het ziekteverloop

In korte tijd worden besmette konijnen blind vanwege de zwelling rond de ogen, en dit maakt eten en drinken vaak moeilijk. Toch zijn er soms wilde konijnen te zien, die Myxomatose hebben en rustig gras lopen te eten. Natuurlijk zijn veel konijnen in dit stadium een makkelijke prooi voor vossen en andere roofdieren. Andere konijnen kunnen makkelijk gewond raken, of doodgereden worden op wegen, maar de meest voorkomende doodsoorzaak is een latere longinfectie die meestal 8 dagen na het begin van de ziekte optreedt. Bij tamme konijnen verloopt de ziekte meestal langzamer en komt de dood niet zo snel omdat de eigenaar het konijn zoveel mogelijk verzorging geeft.

Niet alle besmette konijnen sterven
Genezing in de natuur is zeldzaam (misschien 5 - 10% van de wilde konijnen herstelt uiteindelijk van Myxomatose), genezen konijnen zijn een leven lang immuun, en produceren zelfs een immuun nageslacht. Herstel van tamme konijnen is in sommige gevallen gerapporteerd, dankzij uitstekende verzorging met dwangvoeren, warmte, antibioticum. Helaas behoren deze gevallen tot een uitzondering. 

Hoe kan de ziekte bedwongen worden?
De ziekte kan op twee manieren bedwongen worden:

1. Controleren op parasieten.

Controleren op vlooien is belangrijk en dit kan inhouden dat niet alleen wilde konijnen bij huiskonijnen uit de buurt gehouden moeten worden, maar dat er ook vlooienbestrijdingsmiddelen gebruikt moeten worden.

Waarschuwing! Gebruik nooit FRONTLINE (lees hier) bij een konijn...  Er zijn konijnen ziek geworden en/of overleden na gebruik van Frontline. De fabrikant waarschuwt artsen dit middel niet bij konijnen te gebruiken. Deze waarschuwing wordt helaas niet overal gehoord..

ADVANTAGE
Er zijn goede berichten over het gebruik van Advantage bij konijnen. De dosering moet dan aangepast worden. Voor een konijn kan een pipetje voor jonge katjes gebruikt worden. Voor hele kleine dwergjes niet het hele pipetje gebruiken, voor hele jonge konijntjes helemaal niet. Het moet het op een plaats aangebracht worden waar een konijn zich niet kan likken .... Als er meerdere konijnen zijn is het beter ze gedurende 12 uur te scheiden, zodat ze elkaar's vacht niet kunnen likken en het middel naar de huid kan zakken. 

STRONGHOLD
Stronghold wordt goed door konijnen verdragen, en wordt bij deze dieren steeds vaker toegepast ingeval van huidmijt, vachtmijt, luis en vlooien. Een pipetje voor kittens is geschikt, de behandeling moet na 30 dagen herhaald worden en evt. weer na 30 dagen nog eens. Samenwonende konijnen mogen elkaar gedurende minstens 6 uur niet kunnen aflikken wegens gezondheidsbezwaren.

In veel dierenzaken en natuurvoedingswinkels worden "natuurlijke" vlooienpoeders verkocht. Deze bevatten over het algemeen mint, eucalyptus of andere kruiden. Ga er niet vanuit dat deze producten veilig zijn omdat ze natuurlijk zijn, of in een natuurvoedingswinkel zijn gekocht. Al deze producten bevatten toch chemicaliën, en kunnen een dodelijk effect hebben op zoogdieren. Sommige van deze kruiden kunnen misschien veilig door mensen gegeten worden, maar kunnen een konijn doden...

Ook andere huisdieren moeten behandeld worden tegen vlooien, en de omgeving moet vlo-vrij gehouden worden. Bij het behandelen van kamers moeten konijnen daar 24 uur buiten gehouden worden.

2. Vaccinatie
In Nederland worden de konijnen tegen Myxomatose ingeënt met Lyomyxovax. De fabrikant van Lyomyxovax is Merial. Merial adviseert konijnen vanaf 1 maand oud te vaccineren. Het beste kan dit in april/mei, voordat de stekende insecten verschijnen. Geadviseerd wordt ook de dieren in juli of augustus een herhalingsenting te laten geven. Bij dwergkonijnen adviseert Merial met de enting te wachten tot de leeftijd van 3 maanden. Vooral na de eerste enting kan een reactie optreden in de vorm van een bult op de entingsplek. Meestal verdwijnt de bult vanzelf, maar er moet altijd op gelet worden en in geval van twijfel moet de dierenarts hier even naar kijken. Bij het injecteren met niet steriele (= eerder gebruikte) injectienaalden kunnen namelijk abcessen ontstaan. 

Gegarandeerde beschermingsduur
De vaccinatie wordt door de fabrikant 2 tot 4 maanden gegarandeerd. Na de eerste vaccinatie zou binnen niet al te lange tijd de tweede vaccinatie gegeven moeten worden. Verder is het over het algemeen voldoende de konijnen 2x per jaar te laten vaccineren, namelijk in april/mei en in de nazomer. Konijnen bouwen door de regelmatige entingen zelf ook weerstand op.

Niet vaccineren als...!
Zwangere vrouwtjes en konijnen met snot, of andere gezondheidsproblemen, mogen niet gevaccineerd worden. Kort voor of na een operatie (ook castratie) mag niet gevaccineerd worden. Een konijn moet in goede conditie zijn voor deze enting.

Toch nog ziek
Na de entingen is het nog mogelijk dat een konijn een lichte vorm van myxomatose krijgt. Meestal is het dan slechts een lokale vorm, en over het algemeen overleeft het konijn dit, in tegenstelling tot een niet geënt konijn. Belangrijk is dan om te zorgen dat het konijn blijft eten (desnoods dwangvoeren) en het is nodig om een breedspectrum antibioticum te geven om secundaire bacteriële infecties te voorkomen. Het konijn moet uiterst warm gehouden worden, een buitenkonijn moet binnenshuis verzorgd worden. Het myxomavirus is actiever bij lage temperaturen, hoe hoger de omgevingstemperatuur is hoe minder kans het virus heeft om te groeien.

Oormijt

meer dan normaal het hoofd en de oren schudden, de oren helemaal kapot krabben, vieze inwendige oorschelpen.

Oorschurft

 

 
 

Oorschurft is feitelijk een verkeerde benaming voor oormijt, en wordt veroorzaakt door de parasiet Psoroptes cuniculi.

De parasiet leeft voornamelijk aan de binnenkant van het oor. Meestal zijn twee oren aangetast, maar soms raakt slechts één oor besmet. Bij oudere of zwakke dieren gebeurt het wel dat oormijt zich verspreidt over het hele lichaam: hals, kop, rond om de anus, poten en voeten. De parasiet graaft zich niet in de huid, maar leeft aan de oppervlakte, kauwt op de huid en boort er gaten in.

Symptomen

Konijnen met oormijt schudden meer dan normaal hun hoofd en de oren en krabben zichzelf tot bloedens toe. De mijt voedt zich met het bloed uit deze wonden en het slijm en de uitwerpselen van de mijt kunnen ontstekingen veroorzaken. Er verschijnen kleine droge korsten aan de binnenkant van het oor en kale plekken daar omheen. Wanneer niet behandeld wordt, kunnen deze korsten in extreme gevallen tot 2 centimeter dik worden. Dit alles kan zeer pijnlijk zijn, waardoor het konijn het oor laat hangen. Het trommelvlies kan aangetast worden, waardoor een middenoorontsteking kan ontstaan. Het is dus erg belangrijk zo spoedig mogelijk na het signaleren van de eerste symptomen van oormijt met een behandeling te beginnen.
Oormijt is zeer besmettelijk voor konijnen in de onmiddellijke nabijheid, dus alle aanwezige konijnen dienen behandeld te worden. Ook de leefomgeving dient dagelijks gereinigd en ontsmet te worden.

Behandeling

De korsten in het oor mogen niet met de hand weggehaald worden. Dit is erg pijnlijk voor het konijn en verhoogt de kans op bacteriële infectie. Als het konijn pijn lijdt, is het aan te raden om gedurende 2 tot 3 dagen een pijnstillend middel te geven. De behandeling kan bestaan uit ivermectine per injectie, de injectie moet drie maal gegeven worden met steeds een week tussentijd, en moet dan afdoende zijn. De hoeveelheid moet afgestemd worden op het gewicht van het konijn, overdosering kan problemen veroorzaken aan het centrale zenuwstelsel.

Een nieuwere en konijnvriendelijker, daarom betere manier is om te behandelen met het middel Stronghold® met de werkzame stof selamectine. Dit middel werkt goed tegen oormijt, de kittendosering is in principe voldoende. Na 30 dagen herhalen en evt. na weer 30 dagen nog eens. Wanneer konijnen samenwonen moeten ze 6 uur uit elkaar gezet worden zodat ze elkaar niet kunnen aflikken.

Opgepast!

Het gebruik van de antibiotische Surolan (neomycine) in de oren kan gevaarlijk zijn wanneer niet bekend is of de trommelvliezen door de mijt zijn aangetast. Surolan is een middel voor uitsluitend uitwendig gebruik. De oren dienen daarom door de dierenarts zeer goed nagekeken en schoongemaakt te worden, voordat dit middel gebruikt mag worden. Bij beschadigde trommelvliezen kan dit middel binnen enkele uren de dood van het konijn ten gevolge hebben, een midden- of binnenoorontsteking veroorzaken of het centrale zenuwstelsel aantasten.
Voor het reinigen van de oorschelp inwendig of het losweken van korsten kan eventueel een fysiologische oplossing gebruikt worden.

 
Pasteurella

heeft vele vormen, het meest voorkomende, herkenbare symptoom is een conditie die "snot" genoemd wordt, met niezen, natte neus, en vieze voorpootjes van het steeds de neus schoonmaken.

Pasteurella bij konijnen
Dr. Christine Williams, april 1990.

Pasteurella is een ziekte die veroorzaakt wordt door Pasteurella multocida. Deze naam kreeg het ter ere(dubieus?) van dr. Louis Pasteur, de vader van de "ziektekiem theorie". Hij werkte aan bacteriën die vele infecties veroorzaakten in Frankrijk in 1870.

Deze ziekte is waarschijnlijk de meest verspreide infectieziekte bij konijnen. Het gaat rond in elke konijnenkolonie die je ziet. Sommige "families" konijnen schijnen meer weerstand te hebben dan andere. Het meest voorkomende, herkenbare symptoom is een conditie die "snot" genoemd wordt, met niezen, natte neus, en vieze voorpootjes van het steeds schoonmaken van de rommel die zich op/rond de neus ophoopt. Snot kan eindeloos komen en gaan tot het konijn succesvol behandeld is. Dezelfde bacterie die snot veroorzaakt kan ook middenoorontsteking veroorzaken, die vaak ernstig is en kan uitmonden in vaak fatale hersenvliesontsteking..

Ook ernstige bloedvergiftiging (ziekte die zich door het bloed verspreidt), longontsteking, pus-ophoping, melkklierontsteking en baarmoederontsteking, alle veroorzaakt door Pasteurella kunnen tot de dood leiden. Abcessen en smettende plekken die geïnfecteerd raken, kapotte hakgewrichten (sorehocks), zijn ook Pasteurella symptomen.

Een meer subtiele vorm van Pasteurella komt voor in de vorm die onder meer natte ogen veroorzaakt, ontstekingen in de neus, (piepende neusgeluiden) en gebitsafwijkingen zoals scheefgroeiende tanden. In dit specifieke geval lijkt het konijn een gebitsprobleem te hebben. In werkelijkheid zijn hier de tanden niet de oorzaak, maar slechts een symptoom.

Pasteurella veroorzaakt bij verscheidene diersoorten meestal niet echt fatale toestanden, maar het effect bij konijnen is uniek. Om maar iets te noemen: konijnen schijnen de bacteriën bij zich te kunnen dragen, zelfs al zien ze er gezond uit. Hoe kan dit?
Schijnbaar hebben het afweersysteem van het konijn en de Pasteurella organismen een soort patstelling en noch de één noch de ander kan overheersen. Het gevolg is dat, terwijl het konijn zichzelf jarenlang kan beschermen tegen serieuze en fatale symptomen van de ziekte, er niet genoeg natuurlijke antistoffen zijn om de bacterie te vernietigen. De Pasteurella organismen zitten verborgen te wachten, klaar om naar voren te springen bij het minste teken van zwakte bij het afweersysteem van het konijn.

Wat kan het afweersysteem verzwakken? Bijvoorbeeld slechte voeding, slechte leefomstandigheden, stress, andere ziekte, langdurige blootstelling aan erge hitte of kou. Zelfs gebrek aan beweging, afleiding en aandacht kunnen het afweersysteem genoeg verzwakken om de weegschaal door te laten slaan in het voordeel van de Pasteurella micro-organismen...

VHS

Het konijn stopt met eten en krijgt meestal diarree, soms vloeibaar stinkend, soms bloederig, en het bloedt op het laatst soms uit de neus. De inwendige organen worden aangetast.Of het dier wordt alleen maar stil, en sterft plotseling al na een paar uur, zonder verdere symptomen.

VHS, de geschiedenis

(Marguerite Wegner, http://members.iinet.net.au/~rabbit/rrcd.htm)

VHS, symptomen en preventie (klik hier)

 

VHS toen en nu, de geschiedenis van VHS op aarde.....

VHS staat voor Viral Hemorrhagic Syndroom.

  • In 1984 is VHS is voor het eerst gesignaleerd, en wel in China. De Chinezen beweren dat de ziekte door een scheepslading Angora konijnen uit Duitsland is binnengebracht. Deze bewering wordt gesteund door rapporten van onbekende fatale ziekten. Deze rapporten gingen vooraf aan de Chinese infecties en gingen al rond in verschillende delen van Europa. De laatste uitbraken van het virus die gerapporteerd werden in China waren in Taipei in 1996. Deze rapporten omvatten drie afzonderlijke gevallen en in totaal 3.200 doden. Door middel van vaccinatie-plannen is de ziekte onder controle gebracht. VHS heerst alleen zo nu en dan en blijft beperkt tot kleine gebieden.
  • In 1988 werd VHS in Mexico geconstateerd en stond in verband met een invoer van konijnen uit China die niet correct gecontroleerd was. De eerste tekenen van de infectieziekte openbaarden zich vlak bij Mexico City. Vanaf die plaats verspreidde de ziekte zich binnen twee maanden naar 159 andere plaatsen, tot 640 km. van de grens met Texas. Uiteindelijk hielp de USDA ( United States Department of Agriculture) de ziekte uit te roeien. Ongeveer 50.000 konijnen stierven aan VHS, en om en nabij de 100.000 gezonde konijnen, die blootgesteld waren geweest de ziekte, werden afgemaakt. Mexico had VHS uitgeschakeld.... De laatste geconstateerde infectie was op 10 april 1991 en inspecties in 1992 brachten geen nieuwe infectie-gevallen aan het licht.
  • In 1989 werden zowel VHS als het Europese Bruine Haas Syndroom gerapporteerd in Croatië. In 1990 werd op 24 plaatsen in het zuid-westelijke deel van Croatië het uitbreken van deze ziekten geregistreerd.
  • In 1990 werd in de vroege zomer in België het uitbreken van VHS gesignaleerd. Deze oorspronkelijke infectie omvatte tien kleine plaatsen waar binnen 1 week tussen 65% en 100% van de konijnen ouder dan twee maanden overleed. De meeste konijnen stierven binnen 24 uur zonder symptomen.
  • In 1992 kwam VHS Engeland binnen. De ziekte verspreidde zich naar Cumbria, Schotland en Noord Ierland, en besmette op die manier heel Engeland. VHS verplaatst zich heel snel over afstanden tot 240 km. Het duurde twee jaar tot er vaccins beschikbaar waren. In 1995 en 1996 waren er meer dan 500 bevestigde uitbraken van VHS.
  • In 1993 werd de ziekte voor het eerst in Cuba door het gemeentebestuur van Caimito gerapporteerd. Sinds 1997 is het aantal aan VHS gestorven konijnen op dit eiland toegenomen tot 1.606. Meer dan 1.300 konijnen zijn sindsdien afgemaakt in een poging de ziekte op dit eiland uit te bannen.
  • In 1994 rapporteerden de Spaanse autoriteiten het uitbreken van VHS in het Donana National Park. In twee verschillende konijnenkolonies brak de ziekte uit.
  • In 1995 startte een publieke discussie over de plannen van de Australische en Nieuw Zeelandse regeringen om het konijnen Calici Virus (VHS) los te laten op de wilde konijnenpopulatie om deze zo (trachten) te vernietigen. Konijnen zijn in geen van beide landen inheems en worden als "de pest" beschouwd. In hetzelfde jaar brak VHS "per ongeluk" uit in Australië, ondanks de zware controle die uitgeoefend werd op de virus-test-voorzieningen die op een eiland bij de Australische zuidkust geplaatst waren.
  • In 1996 is het uitbreken van VHS gerapporteerd op de Fiji-eilanden.
  • In 1997 zijn VHS-gevallen gerapporteerd in Indonesië.
  • In 1997 besloot de regering van Nieuw Zeeland het VHS-virus niet los te laten als een biologisch bestrijdingsmiddel omdat er onder andere "te weinig kennis van de epidemiologie van het Konijnen Calici Virus was". Toch begon Nieuw Zeeland in oktober 1997 het uitbreken van het virus te rapporteren. Een groep South Island boeren had het virus illegaal Nieuw Zeeland binnengehaald. De Australische regering is nog steeds "gecontroleerd" loslaten van het virus van plan.
  • Tot 2000 zijn er elk jaar in Nederland kleine uitbarstingen geweest van het virus. Omdat veel mensen hun konijn preventief laten enten is het virus redelijk onder controle te houden.